Archive for 26 juli 2018

Romeinse bibliotheek uit de tweede eeuw ontdekt in Keulen

26 juli 2018

Bij opgravingen in Keulen hebben archeologen de fundamenten ontdekt van een Romeinse bibliotheek uit de tweede eeuw. Keulen was toen al uitgegroeid van van een Romeinse nederzetting tot een behoorlijke stad. De fundamenten van de bibliotheek die omstreeks 150 na Chr. werd gebouwd zullen worden geïntegreerd in de nieuwbouw. Een deel van de bibliotheek zal in de toekomst te zien zijn in de ondergrondse parkeergarage van het  gemeenschapscentrum. Dankzij de vondst mag Keulen zich de trotse bezitter noemen van het oudste bibliotheekgebouw van Duitsland.

Tijdens de bouw van een nieuw evangelisch gemeenschapscentrum aan de Antoniterkirche in de binnenstad van Keulen, stuitten onderzoekers vorig jaar verrassend op resten van massieve muren.  Aanvankelijk werd gedacht dat het ging om de overblijfselen van een publieke vergaderruimte, maar al gauw bleek dat de muren een eigenaardige, nisachtige structuur vertoonden.

Na intensieve naspeuringen en vergelijkingen met andere bouwwerken uit de oudheid, onder meer in Efeze en Bergama (het vroegere Pergamon) in Turkije, Alexandrië en Rome, werd duidelijk dat op deze plek op de linker Rijnoever in Keulen ooit een Romeinse bibliotheek heeft gestaan. Het gebouw was 20 bij 9 m groot en had ook nog een aanbouw. Het pand had vermoedelijk twee verdiepingen. “Hier hebben zich ongetwijfeld duizenden boekrollen en perkamenten bevonden die konden worden geleend”, aldus Marcus Trier, de directeur van het Romeins-Germaans Museum in Keulen.

Tot enkele decennia vóór Christus leefden in het gebied dat tegenwoordig Keulen is de Eburonen. Nadat Julius Caesar hen had verslagen, kregen de Ubii, een Germaanse stam, van veldheer Marcus Vipsanius Agrippa, de schoonzoon van keizer Augustus, toestemming om zich op de door de Romeinen gecontroleerde linkeroever van de Rijn te vestigen. Zij stichtten in 38 v. Chr. een nederzetting op een eilandje in de Rijn, het Oppidum Ubiorum.

De plek was bestemd om het bestuurlijke centrum van de provincie Germania Inferior te worden. De Romeinen vestigden er het hoofdbestuur en de gouverneurszetel en hier bevond zich ook het hoofdkwartier van de Romeinse Rijnvloot. De nederzetting groeide uit tot een flinke stad en ontwikkelde zich snel tot een belangrijke rivierhaven, waar handel en industrie (vooral de fabricage van glas) bloeiden.

Ter ere van Agrippa’s kleindochter Agrippina (de Jongere), de moeder van keizer Nero, die hier in het jaar 15 werd geboren en later de echtgenote van keizer Claudius zou worden, werd de stad omgedoopt tot Colonia Claudia Ara Agrippinensium (CCAA) en werd ze ommuurd. De inwoners van de stad werden lange tijd Agrippinenses genoemd.