Archief voor 19 mei 2018

De Pietà van Michelangelo

Posted in Romenieuws on 19 mei 2018 by romenieuws

We hadden het recent even over de wereldberoemde Pietà van Michelangelo (1475-1564) in de Sint-Pietersbasiliek. De Pietà is zonder meer een meesterwerk, maar gezien de vrijwel permanente toeloop van met flitsende camera’s en smartphones uitgeruste toeristen en het glazen veiligheidsscherm, is het de jongste jaren bijzonder moeilijk geworden om rustig te kunnen genieten van dit fantastische kunstwerk, dat gerust een mijlpaal in de beeldhouwkunst mag worden genoemd.

Kunsthistoricus Paul Johnson schrijft: it is an entirely original design and a work which mysteriously blends realism with idealism, the carving is so good that the flesh looks real. Lord Byron sprongen de tranen in de ogen toen hij voor het eerst tegenover de beeldengroep stond. Ook de Italiaanse architect, schilder en kunstcriticus Giorgio Vasari (1511-1574) was zwaar onder de indruk van de Pietà.

‘Het is ongetwijfeld een wonder dat aan een aanvankelijk vormeloze steen langzamerhand een volmaaktheid wordt gegeven die de natuur veelal nauwelijks in vlees bereikt’, schrijft Vasari in de tweede zeer uitgebreide en verbeterde druk van zijn Le vite de’ più eccellenti pittori, scultori e architettori uit 1564-1568, ook vandaag nog steeds de belangrijkste bron voor de kennis van de Italiaanse kunst van de dertiende tot de zestiende eeuw.

Van middeleeuwse tragiek en pathos is hier niets te bespeuren, alleen verstilde schoonheid die het mysterie van het lijden in haast blijde tonen benadert. Het beeld werd in 1499, onder het pontificaat van Alexander VI Borgia, door de toen 25-jarige Michelangelo voor de oude Sint Pietersbasiliek gemaakt. Het werd in 1500 ter gelegenheid van het jubeljaar in kapel van Santa Petronilla geplaatst, ook bekend als de Cappella di San Michele.

De opdrachtgever was de Franse kardinaal Jean Bilhères de Lagraulas, ambassadeur van Karel VIII bij de Heilige Stoel. Hij bestelde het beeld oorspronkelijk voor zijn latere graf en betaalde een honorarium van 450 gouden dukaten. Omdat het Michelangelo’s eerste werk in Rome zou worden, bevatte de overeenkomst de bepalingen dat het kunstwerk binnen een jaar klaar moest zijn en dat het het mooiste beeld van Rome moest worden, zodat geen enkele kunstenaar het zou kunnen overtreffen.

Inderdaad heeft later niemand Michelangelo kunnen navolgen om de rechtop zittende Maria met de dwars over haar schoot liggende Christus als een gesloten groep uit te beelden. De afmetingen van de Pietà zijn 174 cm bij 195 cm.

Het pietà-gebeuren zelf behoort niet tot de Evangeliën, maar gaat terug tot enkele vrome middeleeuwse verhalen zoals ‘het leven van Christus’ door Ludolph van Saksen. Pietà (Italiaans voor medelijden) werd de benaming voor een voorstelling in de beeldende kunst van Maria zittend met het van het kruis afgenomen lichaam van Christus op haar schoot. De voorstelling komt vanaf de veertiende eeuw voor.

Maria draagt een over het hoofd geslagen rouwmantel en zij zit aan de voet van het kruis. Aanvankelijk rust Christus als kleine figuur met opgericht bovenlijf op Maria’s schoot; later gaven de kunstenaars hem meer normale proporties en leunt hij achterover, terwijl de voorste arm neerhangt tot bijna op de grond. Maria ondersteunt Christus’ hoofd.

Bij de kunstenaars van de late renaissance (waaronder Correggio) en de barok ligt Christus aan Maria’s voeten en gedeeltelijk aangeleund tegen haar knieën. Eén van de oudste voorbeelden in de Nederlanden is de houten Pietà uit de veertiende eeuw in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek van Tongeren.

Op schilderijen is Maria vaak vergezeld van Maria Magdalena en de evangelist Johannes, waarbij soms ook nog andere personages komen, zodat de voorstelling overgaat in de Bewening van Christus.

De Pietà in de Sint-Pietersbasiliek was de eerste van vier die Michelangelo gedurende zijn lange leven maakte. De twee andere bevinden zich in Firenze, het vierde niet helemaal voltooide exemplaar is te zien in Milaan.

Dit is overigens het enige werk dat door Michelangelo gesigneerd werd, op een marmeren band die als een sjerp over de borst van Maria ligt staat ‘Michael Angelus Bonarotus Florent. Faciebat’. Er staat ook nog een M gegraveerd in de binnenpalm van haar rechterhand, maar dat werd pas recenter ontdekt, daarover zo meteen meer.

Na de onthulling van de beeldengroep was heel Rome overweldigd en er werd al gauw gefluisterd dat een zo jonge man zoiets nooit had kunnen maken. Omdat Michelangelo de Pietà door toeschouwers aan de Milanees Cristoforo Solari hoorde toeschrijven liet hij zich volgens het verhaal de nacht nadien opsluiten in de basiliek, om het van zijn naam te voorzien.

Michelangelo kreeg aanvankelijk ook kritiek op zijn beeld, omdat hij Maria veel te jong had afgebeeld in vergelijking tot haar 33-jarige zoon. Tegen zijn leerling Ascanio Condivi zei de meester dat zuivere vrouwen nu eenmaal langer hun jeugdigheid bewaarden en dat hij Maria met opzet een goddelijke uitstraling had gegeven terwijl hij van de Zoon van God een echte mens had gemaakt. Waarschijnlijk heeft Michelangelo zich laten inspireren door Dante’s Divina Commedia, waarin Maria ‘figlia del suo figlio’, de dochter van haar zoon wordt genoemd. De keuze kan ook verwijzen naar de moeder van Michelangelo die stierf toen hij 5 jaar was.

Wat niet op het eerste gezicht opvalt, is dat Maria veel groter is dan Jezus. Dit was niet omdat Michelangelo het verkeerd deed, hij paste hun afmetingen doelbewust aan. Daardoor werd het beeld harmonieuzer en evenwichtiger, en belichtte hij ook Maria’s rol als moeder. Hoe dan ook stond iedereen, los van alle afgunst en roddel, vol bewondering voor de onnavolgbare gladheid van het marmer, de soepele plooienval en de gezichtsuitdrukking van de beide personen.

Het was inderdaad een meesterwerk, zelfs mooier dan welk voorbeeld dan ook uit de Oudheid, en Rome had wat dit betreft echt wel genoeg vergelijkingsmateriaal. De Pietà vormde een bewijs voor de grotere scheppingskracht van de nieuwe tijd, daarover was iedereen het eens.

Na de beëindiging van dit werk keerde Michelangelo terug naar Firenze om een ander meesterwerk te maken, de David, nu in de Accademia. Vermelden we terloops dat Michelangelo drie ‘heilige jaren’ meemaakte in Rome, Vasari vertelt dat Michelangelo bij die gelegenheid nederig alle kerken bezocht zoals een toegewijde pelgrim. Hij was een uitzonderlijk man, kamde zelden zijn haar en droeg steeds hoge laarzen die hij nooit uittrok, ook niet om te slapen, aldus Vasari.

Sinds 1749 staat de Pietà op zijn huidige plaats in de Sint-Pietersbasiliek. Op 21 mei 1972 (hemelvaartsdag) werd het beeld door Laszlo Toth, een geesteszieke Australiër van Hongaarse afkomst, beschadigd met een hamer. De man dacht dat hij Christus was. Met vijftien slagen verwijderde hij Maria’s arm bij de elleboog, sloeg een stuk van haar neus af en sneed een van haar oogleden af. Toth kon overmeesterd worden door omstanders (foto onder). Laszlo Toth verbleef twee jaar in een psychiatrisch ziekenhuis in Rome en werd daarna gedeporteerd naar Australië.

Tijdens de restauratie na de aanslag ontdekte men dat Michelangelo in de handpalm van de Madonna het voormelde monogram, een M, had gebeiteld. Een nadelig gevolg van de aanslag is dat de Pietà nadien werd ingekapseld in veiligheidsglas en dat bezoekers sinds die tijd niet meer rond het beeld kunnen wandelen. De maatregel is begrijpelijk, maar voor kunstliefhebbers betekent het een verlies.

De term Pietà wordt ook wel gebruikt voor de voorstelling van Christus als Man van Smarten, staande in een geopende sarcofaag en meestal vergezeld van engelen; soms zijn symbolen afgebeeld die verwijzen naar het lijdensverhaal. Dit gegeven komt vooral in Italië voor.

Een boek vol Italiëtips

Posted in Romenieuws on 19 mei 2018 by romenieuws

De Nederlandse Italiëblogster Saskia Balmaekers heeft met het boek ‘Mijn Italië’ een opvolger klaar voor het precies een jaar geleden verschenen ‘Mijn Rome’. Het concept van het boek is hetzelfde: een massa tips, vergezeld van een flinke dosis mooie foto’s.

Het verschil is dat ditmaal heel Italië wordt bestreken, gaande van kleurrijke dorpjes tot zonnige eilanden, bekende en minder bekende plekken, waaronder zelfs spookstadjes zoals Craco in Basilicata. Uiteraard is er ook heel wat aandacht voor al het lekkers van de Italiaanse keuken: ijs, truffels, kaas, en natuurlijk pasta, …: ze komen allemaal aan bod.

Verwacht geen lange of diepgravende verhalen over bepaalde plekjes of onderwerpen, dat is niet de bedoeling van dit boek. Verwacht evenmin een duidelijke afbakening per regio: de auteur neemt je mee op een tocht kriskras doorheen heel Italië.

Wie nog nooit in Italië was, zal na het lezen en bekijken van dit boek waarschijnlijk wel zin krijgen om eens een reisje in die richting te ondernemen. Maar ook wie Italië goed kent (of denkt te kennen) vindt in deze uitgave ongetwijfeld nog interessante nieuwe tips.

Mijn Italië
Auteur: Saskia Balmaekers
Taal: Nederlands
Afmetingen: 19 x 216 x 166 mm
Gewicht: 544 g
Eerste druk: april 2018
Uitgever: Xander Uitgevers, Amsterdam
ISBN10 9401608709
ISBN13 9789401608701
Prijs: 19,99 euro