De bewoners van de Palatijn

Morgen verneem je interessant nieuws over de Palatijn en een aantal andere archeologische sites in Rome, maar vandaag situeren we nog even de eerste bewoners van deze beroemde heuvel waar we het gisteren ook al even over hadden. De ongeveer 43 m hoge Palatijn, volgens een twaalfde-eeuwse gids ‘een zetel in het hart der wereld’, is de oudst bewoonde heuvel van Rome. Er werden resten aangetroffen van een nederzetting uit de negende eeuw v. Chr., dus van vóór de tijd dat de mythische Romulus de stad zou hebben gesticht. Met zijn twee toppen, de Palatium en de Germalus (de westelijke heuvel die vooral in de oudheid zo werd genoemd) zijn steile hellingen en de omliggende drassige valleien was het een gemakkelijk te verdedigen dominante plaats.

De heuvel was in de oudheid onderverdeeld in het eigenlijke Palatium in het zuiden, de Germalus in het westen en de Velia, de verbindingsrug met de Esquilijn. Over de bebouwing uit de Koningstijd en de Republiek is weinig bekend. Op de westelijke zijde van de heuvel werden tempels gebouwd voor Victoria (ingewijd in 294 v. Chr.) en voor Cybele (ingewijd in 204 v. Chr.). Aan het begin van de derde eeuw v. Chr. werd een tempel voor Jupiter Stator gebouwd bij de toegangsweg naar de Palatijn.

Palatium wordt ook wel in verband gebracht met Pallantion, een stad in Arcadië, het centrum van de Peloponnesus. Een zekere Euander was volgens de overlevering een Arcadische vorst die reeds vóór de Trojaanse oorlog naar Italië trok om zich te vesti gen op de plaats van het latere Rome. Daarna ondersteunde hij, volgens de traditie, de uit het brandende Troje gevluchte Aeneas in zijn strijd om Latium. Volgens nog anderen werd de naam afgeleid van Pallante, die ofwel de zoon van Euander was of van Hercules en Lavinia die de dochter was van Euander.

Nog een andere uitleg is dat de heuvel misschien wel werd genoemd naar de herdersgodin Pales. De Parilia was een traditioneel herdersfeest in Rome waarbij verschillende februa of rituele reinigingsmiddelen werden uitgedeeld door de Vestaalse maagden, waaronder bonenstro (van de kuddes), paardenbloed (maar niet dit van het equus October of Oktoberpaard) en de as van de ongeboren kalven van de Fordicidia dat samen met het bonenstro werd verbrand.

De Fordicidia was een festival ter ere van Tellus op 15 april. Hierbij werden Fordae (drachtige koeien) geslacht en de ongeboren kalveren verbrand door de Virgo Vestalis Maxima. Met al deze stoffen konden de Romeinen hun stallen en dieren ritueel reinigen, wat de vruchtbaarheid van de kuddes moest bevorderen. Uit dit herdersfeest, de Parilia, groeide het ‘godenpaar’ Pales II (ook wel Pales Duo of simpelweg Pales), die later het feest zouden patroneren. Het feest werd gevierd op 21 april, de dag waarop Rome gesticht werd en dat kan geen toeval zijn.

Vele verhalen uit de Romeinse Oudheid werden lange tijd beschouwd als mythes, maar archeologisch onderzoek heeft de echtheid van enkele ervan kunnen bevestigen. Zo werden op de Palatijnse heuvel resten gevonden van een dorp met kleine ronde hutten, een vondst die terug te voeren is tot het legendarische tijdperk van de stichting van Rome in 753 v. Chr.

Alhoewel de stad Rome zich geleidelijk aan de voet van de Palatijn ontwikkelde, behield de heuvel zeer lang zijn religieuze en historische betekenis. Daarom besloten vele prominente Romeinen er zich in de loop der eeuwen te vestigen. Aan het einde van de Republiek evolueerde de Palatijn zelfs tot een woonwijk voor de rijke Romeinse burgers. Onder hen Lutatius Catalus, Marcus Livius, Drusus, Milo, Cicero en zijn broer Quintus, Marcus Antonius, Gracchus, Crassus, Messalla Corvinus, Agrippa, … (het zijn slechts enkele namen) hadden op de Palatijn een verblijf. Julius Caesar heeft er nooit gewoond, hij groeide op in de volkse Subura en vestigde zich liever niet op de Palatijn.

De Palatijn ontwikkelde zich geleidelijk van woonwijk van de aristocraten (tijdens de Republiek) tot paleisheuvel (in de periode van het keizerrijk). De Palatijn begon pas echt te veranderen toen Octavianus, de latere keizer Augustus, die aan de voet van de heuvel geboren werd, er zich een huis liet optrekken dat hij na de brand van 3 na Chr. herbouwde. Hij bouwde er ook de Tempel van Apollo, die in 28 v. Chr. werd ingewijd. Sindsdien is de Palatijn de paleisheuvel. Aan de naam Palatium is het woord paleis ontleend.

Voortaan werden op de Palatijn vooral luxueuze villa’s gebouwd, waarbij de restanten van de bestaande woonhuizen uit de Republikeinse tijd als fundament gebruikt werden. Zo weten we dat het huis van Augustus vrij bescheiden was. Het telde twee verdiepingen en werd in 1961 ontdekt onder het paleis van Domitianus. Na restauraties werden in 2008 vier met fresco’s versierde vertrekken, waaronder Augustus’ studeerkamer, opengesteld voor het publiek.

Keizer Tiberius (14-37), de opvolger van Augustus, bouwde het eerste echte Romeinse keizerlijk paleis, het Domus Tiberiana, dat zich situeerde zich op het noordwestelijke deel van de heuvel, aan de zijde van het Forum Romanum waar zich nu de Orti Farnesiani of Farnese-tuinen bevinden. Van dit paleis zie je vandaag nog steeds de indrukwekkende onderbouw vanaf het Forum Romanum. Zodoende werd de Palatijn, ooit de bakermat van Rome, na honderden jaren van behaaglijke rust, als chique woonwijk opnieuw het belangrijkste centrum van het Romeinse leven en zelfs van de toenmalige wereld.

Caligula (37-41) breidde het paleis van Tiberius uit met de bouw van het Domus Transitoria. Ook bouwde hij een brug om de Palatijn te verbinden met het Forum Romanum en het Capitool zodat hij gemakkelijk ‘zijn vriend’ Jupiter kon bezoeken in diens gouden tempel. Van een uit twee verdiepingen bestaande uitbreiding uit de tijd van Nero liggen resten aan de noordwestkant van de Palatijn onder de Orti Farnesiani.

De eveneens door hem aangelegde Domus Transitoria (‘doorgangshuis’), dat een verbinding vormde tussen de Palatijn en keizerlijke parken op de Esquilijn, werd bij de beruchte grote brand van Rome in 64 verwoest. Nero zag het toen niet meer zitten op de Palatijn en liet voor zichzelf de Domus Aurea (het Gouden Huis) bouwen in het verwoeste deel van de stad.

Domitianus (81-96), de zoon van Vespasianus en een broer van Titus, zorgde voor een radicale transformatie van de Palatijn. Hij gaf de heuvel een nieuwe vorm door de inzinking tussen Germalus en Palatium op te vullen. Op het ontstane plateau bouwde hij het Domus Flavia, het Domus Augustana en een stadium. De Aqua Claudia, een aquaduct, werd verlengd tot de Palatijn om water te verschaffen voor het keizerlijk paleis en zijn tuinen.

De Aqua Claudia liep over de Porta Maggiore in de stadsmuur, waar de resten van de waterleiding ook vandaag nog goed zichtbaar zijn. Iets verder de stad in kruiste de Aqua Claudia de Aqua Marcia en de Aqua Tepula. De Aqua Claudia was ongeveer 69 km en liep grotendeels ondergronds. Alleen het laatste gedeelte over een afstand van ongeveer 15 km was op pijlers gebouwd. Vlak bij Rome kwamen de Aqua Claudia en de Anio Novus samen en maakten ze gebruik van dezelfde pijlers. De Aqua Claudia liep onder, de Anio Novus boven. Gemiddeld liep er ongeveer 191.190 m³ water per dag door het Aqua Claudia-aquaduct. Na het bouwen van de Arcus Neroniani, een nieuwe aftakking van de Aqua Claudia door keizer Nero, kon het aquaduct alle 14 districten van Rome van water voorzien. Ook Nero maakte dankbaar gebruik van de Aqua Claudia omdat de Domus Aurea, zijn paleis, er dicht in de buurt lag.

Plutarchus vond dat ‘Domitianus leed aan een bouwziekte, net als Midas wilde hij alles in goud of steen veranderen’. Minstens dertig belangrijke bouwwerken werden tijdens zijn bewind in Rome uitgevoerd waaronder een circus waarvan de huidige Piazza Navona nog steeds de vorm aangeeft.

Na een brand in 191 na Chr. die grote schade aanrichtte, liet Septimius Severus (193-211) het oude paleis van Domitianus uitbreiden aan de zuidkant (achter het stadium van Domitianus, in de richting van de huidige Thermen van Caracalla) en een monumentale gevel optrekken, het Septizonium. Later breidde hij het complex nog uit met thermen waarvoor een nog bestaande onderbouw van bogen werd opgericht.

Het laatste belangrijke bouwwerk op de Palatijn, de tempel van Elagabalus of Heliogabalus, werd gebouwd tussen 218 en 222. Dit is de zonnetempel van Elagabal waarvan we enkel nog de vage omtrek terugvinden in de Vigna Barberini. De Palatijn raakte tijdens de derde eeuw geleidelijk in verval toen keizer Diocletianus (284-305) en zijn opvolgers Galerianus, Maximianus en Constantius Rome als keizerlijke residentie inruilden voor Nicodemia, Sirmium, Milaan, Trier, Ravenna, … Na de regering van Maxentius (306-312) was de activiteit op de Palatijn zeer beperkt. In 330 maakte Constantijn het oude Byzantium, Constantinopel, tot hoofdstad van het Romeinse Rijk. De Palatijn werd verlaten, alhoewel…

Eeuwenlang werd vanaf de Palatijn over het wel en wee van de westelijke wereld beschikt; hier werden beslissingen genomen die invloed hadden in het hele Romeinse rijk. De traditie dat hier de zetel van de macht lag was zo hardnekkig dat zelfs na de stichting van Constantinopel, in een tijd waarin de keizers zelden nog een voet in Rome zetten, zij officieel nog altijd verblijf hielden op de Palatijn. De heuvel bleef dan ook in keizerlijk bezit en in delen van het paleis die nog in gebruik waren huisde een (weliswaar veel kleiner geworden) civiel bestuur.

Odoakar (435-493), de Germaanse legeraanvoerder die Romulus Augustulus, de laatste keizer van het westelijk Romeinse rijk op 4 september 476 afzette en zichzelf tot koning van Italië uitriep, en Theodorik die in 493 Odoaker doodde, verbleven beiden op de Palatijn. Daarna, dus vanaf Justinianus (527-565) die een deel van het westen heroverde, logeerden hier de vertegenwoordigers van de Byzantijnse keizers. In 686 werden nog herstellingswerken uitgevoerd aan gebouwen op de Palatijn.

Paus Johannes VII (705-707) woonde in de resten van het keizerlijke paleis omdat zijn vader er curator van de gebouwen was. In de tijd van Karel de Grote (747-814) waren de keizerlijke gebouwen nog behoorlijk intact. Maar in de negende eeuw echter liepen de paleizen forse schade op door aardbevingen. Daarna werden de antieke resten en brokstukken gebruikt om er kerken en kloosters in en op te bouwen. In de middeleeuwen gebruikte de adellijke familie Frangipane de strategisch gelegen heuvel als onderdeel van een vesting. Enkele pausen hebben er vanuit het Lateraanse paleis soms hun toevlucht gezocht.

De keizerlijke paleizen op de Palatijn hebben stand gehouden tot 1002, het jaar waarin de Duitse keizer Otto III overleed. Die had er als laatste zijn intrek genomen. In 1241 speelden de bouwvallen voor het laatst een rol in de geschiedenis: toen werden de kardinalen tijdens het conclaaf gedurende twee maanden verplicht in het Septizonium opgesloten tot ze uiteindelijk Celestinus IV kozen. Het was de eerste paus die in een conclaaf werd gekozen. De moeite van de kardinalen was echter tevergeefs: de nieuwe paus stierf reeds 16 dagen later.

Gedurende de daaropvolgende 300 jaar was de Palatijn niet veel meer dan een wijngaard en een moestuin, bewerkt door monniken die tussen de ruïnes hun intrek hadden genomen. Tijdens de zestiende eeuw legden rijke Romeinse families zoals de Farnese op de heuvel tuinen lusthoven aan. In de hoop archeologische schatten en kostbaarheden te ontdekken liet Napoleon vanaf 1860 tevergeefs op verschillende plaatsen opgravingen uitvoeren. Nog later werd de Palatijn eigendom van het nieuwe koninkrijk Italië.

Vandaag staat enkel vast dat de Palatijnse heuvel nog heel wat archeologische geheimen en verrassingen bevat. Een aanzienlijk deel moet nog worden opgegraven of in kaart gebracht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.