Archive for juni, 2018

De hoogste heuvel van Rome

21 juni 2018

Een tijdje geleden kregen we de vraag wat nu het hoogste punt van Rome is. We beloofden daar via een nieuwsbrief op te antwoorden, bij deze dus. Heel wat mensen maken tijdens hun verblijf in Rome weleens een wandeling naar de Janiculum (Gianicolo), de heuvel waar je, terwijl Garibaldi in eigen persoon op je neerkijkt, kan genieten van een spectaculair uitzicht over Rome. Maar het kan in Rome nog hoger. De Monte Mario in het noordwesten van Rome verheft zich 139 meter boven de stad en is daarmee de hoogste plek van Rome.

Alleen al het uitzicht op de Tiber, die je vanop het hoogste punt op zowat zijn hele kronkeltocht doorheen Rome kan volgen, is meer dan de moeite waard. Hoe langer je geniet van de stad die aan je voeten ligt, des te meer details begin je op te merken in het reusachtige landschap waarop je neerkijkt. De tienduizenden daken, de talrijke koepels, de vele bekende gebouwen, je krijgt er amper genoeg van.

De Monte Mario-heuvel behoort (evenmin als de Gianicolo) niet tot de beroemde zeven heuvels waarop Rome zou gebouwd zijn, maar is wel een interessante plek. Rond de heuvel bevindt zich een fraai natuurpark met een totale oppervlakte van 204 hectare. Het is een belangrijke biologische corridor tussen het verstedelijkte gebied ten noorden van Rome en de historische stad. Je kan het park bereiken langs verschillende ingangen (ondermeer langs de Via Gomenizza, de Via dei Colli della Farnesina, de Via della Vittoria,…).

In het natuurpark bevinden zich onder meer drie villa’s, waaronder de Villa Mellini. Eén gebouw is ingericht als astronomisch observatorium van Rome, waar ook het Museo Astronomico Copernicano is ondergebracht. Dit laatste kan je bezoeken op aanvraag. Deze locatie werd voor de Italiaanse kaarten tot het eind van de jaren ’60 van de vorige eeuw gebruikt als nulmeridiaan (in plaats van Greenwich). Het observatorium wordt tegenwoordig nog maar weinig gebruikt omwille van de nogal sterke lichtvervuiling in de buurt. Dichtbij bevindt zich ook een zendmast van de RAI.

Op de heuvel vind je ook de kerk en het klooster van Santa Maria Rosario. In de zeventiende eeuw bouwde kunstenaar en architect Pietro da Cortona (1596-1669) op de flanken van de Monte Mario zijn Villa Pigneto. De villa had onder meer een siertuin die zich uitstrekte over verschillende niveaus van de heuvel. De villa was voltooid in 1630, maar was vijftig jaar later al sterk vervallen. De laatste restanten van de villa, de ruïnes van de oorspronkelijke structuur, verdwenen in de negentiende eeuw.

In de oudheid kenden de Romeinen deze heuvel als Mons Vaticanus of Clivus Cinnae, naar de praetor Lucius Cornelius Cinna. Hij was de aanvoerder van de populares, schrok niet terug voor geweld en was een tegenstander van de optimates onder Lucius Cornelius Sulla. Cinna’s dochter Cornelia Cinna was sinds ongeveer 85 of 84 v. Chr. de vrouw van Gaius Julius Caesar, die ondanks de druk van Sulla’s aanhangers, weigerde van haar te scheiden.

De heuvelrug maakte deel uit van de zogenaamde ager vaticanus, en werd daardoor, net als de Janiculum-heuvel, soms Mons Vaticanus genoemd. De huidige naam, volgens sommige bronnen, komt van Mario Mellini, een kardinaal die halfweg de vijftiende eeuw op deze heuvel een villa bezat. In de middeleeuwen was het gebied echter ook bekend als Monte Malo, dit vanwege de moord op een zekere Giovanni Crescenzio, een edelman die hier omstreeks 960 zou zijn gedood. De huidige naam zou een verbastering van malo kunnen zijn.

Archeologische opgravingen in de omgeving van de Monte Mario hebben ondermeer werktuigen en pijlpunten uit vuursteen opgeleverd en dierlijke tanden. De overblijfselen dateren van ongeveer 65.000 jaar geleden en behoren tot de vroegste sporen van menselijke aanwezigheid die gevonden zijn in de omgeving van Rome.

Aan de westelijke zijde van de heuvel ligt een vrij dure wijk met dezelfde naam. Wie hier een huis huurt of koopt behoort zeker tot de hogere klasse. Enkele woonwijken zijn Balduina, Belsito, Della Vittoria, Fort Boccea Quartaccio en Torresina. De drie laatste zijn het meest recent. Monte Mario Alto, op de Colle Sant’Agata werd gebouwd in de jaren ’20 van de vorige eeuw door een een coöperatie van postbodes. De kern is het commerciële district ‘quartiere’ Trionfale, waar het historische marktplein een bezoek best waard is.

Hier en daar proef je zelfs nog de sfeer van de jaren ’50, al doen de voortdurende bouwuitbreidingen het gebied geen goed. Recente werken aan de ringweg rond Rome, de Grande Raccordo Anulare (GRA) hebben bovendien een stuk afgeknaagd van het beschermde gebied ten noorden van de ringweg.

Op het hoogste punt van de Monte Mario bevindt zich de bar annex restaurant Lo Zodiaco. De keuken in het restaurant, waar de tafels aan de voorzijde een prachtig uitzicht over Rome bieden, is internationaal georienteerd maar evenzeer bekend voor de echte cucina romana. Een ideale plek voor een romantisch dineetje, al dan niet bij kaarslicht, of om een uniek moment te beleven met een groepje vrienden. In Lo Zodiaco worden regelmatig evenementen zoals live-optredens en shows georganiseerd. De zaak bestaat al sinds 1956. Vele beroemdheden en filmsterren kwamen hier al even genieten van de keuken en natuurlijk van het fantastische uitzicht op Rome.

Parco Monte Mario

Nieuwe Vaticaanse munten op komst

19 juni 2018

Goed nieuws voor muntenverzamelaars. Vlak voor de zomervakantie worden door het Vaticaan drie nieuwe en naar verluidt bijzonder fraaie munten in omloop gebracht die ongetwijfeld gretig hun weg zullen vinden naar verzamelaars wereldwijd. Het gaat om exemplaren met daarop de afbeelding van de Laocoön­groep uit de Vaticaanse Musea (2 euro) en de koepel van de dom van Firenze (5 euro). Deze laatste munt herdenkt het feit dat het 600 jaar geleden is Filippo Brunelleschi (1377-1446), die de Santa Maria del Fiore ontwierp, besliste zich uitsluitend aan de bouwkunst te wijden. Volgende maand komt ook nog een derde Vaticaanse munt, eentje van 10 euro, in omloop. Daarop staat een afbeelding van het doopsel van Jezus.

Daarmee stopt het niet. Dit jaar is het tevens 500 jaar geleden dat de Venetiaanse schilder Jacopo Robusti, veel beter bekend als Il Tintoretto (Het Ververtje), werd geboren. Om dat te gedenken wordt in de Republiek San Marino (de enclave die onringd is door Italië) eveneens een bijzondere 2 euromunt uitgegeven. De munt wordt, zoals wel vaker gebruikelijk in het ministaatje San Marino, verdeeld in een luxe verpakking. De oplage bedraagt slechts 60.500 exemplaren. Het is een wettig betaalmiddel, maar gezien de veel hogere verzamelaarswaarde is het natuurlijk niet slim om een dergelijke munt in de winkel uit te geven.

De munt toont een deel van Tintoretto’s schilderij ‘Visitazione’ (De Visitatie of het bezoek van de Maagd Maria aan haar familielid Elizabeth). Het is de omhelzing tussen beiden die in beeld gebracht is. De zwangere Maria ging op weg om haar nicht Elisabeth te bezoeken om de vreugde omwille van de aangekondigde geboorte van Jezus met haar te delen. Het schilderij uit 1588 wordt bewaard in de Scuola Grande di San Rocco, een Venetiaanse broederschap waarvoor Tintoretto vele muur- en plafondschilderingen vervaardigde.

De schilder en tekenaar Jacopo Robusti (1518-1594) vestigde zich vanaf 1539 als zelfstandig meester in Venetië. Zijn vader was verver, in het Italiaans tintore. Daardoor kreeg hij als bijnaam Tintoretto, de kleine verver of het ververtje. Of hij tot de leerlingen van Titiaan (1487-1576) heeft behoord, is een vermoeden maar geen zekerheid.

Zijn vroegste zelfstandige werken tonen hoe hij zich aanvankelijk oriënteerde op Bonifazio Veronese, Andrea Schiavone, Parmigianino en gaandeweg meer en meer op Michelangelo. Daarvoor is vermoedelijk zijn verblijf in Rome verantwoordelijk (in 1546) waar hij werk van Michelangelo schetste in zijn streven de innerlijke bewogenheid van zijn figuren door expressieve houdingen te accentueren.

Tintoretto’s eerste gedateerde doek, De bevrijding van de slaaf (Galleria dell’ Accademia, Venetië, 1548) dat werd vervaardigd voor de Scuola (broederschap) di San Marco, getuigt eveneens van Michelangelo’s invloed (de ronddraaiende beweging van de compositie, de gecompliceerde standen van atletische figuren), maar de behandeling van licht en kleuren is onmiskenbaar Venetiaans. Na 1548 ging Tintoretto op een meer gedempt kleurengamma over en werd zijn voordracht meer bezonnen.

Het licht werd een belangrijk element om de dramatiek te vergroten en hij maakte ontwerpen in was, waarmee hij experimenteerde door ze op verschillende manieren te belichten. Sommige figuren keren ook in meerdere werken terug, ze worden uit verschillende hoeken geschilderd, soms met een wisselende lichtinval. Ook in compositioneel opzicht begon hij nu naar monumentale en decoratieve effecten te zoeken, zoals in de Tempelgang van Maria (1555; San Maria dell’ Orto, Venetië).

Tussen 1560 en 1594 ontplooide hij een uiterst snelle, virtuoze techniek: hij modelleerde met een bijna schetsmatige penseelstreek direct in de kleur. Daarbij was zijn toepassing van het clair-obscur baanbrekend voor de ontwikkeling naar de barokschilderkunst. De indrukwekkendste prestatie uit die jaren was de omvangrijke versiering van de Scuola di San Rocco, een gebouw waarvan hij tussen 1565 en 1587 drie grote zalen verrijkte met imposante doeken met voornamelijk bijbelse voorstellingen.

Vanaf 1574 namen Tintoretto en zijn helpers ook deel aan de decoraties van het Dogenpaleis met allegorische en historische motieven. De dramatische contrasten van licht en diepe schaduwen in Tintoretto’s late werken, de overgang naar een de vormen tot fosforescerende schimmen omtoverende lichtbehandeling, verlenen zijn werken het visionaire karakter dat in de religieuze kunst na de Contrareformatie een onmisbare factor werd.

De figuren, op zichzelf zeer realistisch weergegeven, kregen langzamerhand een heroïsche en haast bovennatuurlijke allure door het lichtspel en door hun plaatsing in de ruimte: hij zette hun bewegingsassen graag haaks of schuin op het vlak en ontwikkelde daarbij zeer suggestieve, ritmische arrangementen, zoals de Venetiaanse School ze nog niet kende. Een beroemd voorbeeld van een diagonaalsgewijs door de ruimte verlopende compositie waardoor de illusie van oneindige diepten wordt opgeroepen, is Het Laatste Avondmaal in de San Giorgio Maggiore te Venetië (1594). Tintoretto schilderde ook prachtige, vrij sobere portretten. Zijn zoon Domenico en dochter Marietta waren eveneens schilder.

In het voorjaar van 2012 was in Rome nog een grote overzichtstentoonstelling van Tintoretto te zien. Op verschillende plaatsen in Rome, onder meer in de Galleria Colonna en in Palazzo Barberini, vind je schilderijen van Tintoretto. Behalve in Venetië, vind je ook in Parijs, Madrid en Wenen eveneens kunstwerken van Tintoretto.

OVER BRUNELLESCHI ACHTERGROND

De Italiaanse goudsmid, architect en beeldhouwer Filippo Brunelleschi (1377-1446) was de eerste renaissance-architect en één van de grootsten. Zijn hoofdwerken staan in Firenze. In Rome werden klassieke bouwwerken door hem opgemeten en vooral onderzocht op hun constructieve elementen en ruimtewerking.

Brunelleschi’s poging om zijn gegevens goed op papier te krijgen bracht hem tot het uitvinden van het lineaire perspectief: het werken met verdwijnpunt(en) waar alle zichtassen samenkomen. Het was een middel om de driedimensionale ruimte op een vlak oppervlakte weer te geven, waarbij alle afstanden meetbaar zijn. Deze wetenschappelijke ontdekking had een enorme uitwerking op de kunsten.

Filippo Brunelleschi begon zijn carrière als goudsmid en beeldhouwer en won in 1402 samen met Lorenzo Ghiberti de prijsvraag voor een ontwerp van de bronzen deuren voor het baptisterium in Firenze; zijn mededinger kreeg uiteindelijk de opdracht. Als beeldhouwer was hij nog enige tijd werkzaam, maar na enkele kleinere architectonische opdrachten zou hij zich vanaf 1418 volledig aan de bouwkunst wijden. Het Ospedale degli Innocenti (ontworpen 1419, gebouwd 1421-1444) wordt beschouwd als het eerste renaissancegebouw.

Kenmerkend voor de nieuwe architectuur is helderheid: de betekenis van elk onderdeel moet duidelijk zijn, zo ook de onderlinge relatie van de delen. Een ander kenmerk is de toepassing van onderdelen ontleend aan de klassieke oudheid: zuilen, lijstwerken en frontons. De combinatie van zuilen en bogen is daarentegen ontleend aan Toscaanse gebouwen uit de elfde en de twaalfde eeuw, zoals de San Miniato al Monte in Firenze.

In de zwikken tussen de bogen zijn medaillons van Andrea della Robbia aangebracht. De opdracht om de koepel van de dom in Firenze (1420-1436) te bouwen, stelde Brunelleschi door de omvang en de constructie voor problemen; als oplossing hiervoor gebruikte hij een constructiewijze in horizontale lagen (net zoals het Pantheon te Rome), bracht hij twee afzonderlijke schalen aan die elkaar wederzijds steunen (waardoor de koepel zodoende lichter werd qua gewicht), evenals verticale ribben (net als in de gotiek). Tevens gaf hij de koepel een slank profiel, zodat er minder zijwaartse druk was.

Een ander vermaard gebouw is de Sagrestia Vecchia (1420-1429), een grafkapel voor Cosimo de’ Medici, aan de San Lorenzo vast te bouwen. Hiermee oogstte Brunelleschi veel lof, zodat hij ook de opdracht kreeg een nieuw plan te maken voor de hele kerk. De San Lorenzo (begonnen 1421, inwendig voltooid 1469) is gebaseerd op vierkante eenheden, echter met kleine afwijkingen. Opmerkelijk is verder het gebruik van licht: het middenschip baadt in het licht, de zijbeuken zijn schemerig en de kapellen zijn donker.

De basiliek Santo Spirito (eerste ontwerpen vanaf 1432, bouw vanaf 1444) beantwoordt aan strenge maatverhoudingen: het vierkant van de viering is de basismoduul voor de hele compositie; de viering heeft dezelfde oppervlakte als het koor en het transept. Op de oorspronkelijke plattegrond is het schip vier maal zo lang en twee maal zo hoog als breed. Voorts hebben ook de zijbeuken een vierkante plattegrond en zijn twee maal zo hoog als lang. Bij de uitvoering is echter afgeweken van de oorspronkelijke plattegrond en maatvoering.

Intussen was Brunelleschi begonnen aan de Pazzi-kapel (1429) bij het klooster Santa Croce, gebaseerd op zuivere verhoudingen zoals 1:3, 2:3 en een vierkant. De eerste centraal aangelegde kerk in de renaissance was de Santa Maria degli Angeli (1434), waarvan de bouw na drie jaar stopte. Het ontwerp was zeer geavanceerd en vond pas veel later navolging. Brunelleschi was in zijn kerken steeds op zoek naar de ideale ruimtevorm: een synthese tussen lengterichting en centraalbouw. In 1972 werd bij opgravingen in de Santa Maria del Fiore-basiliek van Firenze het graf van Brunelleschi ontdekt.

Rome behoort tot de beste wifi-aanbieders

18 juni 2018

Voor wie op reis absoluut online wil blijven, is een verblijf in Rome, Lissabon en Boedapest het meest geschikt. In Rome en Boedapest beschikken ongeveer 80% van de accommodaties over internet, in Lissabon is dat zelfs 84%. Amsterdam staat op de zevende plaats in de ranglijst met 75%, net achter Berlijn en Brussel (76%). Dat blijkt uit een onderzoek naar de meest internetvriendelijke Europese bestemmingen dat recent werd uitgevoerd door van HomeToGo, een zoekmachine voor vakantiehuizen.

Anno 2018 lijkt de reiziger meer dan ooit volkomen afhankelijk te worden van digitale hulpmiddelen. Ongeveer 70 tot 75% van de reizigers vinden een goed wifi-signaal belangrijk op hun vakantiebestemming. 20 tot 25% van de ondervraagden zegt zelfs stress en spanningen te ondervinden als er geen internet beschikbaar is. Hoe zou men anders uitstapjes  kunnen boeken, restaurants kunnen vinden en de juiste weg uitstippelen zonder routeplanners en digitale kaarten?

Vakantiegangers zijn nog niet allemaal verslaafd aan hun digitale snufjes maar ze zijn wel goed op weg. Een kwart van de reizigers heeft liever wifi dan een zwembad op de vakantiebestemming. Bijna 70% verkiest een bestemming met wifi boven een vakantieverblijf zonder. Bijna de helft van de ondervraagden heeft minder contact met familie en vrienden thuis als er geen wifi op de vakantiebestemming is, telefoneren doen ze niet zo graag. Bijna vier op tien heeft een meer ontspannen vakantie als er internet op de bestemming beschikbaar is.

Uitnodiging voor een actuele lezing dinsdag 19 juni om 20 uur

18 juni 2018

Hoe zal Italië op politiek vlak evolueren? Deze vraag is nu actueler dan ooit. De Vijfsterrenbeweging en Lega hebben zopas een ongeziene en zelfs onwaarschijnlijke regeringscoalitie gevormd. Het mooie Italië wordt op politiek vlak vaak gezien als een land dat achterloopt. Het boek Proeftuin Italië draait dit perspectief radicaal om en biedt een nieuwe visie op Italië, ditmaal juist als de trendsetter van de moderne politiek. Klinkt dit vreemd? Neen.

Sinds de eenwording in 1861 heeft het land namelijk telkens als eerste een voortdurende reeks experimenten gelanceerd om de kloof tussen burger en politiek te overbruggen. Die Italiaanse experimenten zijn vervolgens elders nagevolgd. Mussolini introduceerde het fascisme lang voordat Hitler er een kopie van maakte en de macht greep. Silvio Berlusconi wees de populisten in Europa reeds in de jaren ’90 de weg die Donald Trump nu bewandelt.

Auteur Pepijn Corduwener die in dit boek samen met Arthur Weststeijn de meeslepende geschiedenis van Italië neerschrijft, komt vertellen hoe het mooiste land van Europa uitgroeide tot proeftuin van de moderne wereld. Historicus Pepijn Corduwener (1986) is gespecialiseerd in de geschiedenis van de democratie in het naoorlogse Europa. Hij is als universitair docent verbonden aan de Universiteit Utrecht en publiceerde eerder The Problem of Democracy in Postwar Europe. aan de Universiteit Utrecht.

Datum en plaats van afspraak lezing:

Dinsdag 19 juni om 20 uur
Lokaal A.1.3. (eerste verdieping) in cultureel centrum Romaanse Poort, Brusselsestraat 63, 3000 Leuven.

De toegang is gratis, iedereen is welkom.

Het boek is ter plaatse te koop. De auteur zal het na zijn lezing graag signeren.

Vaticaan recupereert gestolen brief van Columbus

17 juni 2018

Een 525 jaar oude kopie van een brief van Christoffel Columbus die uit het Vaticaan was gestolen, is door Callista Gingrich, de Amerikaanse ambassadeur bij de Heilige Stoel, terug bezorgd aan de Vaticaanse Bibliotheek. Dat gebeurde na gezamenlijk speurwerk van het Amerikaanse ministerie van Veiligheid en oudheidkundigen van het Vaticaan. Columbus schreef de brief aan de Spaanse koning Ferdinand en koningin Isabella in februari 1493 op volle zee tijdens zijn terugreis naar Europa, vier maanden na zijn ontdekking van de Nieuwe Wereld. Hij deed daarin verslag van zijn bevindingen en vroeg alvast om geld voor een nieuwe tocht.

De originele brief was opgesteld in het Spaans. Later kwam er een vertaling in het Latijn en zijn verscheidene exemplaren gedrukt en als nieuwsbrief verspreid. Een kopie van acht pagina’s van 18,5 bij 12 cm is omstreeks 1920  in de bibliotheek van het Vaticaan terechtgekomen. Deze versie werd in 1493 in Rome gedrukt door Stephan Plannack. Zeven jaar geleden kreeg het Amerikaanse departement van Binnenlandse Veiligheid van een in zeldzame manuscripten gespecialiseerde verzamelaar een tip dat het originele document in het Vaticaan verwisseld was met een vakkundig vervalst exemplaar.

Het Vaticaan werd op de hoogte gebracht, terwijl speurders de originele brief terugvonden bij Robert Parsons, een inwoner van de Amerikaanse stad Atlanta. Die verklaarde dat hij de brief in 2004 gekocht had van een verkoper van zeldzame boeken in New York en dat hij niet wist dat het document gestolen was. Na lang onderzoek en onderhandelingen werd het originele document gerecupereerd. Hoe en wanneer dat gebeurde, wie de vervalsing maakte en wie nu uiteindelijk de dader is van de diefstal werd niet bekend gemaakt en zal vermoedelijk een raadsel blijven.

Uniek atletengraf ontdekt in Rome

17 juni 2018

Tijdens infrastructuurwerken voor het water- en energiebedrijf Acea ontdekten arbeiders in het oosten van Rome een vrijwel intact graf uit de Romeinse Republiek. Archeologen troffen de resten van drie mannen en een vrouw aan. Uit de attributen en artefacten die bij de overledenen werden teruggevonden concluderen de onderzoekers dat het gaat om de laatste rustplaats van professionele atleten die in de Romeinse samenleving in hoog aanzien moeten gestaan hebben.

In de oudheid ontleende men zijn status nog meer dan vandaag aan zijn broodwinning. Het oude Rome bewonderde professionele atleten, net zoals ook gladiatoren en professionele paardenmenners tijdens de wagenrennen veel aanzien genoten. In Case Rosse, net buiten de Grande Raccordo Anulare (GRA), de grote ringweg rond Rome, werd een graf van ongeveer 2300 jaar oud aangetroffen, waaruit dit nog eens duidelijk blijkt.

De namen van de atleten zijn niet meer te achterhalen, maar allerlei materiaal in het graf maakt duidelijk welk beroep de overledenen uitoefenden. Zo werden onder meer strigils aangetroffen, metalen schrapers waarmee de atleten vroeger na het sporten en vóór het baden hun lichaam ontdeden van vuil, zweet, lichaamsbegroeiing en olijfolie. Het inwrijven van het lichaam met olie was een populaire manier van huidverzorging.

In het graf bevonden zich ook talrijke voedselgiften, waaronder kip, konijn en lamsvlees. De begrafenisplechtigheid moet destijds een behoorlijk groot eerbetoon geweest zijn. Het gebeurt niet zo vaak dat een vrijwel volledig intact graf uit de Republikeinse periode wordt ontdekt. De studie van al het gevonden materiaal zal bijzonder nuttig zijn om meer kennis te verwerven over bepaalde rituelen die tijdens begrafenissen in de derde en de vierde eeuw v. Chr. werden uitgevoerd.

3D-reconstructie van het gezicht van Julius Caesar

15 juni 2018

Op vrijdag 22 juni 2018 om 15 uur wordt in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden (Nederland) het nieuwe boek Caesar in de Lage Landen. De Gallische Oorlog langs Rijn en Maas van Tom Buijtendorp gepresenteerd. Na de boekpresentatie zal een 3D-reconstructie van het gezicht van Julius Caesar worden onthuld. Deze werd gemaakt met behulp van een collectiestuk uit het RMO, één van de twintig in Europa bekende afbeeldingen van Caesar. Tevens werd gebruik gemaakt van de bekende Tusculum-buste en een munt met de afbeelding van Julius Caesar.

Schrijver en archeoloog Tom Buijtendorp (die vorig jaar het boek Sporen van Trajanus en Hadrianus in de Lage Landen publiceerde) behandelt in zijn nieuwe boek mede aan de hand van nieuwe vondsten en analyses de aanwezigheid van Julius Caesar in de Nederlanden. Lange tijd was Julius Caesars aanwezigheid in België en Nederland in nevelen gehuld. Caesar blijkt anders dan lang gedacht, zijn Gallische Oorlog voor een belangrijk deel langs de Rijn en de Maas uitgevochten te hebben, met zijn grootste nederlaag bij de Nederlands-Belgische grens.

Het nieuwe onderzoek baseert zich onder meer op nieuwe analyses van munten, recent ontdekte legerkampen en uit de Lage Landen geschreven brieven. De auteur maakt ook gebruik van de resultaten van nieuwe ontdekkingen, zoals de oudste versie van het beroemde oorlogsverslag van Caesar, een Karolingisch handschrift en de rapporten van een Romeinse onderbevelhebber.

Het plaatst één van de beroemdste legerleiders uit de wereldgeschiedenis in een nieuw perspectief, inclusief zijn leiderschap. De auteur toont aan dat grofweg de helft van Caesars soldaten in de Lage Landen sneuvelde. De Gallische Oorlog was dus meer dan gedacht een “Belgische” Oorlog. Het is de enige regio waarvan Julius Caesar toegeeft dat hij er zelf gedood had kunnen worden. Zijn reactie op de stevige weerstand was verwoestend fel.

De militaire inspanning was zo groot dat hij zijn Britse ambitie moest beperken tot twee korte bezoeken, waarna de verovering nog bijna een eeuw op zich liet wachten. Cruciale ervaringen in het noorden, waaronder Caesars grootste nederlaag ooit nabij een fort aan de Belgische-Nederlandse grens, zouden nog lang doorwerken in de strategie van het Romeinse Rijk.

Na afloop van de lezing zal een reconstructie van het gezicht van Julius Caesar worden onthuld. In 2017 kwam Tom Buijtendorp op het idee om een levensechte gereconstrueerd portret te laten maken aan de hand van de marmeren buste van Julius Caesar uit de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden (foto hieronder). Zijn aandacht was op dit beeld gevestigd tijdens zijn onderzoek naar Julius Caesar voor zijn boek.

De reconstructie werd gemaakt door archeologe en fysisch antropologe Maja d’Hollosy die gespecialiseerd is in gezichtsreconstructies. De reconstructie gebeurde op basis van een 3D-scan van het collectiestuk dat overigens behoorlijk beschadigd is. Om de verdwenen delen (onder andere de neus en de kin) te compenseren werd daarom beslist de ontbrekende gegevens aan te vullen op basis van een tweede beeld van Julius Caesar: de zogenaamde Tusculum-buste (foto hieronder). Deze bekende buste werd in 1825 opgegraven door Lucien Bonaparte in de antieke stad Tusculum in de Albaanse heuvels, maar werd pas in 1940 door Maurizio Borda geïdentificeerd als de beeltenis van Julius Caesar. Het beeld bevindt zich in de collectie van het Archeologisch Museum van Turijn.

In 381 v. Chr. kreeg de bevolking van Tusculum het Romeinse burgerrecht, Tusculum werd de eerste autonome stad en hield vanaf die tijd de rang van municipium. Vele belangrijke Romeinse families kwamen oorspronkelijk uit Tusculum, waaronder de gentes Mamilii, Fulvii, Fonteii, Juventii, Oppii, Coruncanii, Quintii, Rabirii, Javolenii, Cordii, Manlii, Furii en Porcii. Tot deze laatste gens behoren de beroemde Cato’s (Marcus Porcius Cato Censorius maior werd geboren in Tusculum in 243 v. Chr.).

Ten slotte is voor de reconstructie ook een muntportret van Caesar door muntmeester Marcus Mettius gebruikt. De reconstructie kon gerealiseerd worden dankzij een subsidie van de Provincie Zuid-Holland en zal vanaf 23 juni tot eind augustus 2018 te zien zijn in de onthaalruimte van het museum, in een vitrine die achter de Egyptische tempel staat. Na de onthulling zal er ook een afbeelding van de 3D-reconstructie worden gepubliceerd op de website van het museum.

Na afloop van de boekvoorstelling en de onthulling van de 3D-reconstructie is er een drink en signeert de auteur zijn boek. Het einde is voorzien omstreeks 17 uur. De toegang is gratis maar vooraf aanmelden is verplicht. Dat kan via deze link vóór 21 juni.

Caesar in de Lage Landen
De Gallische Oorlog langs Rijn en Maas
Auteur: Tom Buijtendorp
384 pagina’s
Eerste druk: juni 2018
Uitgeverij Omniboek
ISBN 9789401913898
Prijs: 25 euro

Politici en zakenmensen in cel voor corruptie bij bouw nieuw stadion AS Roma

14 juni 2018

De Italiaanse politie heeft vandaag woensdag negen personen gearresteerd die worden verdacht van corruptie bij de bouw van het nieuwe stadion voor voetbalclub AS Roma. Het gaat om verschillende bekende zakenmensen en politici. In totaal worden zestien mensen geviseerd, maar niet iedereen is opgepakt. Bouwondernemer Luca Parnasi wordt ervan verdacht lokale politici te hebben omgekocht om op die manier enkele administratieve stappen te versnellen en te vergemakkelijken. De gearresteerde zakenlui en politici worden er tevens van beschuldigd deel uit te maken van een criminele organisatie. AS Roma zelf is als club niet betrokken bij de zaak.

Tot de gearresteerden behoren naast Luca Parnasi, de eigenaar van Eurnova, het bedrijf dat het stadion bouwt, ook Luca Lanzalone, de president van het water- en energiebedrijf Acea (waarvan de stad Rome met 51% meerderheidsaandeelhouder is). Ook Adrea Palozzi (Forza Italia), de voorzitter van de Regionale Raad zit in de cel, evenals Michele Civita (Partito Democratico, de voormalige baas van de dienst Urbanisatie en Stadsplanning van de stad Rome), Paolo Ferrara, de fractieleider van de Vijfsterrenbeweging (M5S) in het Capitool, Davide Bordoni, de fractieleider van Forza Italia in het Capitool en Mauro Vaglio, de voorzitter van de balie van Rome en tevens M5S-kandidaat voor de Senaat bij de jongste verkiezingen (waar hij niet verkozen werd). De meeste betrokkenen worden ervan beschuldigd aanzienlijke geldsommen (tot 25.000 euro) te hebben ontvangen voor onbestaande prestaties of, in het geval van de advocaat, opdrachten ter waarde van 100.000 euro.

AS Roma droomt al jaren van een nieuw stadion. De bouw ervan werd goedgekeurd in maart 2017. De voetbalclub hoopt het nieuwe stadion te kunnen openen bij de start van het seizoen 2020-2021. Het stadion, met een capaciteit van 55.000 toeschouwers, wordt gebouwd in de wijk Tor di Valle, in de zuidwestelijke rand van Rome.  De bouw heeft al veel vertraging opgelopen, maar dat is in Rome met grote bouwprojecten niet ongebruikelijk. Momenteel deelt AS Roma, samen met stadsrivaal Lazio, het Stadio Olimpico, een groter maar ook veel ouder stadion.

De ontdekking van Rome

12 juni 2018

Rome is eeuwen oud en tegelijk eeuwig jong. Elk jaar wordt de stad overspoeld door massa’s laatstejaarsscholieren die er de wortels van onze beschaving komen bewonderen en bestuderen. Ondertussen blijft het bezoekers regenen. Het boekje ‘De ontdekking van Rome’ bevat de tekst van een lezing die auteur Maarten Asscher op 14 april jl. gaf in het kader van de Week van de Klassieken. De lezing was een initiatief van het Nederlands Klassiek Verbond, het Rijksmuseum van Oudheden en Uitgeverij Athenaeum.

De auteur, een volbloed classicus, bespreekt de getuigenissen en de gevoelens van beroemde Romereizigers uit het verleden: Montaigne (1580-1581), Goethe (1787), Freud (1901), vermengd met die van hemzelf. Hij vertelt ook hoe de reis verliep, wat ze in Rome deden (Goethe voltooide er twee toneelstukken), waar ze verbleven, hoeveel ze betaalden voor hun verblijf, welke rol hun kennis van het Latijn speelde, wat de stad voor hen betekende.

Voor Freud was dat een psychische confrontatie en een afdaling in de archeologie van zijn bewustzijn, voor Goethe betekende het de ontdekking van zijn fysieke levensdrift als bron voor schrijven, voor Montaigne was het gewoon de bevestiging van zijn houding als nieuwsgierige observator van de mens, de taal en de schoonheid. En voor Asscher: “Eerst Rome zien en dan leven”, het omgekeerde dus van “Vedere Napoli e poi muori”.

Maarten Asscher (1957) is schrijver, jurist, ex-uitgever en boekhandelaar. Hij publiceerde eerder reeds een roman, verhalen, gedichten en essays. De zwart-wit foto’s achteraan in ‘De ontdekking van Rome’ zijn van matige kwaliteit, de literatuurlijst straalt klasse uit.

De ontdekking van Rome
Auteur: Maarten Asscher
Taal: Nederlands
Afmetingen: 7 x 210 x 120 mm
Gewicht: 62 g
Aantal pagina’s: 48
Eerste druk: april 2018
Uitgeverij: Athaeneum-Polak & Van Gennep
ISBN10 902 5308 570
ISBN 978 90 253 0857 5
Prijs: 4,99 euro

Met dank aan Jef Abbeel voor deze bijdrage.

Tentoonstelling ‘Sicilia, il Grand Tour’ tot 22 juli in Palazzo Cipolla

11 juni 2018

In Palazzo Cipolla in Rome is de tentoonstelling ‘Sicilia, il Grand Tour’ aan de gang, een verzameling van 316 aquarellen van de Franse kunstenaar Fabrice Moireau, vergezeld van bijschriften en verhalen van Lorenzo Matassa. Het gelijknamige boek werd uitgegeven door Les Editions du Pacifique voor de Fondazione Tommaso Dragotto.

De tentoonstelling en het boek brengen op een moderne wijze het fenomeen in beeld van de vele buitenlandse reizigers die in de achttiende en de vroege negentiende eeuw vooral vanuit Engeland, Duitsland en Frankrijk een maandenlange tocht maakten door Italië. Hun Grand Tour bracht hen in contact met de oudheid en de kunstzinnige reizigers legden hun ervaringen vaak vast in tekeningen, teksten, schilderijen, aquarellen, enz.

Zonder de reisjournaals van Grand Tour-reizigers zou Sicilië evenmin tot de populairste bestemmingen voor toeristen van vandaag behoren. Zij lieten bij hun terugkeer de thuisblijvers kennismaken met de Siciliaanse steden, de fraaie landschappen, de contrasten tussen de zee en de bergen en de indrukwekkende restanten van de oudheid die toen op vele plaatsen nog te zien waren. Vele Italië-reizigers uit die tijd werden later beroemd.

Na bijna twee en een halve eeuw sinds die tijd fascineert de Grand Tour nog steeds en proberen ook hedendaagse kunstenaars zoals Fabrice Moireau daarop in te spelen. Deze Franse kunstenaar raakte vooral bekend van zijn schets- en tekenboeken die (tegenwoordig vooral Italiaanse) steden op een speelse en toch nostalgische manier in beeld brengt. De tentoonstelling in Palazzo Cipolla toont zijn visie op de Grand Tour zoals die zich afspeelde in Sicilië.

Reizigers die destijds de oversteek maakten naar Sicilie moesten duizend moeilijkheden overwinnen (al waren de welgestelde reizigers meestal wel iets beter uitgerust om de gevaren en ongemakken te trotseren) om dan te worden geconfronteerd met woeste landschappen en natuur, maar ook met pure schoonheid in kleine dorpjes en natuurlijk met de fantastische monumenten uit de oudheid. Vele kunstenaars beleefden in Rome hun ultieme Italië-ervaring, maar de doorsteek naar Sicilië maakte hun reis helemaal af.

Sicilia, il Grand Tour
Tot 22 juli 2018
Palazzo Cipolla Fondazione Roma Museo
Via del Corso 320, Rome