Archief voor 17 mei 2018

Volledig paardenskelet opgegraven in Pompeï

Posted in Romenieuws on 17 mei 2018 by romenieuws

Vlakbij Pompeï hebben archeologen een volledig paardenskelet gevonden in ruïnes van wat volgens de wetenschappers een stallencomplex is geweest. Dat schrijft Archeologie Online. Het is de eerste keer dat een compleet paardenskelet werd ontdekt in Pompeï. De vondst is volgens de archeologen extra bijzonder, omdat ze gebeurde in een gedeelte van Pompeï waar in de afgelopen decennia veel illegale opgravingen plaatsvonden. Daarom zijn een tijd geleden nieuwe onderzoekingen in het gebied begonnen zodat het overgebleven erfgoed beter beschermd blijft.

Het paard is zichtbaar gemaakt op dezelfde manier zoals dat bij veel resten van mensen in Pompeï is gebeurd. De holte die in de dikke laag vulkanische as achterbleef nadat het lichaam van het paard is vergaan, werd gevuld met vloeibaar gips, zodat de contouren van het paard zichtbaar werden. De resten van het paardenskelet wijzen erop dat het paard een schofthoogte had van ongeveer 1,5 m.

Dat is naar huidige standaarden vrij klein, maar gezien het feit dat paarden in de Romeinse tijd een stuk kleiner waren, was het paard voor Romeinse begrippen waarschijnlijk behoorlijk groot. Bij het paard werden tevens de resten van een duur leidsel van ijzer en brons gevonden. Dat, en het grote formaat van het paard wijzen er volgens de archeologen op dat het een duur paard was, wellicht speciaal gefokt voor speciale, ceremoniële gelegenheden.

Het paard was niet de enige vondst die werd gedaan. Tijdens de opgraving in de ruïnes van de stallen werden ook resten van gereedschap en keukengerei ontdekt. Er werd ook een trog gevonden. Bijzonder was dat op deze plek ook een graf werd aangetroffen.  Hierin lag een man begraven, wellicht een slachtoffer van de uitbarsting van de Vesuvius in 79. Dat wijst er volgens archeologen op dat sommige mensen na de vulkaanramp toch nog terugkeerden en wellicht probeerden te leven in de grotendeels bedolven stad.

Paus Paulus VI wilde aftreden bij ziekte

Posted in Romenieuws on 17 mei 2018 by romenieuws

Paus Paulus VI (1963-1978) vroeg dertien jaar vóór zijn dood aan het kardinalencollege hem af te zetten als hij ernstig ziek zou worden of niet meer tot het ambt in staat zou zijn. Dat blijkt uit een brief waarvan het bestaan wel bekend was, maar die nog niet eerder was gepubliceerd. Dat schrijft Leonardo Sapienza, verbonden aan de Prefectuur van de Pauselijke Huishouding in een nieuw boek (Het schip van Paulus) over de latere paus Giovanni Battista Montini.

Sapienza verzamelde in het vooruitzicht van de heiligverklaring van paus Paulus VI, die in oktober plaatsvindt en zaterdag in Rome plechtig wordt bekendgemaakt, een aantal unieke documenten van de paus die nooit eerder werden gepubliceerd. Er deden al jaren geruchten over het bestaan van de brief en die werden pas in 2017 werd bevestigd door kardinaal Giovanni Battista Re, de vice-deken van het College van Kardinalen. Nu is dus ook de inhoud van de brief bekend gemaakt.

De brief waarmee paus Paulus VI zijn eventuele opvolging mogelijk wou maken, is gedateerd op 2 mei 1965, nauwelijks twee jaar na zijn verkiezing tot paus. Hij geeft daarin aan Eugene Tisserant, de toenmalige deken van het kardinaalscollege de opdracht om met de kardinalen van de Romeinse curie en de vicaris-generaal van het bisdom Rome zijn opvolging te organiseren als hij niet langer in staat zou zijn om de katholieke Kerk behoorlijk te besturen. De paus bracht ook de toenmalige kardinaal-staatssecretaris op de hoogte van het bestaan van de brief en gaf hem toestemming die te lezen.

Een paus kan nooit tot ontslag gedwongen worden of worden ontslagen, omdat er volgens de Kerk geen hogere macht op aarde bestaat die zulke beslissing kan afdwingen. Volgens het kerkelijk recht kan een paus zijn ambt neerleggen, maar moet dit ‘vrijwillig en duidelijk gemanifesteerd’ worden. Dat zijn voorwaarden die moeilijk kunnen worden verondersteld wanneer een paus door ernstige ziekte of een andere aandoening geveld zou worden. Paus Benedictus XVI voldeed aan die voorwaarden toen hij in 2013 tegenover de verzamelde kardinalen aankondigde zijn ambt neer te leggen.

Ook over paus Johannes Paulus II gingen geruchten dat hij een vergelijkbare brief zou hebben geschreven. Uit een publicatie van 2010 blijkt dat de Poolse paus in 1989 en 1994 inderdaad dergelijke brieven had voorbereid. Een maand voor het overlijden van Johannes Paulus II ontstond discussie onder kerkjuristen dat het probleem met dergelijke brieven is dat iemand op een bepaald moment moet besluiten die ten uitvoer te brengen.

Pauselijke ontslagen zijn in ieder geval zeer ongewoon. Vóór Benedictus XVI was de laatste paus die ontslag nam Gregorius XII in 1415. Toen werd beslist geen nieuwe paus te kiezen tot de aftredende kerkleider zou overlijden, wat in 1417 ook gebeurde.

Canaletto tot 19 augustus in Rome

Posted in Romenieuws on 17 mei 2018 by romenieuws

In Palazzo Braschi (Museo di Roma), gelegen tussen Piazza Navona en de Corso Vittorio Emanuele II, is de tentoonstelling ‘Canaletto 1697-1768’ begonnen. Rome herdenkt de 250ste verjaardag van het overlijden van deze Venetiaanse schilder en tekenaar met de grootste retrospectieve die ooit rond Giovanni Antonio Canal alias Canaletto in de stad werd getoond. Het grootste gedeelte van de getoonde werken was zelfs nooit eerder in Italië te zien. De expo omvat 42 schilderijen, waaronder enkele beroemde meesterwerken, 9 tekeningen, 16 boeken en verschillende archiefdocumenten. De tentoonstelling is nog te bezoeken tot 19 augustus 2018. Een must voor elke kunst- en Italiëliefhebber.

Canaletto is één van de bekendste Europese achttiende-eeuwse kunstenaars. Zijn leven doorheen de kunstwereld fascineert en vertrekt van zijn jeugd in Venetië om te evolueren als een onstuimige en enthousiaste schilder van Romeinse ruïnes uit de oudheid. Na zijn terugkeer uit Rome arriveerde hij in Venetië als gevierde kunstenaar. De ruïnes werden in zijn thuisstad vervangen door Venetiaanse uitzichten. Hij scoorde er uitstekend mee, ook internationaal, vooral dankzij buitenlandse ambassadeurs, die na afloop van hun diplomatieke missie graag een Canaletto als souvenir meenamen.

De tentoongestelde werken zijn afkomstig van enkele van de belangrijkste musea ter wereld, waaronder het Pushkin Museum in Moskou, het Jacquemart-André in Parijs, Het Museum voor Schone Kunsten in Boedapest, de National Gallery in London en het Kunsthistorisches Museum in Wenen. Enkele werken komen uit nooit eerder ontsloten Britse collecties en nog andere werden uitgeleend door Amerikaanse musea in Boston, Kansas City en Cincinnati.

Ook Italiaanse musea werkten mee aan de overzichtstentoonstelling, waaronder het Castello Sforzesco in Milaan, de Musei Reali in Turijn, de Fondazione Giorgio Cini. Istituto per il Teatro e il Melodramma e le Gallerie dell’Accademia di Venezia, de Galleria Borghese en de Gallerie Nazionali d’arte Antica Palazzo Barberini di Roma.

Canaletto trad op jonge leeftijd als leerling in dienst van zijn vader Bernardo Canal, die hij theaterdecors hielp schilderen. In 1719 trok hij naar Rome en begon daar naar de natuur te werken. In 1720 keerde hij terug naar Venetië, waar hij uitpakte met tal van ‘vedute’ (stadsgezichten), onder andere van het Canal Grande, het Rialto en van vele kerken, die vooral bij John Smith, de Brits consul in Venetië, gretig aftrek vonden.

Voor hem vervaardigde Canaletto zelfs een speciale serie van 36 vedute en later 13 geïdealiseerde landschappen, zoals hij die in Rome vanaf 1742 ging schilderen. Canaletto reisde drie keer naar Engeland (1746-1750, 1751-1753 en in 1754), waar hij een rijk arbeidsterrein vond en op zijn schilderijen het Canal Grande inruilde voor de Theems.

Zijn vroege werken vertonen vrij zware licht-donkere contrasten; later klaarde zijn palet op. Het licht doorstraalt weidse ruimten onder ijle luchten. Zijn laatste werken vertonen academische trekken. Canaletto liet vele, snel geschetste, haast ‘impressionistische’ tekeningen na. De interessantste bevinden zich in zijn schetsboek (Accademia, Venetië). Ook is een groot aantal etsen bewaard gebleven waarin hij het licht met grafische middelen trachtte te vangen en op penseelstreken gelijkende dunne golflijnen aanbracht.

Zijn manier van schilderen vond veel navolgers, maar nog meer vervalsers, die echter geen van allen zijn helderheid en intensiteit bereikten. Hernieuwde belangstelling voor zijn werk (dat zich voor een groot deel in Engeland bevindt, onder meer in de Wallace Collection, Londen) rijpte in de negentiende eeuw bij schilders als Richard Parkes Bonington, John Constable en Jean-Baptiste Camille Corot. Zijn neef Bernardo Bellotto wordt eveneens Canaletto genoemd.

Canaletto 1697-1768
Palazzo Braschi – Museo di Roma
Tot 19 augustus 2018

Praktische informatie

Online tickets