Archive for 13 maart 2018

Museo Castra Hadriani wordt het mooiste metrostation van Rome

13 maart 2018

We hadden het gisteren over de (vermoedelijk) nakende opening van metrostation San Giovanni (C) in Rome en de enorme vertraging die met de aanleg van de nieuwe metrolijn gepaard gaat. Ondertussen werd ook voortgewerkt aan de volgende trajecten en het eerstvolgende station op de lijn, Amba Aradam – Ipponio. In de omgeving van dit laatste station werden onder meer al een massagraf met dertien skeletten, een goed bewaard houten huis uit de oudheid, een aquaduct en een grote soldatenkazerne met bijhorende paardenstallingen ontdekt. Deze laatste archeologische vindplaats bevindt zich ongeveer 8 tot 9 m onder de grond.

Het stadsbestuur besliste al eerder om de ontdekking te integreren in het toekomstige metrostation Amba Aradam – Ipponio. Dat project kan echter pas beginnen na de passage van de laatste boormachines. Die moeten eerst de boortocht aanvatten richting Colosseum – Fori Imperiali. Het metrostation Amba Aradam wordt door de integratie van de archeologische vondsten een buitenbeentje in de reeks nieuwe metrostations die op lijn C worden gebouwd. Het werd ontworpen door de bekende Romeinse architect Paolo Desideri, die onder meer ook verantwoordelijk was voor het nieuwe station Tiburtina in Rome. Behalve een station wordt het geheel een combinatie van een archeologische vindplaats en een museum.Dat kreeg als werktitel Museo Castra Hadriani. Vooral de ingang van het station moet voor de bezoekers een fantastische wandeling doorheen de oudheid worden.

Het station annex museum wordt uitgevoerd in grijze lavasteen en witkleurig travertijn. Een heleboel kamers in het garnizoencomplex uit de tijd van keizer Hadrianus, zijn versierd met mozaïeken en fresco’s.  De ruïnes van de soldatenkazerne omvatten een oppervlakte van 1.753 m² en bestaan uit een gang van 100 m lengte en 39 kamers. De metrobezoekers zullen van dit complex worden gescheiden door een enorme plexiglazen wand. Ook een belangrijk deel van de Aureliaanse muur, gebouwd tussen 271 en 280 in opdracht van keizer Aurelianus, wordt geïntegreerd in het toekomstige metro/museumcomplex. Rome maakt zich sterk dat Amba Aradam – Ipponio (dat op termijn wellicht wordt herdoopt tot Castra Hadriani) één van de belangrijkste en mooiste ‘archeologische’ metrostations ter wereld zal worden.

Vooraleer de integratie van de archeologische site en de bijhorende werken aan het station kunnen beginnen moet omzichtig rond de site worden gegraven tot op ongeveer 40 m diepte. Daar moet de boormol, komende van San Giovanni en die de tunnel in de richting van het Colosseum moet graven, opnieuw gemonteerd worden. Pas als de enorme machine daar vertrokken is, kan worden begonnen met de bouw van het station en het bijhorende archeologische gedeelte. Enkele weken geleden gooide een nieuwe spectaculaire ontdekking het bouwschema echter alweer overhoop.

Ditmaal werd op 12 m diepte werd een prachtige domus ontdekt, zodanig rijkelijk versierd met fresco’s en mozaïeken dat meteen duidelijk is dat hier een belangrijke persoon heeft gewoond. Op de beelden die werden verspreid zijn vooral veel wit-zwarte mozaïeken te zien van onder meer bomen, takken, worstelaars, een vogel op een tak, een fontein en een sater en een dwergpapegaai die samen vechten (of dansen) onder een trosje druiven. Het gaat vermoedelijk om het huis van de commandant of centurion van de legereenheid die hier gevestigd was.

Welke troepen in de kazerne verbleven is nog steeds niet duidelijk. Het gaat in geen geval om de Castra Peregrina (Castra Peregrinorum). De resten van dit complex zijn al veel eerder ontdekt. Dit soldatenkwartier situeerde zich ter hoogte van de Santo Stefano Rotondo-kerk, die op het terrein van de vroegere Castra Peregrina werd gebouwd. Archeologe Rossella Rea, de directeur van het Colosseum, suggereert dat de structuur wellicht onderdak bood aan een speciale keizerlijke militie, een soort elitekorps, zeg maar de geheime diensten van de keizer. In het huis werden ook gouden ringen, het ivoren handvat van een dolk, munten, amuletten en resten van wapens ontdekt.

De archeologen hadden snel begrepen dat de nieuw ontdekte domus integraal deel uitmaakte van het eerder gevonden militaire complex. De woning is duidelijk in dezelfde periode gebouwd, aan het begin van de tweede eeuw na Chr. Ten opzichte van de kazerne bevindt de domus zich schuin naar het noorden. Het huis werd vlakbij een klein riviertje of watervoorziening (de Aqua Crabra) gebouwd dat destijds ongeveer de route volgde waar bijna 150 jaar later de Aureliaanse Muur zou worden gebouwd. Het water werd vermoedelijk vooral gebruikt voor de irrigatie van de omliggende tuinen.

De ontdekte domus is een rechthoekig gebouw met een oppervlakte van ongeveer 300 m² en bevindt zich dus net iets verder dan het gebied dat voor de bouw van het metrostation is voorzien. De vloeren zijn vervaardigd in opus spicatum, het typische metselwerk in visgraatmotief zoals dat gebruikelijk was in die tijd. Opus spicatum werd ook bij het plaveisel van straten en voor opvullingen van verticale muren gebruikt en diende ter versiering. Voor muurwerk had opus spicatum wel een nadeel: door de druk van bovenaf neigden de stenen ertoe om uiteen te wijken, wat de constructie verzwakte.

Het huis telde veertien kamers die gegroepeerd waren rond een soort centrale binnenplaats waar ook de overblijfselen van een fontein zijn teruggevonden. Hier werden ook watertanks ontdekt. Wellicht diende de fontein niet zozeer als versiering maar had die een louter functioneel doel als watervoorziening. De opgraving bracht ook de overblijfselen aan het licht van een trap waarmee vanuit de villa de bovenliggende ruimtes en de slaapzalen van de kazerne konden bereikt worden. Eén van de kamers in de domus (de slaapkamer, een badkamer, …?) beschikte over een afzonderlijk verwarmingssysteem. Onder de vloer werden zogenaamde suspensurae gevonden, stapelvormig op elkaar gemetste vierkante stenen die een holte vormden voor de doorstroming van hete lucht die van elders werd aangevoerd.

In de domus werd ook een opslagplaats voor goederen ontdekt. Hier zijn de vloeren vervaardigd uit gewone steen. In de ruimte werden ook kuipjes, dagelijkse gebruiksvoorwerpen, resten van tafels en andere houten elementen teruggevonden. De kamer bevatte ook een afvloeiingskanaaltje.

Archeologen zijn ook lyrisch over de vondst van grote en bijzonder fraaie delen opus sectile, vervaardigd met witte leisteen en marmer. Opus sectile is een inlegwerktechniek die erg populair was in het oude Rome, waarbij stukken van verschillende materialen werden uitgesneden en ingelegd in wanden en vloeren om een afbeelding of patroon te vormen. De meest gebruikte materialen waren marmer, parelmoer en glas. Uit deze materialen werden dunne plaatjes gesneden, gepolijst, en vervolgens voort uitgesneden naargelang het gewenste ontwerp. In tegenstelling tot (sommige) andere mozaïektechnieken, waarbij de plaatsing op stukken van uniforme grootte een ontwerp vormen, zijn opus sectile-stukken veel groter en kunnen ze grote delen van het ontwerp vormen

De ontdekking toont ook een beter inzicht op de verdedigingsgordel die in die tijd rond Rome lag en op de militaire complexen die daar deel van uitmaakten. In de omgeving werden al andere soortgelijke militaire gebouwen ontdekt, waaronder de Castra Priora Equitum Singularium (Via Tasso), de Castra Nova Equitum Singularium onder de basiliek van Sint-Jan van Lateranen, de voormelde Castra Peregrina onder de kerk Santo Stefano Rotondo en een brandweerkazerne onder de basiliek Santa Maria in Domnica.

De domus ligt te diep en net iets te afgelegen om gewoon te kunnen worden opgenomen in het nieuwe stationsmuseum waar bezoekers de ruïnes van de soldatenkazerne zullen kunnen zien door een enorme glazen wand. Maar de pas ontdekte Romeinse woning wordt nu al bestempeld als zeer waardevol, waardoor meteen beslist is dat de grote woning na het archeologische onderzoek steen voor steen wordt gedemonteerd en wat verderop, in het museumgedeelte van het station, weer in elkaar zal worden gezet.

Het ontwerp van architect Paolo Desideri wordt lichtjes aangepast zodat de recente ontdekking mee kan worden opgenomen. Het archeologisch team kreeg versterking en is momenteel dag en nacht koortsachtig aan het werk, want ze krijgen slechts twee weken om alles in kaart te brengen. Anders dreigt alweer een nieuwe vertraging van de metrowerken en de bouw van het station. Daarna wordt de domus deskundig ontmanteld en binnen afzienbare tijd wat verderop weer geassembleerd.

Ook deze ontdekking zal je dus na de aanleg van het Museo Castra Hadriani grotendeels kunnen zien doorheen een groot plexiglazen raam. Aan beide ingangen worden ook een tuin (met uitzicht op de Aureliaanse muur) en een museumgedeelte aangelegd waarin de belangrijkste vondsten uit het kazernecomplex en de ontdekkingen in deze omgeving een plaats zullen krijgen. Sommige artefacten zijn naar verluidt behoorlijk spectaculair en zullen een bezoek aan dit metrostation/museum ongetwijfeld aanmoedigen. De werkzaamheden zullen tenminste twee jaar in beslag nemen, te beginnen vanaf de dag dat de financiële middelen beschikbaar zijn en het groene licht wordt gegeven.

Er is inderdaad nog één groot probleem: zowel het architecturale ontwerp van Paolo Desideri als het project zelf zijn inmiddels goedgekeurd door alle instanties, maar het geld om het volledige project te bekostigen is nog niet gevonden. De uitbreiding van het station met het archeologische luik was oorspronkelijk immers niet gepland. Om dat uit te voeren moet nog een extra budget worden gevonden. De kostprijs van het archeologische gedeelte in het nieuwe metrostation wordt geraamd op 3,5 tot 4 miljoen euro, wat de aanleg van het volledige station op een bedrag van minstens 7,1 miljoen euro brengt. Rome rekent uiteraard op (misschien) regionale en (vrijwel zeker) nationale subsidies, maar zelfs als die toegezegd worden, kan de uitkering ervan in Italië behoorlijk lang op zich laten wachten.