Archive for 1 mei 2018

De vergeten meesterbouwer van de Santa Maria in Aracoeli

1 mei 2018

Als je de Santa Maria in Aracoeli binnenwandelt merk je meteen dat het middenschip zeer breed is. Het tweede wat meteen opvalt is dat de 22 antieke zuilen er allemaal verschillend uitzien. Ze zijn afkomstig van oude gebouwen van het Forum Romanum en de Palatijn, maar zeker ook van de tempel van Juno Moneta. We kijken eerst naar de zuilen links. Op de schacht van de derde losse zuil lees je tamelijk hoog, aan de kant van het middenschip, ingebeiteld onder het kapiteel de woorden ‘A cubicolo Augustorium’.

In vrijwel alle reisgidsen wordt dit vertaald als ‘uit de slaapkamer van de keizer of van Augustus’. Dit klopt niet. Nog niet zo heel lang geleden ontdekte de bekende Romeinse archeoloog Cesare d’Onofrio (1921-2003) dat de ingekerfde tekst niet in verband te brengen is met Augustus of enige andere keizer. Augustorium betekende ‘van de auguren’, de zuil is in werkelijkheid afkomstig van het Auguraculum dat hier op de Arx stond en waar de auguren samenkwamen.

Volgens Suetonius (75-150 na Chr.) was het woord ‘augustus’ etymologisch verwant met de studie van de vogelvluchten. Een extra argument wordt aangedragen door de opening die op ooghoogte dwars door de pijler loopt. De hoogte van dit gat is 1,61 m aan de ene kant en 1,83 m aan de andere kant, een hoogteverschil van 22 cm. Dit kijkgat diende vermoedelijk voor het ‘ritueel vogelkijken’ door de auguren. Cicero en Plinius, maar misschien ook keizer Augustus zelf, hebben wellicht nog door dit gaatje gekeken. Zeker is dit uiteraard niet, maar het is wel een mooi verhaal.

De vierde linker losse zuil, dus geteld vanaf de gevel, draagt een vijftiende-eeuws fresco uit Siena met de ‘Madonna della Colonna’ die later, en nu nog, de ‘Madonna rifugio dei peccatori’ of toevlucht der zondaars werd genoemd. De vijfde zuil links is versierd met een fresco dat Sint-Lucas voorstelt.

Hier net vóór ligt de sterk afgesleten grafsteen van de ‘magister murator’, de meesterbouwer van de ‘nieuwe’ dertiende-eeuwse Santa Maria in Aracoeli. Zijn naam was Aldus (of Aldo zoals we hem vandaag zouden noemen). Het mag een wonder heten dat het graf van de vrijwel vergeten bouwer van deze fantastische kerk na zoveel eeuwen nog steeds bestaat.

We lezen: ‘opus istius ecclesie cuius hic’. Vrijwel niemand heeft oog voor dit graf en over meesterbouwer Aldus is nauwelijks iets bekend. Het is vermoedelijk het lot van vele bouwers. Ook vandaag blijven architecten van belangrijke complexen vaak in de herinnering, maar worden de aannemers die de gebouwen hebben opgetrokken doorgaans snel vergeten. Dat is ook hier gebeurd, al heeft men wel het fatsoen gehad om de meesterbouwer een graf te bezorgen in zijn eigen realisatie.

Het houten cassettenplafond van de middenbeuk werd als ex voto geschonken door Marcantonio Colonna (1535-1584) als dank voor de overwinning bij Lepanto op 7 oktober 1571 en voor de financiële bijdrage die paus Pius V (1566-1572) leverde. In 1553-1554 werd hij benoemd tot commandant van de Spaanse cavalerie in de oorlog tegen Siena, onder leiding van de hertog van Alva. In 1577 werd hij benoemd tot onderkoning van Sicilië. Hij behield deze positie tot zijn dood in 1584.

Marcantonio Colonna had als admiraal van het pauselijk vlootcontingent een groot aandeel had in de Slag bij Lepanto. Lepanto is de Italiaanse naam voor het Griekse eiland Naupaktos aan de ingang van de Golf van Korinthe. Deze zeeslag tussen de christelijke Heilige Liga en het islamitische Ottomaanse Rijk ging over de beheersing van het oostelijke Middellandse Zeegebied. Het was één van de grootste zeeslagen uit de wereldgeschiedenis en ook de laatste grote zeeslag waar gebruik werd gemaakt van galeischepen.

Toen de Turken door de Liga werden verslagen, betekende dit het einde van de Turkse strijd om de Middellandse zee, daarom is het plafond versierd met symbolen van zeeslagen in houtsnijwerk. De vloer is een van de best bewaard gebleven voorbeelden van cosmatenwerk zoals het in Rome veelvuldig geplaatst werd van de twaalfde tot de veertiende eeuw.

Deze grondmozaïeken werden genoemd naar een gilde van marmerwerkers die afstamden van de familie Cosma, waaraan ook de Vassalletto’s gelieerd waren. Met behulp van fragmenten afkomstig van stukgeslagen veelkleurige marmeren versieringspanelen uit antieke tempels werden vloeren, cathedra’s, preekstoelen en paaskandelaars versierd.