Hoe de zwerftocht van de overleden Helena eindigde

We zouden er nog dagenlang over kunnen vertellen, maar dit is de laatste bijdrage in onze reeks over de Santa Maria in Aracoeli. Het ronde tempeltje van de Heilige Helena in deze kerk werd oorspronkelijk opgericht in 1602, maar werd volgens het oorspronkelijke ontwerp weer heropgebouwd nadat Franse troepen het in het begin van de negentiende eeuw hadden vernield.

Dit is tevens de plaats waar keizer Augustus volgens de overlevering kort voor zijn dood een Ara Coeli of hemelaltaar opstelde nadat de komst van Christus hem voorspeld was. Die ingreep was in ieder geval de reden dat de naam van deze kerk in de veertiende eeuw wijzigde van Santa Maria de Capitolo in Santa Maria in Aracoeli.

Paus Innocentius II (1130-1143) liet boven deze plek de relieken van de heilige Helena (248-329) plaatsen, de moeder van Constantijn I (de Grote). De overblijfselen van de heilige hadden toen al een lange zwerftocht achter de rug. Ze rusten in de purperen sarcofaag (nu altaar) onder de achthoekige koepel.

Om te weten wat zich hier precies bevindt en om die zwerftocht te reconstrueren moeten we terug in de tijd. Helena stierf wellicht in 330 in Trier, alleszins vrij kort na haar terugkeer uit Jeruzalem in 328 of 329. Eusebius schrijft dat haar zoon, keizer Constantijn bij haar was toen ze stierf: ‘hij stond bij haar en hield haar hand vast en zo ging haar ziel over in een onvergankelijke en hemelse substantie en zij voer op naar haar Heiland’.

Helena werd aanvankelijk bijgezet in het enorme mausoleum dat haar naam draagt, rechts aan de Via Casilina in Rome, vandaag een beetje verstopt achter een school, net naast nr. 643. Het gebouw is uitwendig cirkelvormig en inwendig achthoekig. Het monument domineert zowat de hele omgeving. Het monument, in de volksmond net als de wijk Torpignattara geheten, bestaat uit twee gestapelde cilinders.

In de diepte bevonden zich acht rechthoekige en halfronde nissen, waarvan eentje de ingang vormt. In de andere nissen konden sarcofagen worden geplaatst. De tombe van Helena werd in de grootste nis geplaatst. De bovenste cilinder, die bereikbaar was via een trap tussen twee nissen, had acht vensters. De muren waren bedekt met marmeren platen.

Het monument aan de Via Casilina bevindt zich in een omgeving die voorheen bekend stond als Ad Duas Lauros, een naam die wellicht is afgeleid van de aanwezigheid van twee laurierbomen. Een andere versie is dat een villa die zich hier bevond deze naam droeg omdat het gebouw gedecoreerd was met twee lauriermotieven. In dit laatste verhaal gaat het wellicht om het gebouw dat door Helena als residentie was gekozen.

Feit is wel dat keizer Constantijn, na zijn bekering, hier omstreeks 320 een basiliek liet bouwen gewijd aan de heiligen Petrus en Marcellinus, die werden begraven in de vlakbij gelegen catacomben. Later, tussen 326 en 330, werd vlakbij de basiliek een mausoleum gebouwd, waarschijnlijk bedoeld als grafmonument voor de keizer en de keizerlijke familie, maar dat later dus uitsluitend werd gebruikt voor het begraven van Helena, Constantijns moeder.

Tijdens de Middeleeuwen werd het mausoleum gebruikt als fort. In 1632 werd door paus Urbanus VIII een kerk gewijd aan de voormelde heiligen. Onder Pius XI werd de moderne kerk naast het monument gebouwd, die eveneens is gewijd aan Pietro en Marcellino. Op een lijst van de overvloedige gaven die Constantijn in het mausoleum zou hebben achtergelaten, met onder andere zilveren kandelaars die elk 90 kg wogen, wordt ook een enorm zilveren altaar vermeld dat net vóór de reusachtige porfieren sarcofaag van Helena stond.

Halverwege de twaalfde eeuw vond paus Anastasius IV dat deze enorme sarcofaag een prima doodskist voor hemzelf zou zijn, en liet ze overbrengen naar de Lateraanse basiliek. Uiteindelijk is ze door toedoen van Pius VI in de Vaticaanse musea beland, in de Sala a Croce Greca. Het is een enorm ding, een tombe bijna, uitgevoerd in rode porfier en met een decoratief patroon met militaire taferelen. Dit laat vermoeden dat het oorspronkelijk niet de bedoeling was om Helena, maar haar man of haar zoon Constantijn hierin te begraven. Zeker geweten is dit niet.

Nu wordt het spannender. Toen Anastasius IV de sarcofaag van Helena voor zichzelf reserveerde, was deze vrijwel zeker zo goed als leeg. Het lichaam van Helena bleek grotendeels verdwenen, enkel haar hoofd bevond zich nog in de tombe. Een bron uit de negende eeuw vermeldt dat een monnik, Theogisus, in 840 een gedeelte van Helena’s zorgvuldig gekoesterde overschot had gestolen en om veiligheidsredenen had overgebracht naar de benedictijnenabdij van Hautvillers nabij Reims.

Drie eeuwen later beval paus Innocentius II (1130-1143) dat alles wat nog overbleef van Helena’s stoffelijk overschot (haar hoofd of schedel was nog intact), moest worden overgebracht naar de Santa Maria in Aracoeli in Rome. Al wat nog restte van Helena (erg veel kan dat niet meer geweest zijn) werd verzameld en in een porfieren urn geplaatst met een opschrift dat bevestigt dat zich hierin de resten van de heilige Helena bevinden. Het is deze urne die in het ronde tempeltje van de Santa Maria in Aracoeli werd geplaatst.

In 1963 werd de urne door een gespecialiseerd archeolisch team in het bijzijn van Vaticaanse afgevaardigden geopend. Men vond daarin een prachtig, van sandelhout vervaardigd twaalfde-eeuws kistje dat inderdaad relieken bevatte van de heilige van wie de naamdag gevierd wordt op 18 augustus. Het kistje (uiteraard niet zichtbaar voor bezoekers) bleek een zeldzaam voorbeeld van Arabisch-Siciliaanse kunst. Onder de sarcofaag, op een lager niveau dan de kerkvloer, kunnen we nog steeds overblijfselen zien van het zogenaamde ‘Ara Coeli’ met pre-cosmatenwerk dat teruggaat tot de tijd van Anacletus II (1130-1138), de tegenpaus die de kerk aan de benedictijnen schonk.

En nu volgt de ontknoping van het eeuwenlange raadsel betreffende het Ara Filii Dei of Ara Coeli. Na de opening van de urne in 1963 groef men nog dieper onder het altaar van Anacletus II. Daarbij stelde men vast dat zich hieronder resten bevinden van een oude Romeinse muur uit de tweede eeuw na Chr. of ouder. Deze muur behoorde vermoedelijk tot het eerder genoemde Auguraculum.

Deze behoorlijk hoge muur bevond zich tijdens de vroege middeleeuwen nog gedeeltelijk boven de grond en werd toen wellicht geïnterpreteerd als een ‘altaar’ dat hier volgens de overlevering door Augustus gebouwd werd. Bovenop het zogenaamde ‘altaar van Augustus’, dus eigenlijk de muur van het gebouw van de auguren, werd uiteindelijk een beschermend altaar opgericht. En zo is het verhaal rond.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.