Restauratie Venetiaanse fontein van Carlo Monaldi gestart in Rome

In Rome is de restauratie begonnen van de ‘fontana dello Sposalizio di Venezia’ (het huwelijk van Venetië met de zee), een iets minder bekende maar erg fraaie fontein uit 1730 van de Italiaanse beeldhouwer Carlo Monaldi. Het monument moet niet onderdoen voor vele andere fonteinen in Rome maar wordt door heel wat Romebezoekers niet gezien, gewoon omdat hij een beetje verstopt is, op het binnenplein van Palazzo Venezia. De restauratie zal nog duren tot juli en naar goede Romeinse gewoonte kan je de restaurateurs ter plaatse aan het werk zien via een doorkijkplatform. Er komt ook een webcam.

De fontein is het symbool van en een herinnering aan de overwinning die doge Pietro II Orseolo (991-1009) in Dalmatië boekte en waarmee Venetië de onbetwiste overheersing kreeg over de Adriatische Zee. Op Hemelvaartsdag volgde de beslissende strijd en in dat feit vond het Festa della Sensa, de bruiloft van de zee, zijn historische oorsprong. Het Venetiaanse feest zou pas echt op de kaart worden gezet door doge Sebastiano Ziani in 1177.

Tijdens het bewind van doge Pietro II Orseolo begon de Venetiaanse expansie naar het oosten, die, met enkele tussenpozen, bijna 500 jaar zou duren. Venetië stond in 991, bij de aantreding van Pietro II, nominaal onder gezag van Byzantium, maar was in de praktijk helemaal onafhankelijk. In die tijd had de doge nauwelijks gezag, maar Pietro II Orseolo maakte daar op indrukwekkende wijze een einde aan. Hij wist het westelijke en het oostelijke keizerrijk op meesterlijke wijze tegen elkaar uit te spelen en Venetië tot een machtige stad te maken.

Hij deed dat vooral door de handel te versterken, meteen de grootste troefkaart van Venetië. Hij slaagde erin het machtige Byzantium dat onder Basilius II een bloeitijd beleefde, te overtuigen hem meer toegang tot hun markten te verschaffen en een hoop bureaucratische hinderpalen ut de weg te ruimen. In ruil daarvoor zorgde Venetië voor troepentransport als de keizer daar weer eens behoefte aan had. Met Otto III werd een verdrag gesloten dat nog gunstiger was. Otto koesterde een grote bewondering voor de stad en meende (behoorlijk naïef) hiermee een goede daad voor het christendom te verrichten.

Dat weerhield de Venetianen er echter niet van om tegelijk ook handelsbetrekkingen aan te knopen met de moslimgebieden aan de zuidelijke en oostelijke oever van de Middellandse Zee. Pietro II Orseolo brak daarmee het taboe dat rustte op betrekkingen met de wereld van de islam. Hoewel de expansie van Orseolo vooral economisch en commercieel gericht was, werd militair optreden niet geschuwd als hij dat nodig vond.

De inwoners van Venetië voelden zich nauw verbonden met de mensen die aan de overkant van de Adriatische Zee leefden, de kuststeden van Dalmatia, een provincie die eveneens nominaal onder Byzantijns gezag stond. De regio werd echter al vele jaren geteisterd door Narentijnse piraten van Pagania (genoemd naar de rivier Narenta, de huidige Neretva) en die opereerden vanuit veilige havensteden zoals Curzola. Doge Orseolo besloot in 997 de steden te hulp te komen. Pietro wist hoe zwak de Byzantijnse overheersing er was en vatte het plan op om de rijke kuststeden bij zijn stad voegen. Hij nam daarbij wel een groot risico: de Venetiaanse vloot was in 840 en 887 al eens door diezelfde piraten verslagen.

Op hemelvaartsdag 998 versloeg Orseolo de piraten en eigende zich daarbij de titel Dux Dalmatianorum (Hertog van de Dalmatiërs) toe. De exacte datum van deze overwinning werd later het Festa della Sensa, het hemelvaartsfestival en het oudste feest in Venetië. Het werd altijd bijgewoond door de doge en de bisschop van Olivolo (vandaag San Pietro di Castello), die op het Lido di Venezia het water zegende en daarmee de Venetiaanse vloot geluk toewenste.

Het is dus geen toeval dat de prachtige fontein die in Rome aan deze gebeurtenis herinnert, op de binnenplaats van Palazzo Venezia staat. Dit Romeinse paleis werd vanaf 1455 gebouwd voor kardinaal Pietro Barbo, de latere Paus Paulus II. De architect was Francesco del Borgo. Het gebouw aan Palazzo Venezia is één van de eerste grote renaissance-gebouwen in Rome en heeft lange tijd dienst gedaan als ambassade van de Republiek Venetië. In de negentiende eeuw werd Palazzo Venezia gebruikt als zetel voor de Oostenrijkse ambassadeur. In 1917, tijdens de Eerste Wereldoorlog, nam de Italiaanse regering het paleis weer over.

Het binnenplein van Palazzo Venezia kan je bereiken via de meestal openstaande dubbele poort op Piazza di San Marco 49. Mits eenvoudige toelating kan je vanaf de afsluiting de binnentuin zien. Bezoekers treffen hier een vredige groene oase aan, al zijn er medewerkers van het museum die het binnenplein graag als autoparking gebruiken. Dat stoort het uitzicht van dit rustige binnenplein een beetje.

De tuin wordt aan twee zijden omgeven door een niet voltooide dubbele renaissanceporticus uit 1467-1471 die net als de gevel van de hiernaast gelegen Basilica di San Marco aan Giuliano da Maiano (1432-1490) wordt toegeschreven. De bovenliggende loggia is bereikbaar bij een bezoek aan het museum van Palazzo Venezia.

Maiano heeft de verdienste, als volgeling van Alberti en Brunelleschi, de Florentijnse renaissance-architectuur naar verscheidene steden van Midden-Italië gebracht te hebben. In Rome kan echter geen enkel werk met zekerheid aan hem toegeschreven worden. Van de dubbele porticus werden slechts tien bogen van de geplande 26 uitgevoerd. Het concept is rechtstreeks afgeleid van antieke Romeinse monumenten, waaronder het Colosseum.

De pijlers hebben halfkolommen op een hoge basis die eerder als een decoratief element dienen dan als een structureel element. Let op de hoek schuinrechts, hij geeft een te stevige indruk doordat de pijlers de vorm van een L hebben met in de hoek een zuil. Vanaf hier zie je ook de Basilica di San Marco (Evangelista) met de twaalfde-eeuwste klokketoren. Over deze fraaie basiliek hebben we het een andere keer. Het pronkstuk van de tuin is uiteraard de fontein, met Venetië in de gedaante van ‘La Serenissima’ en met de leeuw van de patroonheilige Marcus aan haar voeten, terwijl zij de trouwring in het water werpt als symbool van haar huwelijk met de zee.

Carlo Monaldi (1683-1760 ) was al op heel jonge leeftijd actief als beeldhouwer in Rome en kreeg het contract te pakken voor de bouw van het standbeeld van de Nederigheid in de Santa Maria Maddalena in Rome. Vanaf 1707 nam hij vervolgens deel aan taltijke ontwerpwedstrijden en prijsvragen van de Accademia di San Luca in Rome, waarvan hij er ook heel wat won. In 1730 zou Monaldi, inmiddels een gevierde beeldhouwer, zelf lid worden van de Academie.

Carlo Monaldi kreeg steeds vaker prestigieuze opdrachten, ook van het Vaticaan waar hij onder meer werkte in de Sint-Pietersbasiliek. De beeldhouwer werd ook lid van de pauselijke Accademia di Belle Arti e Letteratura dei Virtuosi al Pantheon. Tussen 1729 en 1730 realiseerde hij de travertijnfontein op de binnenplaats van het Palazzo Venezia. Later werkte hij nog aan de decoratie van de Corsini-kapel in de San Giovanni in Laterano.

Zijn goede betrekkingen met de Portugese ambassade leverden hem opdrachten op voor tientallen beelden, bestemd voor kerken in Portugal. Ook in Rome zou hij nog vele kunstwerken afleveren. Monaldi zou ondanks zijn onmiskenbare talent en bijzonder vruchtbare productie, altijd veel minder bekend blijven dan vele andere vakgenoten. Een overzichtstentoonstelling van deze beeldhouwer zou daarin verandering kunnen brengen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.