Van het Colosseum naar de Piazza Santi Giovanni e Paolo

Velen hebben al vaak een bezoek gebracht aan Rome maar misschien nog nooit de Caeliusheuvel beklommen (Caelius/Coelius Mons, Celio/Monte Celio). In de oudheid werd de heuvel beheerst door het tempelcomplex van keizer Claudius (41-54), de arcaden van keizer Nero’s (54-68) aquaduct, een verlenging van de Aqua Claudia, en was daar de drukbezochte voedselmarkt (macellum) van Nero. Aan de voet van deze heuvel, in het Circus Maximus, ontstond de “brand van Nero”. Op de heuvel bevonden zich in de keizertijd aristocratische residenties, o.a. de villa van Domitia Lucilla Minor, de moeder van keizer Marcus Aurelius. Hij werd er geboren in 121 en daar grootgebracht. Hier stond aanvankelijk zijn ruiterstandbeeld.

In het huidige Rome is deze heuvel gemakkelijk te situeren binnen de volgende straten (soms volgens het tracé of de oriëntatie van de antieke straten): Via di San Gregorio-Via Celio Vibenna (Via Triumphalis) – Via dei Santi Quattro (Via Tusculana) – Piazza San Giovanni in Laterano – Via dell’ Amba Aradam-Via Druso – Viale delle Terme di Caracalla (Via Appia).

Aan de noordzijde bevonden zich in de late republiek woonblokken (insulae), een wijk voor de werkende bevolking. Maar reeds Caesars praefectus fabrum bouwde zich een luxueus huis hoger op deze heuvel. Na de brand van 27 na Chr. verschijnen er meerdere (luxueuze) residentiële woningen. De hoofdstraten die de Monte Celio letterlijk doorkruisen volgen ook grotendeels het tracé van de oudheid. Van noord naar zuid: Via Claudia (parallel met de oude Vicus Capitis Africae) en Via della Navicella (naar de Porta Metronia); van oost naar west: Clivo di Scauro-Via San Paolo della Croce (Clivus Scauri) en Via di San Stefano Rotondo (Via Celimontana). Naar het zuiden liep ook een weg naar de Porta Capena. Zoals toen is ook nu nog aan de Porta Celimontana het kruispunt der wegen.

We laten het Colosseum achter ons en stappen de Via Claudia op. Aan onze rechterzijde lopen we langs het platform (180 x 200 m) waarop de tempel van keizer Claudius (41-58) stond. Agrippina de Jongere (Minor), nicht en vierde vrouw van haar oom Claudius, moeder van Nero (uit haar vorig huwelijk), begon aan de bouw van dit complex voor de vergoddelijkte Claudius, van wie zij in 54 misschien door eigen hand weduwe was geworden. Nero integreerde deze wand in een monumentaal nimfeum (fonteinencomplex) van het domein met zijn gouden huis (Domus Aurea). Het eigenlijke huis lag achter het Colosseum. Hij was eraan begonnen na de brand van Rome (in 64) en bij zijn dood in 68 n.C. was het nog niet voltooid.

Een eindje weg links van deze straat had Nero het Macellum Magnum gebouwd (voltooid in 59), een voedselmarkt, een vierkante constructie (90 x 90 m) met winkels onder zuilengalerijen. De ligging is onzeker en men aarzelt deze exact op een plan aan te duiden. De Via Claudia loopt uit op een plein. Rechtdoor voorbij het kruispunt bevindt zich de kerk S. Maria in Domnica (negende eeuw). Ten zuiden lag de kazerne van de vijfde cohorte van de Vigiles (brandbestrijding en nachtelijk toezicht), een civiele dienst in het leven geroepen en georganiseerd door Augustus.

Aan de overkant van het plein links loopt de Via di San Stefano Rotondo, genoemd naar een kerk (4) uit de vijfde eeuw. Aan de zuidkant ervan zijn restanten gevonden van de Castra Peregrina, kazerne van troepenmachten uit de provincies, met een Mithraeum onder de kerk (ca. 180 na Chr.). Zij hadden specifieke taken: bewaking, koerierdienst, toezicht bij graanbevoorrading.

Als je de Via di S. Stefano Rotondo ten einde zou lopen, kom je aan het oostelijke uiteinde van de Caelius. Daar onteigende Nero in 65 het prachtige domein (praedia) van de familie Laterani (waren zij betrokken bij de samenzwering tegen hem?). Hun naam kon hij niet uit de geschiedenis bannen: twee en een halve eeuw later zal keizer Constantijn (306-337) daar de basilica Sint-Jan van Lateranen oprichten.

Rechts lopen we naar een monumentale plek. Men situeert hier de Porta Caelimontana in de muur van Servius Tullius (vierde eeuw v. Chr.). Dolabella en Silanus, consuls in 10 na Chr., kregen toestemming van de senaat de oude stadspoort te restaureren. Het werd een boog in travertijn. Silanus was een priester van de god Mars, Dollabella een verdienstelijk provinciegouverneur en bekwaam militair tijdens en in de nadagen van keizer Augustus. Hij kreeg geen triomftocht maar deze boog houdt zijn naam toch in ere.

Aan de rechterkant onderaan is nog een stukje van de vroegere Serviaanse wal te bespeuren. Daarboven verheft zich een restant van de Arcus Neroniani, een verlenging van het aquaduct van Claudius (Aqua Claudia). Keizer Caligula (37-41) was aan de waterleiding begonnen in 38 en keizer Claudius (41-54) had haar voltooid in 52. Dit aquaduct had al 68 km afgelegd (meestal ondergronds) eer het in Rome aankwam bij de Porta Praenestina (de huidige Porta Maggiore). Nero bouwde dan deze aquaduct bovengronds verder over de Caeliusheuvel. Het aquaduct kruiste de muur van Servius Tullius aan de Porta Celimontana, om naar zijn gouden huis te lopen. Keizer Domitianus (81-96) zal later een aftakking realiseren naar zijn paleis op de Palatijn.

Door de poort van Dolabella stappen we eigenlijk al de Clivus Scauri in (Clivo di Scauro). Maar een heilige wist het eerste deel van deze straat met zijn naam te overplakken: Via S. Paolo della Croce. Deze daalt af tot de Via San Gregorio (Via Triumphalis). Deze hellende straat kan al zijn aangelegd in de tijd van de republiek (door M. Aemilius Scaurus, censor in 109 v.C.?); alleszins is zij gerealiseerd in de keizertijd.

We lopen dus ten zuiden van het tempelcomplex van Claudius en bereiken weldra de Piazza SS. Giovanni e Paolo. Rechts in de hoek van het plein staat een klokkentoren (campanile) uit de twaalfde eeuw op een basis van resten van een hoek van het tempelplatform van keizer Claudius. Wanneer je de poort ernaast van het klooster weet binnen te gaan ontdek je nog meer impressionante overblijfselen van dit Claudianum, meer bepaald van de eerste verdieping; het gelijkvloers lag ooit zes meter lager.

De kerk op het plein is ooit gebouwd op een plek waar een woningencomplex stond bestaande uit een of twee herenhuizen en een woonblok (insula), beter bekend als Case Romane. Zij werden daar opgericht vanaf de tweede eeuw. Zij zijn prestigieus gelegen: vlakbij het Claudianum en niet ver van het Colosseum. Het gelijkvloers van deze woonruimten en de voorgevel van het woonblok zijn nog te zien. Naast de kerk links overspannen zeven bogen de straat. Vóó de laatste boog is de toegang tot de Case Romane.

Dit is een bijdrage van clublid Toon Verhelst. Dit is deel I van een vijfdelige bijdrage over de Case Romane en de basilica Santi Giovanni e Paolo.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.