Nieuwe Vaticaanse munten op komst

Goed nieuws voor muntenverzamelaars. Vlak voor de zomervakantie worden door het Vaticaan drie nieuwe en naar verluidt bijzonder fraaie munten in omloop gebracht die ongetwijfeld gretig hun weg zullen vinden naar verzamelaars wereldwijd. Het gaat om exemplaren met daarop de afbeelding van de Laocoön­groep uit de Vaticaanse Musea (2 euro) en de koepel van de dom van Firenze (5 euro). Deze laatste munt herdenkt het feit dat het 600 jaar geleden is Filippo Brunelleschi (1377-1446), die de Santa Maria del Fiore ontwierp, besliste zich uitsluitend aan de bouwkunst te wijden. Volgende maand komt ook nog een derde Vaticaanse munt, eentje van 10 euro, in omloop. Daarop staat een afbeelding van het doopsel van Jezus.

Daarmee stopt het niet. Dit jaar is het tevens 500 jaar geleden dat de Venetiaanse schilder Jacopo Robusti, veel beter bekend als Il Tintoretto (Het Ververtje), werd geboren. Om dat te gedenken wordt in de Republiek San Marino (de enclave die onringd is door Italië) eveneens een bijzondere 2 euromunt uitgegeven. De munt wordt, zoals wel vaker gebruikelijk in het ministaatje San Marino, verdeeld in een luxe verpakking. De oplage bedraagt slechts 60.500 exemplaren. Het is een wettig betaalmiddel, maar gezien de veel hogere verzamelaarswaarde is het natuurlijk niet slim om een dergelijke munt in de winkel uit te geven.

De munt toont een deel van Tintoretto’s schilderij ‘Visitazione’ (De Visitatie of het bezoek van de Maagd Maria aan haar familielid Elizabeth). Het is de omhelzing tussen beiden die in beeld gebracht is. De zwangere Maria ging op weg om haar nicht Elisabeth te bezoeken om de vreugde omwille van de aangekondigde geboorte van Jezus met haar te delen. Het schilderij uit 1588 wordt bewaard in de Scuola Grande di San Rocco, een Venetiaanse broederschap waarvoor Tintoretto vele muur- en plafondschilderingen vervaardigde.

De schilder en tekenaar Jacopo Robusti (1518-1594) vestigde zich vanaf 1539 als zelfstandig meester in Venetië. Zijn vader was verver, in het Italiaans tintore. Daardoor kreeg hij als bijnaam Tintoretto, de kleine verver of het ververtje. Of hij tot de leerlingen van Titiaan (1487-1576) heeft behoord, is een vermoeden maar geen zekerheid.

Zijn vroegste zelfstandige werken tonen hoe hij zich aanvankelijk oriënteerde op Bonifazio Veronese, Andrea Schiavone, Parmigianino en gaandeweg meer en meer op Michelangelo. Daarvoor is vermoedelijk zijn verblijf in Rome verantwoordelijk (in 1546) waar hij werk van Michelangelo schetste in zijn streven de innerlijke bewogenheid van zijn figuren door expressieve houdingen te accentueren.

Tintoretto’s eerste gedateerde doek, De bevrijding van de slaaf (Galleria dell’ Accademia, Venetië, 1548) dat werd vervaardigd voor de Scuola (broederschap) di San Marco, getuigt eveneens van Michelangelo’s invloed (de ronddraaiende beweging van de compositie, de gecompliceerde standen van atletische figuren), maar de behandeling van licht en kleuren is onmiskenbaar Venetiaans. Na 1548 ging Tintoretto op een meer gedempt kleurengamma over en werd zijn voordracht meer bezonnen.

Het licht werd een belangrijk element om de dramatiek te vergroten en hij maakte ontwerpen in was, waarmee hij experimenteerde door ze op verschillende manieren te belichten. Sommige figuren keren ook in meerdere werken terug, ze worden uit verschillende hoeken geschilderd, soms met een wisselende lichtinval. Ook in compositioneel opzicht begon hij nu naar monumentale en decoratieve effecten te zoeken, zoals in de Tempelgang van Maria (1555; San Maria dell’ Orto, Venetië).

Tussen 1560 en 1594 ontplooide hij een uiterst snelle, virtuoze techniek: hij modelleerde met een bijna schetsmatige penseelstreek direct in de kleur. Daarbij was zijn toepassing van het clair-obscur baanbrekend voor de ontwikkeling naar de barokschilderkunst. De indrukwekkendste prestatie uit die jaren was de omvangrijke versiering van de Scuola di San Rocco, een gebouw waarvan hij tussen 1565 en 1587 drie grote zalen verrijkte met imposante doeken met voornamelijk bijbelse voorstellingen.

Vanaf 1574 namen Tintoretto en zijn helpers ook deel aan de decoraties van het Dogenpaleis met allegorische en historische motieven. De dramatische contrasten van licht en diepe schaduwen in Tintoretto’s late werken, de overgang naar een de vormen tot fosforescerende schimmen omtoverende lichtbehandeling, verlenen zijn werken het visionaire karakter dat in de religieuze kunst na de Contrareformatie een onmisbare factor werd.

De figuren, op zichzelf zeer realistisch weergegeven, kregen langzamerhand een heroïsche en haast bovennatuurlijke allure door het lichtspel en door hun plaatsing in de ruimte: hij zette hun bewegingsassen graag haaks of schuin op het vlak en ontwikkelde daarbij zeer suggestieve, ritmische arrangementen, zoals de Venetiaanse School ze nog niet kende. Een beroemd voorbeeld van een diagonaalsgewijs door de ruimte verlopende compositie waardoor de illusie van oneindige diepten wordt opgeroepen, is Het Laatste Avondmaal in de San Giorgio Maggiore te Venetië (1594). Tintoretto schilderde ook prachtige, vrij sobere portretten. Zijn zoon Domenico en dochter Marietta waren eveneens schilder.

In het voorjaar van 2012 was in Rome nog een grote overzichtstentoonstelling van Tintoretto te zien. Op verschillende plaatsen in Rome, onder meer in de Galleria Colonna en in Palazzo Barberini, vind je schilderijen van Tintoretto. Behalve in Venetië, vind je ook in Parijs, Madrid en Wenen eveneens kunstwerken van Tintoretto.

OVER BRUNELLESCHI ACHTERGROND

De Italiaanse goudsmid, architect en beeldhouwer Filippo Brunelleschi (1377-1446) was de eerste renaissance-architect en één van de grootsten. Zijn hoofdwerken staan in Firenze. In Rome werden klassieke bouwwerken door hem opgemeten en vooral onderzocht op hun constructieve elementen en ruimtewerking.

Brunelleschi’s poging om zijn gegevens goed op papier te krijgen bracht hem tot het uitvinden van het lineaire perspectief: het werken met verdwijnpunt(en) waar alle zichtassen samenkomen. Het was een middel om de driedimensionale ruimte op een vlak oppervlakte weer te geven, waarbij alle afstanden meetbaar zijn. Deze wetenschappelijke ontdekking had een enorme uitwerking op de kunsten.

Filippo Brunelleschi begon zijn carrière als goudsmid en beeldhouwer en won in 1402 samen met Lorenzo Ghiberti de prijsvraag voor een ontwerp van de bronzen deuren voor het baptisterium in Firenze; zijn mededinger kreeg uiteindelijk de opdracht. Als beeldhouwer was hij nog enige tijd werkzaam, maar na enkele kleinere architectonische opdrachten zou hij zich vanaf 1418 volledig aan de bouwkunst wijden. Het Ospedale degli Innocenti (ontworpen 1419, gebouwd 1421-1444) wordt beschouwd als het eerste renaissancegebouw.

Kenmerkend voor de nieuwe architectuur is helderheid: de betekenis van elk onderdeel moet duidelijk zijn, zo ook de onderlinge relatie van de delen. Een ander kenmerk is de toepassing van onderdelen ontleend aan de klassieke oudheid: zuilen, lijstwerken en frontons. De combinatie van zuilen en bogen is daarentegen ontleend aan Toscaanse gebouwen uit de elfde en de twaalfde eeuw, zoals de San Miniato al Monte in Firenze.

In de zwikken tussen de bogen zijn medaillons van Andrea della Robbia aangebracht. De opdracht om de koepel van de dom in Firenze (1420-1436) te bouwen, stelde Brunelleschi door de omvang en de constructie voor problemen; als oplossing hiervoor gebruikte hij een constructiewijze in horizontale lagen (net zoals het Pantheon te Rome), bracht hij twee afzonderlijke schalen aan die elkaar wederzijds steunen (waardoor de koepel zodoende lichter werd qua gewicht), evenals verticale ribben (net als in de gotiek). Tevens gaf hij de koepel een slank profiel, zodat er minder zijwaartse druk was.

Een ander vermaard gebouw is de Sagrestia Vecchia (1420-1429), een grafkapel voor Cosimo de’ Medici, aan de San Lorenzo vast te bouwen. Hiermee oogstte Brunelleschi veel lof, zodat hij ook de opdracht kreeg een nieuw plan te maken voor de hele kerk. De San Lorenzo (begonnen 1421, inwendig voltooid 1469) is gebaseerd op vierkante eenheden, echter met kleine afwijkingen. Opmerkelijk is verder het gebruik van licht: het middenschip baadt in het licht, de zijbeuken zijn schemerig en de kapellen zijn donker.

De basiliek Santo Spirito (eerste ontwerpen vanaf 1432, bouw vanaf 1444) beantwoordt aan strenge maatverhoudingen: het vierkant van de viering is de basismoduul voor de hele compositie; de viering heeft dezelfde oppervlakte als het koor en het transept. Op de oorspronkelijke plattegrond is het schip vier maal zo lang en twee maal zo hoog als breed. Voorts hebben ook de zijbeuken een vierkante plattegrond en zijn twee maal zo hoog als lang. Bij de uitvoering is echter afgeweken van de oorspronkelijke plattegrond en maatvoering.

Intussen was Brunelleschi begonnen aan de Pazzi-kapel (1429) bij het klooster Santa Croce, gebaseerd op zuivere verhoudingen zoals 1:3, 2:3 en een vierkant. De eerste centraal aangelegde kerk in de renaissance was de Santa Maria degli Angeli (1434), waarvan de bouw na drie jaar stopte. Het ontwerp was zeer geavanceerd en vond pas veel later navolging. Brunelleschi was in zijn kerken steeds op zoek naar de ideale ruimtevorm: een synthese tussen lengterichting en centraalbouw. In 1972 werd bij opgravingen in de Santa Maria del Fiore-basiliek van Firenze het graf van Brunelleschi ontdekt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.