De inspiratieplek van Edward Gibbon

We bevinden ons nu al meer dan een week vrijwel dagelijks in de Santa Maria in Aracoeli. Ga vandaag even zitten voor het fraaie hoogaltaar en bedenk dat op deze plaats de bekende historicus en schrijver Edward Gibbon (1737-1794) op 5 oktober 1764 aan het luisteren was naar een aantal zingende monniken.

Wat ze precies zongen is niet bekend. Maar op die dag, op deze plek, kreeg Edward Gibbon het idee om zijn ‘Decline and Fall of the Roman Empire’ te schrijven, een absoluut meesterwerk in de Romeinse geschiedschrijving, dat tot vandaag nog regelmatig wordt herdrukt en ook (nog steeds) in het Nederlands verkrijgbaar is.

‘Verval en ondergang van het Romeinse Rijk’ verscheen oorspronkelijk in 1788 en wordt nog altijd beschouwd als een standaardwerk over de geschiedenis van het Romeinse keizerrijk.

Edward Gibbon zat dus in de Santa Maria in Aracoeli (al dan niet mediterend of in gedachten verzonken) en noteerde later zijn ervaring op die dag in deze basiliek als volgt voor het nageslacht: ‘sat musing amidst the ruins of the Capitol, while friars were singing the vespers, that the idea of writing the decline and fall of the City first started to my mind’.

De eerste zin van het originele zesdelige boek luidt: ‘In de tweede eeuw van de christelijke tijdrekening omvatte het Romeinse Rijk het mooiste deel van de aarde en het meest geciviliseerde deel van de mensheid. De grenzen van deze omvangrijke monarchie werden bewaakt door oude roem en gedisciplineerde kracht’. In dit beklijvende zesdelige boek schrijft Gibbon dat volgens hem de negen decennia tussen 98 en 190 de gelukkigste van de mensheid zijn geweest.

In het linkertransept, tegen de buitenmuur, naast de deur in de hoek die naar de sacristie leidt, bevindt zich de graftombe van de generaal der franciscanen, kardinaal Matteo d’Acquasparta (1240-1302). Dante vermeldt hem in zijn Paradiso, zang 12-124, zeggende dat hij de strenge regel schond.

Hij behoorde tot de strekking van de ‘conventuali’ die het ‘gemeenschappelijk’ bezit voor de volgelingen van Franciscus aanvaardbaar achtten. Het conflict was ontstaan toen men na de dood van Franciscus, in Assisi een grafkerk met een klooster wilde bouwen. De meeste broeders vonden dat dit tegen de regel was die stelde dat men geen enkel bezit mocht hebben.

Deze tombe is een karakteristiek Italiaans-gotisch grafmonument waarbij de compositie in de hoogte is uitgewerkt. Let op de engelen die het gordijn sluiten voor het doodsbed, het doet denken aan het monument voor kardinaal Consalvo Garcia Rodriguez rechts van de apsis in de Santa Maria Maggiore.

De versiering is inderdaad het werk van Giovanni di Cosma die we kennen uit de Santa Maria Maggiore en de Santa Maria sopra Minerva. Hij was één der laatste telgen uit de beroemde Cosmafamilie, de marmorari romani, en zou kort na 1300 overleden zijn.

De zwanenzang van de cosmatenkunst (al verdween het grootste deel van de steentjes) is hier wel zeer duidelijk. Zodra de pausen zich in 1309 in Avignon zullen vestigen, zal deze kunstvorm volledig uit Rome verdwijnen.

De muurschildering vertoont overeenkomsten met de stijl van Pietro Cavallini (1259-1330), volgens sommige bronnen zou dit zelfs zijn laatste werk zijn. Dat is niet met zekerheid vast te stellen. We zien de Madonna met Kind en de heiligen Petrus en Franciscus die de prelaat aanbevelen, dit alles onder een gotisch baldakijn.

Tegen de linkermuur van het linker transept staat het enorme zestiende-eeuwse beeld van de kunst- en genotminnende paus Leo X – Giovanni de’ Medici (1513-1521), hij werd begraven in het koor van de Santa Maria sopra Minerva. Als zoon van Lorenzo il Magnifico werd hij kardinaal-diaken na zijn dertiende verjaardag en paus op zijn 37ste.

Na zijn verkiezing moest hij eerst priester gewijd worden, wat minder schokkend is dan men denkt. In principe kon immers elke gedoopte man tot paus gekozen worden, al was het sinds 1389 gebruikelijk dat alleen kardinalen voor het ambt in aanmerking kwamen. Omdat kardinaal een eretitel was, zoals een adellijke titel, moest men niet noodzakelijk (eerst) priester zijn, een voorwaarde die pas in 1917 ingevoerd werd.

Er bestaat een beroemd schilderij van deze paus, in 1518 geschilderd door Rafaël. Het bevindt zich in de Galleria degli Uffizi in Firenze. Het was deze paus die verklaarde: ‘Als God heeft gewild dat we paus werden, waarom zouden we dan ook niet genieten van het pausdom?’. Maar bij zijn dood liet Leo X, die de schat van Julius II geërfd had, na een pontificaat van acht jaar, het pausdom achter op de rand van het bankroet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.