Archive for juni, 2018

Julius Caesar krijgt een gezicht

29 juni 2018

Zo zou Julius Caesar er dus hebben uitgezien. Zopas werd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de wetenschappelijke gezichtsreconstructie voorgesteld van de meest bekende Romein ter wereld. De reconstructie werd gemaakt op basis van twee marmeren bustes van Caesar, afbeeldingen op munten en nieuw onderzoek door archeoloog Tom Buijtendorp die vrijdag ook zijn nieuwe boek Caesar in de Lage Landen. De Gallische Oorlog langs Rijn en Maas presenteerde. De gezichtsreconstructie werd gerealiseerd door archeologe en fysisch antropologe Maja d’Hollosy die gespecialiseerd is in gezichtsreconstructies. De reconstructie van Caesar werd in een vitrine geplaatst en is tot eind augustus gratis te bezichtigen in de toegangshal van het museum.

julius

Anders dan tot nog toe werd gedacht, was Julius Caesar volgens Buijtendorp behoorlijk kaal. Verschillende beelden van Caesar zijn pas na zijn pas na zijn dood gemaakt en werden onterecht aangevuld met een weelderig kapsel. Tevens had hij als gevolg van problemen bij zijn geboorte een opvallende schedelafwijking.

Onderzoek door gespecialiseerde medici toonde aan dat de zogenaamde Tusculumbuste, een marmeren beeld dat in het Museo di Antichita in Turijn wordt bewaard, het meest getrouwe beeld van Caesar weergeeft. Daarop is zelfs de voormelde schedelafwijking te zien die waarschijnlijk het gevolg is geweest van een zware bevalling. Het is deze buste die samen met een exemplaar uit het Rijksmuseum in Leiden werd gebruikt als basis voor de reconstructie.

Maja d’Hollosy maakte een 3D-print van de buste en haalde daar de bovenste laag vanaf om vervolgens een nieuwe aan te brengen met behulp van klei en siliconenrubber. Zo kreeg Julius Caesar een levensecht gezicht. Ze laat hem niet echt vrolijk of vriendelijk kijken omdat Caesar weliswaar een briljante staatsman en veldheer was, maar ook over lijken ging.

Auteur Tom Buijtendorp stelt dat de reconstructie van Caesars portret helpt beseffen dat we het gevestigde beeld van de Romeinse veldheer moeten loslaten. De nieuwe versie is evenmin een absolute waarheid, maar biedt wel een geloofwaardig alternatief voor het beeld dat we van hem hebben. Volgens oude bronnen had Julius Caesar bijna zwarte ogen en een wat witte huid. Die gaf d’Hollosy hem dus, net als peper-en-zout-kleurig haar. Veel haar is het niet, want de haardos zoals die te zien is op postume beelden is verzonnen.

Buijtendorps onderzoek voor zijn nieuwe ‘Caesar in de Lage Landen’ baseert zich onder meer op recent opgegraven kampen uit Caesars tijd, geografische analyses en een herwaardering van Caesars eigen statistieken. Volgens de auteur waren Caesar en zijn legioenen tijdens de Gallische oorlog veel noordelijker gelegerd dan tot nog toe werd gedacht.

Er zijn sterke aanwijzingen dat een hoogteburcht bij Maastricht, vlakbij de Limburgse Sint Pietersberg, in 54 en 53 voor Chr. diende als kamp en logistiek centrum van Caesars leger. Daarop wijst onder meer een analyse van gevonden gouden munten en de recent vastgestelde omvang van de versterking. Het ziet er naar uit dat als voorbereiding op de aanval in de buurt van Maastricht in alle haast gouden inheemse munten zijn geslagen om bondgenoten voor de aanval te ronselen.

Caesar leed zijn grootste nederlaag van de zeven jaar durende Gallische Oorlog bij de hoogteburcht Atuatuca en verloor het jaar erop daar nog eens een duizendtal legionairs. Het is waarschijnlijker geworden dat die hoogteburcht bij Caesert aan de Vlaamse voet van de Sint Pietersberg lag. De recent vastgestelde omvang van de hoogteburcht toont dat deze precies groot genoeg was voor Caesars leger dat in 54 en 53 voor Chr. bij het centrum van de lokale Eburonen een kamp opsloeg en daar tweemaal ongekende verliezen moest verwerken.

De mogelijke aanwezigheid in Maastricht maakt het ook waarschijnlijker dat Caesar in 55 voor Chr. vanuit daar naar het noorden optrok en ten zuidwesten van Nijmegen een slachting aanrichtte op de plek waar skeletten en wapens uit die tijd zijn opgebaggerd uit een oude Maasbedding. Zelfs in Rome werd hem in de senaat schending van het oorlogsrecht verweten. Ten oosten van Luxemburg zijn sinds 2010 al drie kampen uit de tijd van Caesar gevonden, dat is veel noordelijker dan tot nu toe bekende forten uit de tijd van Caesar.

Bij de slag aan de Sabis vlakbij de Belgische grens kwam de Gallische Oorlog bijna vroegtijdig ten einde en kwam bij de bijna nederlaag zelfs Caesars eigen leven in gevaar. Volgens nieuwe berekeningen verloor ongeveer de helft van zijn soldaten het leven in de Lage Landen. Daarbij blijkt Caesar ook het aantal tegenstanders overdreven te hebben.

Bekend is dat Caesar in het door hem genoemde kamp persoonlijk rondliep. Het Jekerdal klopt volgens Tom Buijtendorp precies met de beschrijving die Caesar geeft. Terwijl lange tijd is aangenomen dat Caesar niet of nauwelijks in de Lage Landen is geweest, wijzen recente ontdekkingen en analyses erop dat hij ongeveer de helft van zijn campagnetijd in het noorden doorbracht en daar kampte met flinke tegenslagen.

Het onderzoek raakte in een versnelling toen bekend werd dat de schoenspijkers van Caesars soldaten een unieke vorm hadden. Daardoor zijn al drie noordelijk gelegen kampen aan Caesar gekoppeld, en bestaat de hoop op nieuwe ontdekkingen, waarvoor het als een reisgids geschreven boek de nodige potentiële vindplaatsen van kampen en slagvelden aangeeft.

Buijtendorp onderstreept dat zijn onderzoek slechts een begin is. Nu de aanwijzingen zich opstapelen dat Caesar in de Lage Landen is geweest, hebben we volgens de auteur een enorme inhaalslag te maken. Hij hoopt dat het gepresenteerde onderzoek een basis biedt voor een gericht vervolgonderzoek om bepaalde zaken te toetsen, want veel is nog onzeker. Ook historicus Jona Lendering wees in zijn inleiding bij de boekvoorstelling op de nieuwe mogelijkheden en kansen om de discussie tussen archeologen, historici en classici naar een hoger plan te tillen.

Gallo-Romeins Museum Tongeren extra aantrekkelijk voor kinderen tijdens zomervakantie

29 juni 2018

Deze zomervakantie is het Gallo-Romeins Museum van Tongeren extra aantrekkelijk voor  kinderen die samen met hun ouders het verre verleden kunnen ontdekken. Er zijn twee routes uitgezet in de tentoonstellingszalen, één voor kinderen tussen 4 en 7 jaar oud, een tweede voor jongeren tussen 8 en 12. Gewapend met een instructieboekje verkennen ouders en kinderen samen het museum. Ze maken een reis door de tijd. Op hun pad ontmoeten ze neanderthalers, de eerste boeren, Kelten en vervolgens Gallo-Romeinen.

In elke zaal zijn er voeldozen met voorwerpen. Hieraan zijn speelse opdrachten gekoppeld die de families tot een goed einde moeten brengen. Ook hiervoor is samenwerking een must. Zo verkennen de kinderen op een unieke manier de collectie. Er is zelfs een voelvloer. Je kan er met je blote voeten Romeinse vloerbedekkingen uittesten. Het project wil families op een laagdrempelige manier vertrouwd maken met cultuur. Deelname is inbegrepen in de toegangsprijs. Reserveren is niet nodig. De ‘Voeltocht’ loopt in het Gallo-Romeins Museum van 30 juni tot en met 2 september 2018.

De sluier van Cicero

28 juni 2018

De Nederlandse auteur Fik Meijer (Keizers sterven niet in bed, Wagenrennen, Gladiatoren, Via Appia, …) heeft alweer een nieuw boek klaar: De sluier van Cicero. Op 8 november 63 v. Chr. sprak Cicero in de Senaat van Rome de beroemde woorden: “Hoe lang nog, Catilina, zul je misbruik maken van ons geduld?”.

Catilina wilde volgens Cicero na een leven vol misdaden en twee mislukte campagnes voor het consulaat een coup plegen. De historicus Sallustius schreef later eveneens zeer negatief over de ‘samenzwering van Catilina’. Het doel was bereikt: Catilina was het zwarte schaap.

Catilina bleef daarom ook na de oudheid model staan voor criminaliteit. Talloze voorbeelden uit Italië, de Nederlanden en Frankrijk illustreren dat. Slechts zelden kreeg hij een positieve pers, eigenlijk alleen in tijden van sociale onrust. Ook in de Verenigde Staten is Catilina als het toppunt van slechtheid opgevoerd. De Founding Fathers, grote kenners van de klassieken en bewonderaars van Cicero, waren zeer negatief over hem.

Sommigen vergeleken politieke tegenstanders met Catilina. Dat doet men daar nog steeds, alleen met veel minder kennis van zaken. Zo werd Obama door de republikein Ted Cruz weggezet als een Catilina en de controversiële president Donald Trump eveneens, zij het op heel andere gronden.

In de Nederlandse Tweede Kamer meende Thierry Baudet Cicero’s beroemde openingszin ‘Hoe lang nog…’ te moeten verminken om het heersende partijkartel ‘als een Catilina’ af te serveren. Wat is de waarde van deze veelal oppervlakkige vergelijkingen? Fik Meijer geeft antwoord.

Fik Meijer (1942) studeerde klassieke talen en oude geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Na twaalf jaar als leraar werkzaam te zijn geweest in het voortgezet onderwijs en het hbo maakte hij in 1980 de overstap naar de Universiteit van Amsterdam. In 1992 werd hij bijzonder hoogleraar zeegeschiedenis van de klassieke oudheid en in 1999 hoogleraar oude geschiedenis. Sinds 2007 is hij met emeritaat. Sinds die tijd schrijft hij in een haast verschroeiend tempo het ene uitstekende boek over de oudheid na het andere.

Aanvankelijk publiceerde hij vooral over de late Romeinse republiek, maar later ook over de zeegeschiedenis van de Grieken en de Romeinen. Ook vertaalde hij teksten van Griekse en Latijnse auteurs, waaronder Gregorius van Tours, Flavius Josephus (samen met Marinus Wes) en Paulus Diaconus (samen met Ted Meijer).

De jongste vijftien jaar heeft Fik Meijer zich met veel succes toegelegd op het schrijven van boeken. Hij ontving in 2005 de Oikos publieksprijs, de onderscheiding voor een classicus die op voortreffelijke wijze de oudheid onder de aandacht van een groot publiek heeft gebracht.

De sluier van Cicero
Van Catilina tot Baudet
Auteur: Fik Meijer
Nederlandstalig
Aantal pagina’s: 104
Afmetingen 10 x 178 x 116 mm
Uitgever: Athenaeum
Eerste druk: april 2018
ISBN10 9025308910
ISBN13 9789025308919
Prijs: 9,99 euro

Vaticaan leent schilderij Caravaggio uit voor tentoonstelling in Utrecht

27 juni 2018

Het Vaticaan geeft De graflegging van Christus van de Italiaanse schilder Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610) in bruikleen voor een tentoonstelling in het Centraal Museum Utrecht. Het gaat om een monumentaal altaarstuk dat ruim 2 bij 3 m groot is. Het is één van de topstukken uit de Vaticaanse Musea en wordt daarom zelden uitgeleend. Voor de grote tentoonstelling Utrecht, Caravaggio en Europa, die duurt van 16 december 2018 tot en met 24 maart 2019, wordt nu een uitzondering gemaakt. Al zal de Vaticaanse Caravaggio slechts vier weken, te beginnen vanaf 16 december, op de tentoonstelling te zien zijn.

Op de tentoonstelling Utrecht, Caravaggio en Europa zullen ruim zestig kusntwerken in bruikleen te zien zijn, waarvan zesenveertig nog niet eerder in Nederland waren. Ook De graflegging van Caravaggio was nog nooit in Nederland. De werken zijn afkomstig uit museale en privécollecties in Europa en de Verenigde Staten, waaronder naast de Vaticaanse Musea, het Musée du Louvre in Parijs, de Galleria degli Uffizi in Firenze, The National Gallery of Art in Londen en The National Gallery of Art in Washington.

Een aantal kunstwerken zijn afkomstig uit kerken in Rome. Van Caravaggio is naast zijn Graflegging ook zijn Mediterende Hieronymus uit het Monasterio de la Virgen de Montserrat te zien. Ook dit schilderij was nog niet eerder in Nederland.

Met De Graflegging van Christus toonde Caravaggio zich een opvolger van Michelangelo en Rafaël, twee voorgangers die ook deze scène hadden afgebeeld (Michelangelo met zijn beroemde Pietà, Rafaël met zijn Graflegging). Caravaggio schilderde De Graflegging van Christus in de periode 1602-1604 voor de familiekapel van Girolamo Vittrici in de Chiesa Nuova in Rome, die officieel de Santa Maria in Vallicella heet.

Het schilderij diende aanvankelijk als altaarstuk voor deze kapel, maar bevindt zich tegenwoordig in de Pinacotheek van de Vaticaanse Musea. Paus Gregorius XIII die goed bevriend was met Girolamo Vittrici, had een aflaat ingesteld voor het bidden in zijn kapel in de Chiesa Nuova.

Een aflaat betekende de kwijtschelding voor God van tijdelijke straffen voor zonden die, wat de schuld betreft, reeds vergeven werden. Het feit dat je door een gebedsronde in deze kapel een aflaat kon verdienen, zorgde ervoor dat de Cappella Vittrici erg populair werd bij de gelovigen en pelgrims.

Girolamo Vittrici stierf echter onverwacht en de kapel met het altaar werd pas na zijn dood voltooid. De paus stond er echter op dat het toegekende privilege van de aflaat gehandhaafd bleef. De Santa Maria in Vallicella heeft in totaal twaalf altaarstukken in de kapellen bij de zijbeuken. Deze altaarstukken vormen één doorlopend verhaal over de kruisweg. In elk altaarstuk is tussen de andere figuren Maria te zien.

De twee aangrenzende kapellen van de Vittrici-kapel hebben altaarstukken waar de Kruisiging en de Hemelvaart worden afgebeeld. De Graflegging van Christus die Caravaggio voor de kapel van Vittrici maakte, past hier perfect tussen. Toen Caravaggio aan zijn altaarstuk begon, waren vele schilderijen boven de andere altaren al voltooid. Daardoor kon Caravaggio zijn werk uitstekend laten aansluiten met dat van zijn collega’s.

Zo sluit De Kruisiging van de schilder Scipione Pulzone (ook bekend als Il Gaetano) haast perfect aan met het werk van Caravaggio. Niet alleen het verhaal sluit goed aan, ook de stijl van enkele figuren en hun kleding wordt voortgezet. Zo neemt Caravaggio ook het rode en het groene kleed over. Het originele schilderij van Caravaggio kan je in deze kapel dus niet meer vinden, in de plaats ervan hangt een kopie.

Nadat Caravaggio het schilderij voltooide bleef het in de Vittrici-kapel tot 1797. Toen werd het naar aanleiding van het Verdrag van Tolentino (tussen Frankrijk en de Pauselijke Staten in het kader van de Napoleontische oorlogen) uit de kapel verwijderd. Paus Pius VI werd door de aanwezigheid van troepen onder het bevel van Napoleon Bonaparte, gedwongen tot sterke economische en territoriale concessies ten voordele van de Fransen.

Het Verdrag bepaalde ook dat de paus een aantal kunstwerken moest afstaan, waarbij de Fransen het recht hadden om in alle gebouwen uit te zoeken wat hen interesseerde. Zo verdwenen in die periode meer dan honderd beelden en schilderijen vanuit Rome naar Parijs. Niet alle werken keerden later terug naar Rome, het doek van Caravaggio wel. Het kwam echter nooit meer terecht in de Chiesa Nuova maar werd in 1816 ondergebracht in de Vaticaanse Musea.

Het majestueuze schilderij werd volgens de Romeinse schilder en kunstenaarsbiograaf Giovanni Baglione (1566-1643) door tijdgenoten beschouwd als Caravaggio’s allerbeste werk. Het doek is inderdaad bijzonder expressief. Het lichaam van Christus schittert tegen de donkere achtergrond, waarin de toegang tot het graf nog net zichtbaar is. Zijn bovenlichaam rust op de rechterarm die Johannes om hem heen heeft geslagen. Nicodemus heft het onderlichaam op. Met beide armen heeft hij de knieën van Christus vastgepakt, zijn handen ineen om de grip te vergroten.

Achter hen bevinden zich drie vrouwen. Maria’s vermoeide, trieste blik is naar beneden gericht. De mooie Maria Magdalena dept met gesloten ogen haar tranen. Maria Cleophas richt haar blik juist naar boven terwijl ze haar armen ten hemel spreidt en haar mond heeft geopend in een wanhopige schreeuw. Hoog verheven op de grote dekplaat van het graf waarop hij zal worden gezalfd en in doeken zal worden gewikkeld tonen zij ons, toeschouwers, Christus.

Bart Rutten, de artistiek directeur van het Centraal Museum Utrecht, is ontzettend trots dat het gelukt is het Vaticaan te overtuigen deze Caravaggio uit te lenen. Hij noemt het imposante altaarstuk één van de belangrijkste schilderijen uit de kunstgeschiedenis.

“Ter vergelijking moet je je voorstellen dat een middelgroot museum uit Denemarken het Mauritshuis belt of zij het Meisje met de Parel van Johannes Vermeer kunnen krijgen. Dat wij het voor elkaar hebben gekregen, is echt te danken aan de inspanningen van onze conservator, Liesbeth Helmus. Door haar en anderen is onder meer via de ambassade jarenlang gelobbyd bij het Vaticaan”, verklaart de directeur. Uiteindelijk gaf Barbara Jatta, de directrice van de Vaticaanse Musea, haar toestemming om het doek een maand lang uit te lenen.

Caravaggio wordt volgens Rutten door sommigen gezien als de eerste ‘moderne kunstenaar’ omdat hij de eerste was die voor zijn religieuze scènes echte mensen gebruikte om de heiligen te verbeelden. Zo ook in De Graflegging van Christus. Daarnaast was Caravaggio een meester in het toepassen van licht-donkereffecten. De Graflegging is hiervan een perfect stijlvoorbeeld. Vrij snel nadat Caravaggio het maakte werd dit werk overigens al veelvuldig geïmiteerd door schilders in heel Europa.

Rome was niet alleen in de oudheid maar ook omstreeks 1600 het centrum van de wereld. Jonge schilders en kunstenaars uit heel Europa trokken naar de Eeuwige Stad, waar een zekere Caravaggio voor een revolutie in de schilderkunst zorgde: een nieuw realisme en een ongekend sterk chiaroscuro. De Utrechtse schilders Dirck van Baburen, Hendrick ter Brugghen en Gerard van Honthorst zagen het met eigen ogen.

Tussen 1600 en 1630, de kernperiode van het Europese caravaggisme (een stroming in de zeventiende-eeuwse schilderkunst, naar aanleiding van de revolutionaire stijl van de Italiaanse meester Caravaggio) werden in Rome niet minder dan 2.700 kunstenaars geregistreerd, waaronder 572 buitenlanders. Ze bezochten dezelfde kerken en collecties. Ze spraken met elkaar. En ze schilderden. Dezelfde thema’s, dezelfde inspiratiebronnen, maar in uitwerking totaal verschillend.

De tentoontelling Utrecht, Caravaggio en Europa in het Centraal Museum Utrecht belicht deze verschillen tussen de Europese navolgers van Caravaggio. Door de werken thematisch te presenteren wordt duidelijk dat iedere kunstenaar werkte vanuit zijn eigen culturele achtergrond.

De expo is het resultaat van een langdurige samenwerking met de Bayerischen Staatsgemäldesammlungen in München. De tentoonstelling start in het Centraal Museum Utrecht op 15 december 2018 en loopt tot 24 maart 2019. In de Alte Pinakothek in München is dezelfde tentoonstelling te zien van 17 april 2019 tot en met 21 juli 2019.

Download hier het gemonteerde videopersbericht (MP4-formaat )

Franse president krijgt vandaag eretitel in Rome

26 juni 2018

De Franse president Emmanuel Macron heeft vandaag om 10 uur zijn eerste ontmoeting met paus Franciscus. Macron is in Rome om er formeel de titel van erekanunnik van de Sint-Jan van Lateranenbasiliek te accepteren, een speciaal voorrecht van Franse presidenten. Mitterand en Chirac bedankten destijds voor de eer, Sarkozy kwam wel naar Rome.

De titel van erekanunnik van de Sint-Jan van Lateranen (San Giovanni in Laterano) gaat terug tot de Franse koning Louis XI, die in 1482 de titel kreeg van Beschermer van het Geloof. De traditie werd in 1604 in ere hersteld toen Hendrik IV van Frankrijk (1553-1610) zich afkeerde van het protestantisme en aan de basiliek het benedictijnenklooster van Clairac (in het departement Lot-et-Garonne) schonk, samen met alle inkomsten van dat klooster.

In de basiliek bevindt zich nog steeds een bronzen beeld van Hendrik IV. Het is een werkstuk van Nicolas Cordier uit 1608. Het beeld werd hier geplaatst als dank omdat de Franse koning erg gul was geweest voor het Lateraans kapittel. Sindsdien worden alle Franse koningen tot kanunnik honoris causa van de basiliek benoemd. Tegenwoordig zijn het dus de Franse presidenten die (als ze het willen) naar Rome komen, meestal vrij snel na hun beëdiging.

Nieuwe kazerne voor Zwitserse Garde

24 juni 2018

De Guardia Svizzera Pontificia, de pauselijke bewakingseenheid van Vaticaanstad, bekend als de Zwitserse Garde, krijgt een nieuwe kazerne. De huidige gebouwen zullen volledig worden afgebroken. Het is mogelijk dat de historische gevel die dateert uit 1825 behouden kan blijven, maar dat is nog niet beslist. Om het bouwproject voor te bereiden werd twee jaar geleden in het Zwitserse Solothurn (ongeveer 35 km ten noorden van Bern) de Fondazione per la Ristrutturazione della Caserma della Guardia Svizzera Pontificia in Vaticano opgericht, een stichting die uitsluitend als doel heeft de huisvesting en de uitrusting van de Zwitserse gardisten te moderniseren. Zodra dat gebeurd is zal de stichting ontbonden worden.

Vorig jaar gaf de stichting al technische en financiële steun voor de inrichting van een nieuw operatiecentrum en communicatiehoofdkwartier, waar alle nuttige inlichtingen en informatie inzake de veiligheid van Vaticaanstad samenkomen en er worden beheerd en beoordeeld. Het centrum werd op 1 januari 2017 in gebruik genomen.

De huidige kazerne omvat drie gebouwen. Twee ervan geven onderdak aan de hellebaardiers. Ook de kantine is er ondergebracht. Het derde is een administratief gebouw waar echter ook de hoogste officieren en hun gezinnen gehuisvest zijn. De gebouwen dateren uit de negentiende eeuw, zijn slecht geïsoleerd en eigenlijk uitgewoond. In het verleden werden enkel absoluut noodzakelijke herstellingswerken uitgevoerd.

Het renovatieproject van de kazerne is echter complex vanwege de bijzondere historische omgeving waarin de gebouwen zich bevinden en de geologische en archeologische problemen van de plaats zelf. Bovendien moeten de werkzaamheden worden uitgevoerd zonder de dagelijkse taken van de Zwitserse gardisten te hinderen.

Er moest gekozen worden tussen drie mogelijkheden: een volledig nieuwe kazerne, een verregaande renovatie of een interne herverdeling van de kamers met behoud van de bestaande kazernemuren. Omwille van de slechte staat van de gebouwen was er eigenlijk maar één mogelijkheid: alles afbreken en een nieuwbouw optrekken op de huidige locatie. Het project voorziet twee gebouwen in plaats van de huidige drie.

Het architecturale ontwerp is van Durisch + Nolli Architetti uit Massagno (kanton Ticino, district Lugano, Zwitserland) en de voorafgaande studie werd uitgevoerd door het ingenieursbureau Schnetzer Puskas dat kantoren heeft in Bern, Zürich en Basel. De architecten willen een moderne kazerne bouwen. Het ontwerp voorziet moderne en ruime kamers, met de mogelijkheid voor gezinsaccommodatie. Er wordt ook geanticipeerd op de toekomstige uitbreiding van het korps van 110 naar 130 gardisten.

Het ontstaan van de Zwitserse Garde situeert zich in 1505 toen paus Julius II tweehonderd Zwitserse hellebaardiers vroeg om de pauselijke staat te dienen. De paus vond gewone huurlingen niet betrouwbaar genoeg en wilde Zwitserse soldaten omdat die een goede reputatie hadden. Het korps, dat al snel uitgroeide tot de persoonlijke lijfwacht van de paus, werd in 1506 officieel opgericht en is inmiddels al eeuwenlang verantwoordelijk voor de persoonlijke veiligheid van de paus.

Vandaag bestaat nog steeds een verdrag met vier katholieke en Zwitserse kantons die het Vaticaan voor een duur van maximaal vijf jaar maximum 200 soldaten leveren. In principe gaat het om contracten van twee jaar, maar die zijn verlengbaar. Alleen katholieke Zwitsers komen in aanmerking, allemaal vrijgezellen tussen 19 en 30 jaar oud en minimaal 1,74 m groot. De gewone soldaten moeten een strikt celibatair leven leiden. Ergens anders overnachten dan in de slaapzaal van de kazerne is verboden. Officieren daarentegen moeten juist wel gehuwd zijn. De wachters mogen geen baard dragen.

Het eerste Zwitserse keurkorps van 150 man arriveerde op 22 januari 1506 in Rome. Hun functie is inmiddels uitgebreid tot ceremoniële diensten en toezicht. Ze regelen ook het verkeer en fungeren als officiële wachtposten bij de toegangen. Zij groeten plichtmatig. Voor kardinalen is er een speciale groet, de zogenaamde Schultern, waarbij de hellebaard omhoog wordt gegooid en weer opgevangen.

Als de paus op reis gaat wordt hij begeleid door Zwitserse wachters in burger. Ze worden niet overdreven goed betaald, maar bij hun terugkeer in Zwitserland vinden ze vanwege hun uitstekende reputatie onmiddellijk een interessante en vaak lucratieve job. Bij de plundering van Rome door keizer Karel V op 6 mei 1527, sneuvelden maar liefst 147 van de 150 wachters, die de vlucht van paus Clemens VII hadden gedekt. De geslaagde reddingsactie draaide uit op een ware zelfmoordmissie. Met hun rug tegen de muren van het Vaticaan vonden ze de dood. Voor de kazerne van de garde staat nog steeds een monument dat daaraan herinnert.

Nieuwe wachters leggen daarom ook op 6 mei in de ochtend hun eed van trouw af. Zij leggen hun linkerhand op de regimentsvlag en heffen de rechterhand met drie gestrekte vingers (het teken van de Drievuldigheid). De beruchte hellebaard is 2 m lang en weegt 6 kg. De folkloristische uniformen met rood, geel en blauw (de kleuren van de Medici-familie) zouden ontworpen zijn door Michelangelo maar dat is een fabeltje. Tussen de plooien van hun ouderwetse uniform dragen de gardisten wel een automatisch pistool, een instrument dat alleszins meer effectieve stopkracht heeft dan een middeleeuwse hellebaard. De Zwitserse garde heeft een eigen vlag en een eigen parochiekerk binnen Vaticaanstad, gewijd aan Sint-Maarten.

De Zwitserse Garde zorgt voor de veiligheid van de paus maar in 1921 werd vastgelegd dat de gardisten geen legereenheid zijn en daardoor ook in Zwitserland niet kunnen vrijgesteld worden van legerdienst. Het is dus foutief om het korps als ‘het kleinste leger ter wereld’ te bestempelen. Maar dat neemt niet weg dat men nog steeds voldoende jonge Zwitsers blijft vinden om de traditie in stand te houden, al verloopt de aanwerving toch iets minder vlot dan een aantal jaren geleden.

Tentoonstelling William Turner in Rome

23 juni 2018

Liefhebbers van de Engelse romantische kunstschilder Joseph Mallord William Turner (1775-1851) kunnen voor het eerst in zeer lange tijd in Rome nog eens een collectie van zijn kunstwerken bij elkaar zien, en dit tot 26 augustus 2018 in het Chiostro del Bramante in hartje Rome. De tentoonstelling voert de bezoeker langs zes zalen en nodigt uit om chronologisch de evolutie van de artistieke taal van deze belangrijke romantische schilder te ontdekken.

De collectie die in Rome wordt getoond is afkomstig uit het Tate Britain in Londen, een onderdeel van de Tate Gallery, een netwerk van vier musea. De samenwerking met het Tate Britain markeert overigens het begin van een belangrijke samenwerking met het Chiostro del Bramante. We zullen in de toekomst dus nog wel wat Britse kunstwerken in Rome zien opduiken.

De curator van de Turner-expo is David Blayney Brown. Vele tentoongestelde werken van Turner komen uit de oorspronkelijke privécollectie van de kunstenaar. Het zijn doeken die hij maakte voor zijn eigen plezier en waarin hij zijn herinneringen aan reizen, emoties en landschappen vastlegde. Het was immers de gewoonte van de kunstenaar om gedurende de zomer een zestal maanden in open lucht te werken en tijdens de winter in zijn studio vast te leggen wat hij de voorbije maanden allemaal had gezien. We krijgen hier in Rome dus te maken een heel persoonlijke William Turner.

In totaal worden in Rome meer dan negentig kunstwerken getoond, waaronder schetsen, studies, aquarellen, tekeningen en een selectie schilderijen die nooit eerder samen was in Italië. Natuur en romantiek komen bij Turner samen in een perfecte weergave van het sublieme. Turner inspireerde meer dan één generatie kunstenaars, waaronder Claude Monet, Caspar David Friedrich, Vincent Van Gogh, Edgar Degas, Paul Klee, Franz Marc, Camille Pissarro, Wassily Kandinsky, Gustav Klimt, Mark Rothko, James Turrell en Olafur Eliasson, om er slechts een aantal te vermelden.

William Turner werd al zeer jong, in 1789, als student tot de Royal Academy toegelaten en legde zich aanvankelijk vooral toe op het maken van topografische aquarellen. Zijn vroege werk is beïnvloed door John Cozens, wiens schetsen hij in aquarel kopieerde, en door Richard Wilson. Van zijn tijdgenoot Thomas Girtin nam hij de techniek over om de kleur direct op halfabsorberend papier aan te brengen, zonder de tot dan toe gebruikelijke onderschildering.

Na Girtins dood (1802) was Turner de onbetwiste meester op het gebied van de topografische en architectuurschildering, maar zijn belangstelling ging al spoedig uit naar een breder terrein. Hij bestudeerde de Hollandse zeeschilders (zoals ook blijkt uit zijn historiestuk De Slag bij Trafalgar, 1806-1809; Tate Gallery, Londen) en de Venetianen en onderging sterk de invloed van de idyllische landschappen van Claude Lorrain (Dido building Carthage, 1815; National Gallery, Londen).

Turner maakte reizen door Yorkshire en Schotland, door Frankrijk en Zwitserland en keerde terug met honderden schetsen, die hij later vaak in schilderijen verwerkte. In de eerste fase van zijn kunstenaarschap heeft hij heel vaak het natuurgeweld uitgebeeld, zoals in het historiestuk Hannibal crossing the Alps (1812; Tate Gallery, Londen), waarin de herinnering aan een sneeuwstorm in Yorkshire is vastgelegd. Twintig jaar later zou het geweld van de natuurkrachten opnieuw een thema in zijn werk gaan vormen.

Tussen 1810 en 1835, zijn zogenaamde middenperiode, leverde Turner tal van grote doeken aan rijke opdrachtgevers en maakte hij tevens etsen voor een aantal boeken, waaronder het Liber studiorum (1807-1819). In 1819 ondernam hij een reis naar Italië, een tocht die resulteerde in honderden schetsen van Rome, maar vooral van Venetië. De speling van het licht probeerde hij in kleuren vast te leggen.

In de laatste fase van zijn artistieke leven, na een tweede Italiaanse reis in 1828, hield de kunstenaar zich steeds intensiever bezig met het schilderen van het licht. Vanaf dan lijkt het onderwerp (zoals bv. Rain, steam and speed; Tate Gallery, Londen) zelfs van secundair belang: vormen en details worden slechts vaag aangegeven op brede vlakken van geel, wit, roze, rood, koel grijs en blauw in tal van schakeringen. Petworth, het huis van zijn vriend en beschermer Lord Egremont, waar Turner vele malen verbleef, is vaak het onderwerp van deze werken, die een hoogtepunt vormen in zijn oeuvre.

Hoewel Turner reeds in 1802 (het jaar van zijn opname in de Royal Academy, het instituut waaraan hij van 1807 tot 1838 perspectief doceerde) een gewaardeerd kunstenaar was en hoewel zijn meer academische olieverfschilderingen en zijn aquarellen aftrek bleven vinden, konden zijn kleurexperimenten en zijn fanatiek zoeken naar steeds nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden, samen met zijn ‘ontrouw aan de natuur’, weinig genade vinden in de ogen van zijn tijdgenoten.

Criticus John Ruskin schreef echter lovend over hem in zijn ‘Modern painters’ (deel 1, 1843) en later is men Turner geleidelijk gaan beschouwen als een van de origineelste Britse schilders en Engelands belangrijkste schilder van landschappen en zeestukken. Zijn invloed op het impressionisme is onmiskenbaar. Na de tentoonstelling van zijn werk op de Biennale in Venetië in 1948 was er een nieuwe golf van invloed van Turner op de moderne schilders merkbaar.

In het British Museum in Londen worden ongeveer 19.000 tekeningen en aquarellen van Turner bewaard. Een groot deel van zijn olieverfschilderingen bevindt zich in de Tate Gallery en de National Gallery, eveneens in Londen.

De Turner Prize, die sinds 1984 jaarlijks wordt uitgereikt aan een Britse kunstenaar is genoemd naar de schilder. De organisatie is in handen van de Tate Gallery. De Turner Prize is op publicitair vlak uitgegroeid tot Engelands belangrijkste kunstprijs en wordt tegenwoordig het meest geassocieerd met conceptuele kunst, hoewel alle kunstvormen meedingen en verscheidene schilders de prijs hebben gewonnen. Sinds 2004 bedraagt het prijzengeld 40.000 pond.

De catalogus van de tentoonstelling ‘Turner – Opere della Tate’ is uitgegeven door Skira Editore.

Het Chiostre del Bramante biedt regelmatig speciale rondleidingen aan door een kunsthistoricus, zoals bijvoorbeeld nu zaterdag 23 juni om 11.30 uur en zondag 24 juni, eveneens om 11.30 uur. Reserveren voor deze rondleiding kan tot woensdag 20 juni via infomostra@chiostrodelbramante.it.

Chiostro del Bramante
Via della Pace, Rome
+39 06 688 090 35
www.chiostrodelbramante.it

Online tickets kan je hier boeken.

Romeinse topchef Alessandro Narducci overleden

23 juni 2018

In Rome is de bekende chef-kok Alessandro Narducci (29) van het sterrenrestaurant Acquolina overleden na een zwaar verkeersongeval. Hij botste samen met zijn collega en vriendin Giulia Puleio (25) op de Lungotevere della Vittoria, niet ver van het Foro Italico, met zijn scooter tegen een zware Mercedes. De gevolgen waren bijzonder zwaar. De twee motorrijders overleefden de klap niet; de chauffeur van de auto werd met zware verwondingen overgebracht naar een ziekenhuis. De politie is urenlang bezig geweest met het vaststellen van de omstandigheden van het ongeval.

Met Alessandro Narducci verliest Rome een groot culinair talent. Wat deze jonge chef in zijn zaak presenteerde grensde aan het ongelooflijke. Zijn actuele menukaart spreekt wat dit betreft voor zich. Narducci was de bezieler van restaurant Acquolina en het bijhorende Acquaroof-terras aan de Via del Vantaggio 14, een zijstraat van de Via di Ripetta in hartje Rome. Het restaurant maakt deel uit van het vijfsterrenhotel The First Roma. Hopelijk kreeg je de voorbije maanden de kans om er eens te eten, want wat je hier kon beleven komt na vandaag dus nooit meer terug.

Het restaurant wist op zeer korte tijd talrijke foodies en culinaire liefhebbers te bekoren. Zelfs vanuit het buitenland kwamen koks zien en proeven wat deze jonge kok allemaal uitspookte. Alessandro Narducci koos als basis steevast voor de traditionele Romeinse keuken, maar gooide daar een ongelooflijke hoeveelheid creativiteit en originaliteit tegenaan en combineerde dat allemaal met een fantastische visuele presentatie, zonder dat die fraaie plaatjes belangrijker werden dan wat er op het bord lag. De inspecteurs van Michelin sloegen tilt bij een eerste bezoek en gaven de zaak meteen een ster. Er waren ongetwijfeld nog onderscheidingen op komst. Dergelijke culinaire talenten duiken echt niet zo vaak op.

Het Acquolina-restaurant en het Acquaroof-terras zijn tot nader order tijdelijk gesloten. Het personeel is in shock en in rouw. Alessandro Narducci was de voorbije drie dagen de hoofdrolspeler geweest van het Vinòforum-evenement dat momenteel in Rome plaatsvindt. Hij verzorgde er showcookings en avondevenementen. Vinòforum, dat nog loopt tot 24 juni, zal niet sluiten, maar alle microfoons worden uitgeschakeld en er zal geen muziek meer worden gespeeld als een teken van respect voor Alessandro Narducci. De andere deelnemende koks beraden zich morgen over een hulde aan hun collega.

Nieuwe verlichting voor Tor Fiscale

22 juni 2018

Na jaren verwaarlozing en zelfs een dreigende instorting is de nog steeds indrukwekkende Tor Fiscale in Rome veilig gesteld en kreeg het monument zopas zelfs nieuwe buitenverlichting. Het ruim dertig meter hoge monument vlakbij de Via Latina bevindt zich in het Parco Tor Fiscale dat met een kort pad verbonden met het aquaductenpark. Beide parken maken deel uit van het grotere Parco Regionale dell’Appia Antica. Deze omgeving wordt doorkruist door verschillende oude Romeinse aquaducten waarvan de immense resten nog steeds zichtbaar zijn. We brachten hierover recent nog een bijdrage.

De Tor Fiscale dateert uit de dertiende eeuw, er wordt voor het eerst melding van gemaakt in 1277. De toren heeft een rechthoekige vorm en is gemaakt van tufsteen. Aan de westzijde bevindt zich een kleine holle boog, wellicht gebouwd om het gewicht van de muur boven de fundamenten van de aquaducten te verlichten. De toren werd oorspronkelijk omringd door een muur waarvan de overblijfselen tot het midden van de twintigste eeuw te zien waren.

Oorspronkelijk diende het gebouw als uitkijktoren, en vormde het een onderdeel van een klein kasteeltje dat eigendom was van de familie Annibaldi. In de latere middeleeuwen werd het een versterkt militair gebouw, perfect centraal gelegen om de boerderijen, de wijngaarden en de molen in de zone rond de Via Appia en de Via Latina te verdedigen. Lange tijd werd aangenomen dat de naam Fiscale afkomstig was van een belastinginningfunctie, omdat hij een tijdlang werd gebruikt voor de opslag van graan en tarwe. Het landgoed en de toren zouden echter ooit eigendom geweest zijn van de pauselijke penningmeester.

In recentere tijden sloeg de verwaarlozing toe. In de periode 2003-2010 begonnen eindelijk restauratie- en consolidatiewerkzaamheden. Het hele proces werd begeleid door de universiteit van Firenze. Het project kostte 1 miljoen euro. Na de restauratie moest de toren nog veilig worden gesteld, zodat in de toekomst regelmatige rondleidingen en bezoeken mogelijk worden. Nu is het bijna zover.

Vooraleer de toren toegankelijk wordt, wil Rome eerst een vlottere verbinding creëren met de graftombes aan de Via Latina en het Aquaductenpark. Daarvoor zijn enkele onteigeningen nodig en moeten de Italiaanse staat, de regio Lazio en de stad Rome samenwerken, waardoor een en ander niet zo vlot gaat als de beheerder van het Parco Regionale dell’Appia Antica zou willen. Het kan dus nog even duren. Maar in afwachting kan je hier altijd alvast een kijkje gaan nemen, het park is vrij toegankelijk.

Het park werd in de oudheid doorkruist door zes Romeinse aquaducten, waaronder de Aqua Claudia, de Aqua Marcia en de Aqua Anio Novus. Een groot deel van de Aqua Marcia werd afgebroken om plaats te maken voor de Aqua Felice, die in de middeleeuwen werd gebouwd. De Aqua Claudia werd in de loop der eeuwen bijna volledig ontmanteld om bouwmaterialen te leveren voor de bouw van nieuwe huizen in de omgeving.

Tor Fiscale
Via dell’Acquedotto Felice 120, Via di Torre Branca
Bus: 650, 675, 663, 664, 765
Metro A: Porta Furba
www.parcoappiaantica.it

Vlaming schrijft spannende thriller die zich volledig afspeelt in Rome

22 juni 2018

De Vlaming Stefaan Werbrouck heeft een spannende thriller geschreven die zich volledig afspeelt in Rome. Het boek kreeg als titel Adrenaline en is nu verkrijgbaar in de boekwinkel. Binnenkort komt Adrenaline ook als e-book beschikbaar. De auteur vertelde ons dat dit boek in de nieuwe Rione Monti-reeks het eerste deel is in een serie van twaalf. Momenteel werkt hij aan het tweede en het derde boek. Ieder jaar zal een nieuw deel verschijnen. Hou ze in de gaten, want dit worden onverbiddelijke bestsellers. Stop bij je eerstvolgende trip naar Rome alvast het eerste deel in je koffer.

Adrenaline (een titel waarvan het een hele tijd duurt vooraleer je beseft waarvoor die eigenlijk staat) laat de lezer in het begin van het verhaal kennismaken met de speurders van de Squadra Mobile van de Polizia di Stato (Rione Monti) in Rome. Het team is weinig rust gegund en kreeg bovendien zopas versterking in de persoon van Carla die de groep zal bijstaan als profiler. Iemand die een daderprofiel kan schetsen is zeker welkom, want Rome is immers in de ban van een seriemoordenaar die door de media Il Mostro wordt genoemd.

Een terechte naam, want in enkele weken tijd werden in het historische centrum van de stad twee jonge vrouwen ontvoerd en vermoord. Hun lichamen worden leeggebloed teruggevonden, het hart blijkt doorboord te zijn met een naald. De Squadra Mobile beseft dat een meedogenloze psychopaat aan het werk is en het team zet alles op alles om de identiteit van de dader te achterhalen.

De speurders kunnen echter niet verhinderen dat een derde vrouw wordt ontvoerd, een vriendin en medewerkster van burgemeester Virginia Raggi nog wel. Tussen de killer en de Squadra Mobile ontspint zich een dodelijk kat-en-muisspel, waarbij Il Mostro de politie uitdaagt en hen altijd weer een stapje voor is. Het wordt echt akelig wanneer een lid van het team in handen valt van Het Monster. Een race tegen de tijd begint.

Stefaan Werbrouck, overigens een clublid van S.P.Q.R., woont en werkt sinds enkele jaren in Rome en dat is goed te merken aan de vele geschiedkundige anekdotes en de soms erg gedetailleerde plaatsbeschrijvingen die het boek stofferen. Dat maakt deze uitgave meteen ook tot een hebbeding voor Romeliefhebbers wegens heel erg herkenbaar. Wedden dat toeristen binnenkort een Guinness gaan proeven in de Finnegan Irish Pub?

Zoals het hoort bij een misdaadverhaal houdt de auteur de vaart er flink in, mede dankzij heel wat nevenintriges waardoor de lezer niet alleen systematisch kennismaakt met de hoofdpersonages maar ook wordt ondergedompeld in hun persoonlijke leefwereld. Door wat ze meemaken komt ook de stad Rome tot leven, inclusief de kleine kantjes ervan.

Het verhaal is bijzonder filmisch geschreven en spannend tot de laatste bladzijden. Dat is wellicht geen toeval. Werbrouck werkte eerder als scenarist voor de VTM-serie Wittekerke, waar hij later headwriter werd. Van 2006 tot 2013 was hij scenarist en scripteditor voor de politieserie Zone Stad. In 2008 was hij ook headwriter van de telenovela LouisLouise. Hij publiceerde al eerder thrillers, evenals jeugdboeken, romans en gedichten.

Als schrijver debuteerde hij in 1997 bij uitgeverij Manteau met de misdaadroman De Offerdans, die in 1998 werd gevolgd door De verdronken dood. Hij is ook de auteur van de jeugdboeken Kadogo en De Erfgename. In 2007 verscheen van hem Joachim. Over leven op het land, een roman over het leven van een landbouwgezin in Haïti.

Stefaan Werbrouck was ook een tijdlang actief als beeldend kunstenaar, met installaties en beelden in brons. Hij maakte onder meer De Papeters, een levensgroot dansend beeldenpaar op het Kerkplein van de West-Vlaamse gemeente Dentergem.

Maar nog even terug naar het boek. Nu we Adrenaline hebben gelezen, wordt meteen duidelijk waarom dit het eerste deel van een nieuwe reeks is. Het is onmogelijk om de Rione Monti-serie na dit boek te stoppen. Hoewel Het Monster wordt gevat, is het voor elke lezer duidelijk dat er nog een andere moordenaar in Rome rondloopt.

Daarnaast kampen sommige personages met problemen die nog lang niet uitgeklaard zijn. Zo moet Elisa Ferrari haar Siciliaanse kwestie nog oplossen. De getormenteerde Cristiano Clementi heeft nog veel meer om over na te denken en de muzikale charmeur Ivan Bellini verbergt wellicht nog meer persoonlijke geheimpjes.

Een vervolg is dus inderdaad onvermijdelijk en het is duidelijk dat we de komende jaren de leden van de Squadra Mobile – Rione Monti goed zullen leren kennen. Niemand die van een goed verhaal houdt zal dat jammer vinden. In het tweede deel waaraan hij nu werkt zal de auteur overigens ook het Vaticaan bij de intrige betrekken. Altijd nuttig om de verhaallijn wat geheimzinniger en spannender te maken…!

Ten slotte één laatste opmerking: het was een behoorlijke verademing nog eens een boek te lezen zonder storende taal- en spelfouten.

Adrenaline
Auteur: Stefaan Werbrouck
Taal: Nederlands
Afmetingen: 27 x 210 x 149 mm
Gewicht: 481 g
Eerste druk: juni 2018
Uitgeverij: Witsand
ISBN10 9492 9340 43
ISBN13 9789 4929 3404 8
Prijs: 22,50 euro
Binnenkort beschikbaar als e-book

Adrenaline is het eerste verhaal in de nieuwe Rione Monti-reeks die volgens de planning uit 12 delen zal bestaan.

Bestel Adrenaline bij de Standaard Boekhandel

Bestel Adrenaline bij Bol.com