De Santa Maria in Aracoeli (I)

De komende dagen staan we even stil bij de indrukwekkende Santa Maria in Aracoeli, een basiliek die ingeklemd zit tussen de Piazza del Campidoglio en het Vittoriano aan de Piazza Venezia. Het imposante kerkgebouw is gebouwd op de resten van de prille Romeinse oudheid en heeft een fantastische geschiedenis. Wie hier even een kijkje neemt, duikt meteen van de middeleeuwen naar de oudheid.

De oorspronkelijke kerk werd in de zesde eeuw gebouwd door een Grieks-Byzantijnse kloostergemeenschap. In de negende eeuw werd de kerk overgedragen aan de Benedictijnen, in 1250 werd ze door de paus aan de Franciscanen toegewezen, waarna ze nogmaals werd herbouwd. Tot ver in de dertiende eeuw heetten zowel de kerk als het aanpalende klooster ‘Santa Maria in Capitolio’. De huidige naam wordt voor het eerst vermeld in 1323. Daarbij wordt verwezen naar het volgende verhaal.

Om dat te vertellen moeten we eerst even de locatie situeren. De Capitolijnse heuvel had twee toppen, waarvan eigenlijk alleen de zuidelijke (49 m) Capitolium werd genoemd. De noordelijke top (46 m) was gekend als Arx. Op de zuidelijke top stond sinds de zesde eeuw v. Chr. de Tempel van Jupiter Optimus Maximus, Juno en Minerva, de belangrijkste tempel van Rome.

Op de noordelijke top, de Arx, stond op de plek waar tegenwoordig de kerk Santa Maria in Aracoeli staat, de Tempel van Juno Moneta, die in 344 v.Chr. door Camillus was ingewijd. Daar komen we binnenkort nog uitgebreider op terug. Het was op deze plek, op de top van de Arx, dat de Maagd Maria met het Kind zou verschenen zijn aan Augustus (31 v. Chr. – 14 na Chr.). Dat gebeurde nadat de keizer de Tiburtijnse sibille de vraag had gesteld of er ooit een groter man op aarde zou leven dan hij.

Toen de senatoren van Rome de schoonheid en de macht van de eerste keizer mochten ervaren, zeiden ze volgens het verhaal tegen hem ‘We willen u aanbidden omdat er een godheid in u is’. Augustus was volledig over zijn toeren, vroeg bedenktijd en raadpleegde de sibille. Deze vastte drie dagen en profeteerde dan met de volgende woorden ‘Er verschijnen duidelijke tekenen dat gerechtigheid zal heersen, spoedig druipt de aarde van het zweet en van de hemel komt de koning der eeuwen’. Terwijl Augustus aandachtig de woorden van de sibille overwoog, opende zich de hemel en in een verblindend licht zag hij de Maagd Maria met het Kind op haar arm neerdalen op een altaar.

Een stem riep: ‘Dit is de Maagd die in haar schoot de Verlosser van de wereld zal ontvangen en dit is het altaar van de eerstgeboren zoon van God, ecce ara primogeniti Deo’. Augustus was daar behoorlijk van onder de indruk en richtte op de plaats waar hij het visioen gezien had een altaar op, de Ara Filii Dei of Ara Coeli. Dit altaar is nog steeds te zien onder de achthoekige kapel waar de urn met de as van de moeder van keizer Constantijn bewaard wordt.

Keizer Augustus en Maria zijn vanwege de legende op de boog boven het hoge altaar te bewonderen. We mogen niet vergeten dat dit verhaal zich situeert in de prille keizertijd, heel lang vóór de derde eeuw waar keizer Constantijn I stilaan het christendom begint te omarmen.

Dit verhaal vond wellicht zijn oorsprong in de vroeg-middeleeuwse opvatting dat het keizerrijk, dat heel geleidelijk was opgekomen met de geboorte van Christus, door God gewild was om de verbreiding van het christendom te bevorderen en dat het Romeinse rijk later ten onder was gegaan omdat het de afgoderij had gesteund. Dat was onder andere de opvatting van de kerkvader Augustinus (354-430) in zijn ‘De Civitates Dei’. Het was bovendien een begrijpelijke christelijke reactie op de heidense opvatting dat de invallen van de barbaren het gevolg waren van de afschaffing van de eredienst voor de oude Romeinse goden en het verdwijnen van het palladium dat de stad eeuwenlang had beschermd.

Op de plek waar vandaag de basiliek staat, werd in de vroege middeleeuwen bovenop het puin van de Juno Monetatempel, een aan Maria gewijde bidkapel of oratorium met een klooster gebouwd voor en door Byzantijnse monniken. Zoals blijkt uit een oorkonde uit 883 werd het klooster sinds die tijd bewoond door benedictijnen. Zij bouwden op de plaats van het oratorium omstreeks 900 een eerste basiliek.

In 1130 schonk de ‘joodse’ tegenpaus Anacletus II (1130-1138) hen de hele Capitolinus ‘met alle huizen, crypten, cellen, binnenhoven, tuinen en bomen, samen met zijn muren en zuilen’. Vanaf 1250 werden het klooster en de kerk in gebruik genomen door de pas opgerichte franciscanenorde die het complex vanaf 1260 in romaanse stijl herbouwde.

Deze werkzaamheden werden gefinancierd met een georganiseerde inzamelingsronde langs de rijkste inwoners van de stad. Deze geldschieters kregen van paus Innocentius IV (1243-1254) als beloning een volle aflaat. Ze waren hun geld dan wel kwijt, maar konden tenminste voortleven in de zekerheid dat al hun zonden waren kwijtgescholden.

De Florentijnse architect Arnolfo di Lupo, ook bekend als Arnolfo di Cambio (1232-1302) de ontwerper van de Santa Maria del Fiore in Firenze, was één van de latere bouwmeesters. De oriëntering van de nieuwe kerk vormde een rechte hoek met de vorige, en ze was merkelijk groter want het nieuwe transept stemde ongeveer overeen met de hele vroegere benedictijnenkerk. Dit dertiende-eeuwse gebouw, waarvan de gevel oorspronkelijk met mozaïeken zou worden bekleed, maar die nooit voltooid werd, is de Santa Maria in Aracoeli die we vandaag kennen en de komende dagen zullen bezoeken.

De Santa Maria in Aracoeli werd niet enkel voor de eredienst gebruikt, maar groeide al gauw uit tot een soort forum en politiek centrum van Rome. Er werden ook bijeenkomsten gehouden van volksafgevaardigden die men de naam parlamenti gaf naar het Italiaanse ‘parlare’, een begrip dat later in Engeland werd overgenomen en als parlementarisme door de wereld trok. Hier galmden de stemmen van de demagogen en de kopstukken van de Romeinse adellijke families, zoals de Colonna, de Savelli, de Frangipani of de Orsini.

Cola di Rienzo sprak hier tot de raad na de evenementen van 1347, Charles d’Anjou hield er zijn parlement en Marcantonio Colonna vierde in deze kerk zijn overwinning in Lepanto. Tijdens de Franse bezetting in 1797 werd de kerk haar heilige karakter ontnomen, maar na de val en verwijdering van Napoleon kreeg ze weer een religieuze functie.

In 1412 werd de eerste ‘openbare klok’ van de stad Rome op de voorgevel van deze kerk gehangen. De sporen hiervan zijn nog te zien. Vermelden we nog dat de franciscanenmonniken destijds alom gewaardeerd werden als tandartsen. Tot ver in de negentiende eeuw werden in het klooster van de Santa Maria in Aracoeli elke ochtend gratis tanden getrokken.

Santa Maria in Aracoeli
Scala dell’Arce Capitolina 12, Rome
(tussen het Vittoriano en de Capitolijnse Musea, Piazza del Campidoglio)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.