Archief voor 8 april 2018

De bakermat van Rome

Posted in Romenieuws on 8 april 2018 by Eric

Binnenkort krijg je interessant nieuws te lezen over de Palatijnse heuvel. Vandaag en morgen staan we hier echter even stil om het belang van deze plek even te situeren, ook met onze feestdag 21 april (de officiële verjaardagsdatum van Rome) in het vooruitzicht. Vele mensen vinden immers met een duidelijke reisgids of een goed beschrijvend boek tamelijk vlot hun weg doorheen het Forum Romanum, maar durven zonder goede begeleiding weleens enigszins te ‘verdwalen’ op de Palatijn. Bij gebrek aan een overzichtelijk plan is dit gebied inderdaad een onmogelijk zoekplaatje en beperkt het bezoek zich meestal noodgedwongen tot een aangename wandeling. Het ontcijferen van de geschiedenis van de bebouwing van de Palatijn is geen sinecure, net als talrijke andere sites elders in Rome is het een architectonisch en archeologisch palimpsest. Misschien wel het meest ingewikkelde van allemaal.

Vandaag krijg je hier vaak het gevoel rond te dwalen in een landschap van schilders zoals Jan Asselijn (1610-1652) of Claude (le) Lorrain (1602-1682) die beiden actief waren in Rome. Vooral deze laatste kunstenaar dwaalde graag rond op het Forum Romanum en de Palatijnse heuvel. Meer dan 250 jaar lang, van het einde van de zestiende eeuw, toen Paul Bril (1554-1626) en andere Vlaamse kunstenaars als eersten hun kleine afbeeldingen van de klassieke ruïnes vervaardigden, tot in de eerste helft van de vorige eeuw, heeft het speciale landschap van de Palatijn kunstenaars uit half Europa geïnspireerd.

Op 10 november 1786 bezocht de Duitse wetenschapper, toneelschrijver, romanschrijver, filosoof, dichter, natuuronderzoeker en staatsman Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) de Palatijn ‘bovenop de ruïnes van de keizerlijke paleizen die als rotswanden oprijzen’. In zijn dagboek schrijft hij dat ‘de bouwers voor de eeuwigheid hadden gewerkt en met alles hadden rekening gehouden, behalve met de dwaasheid der vernielers waaraan alles moet toegeven’.

De legendarische stichting van Rome gebeurde volgens de overlevering met de aflijning van de eerste omwalde ‘stad’, het Roma Quadrata, waarover zo meteen meer. In 1988 werden de overblijfselen van deze allereerste ommuring teruggevonden. De onwaarschijnlijk exacte stichtingsdatum van Rome wordt pas voor het eerst vermeld tijdens de tweede eeuw v. Chr. in de geschriften van Quintus Fabius Pictor en van Polybius, al kan er natuurlijk een mondelinge overlevering geweest zijn.

Op die bewuste dag begint een verhaal dat onder verschillende varianten gekend is, maar die allemaal draaien om eerzucht, oudermoord, broedermoord, verraad en blinde ambitie. Geen stad is dieper in wreedheid ondergedompeld geweest dan Rome, en dit al vanaf het prille begin. Maar in alle verhalen is de Palatijn de bakermat van Rome, want hier nabij bevond zich immers ook het hol van de wolvin die Romulus en Remus voedde. Aldus de legende.

De legendarische Romulus ‘stichtte’ de naar hem genoemde stad door een strook land te markeren die de stadsgrenzen bepaalde, het pomerium. Binnen deze lijn behoorde men tot de stadsbevolking, daar lag het ‘templum’, de heilige plek ingewijd volgens de rites der auguren. Het eerste pomerium was nauwkeurig afgebakend door de vore die Romulus met een ploeg trok op die magische 21 april in 753 v. Chr., gehoorzamend aan de voorschriften van het Etruskische ritueel, bespannen met een stier en een zuiver wit paard.

De ploegschaar had hij opgetild op de plaatsen waar eens de stadspoorten zouden staan, de latere ‘portas’ als afgeleide van ‘portare’ dat in het Latijn optillen betekent. Het ritueel vereiste dat de kleine geul, de fossa, als symbolische fortificatie naast de rand van de door de ploegschaar opgeworpen aarde zou liggen. Deze rand werd de ‘agger’ genoemd, de aarden wal. De stadsmuur werd achter deze symbolische grens gebouwd en de ruimte tussen de muur en de fossa mocht niet bebouwd of beplant worden.

De sacrosancte omtrek van de stad, de heilige kring (orbis) getrokken voor de muren en verschansingen die nog moesten komen, gaf een profetisch beeld van de toekomstige stad en werd daarom ‘pomerium’ genoemd, afgeleid van ‘pone muros’. Met het pomerium, de gewijde omtrek van de pas gestichte stad, triomfeerde het gesloten Rome over het open Rome zonder grenzen of muren dat de ongelukkige Remus voor ogen stond.

Voortaan werd de jaartelling gerekend vanaf de stichting van de stad ‘ab urbe condita’. De teleurgestelde Remus maakte de lage muur rondom de nieuwe nederzetting belachelijk door er over te springen. Romulus werd boos en in de daaropvolgende twist werd Remus gedood. Bij Ovidius (Fasti IV, 831) luiden de slotverzen uit het gebed van Romulus bij de stichting van Rome ‘Longa sit huic aetas dominaeque potentia terrae, sitque sub hac oriens occiduusque dies’ – ‘moge deze stad een lang leven kennen, macht en heerschappij over de wereld, en moge aan haar zijn onderworpen de opkomende en de ondergaande zon’.

De drie poorten die Romulus had aangeduid waren, de Porta Mugonia, verwijzend naar ‘muggare’ het loeien van de koeien, gelegen aan de noordoostelijke zijde van de Palatijn, bij de acht eeuwen later gebouwde boog van Titus niet ver van het Colosseum en de Via Sacra. Vervolgens de Porta Romana of Romanula, verwijzend naar Rome, want langs die weg bereikten de Sabijnen de latere stad. Ze was gelegen aan de noordwestelijke kant van de heuvel, zijde Via Nova en uiteindelijk de Porte della Scala di Caco gelegen aan de kant van het Circus Maximus.

Het gebied binnen het pomerium heette ‘Roma Quadrata’, het vierkante Rome, wellicht wegens de vorm van de eerste stad die oorspronkelijk het Capitool niet omvatte. Regelmatig werd het pomerium in zijn volle lengte door een groepje priesters afgestapt, een processie omwille van de vruchtbaarheid van de Romeinse kudden en vrouwen. Deze priesters vormden samen de ‘luperci’. Later werd het pomerium herhaalde malen verplaatst, naargelang de uitbreiding van de stad dat nodig maakte. Een eerste keer gebeurde dat door Lucius Sulla (138 – 78 v. Chr.). Tijdens de keizertijd had het pomerium opgehouden de grens van de Urbs te vormen.

Wel bleef de symbolische betekenis gehandhaafd en groeide de grens mee met de ontwikkeling van de stad, ze betekende bepaalde politieke vrijheden voor de burgers, verboden terrein voor de legioenen…, de praktische functie van stadsbeveiliging was sinds lang overgenomen door de muur die op bevel van de senaat tussen 378 en 352 v. Chr. werd gebouwd.

Het hiervoor beschreven Etruskische ritueel werd ook toegepast werd bij de door de Romeinen gestichte steden in de veroverde gebieden, ook in Gallië en in onze streken. Op het uitgekozen terrein bakenden de stedenbouwers een ‘templum’ of vierkante zone af die perfect beantwoordde aan de gep1ande omvang. Daarna gingen de soldaten en slaven aan de slag. Ze verwijderden alle hinderlijke obstakels zoals stenen, bomen en struiken en egaliseerden het terrein. Daarna kwam een priester met een bronzen ploeg een voor in de grond trekken en met de nodige rituelen het terrein afbakenen. Achter de ploegvoor bouwde men de stadsmuur. In Tongeren gebeurde dat omstreeks 110 na Chr. Dit ritueel gaf de limieten aan van het stedelijke gebied en verzekerde het van de bescherming der goden.

In 2007 werd onder de resten van het huis van Augustus op de Palatijn, aan de kant van de heuvel die aan het Circus Maximus grenst, met behulp van een sonde een versierde en gedeeltelijk kunstmatige grot ontdekt. Het gaat om een ronde gewelfde ruimte die zich 16 m onder de grond bevindt, ongeveer 9 m hoog is en een diameter van gemiddeld 7,5 m heeft. Het gewelf is versierd met geometrische non-figuratieve patronen met mozaïeksteentjes van gekleurd marmer en rijen witte schelpen. In het midden bevindt zich een witte adelaar, het symbool van keizer Augustus.

Archeologen zijn er vrijwel zeker van dat het om de Lupercal of of Lupercale gaat, de plek waar volgens de legende Romulus en Remus werden gezoogd door de wolvin. Later vierden de priesters van Lupercus hier het Lupercalia-feest. Op een bepaald moment is de grot waarschijnlijk als een heiligdom ingericht. De restauratie ervan door Augustus wordt vermeld in de Res Gestae divi Augusti (De Daden van de Goddelijke Augustus).

In de Griekse vertaling daarvan uit de oudheid wordt de Lupercal aangeduid als de ‘tempel van Pan’. Bronnen uit de vierde eeuw na Chr. maken melding van een eeuwenoud heiligdom nabij een grot die men toen vereenzelvigde met het Lupercal; jaarlijks werd er een groot feest gehouden ter ere van de natuurgod Faunus, de beschermer van vee en weidegrond.

Dat de grot gevonden werd onder het door Augustus gebouwde huis zou geen toeval zijn. Het lijkt logisch dat Augustus zijn ‘paleis’ net hier heeft neergezet om zo de mythische plek waar de tweeling gezoogd werd te integreren in zijn persoonlijke woning. Misschien is de beroemdste tweeling ter wereld toch minder legendarisch dan algemeen wordt gedacht.