Archive for september, 2018

Vrijwel intacte Romeinse weg ontdekt langs N206 in Katwijk

29 september 2018

Langs de Ingenieur G. Tjalmaweg (N206) tussen Leiden en Katwijk (Nederland) is bij archeologische opgravingen een zeer goed bewaarde en zelfs gedeeltelijk  intacte weg van ongeveer 125 m uit de Romeinse tijd gevonden. De bijhorende Romeinse nederzetting bevat huisplattegronden, een grachtensysteem en een grafveld. De waardevolle vondsten geven een completer beeld geven van de bewoningsgeschiedenis van dit deel van Zuid-Holland en de Romeinse Limes. Tijdens de Nationale Archeologiedagen op zaterdag 13 oktober kunnen belangstellenden de opgraving bezoeken.

De gaafheid en volledigheid van de Romeinse weg zijn een grote verrassing voor de archeologen Ook de lengte van de aangetroffen weg is bijzonder. De bermgreppels en de verticale houten palen die dienden om de weg niet te laten verzakken zijn na bijna 2000 jaar nog aanwezig. Sommige van de eikenhouten palen zijn manshoog. De Romeinse weg werd vermoedelijk omstreeks het jaar 125 na Chr. aangelegd.

Naast de Romeinse weg en het pleisterwerk zijn onder andere ook nog huisplattegronden, greppels en grachten, en een grafveld met crematiegraven en gewone graven gevonden. In de grachten zijn grote hoeveelheden aardewerk, fragmenten van leren schoeisel, munten, houten voorwerpen, dakpannen en een visfuik aangetroffen.

Een absolute topvondst is een stuk Romeins bouwmateriaal waarop nog pleisterwerk en een schildering te zien zijn. Dergelijke vondsten zijn zeldzaam. De vondst kwam aan het licht tijdens archeologisch onderzoek dat de provincie Zuid-Holland langs de Ingenieur G. Tjalmaweg in Katwijk uitvoert, ter voorbereiding op de werkzaamheden voor de zogenaamde RijnlandRoute, een nieuwe wegverbinding van Katwijk (via de A44) naar de A4 bij Leiden. De weg lost een aantal knelpunten op en draagt bij aan een betere doorstroming in de regio Holland Rijnland, met name rondom Leiden en Katwijk.

Het onderzoek langs de N206 wordt uitgevoerd door ADC Archeoprojecten uit Amersfoort met steun van medewerkers van de Universiteit Leiden en vrijwilligers. De opgraving duurt nog enkele weken. Het archeologisch onderzoek wordt in principe dit jaar afgerond. In 2019 worden de resultaten van het onderzoek gepubliceerd. Het archeologisch onderzoek heeft geen gevolgen voor de planning van de werkzaamheden aan de Ingenieur G. Tjalmaweg. Deze werkzaamheden starten volgens planning in de tweede helft van volgend jaar.

Op zaterdag 13 oktober, tijdens de Nationale Archeologiedagen, organiseert de provincie Zuid-Holland met de gemeente Katwijk een speciale publieksdag. Bezoekers kunnen dan de opgraving langs de Ingenieur G. Tjalmaweg bezoeken. Zij moeten zich hiervoor wel vooraf aanmelden op www.rijnlandroute.nl. De belangrijkste vondsten zullen vanaf begin volgend jaar in het Informatiecentrum van de RijnlandRoute tentoongesteld worden.

De opgravingen zijn een onderdeel van de Romeinse Limes, de oude noordgrens van het Romeinse Rijk. Vanwege de grote archeologische betekenis is de Limes voorgedragen om benoemd te worden tot UNESCO-Werelderfgoed. De planning is om in 2020 het nominatiedossier aan te bieden aan het Werelderfgoedcentrum van UNESCO in Parijs. In 2021 besluit het Werelderfgoedcomité dan of het Nedergermaanse deel van de Romeinse Limes op de Werelderfgoedlijst wordt geplaatst. Voor het verkrijgen van de Werelderfgoedstatus is het nodig dat de terreinen die worden voorgedragen de hoogst mogelijke beschermingsstatus hebben. In Nederland betekent dat de status van Archeologisch Rijksmonument. De Limes is zo bijzonder dat men deze voor de volgende generaties wil behouden.

Italiaans lunch-evenement van S.P.Q.R.

28 september 2018

S.P.Q.R. nodigt je uit voor een fantastische Italiaanse lunch. Een topkok stelde net als de vorige jaren andermaal een zeer fraaie menu samen (zie hierna) en al die lekkernijen presenteren we jullie graag in de vorm van een overheerlijk driedelig buffet op zondag 28 oktober om 12 uur. Onze reputatie indachtig zorgen we uiteraard ook voor enkele lekkere Italiaanse wijnen. Locatie: zaal Sint Geertrui – Sint-Geertruiabdij 6, 3000 Leuven (Halfmaartstraat, zijstraat Mechelsestraat) Een routeplan vind je hier. OPGELET: geen toegang zonder voorinschrijving!

Dit gezellige culinaire evenement, waar je andere Rome- en Italiëliefhebbers kan ontmoeten en ongetwijfeld nieuwe vrienden en vriendinnen kan maken, is immers zoveel meer dan alleen maar een lunch. De uitgebreide waaier aan Italiaanse gerechten bezorgt je ongetwijfeld (opnieuw) een vakantiegevoel.

Dit lekkers krijg je in opeenvolgende buffetten aangeboden: antipasti-schotel met aangepaste garnituren, taboulé op Milanese wijze, panzanella, carpaccio van tonijn, vitello tonato, salade caprese, bloemkoolsoep met pesto, risotto al funghi e asparagi, pasta al ragù, groentenlasagne, lamsvlees in kruidenkorst met mediterraanse groentjes, ossobuco met gremolata, aardappelen uit de oven, aardappelpuree met truffel, brood en boter, panna cotta, tiramisu, citroen-ricottataart en fruitsalade. Alleen je drankjes zijn niet inbegrepen in de prijs.

  • Kostprijs voor S.P.Q.R.-leden: 35 euro per volwassene
  • Kostprijs voor niet-leden : 40 euro per volwassene
  • Kinderen jonger dan 12 jaar betalen op basis van hun leeftijd (bv. 11 jaar = 11 euro; 7 jaar = 7 euro, …

Vooraf inschrijven is verplicht bij chris@spqr.be met vermelding van het aantal personen (en hun naam), of jullie clublid zijn of geen lid, en bij de kinderen, hun leeftijd.

Je betaling op rekeningnummer BE58 6528 3976 7579 op naam van SPQR Events in 3000 Leuven geldt als bewijs van inschrijving. Afsluiting van de inschrijvingen en stortingen: 20 oktober 2018. Wees er zeer snel bij, want het aantal plaatsen is beperkt.

Kom genieten van dit zeer gezellige samenzijn en maak in een ontspannen sfeer kennis met andere Rome- en Italiëliefhebbers. Heel graag tot dan! Voor meer info : e-mail: chris@spqr.be.

Ondergrondse bunker Villa Torlonia opnieuw open voor publiek bezoek

28 september 2018

De fraaie Villa Torlonia uit 1830 aan de Via Nomentana in Rome is sinds zijn restauratie, nu al ruim tien jaar geleden, toegankelijk voor het publiek. Het imposante landhuis is vooral bekend als de woning waar de Italiaanse dictator Benito Mussolini van 1925 tot 1943 heeft verbleven. ‘Il Duce’ huurde het statige landgoed vanaf 1925 voor het symbolische bedrag van 1 lire per jaar en woonde er tot kort voor zijn dood.

Hij gaf er geregeld feesten voor gasten, maar liet er ook twee ondergrondse bunkers aanleggen die hem moesten beschermen tegen luchtaanvallen en giftige gassen, iets waarvoor de dictator zeer bevreesd was. Die schuilkelders werden destijds in het diepste geheim aangelegd. Ze waren in het verleden sporadisch toegankelijk voor een bezoek, maar werden een tijdje geleden op permanente basis opengesteld voor publiek bezoek.

Het publiek maakt tijdens het bezoek zelfs een simulatie mee van een luchtbombardement: speciale effecten en geluiden moeten de bezoekers een idee geven van hoe het er tijdens een bombardement in zo’n bunker aan toe ging. Originele documenten en krantenartikels tonen hoe de buitenlandse pers destijds verslag uitbracht van het verloop van de oorlog en de bombardementen. Een documentaire toont het nooit uitgevoerde plan om Mussolini in Rome letterlijk uit te roken door een gecoördineerde en simultane luchtaanval uit te voeren op zowel Villa Torlonia als Palazzo Venezia.

Het domein waarin zich vandaag Villa Torlonia bevindt was destijds een wijngaard die eigendom was van de machtige familie Colonna. Markies Giovanni Torlonia kocht het landgoed in 1797 en nam Giuseppe Valadier in dienst die in de periode 1802-1806 eerst de bestaande woning verbouwde. Vanaf 1830 werd het oude pand grotendeels afgebroken en werd de huidige villa gebouwd voor de familie Torlonia. Toen Mussolini het pand vanaf 1925 betrok, verhuisden de laatste nazaten van de familie Torlonia naar het vlakbij gelegen sprookjesachtige Huis van de Uilen, het huidige Museo della Casina delle Civette.

Nadat de dictator in 1943 de villa had verlaten, raakte die in verval. Het landgoed werd tegen het einde van de oorlog opgeëist door de Brits-Amerikaanse troepen die het gebruikten van 1944 tot 1947. Uit die periode dateren tevens een hele reeks beschadigingen. In 1978 kocht de stad Rome het park met de inmiddels erg vervallen panden. Het park werd als wandelgebied opengesteld voor het publiek. Maar drugsverslaafden, krakers en vandalen verschaften zich al gauw toegang tot de villa waardoor het verval en de verwaarlozing nog versnelden. In de jaren negentig van de vorige eeuw ging het park dicht en werd uiteindelijk begonnen met de restauratie van de gebouwen.

Het landhuis herbergt tal van fresco’s en is zeer fraai ingericht. De zalen zijn versierd met stucwerk, marmer, beelden en mozaïekvloeren. De renovatie heeft destijds 5,5 miljoen euro gekost. In de grote zalen van de Villa Torlonia staat een selectie van de particuliere collectie antieke beelden en sculpturen van de familie Torlonia opgesteld en die alleen al is een bezoek meer dan de moeite waard. De waarde van de verzameling wordt op 125 miljoen euro geschat.

Behalve het voormelde Museo Casina delle Civette, bevinden zich op het grote domein van Villa Torlonia ook nog verscheidene andere bezienswaardigheden, waaronder het Casino dei Principi, het gerestaureerde en opengestelde theatergebouw, een tempeltje gewijd aan Saturnus, een complex in Moorse stijl, de zogenaamde Serre en Torre Moresca, een kunstmatige grot, een fontein en nagemaakte Romeinse ruïnes uit de achttiende eeuw.

Een bezoek aan de bunker kan je reserveren via de website www.bunkertorlonia.it waarop je tevens alle praktische informatie kan terugvinden. Eerder dit jaar werd in Villa Ada (Savoia) in Rome ook al de voormalige bunker van de Italiaanse koninklijke familie opengesteld voor het publiek. Ook hier kan je een bezoek online reserveren.

Wie niet genoeg krijgt van ondergrondse bunkers kan ook een kijkje nemen in de bunker van Monte Soratte. Dit schuiloord werd in 1937 eveneens in opdracht van Benito Mussolini gebouwd en op 12 mei 1944 gebombardeerd door geallieerde gevechtsvliegtuigen. Daarna volgden jaren van verval tot de Navo het complex verbouwde tot een atoomschuilkelder en nieuwe tunnels aanlegde. Vandaag staat het complex leeg. Een culturele vereniging organiseert er rondleidingen.

www.museivillatorlonia.it

Virtueel bezoek aan Villa Torlonia

Romeinse boekwinkels vannacht open voor biografie Totti

26 september 2018

Om middernacht openen veertien boekenwinkels in Rome de deuren voor de lancering van Un Capitano, de 512 bladzijden tellende en door de fans lang verwachte biografie van voetballer Francesco Totti. Wie vannacht in Rome op pad gaat, kan het boek dus in primeur aanschaffen. De gewone verkoop start pas morgen 27 september, niet toevallig de verjaardag van het AS Roma-icoon Francesco Totti. Het boek wordt morgen officieel voorgesteld in het Colosseum.

Francesco Totti stroomde in 1992 door vanuit de jeugdopleiding van AS Roma, waarvoor hij zijn hele carrière actief bleef. Totti debuteerde in 1998 in het Italiaanse voetbalelftal, waarmee hij in 2006 het wereldkampioenschap won. Totti groeide bij AS Roma uit tot symbool van de wederopstanding van de club, die door financieel wanbeleid in de jaren ’90 van de vorige eeuw bijna failliet verklaard werd. Zijn spel leverde hem de bijnaam Het wonderkind van Rome op en vergelijkingen met legendes uit de Romeinse mythologie. Op 28 mei 2017 speelde Totti de laatste wedstrijd vanzijn loopbaan die hij dus uitsluitend bij AS Roma doorbracht.

Vrijdag staking bij Ryanair in Italië, België en Nederland

26 september 2018

De Ierse luchtvaartmaatschappij Ryanair annuleert vrijdag 28 september 190 vluchten als gevolg van een staking die in verschillende Europese landen, waaronder Italië, België en Nederland plaatsvindt. Opvallend: tot gisteren konden reizigers nog steeds tickets kopen voor vluchten op de al langer aangekondigde stakingsdag en leek Ryanair niet van plan hierover een mededeling te doen. Ook passagiers die eerder al een ticket hadden gekocht, bleven in het ongewisse over wat er vrijdag zou gebeuren.

Na krtiek van de vakbonden die stelden dat Ryanair totaal geen respect heeft voor de reizigers, heeft de maatschappij zijn klanten nu toch een boodschap via e-mail of sms gestuurd. De staking van 28 september is de grootste staking ooit uit de geschiedenis van Ryanair komt er op initiatief van het cabinepersoneel (stewardessen en stewards) in vijf Europese landen: België, Italië, Nederland, Spanje en Portugal.  De vakbonden eisen onder meer dat Ryanair het lokale arbeidsrecht zou toepassen. De voorbije maanden werd bij Ryanair al meermaals gestaakt.

Romeins verjaardagsfeestje voor kinderen in Tongeren

25 september 2018

Een verjaardagsfeestje waar de kinderen nog jaren enthousiast over napraten? Dat kan je boeken in het Gallo-Romeins Museum in Tongeren. Tijdreizen, offeren aan de goden, een Romeinse selfie maken én natuurlijk de jarige lauweren: het hoort er allemaal bij. Gids Julia of Flavius voert de feestbende (van 7 tot en met 12 jaar) door de permanente tentoonstelling.

Daar verkennen ze het Gallo-Romeinse Tongeren als echte Romeinen, in een Romeinse outfit. Ze ontdekken hoe de Romeinen feestjes bouwden en welke voorwerpen ze hiervoor gebruikten. Ze steken ook zelf de handen uit de mouwen: ze offeren aan de Romeinse goden en experimenteren met een huidschraper en lekker geurende oliën.

De volgende halte is het atelier. Daar lauweren de aanwezigen de jarige officieel. Een ideaal fotomoment voor de ouders. Daarna tonen de kinderen hun creativiteit en maken ze een hip selfieportret op de Romeinse manier. Afsluiten gebeurt met een menu in het Museum Kafee of met eigen lekkers in de eetzaal: het triclinium zoals al die jonge Romeinen het intussen al zonder problemen noemen.

Alle praktische informatie vind je hier online.

Het interieur van de Santi Nereo e Achilleo

25 september 2018

Het interieur van de basilica Santi Nereo e Achilleo waarover we het gisteren hadden, kreeg nog niet zolang geleden een restauratiebeurt en deze bijna puur romaanse ruimte is gedurende eeuwen steeds als bij wonder ontsnapt aan het barokke geweld. Hier ontdekken we een heel aparte mengeling van stijlen, vrijwel uniek in Rome, variërend van de achtste tot de zestiende eeuw. De typisch vijftiende-eeuwse achthoekige pijlers van het middenschip dateren uit de periode van de restauratie die werd uitgevoerd in opdracht van paus Sixtus IV (1471-1484).

Het was Niccolò Circignani (1517-1596), beter gekend als Pomarancio, die in opdracht van paus Clemens VIII de wanden van het schip voorzag van fresco’s met de apostelen en martelaren. ‘Showing in clinical detail how each of the apostles was martyred’ lezen we in een oude Engelse reisgids. Vroeger bestonden er verschillende Romeinse kerken met dergelijke afbeeldingen. Behalve in de Santi Nereo e Achillio vind je dergelijke scènes onder meer ook nog in de San Vitale aan de Via Nazionale en vooral in de Santo Stefano Rotondo aan de gelijknamige straat.

De schokkende ‘educatieve’ martelscènes in deze laatste basilica, tonen zowat alle mogelijke varianten van wreedheden die christenen hebben moeten ondergaan, een ware orgie van bloeddorstigheid. Kunstcriticus Robert Hughes omschreef de plek als “een soort Sixtijnse kapel voor sentimentele sadisten”. Zelfs markies de Sade die in 1775 de kerk bezocht, vond sommige scènes te gortig.

Pomarancio bleek inderdaad een specialist in het tonen van het doorboren, verbranden, geselen, villen, afranselen, ophangen, verdrinken en zelfs in hete olie koken van christelijke lichamen. Van zijn hand is ook het olieverfschilderij ‘Santa Domitilla’ boven het linkeraltaar. Pomarancio is in Rome goed vertegenwoordigd, wel mag men hem niet verwarren met zijn leerling Cristoforo (1552-1626) die de bijnaam van zijn meester, die verwees naar zijn geboortedorp, overnam.

Een familielid van paus Clemens VIII Aldobrandini ligt in de Santi Nereo e Achilleo begraven onder een met ingewikkelde Italiaans intarsia versierde zerk voor het koor. Intarsia is een vorm van inlegwerk in hout, een oppervlaktetechniek waarbij de ingelegde materialen in een massief vlak verwerkt zijn. Er wordt eerst materiaal uit het vlak verwijderd, dat vervolgens ingelegd wordt met hout, (edel)steen, of metaal. Door schuren en/of slijpen wordt het oppervlak vervolgens glad gemaakt.

Het oudste monument in de Santi Nereo e Achilleo is het mozaïek aan de buitenzijde van de triomfboog, het dateert uit de tijd van paus Leo III (795-816). Daarbij wordt van de negende eeuwse apsis gebruik gemaakt om een berg te suggereren, in het centrum zien we een voorstelling van de verheerlijking of transfiguratie van Christus. Dit is de enige voorstelling over dit onderwerp in Rome, abstractie makend van het schilderij van Rafaël.

Christus verschijnt zegenend in een mandorla met rechts en links Mozes en Elias. Aan zijn voeten zien we de apostelen Petrus, Johannes en Jacobus. Het feit dat de apostelen op de knieën zinken, bewijst dat het mozaïek onder invloed van de Byzantijnse gedachtewereld is gemaakt, omdat de knieval daar, in tegenstelling tot de Romeinse kunst, een zeer gebruikelijke voorstellingswijze was. Ook de ‘Annunciatie’ links en de ‘Verering van Maria’ rechts zijn onmiskenbaar Byzantijns. De Maria van de Verkondiging zit te spinnen, net als op het mozaïek in de Santa Maria Maggiore.

De brede kroonlijst in de apsis waarop vreemde, maskerachtige gezichten in het omringende bladwerk overgaan, is afkomstig uit een klassiek gebouw. De prachtige, middeleeuwse ambo links, met een reusachtig porfieren voetstuk dat afkomstig is uit de nabijgelegen Thermen van Caracalla, komt oorspronkelijk uit de San Paolo Fuori le Mura (Sint-Paulus buiten de Muren). Dat geldt ook voor de zestiende-eeuwse paaskandelaar.

De kooromheining en de vloer zijn cosmatenwerk, zoals ook het drieluik, de plutei, aan de frontzijde van het dertiende-eeuwse altaar. De bisschopszetel uit de zesde eeuw staat voor een marmeren nis. Op de rugleuning liet kardinaal Caesar Baronius (1538-1607) of Cesare Baronio, de biechtvader en raadgever van paus Clemens VIII (1536-1605), een vrij lange passage graveren uit de beroemde 28ste homilie van Gregorius de Grote (590-604). De paus zou deze woorden hebben uitgesproken op het graf van Nereo en Achilleo, toen nog in de Domitilla-catacombe, zittend op deze stoel.

Dat gebeurde toen Rome belegerd werd door de Longobarden. De preek weerspiegelt de nood der tijden ‘ubique mors, ubique luctus’, overal heerst de dood, overal de rouw. De zetel werd tijdens de middeleeuwen met leeuwen versierd, ze zijn uit de school van de cosmatenfamilie Vassalletto.

Ook kardinaal Baronius voerde omstreeks 1600 restauratiewerken uit aan het interieur van de basilica en nam daarbij de oude Sint-Pietersbasiliek als voorbeeld voor het inrichten van het koor, waarbij vooral aandacht werd besteed aan de opstelling van de heilige relieken. Dit gebeurde vooral om de aantrekkelijkheid van de basiliek voor pelgrims te vergroten.

Zo liet Baronius het huidige met cosmatenwerk versierde hoogaltaar overbrengen uit de crypte van de Sint-Paulus buiten de Muren en plaatste er een mooi ciborium (een altaaroverkapping op vier zuilen) overheen. Onder het hoogaltaar rusten de resten van de titelheiligen en van de heilige Domitilla.

Voorts bevat deze kerk enkele overblijfselen uit de oudheid, waaronder twee altaartjes links en rechts van de apsis. Ze zijn versierd met gevleugelde figuren waarop nog sporen van de originele polychromie zichtbaar zijn.

Na 1320 was er geen kardinaal-priester meer verbonden aan deze titelkerk. Paus Sixtus IV herstelde de kerk en de titel ter gelegenheid van het Jubeljaar 1475. De voormelde Caesar Baronius was in zijn tijd titularis van de Santi Nereo e Achilleo

De huidige titulus is de omstreden Amerikaanse kardinaal Theodore Edgar McCarrick (88). Op 28 juli jl. raakte bekend dat paus Franciscus het terugtreden als kardinaal van McCarrick had aanvaard. De kardinaal was door verschillende mannen beschuldigd van seksueel misbruik. Hiermee verloor McCarrick zijn plaats in het College van Kardinalen.

Santi Nereo e Achilleo
Viale delle Terme di Caracalla, 28, Rome

De basilica Santi Nereo e Achilleo

24 september 2018

Tussen de eikenbomen, parasoldennen en cipressen en vlakbij de enorme ruïnes van de Thermen van Caracalla, vind je één van de oudste titelkerken van Rome, de Santi Nereo e Achilleo. Uiterlijk is het slechts een bescheiden gebouwtje dat zijn huidige vorm kreeg tijdens een restauratie in 1597 maar het interieur is prachtig, al zijn ‘beminnelijk’ en ‘innemend’ betere omschrijvingen.

De kerk is vaak gesloten, al zijn de deuren in de zomerperiode meestal open van 10 tot 12 uur en van 16 tot 18 uur. Een dergelijke aankondiging geeft in Rome nooit absolute zekerheid, zodat de kans altijd bestaat dat je hier voor een gesloten deur staat. Anderzijds wordt het kerkje behoorlijk vaak gebruikt voor huwelijken, wat een (discreet) bezoek eveneens mogelijk maakt.

De patroonheiligen van deze oude titulus staan niet in verband met de oorspronkelijke eigenaar van het onderliggende gebouw. Wat eerst opvalt is de mythologische naam van beide martelaren, want Nereus is de oude Griekse zeegod die voorgesteld werd als een vriendelijke grijsaard en die verschillende gedaanten kon aannemen. Hij was de vader van vijftig dochters, de Nereïden, waaronder Thetis, de moeder van Achilles zodat er, althans bij de Grieken, een verband bestond tussen Nereo en Achilleo.

Maar volgens de overlevering werden onze Nereus en Achilles gedoopt door Petrus en behoorden ze tot de metgezellen van Paulus. Later traden zij aan het keizerlijke hof in dienst van Flavia Domitilla, de nicht van keizer Domitianus (81-96) waar ze erin slaagden hun meesteres te bekeren. Tegen het einde van de eerste eeuw stierven ze alle drie de marteldood in Terracina.

Dat is de eerste versie, want paus Damasus (366-384) stelde dat Nereus en Achilleus soldaten waren die tijdens het bewind van keizer Diocletianus (284-305) onthoofd werden. De vervolging van de christenen, ingesteld door Diocletianus en die de eerste was geldend voor het gehele Romeinse rijk, lag in de tijd van Damasus, zowat een eeuw later, nog steeds goed in het collectieve geheugen. Zeker is dat beide martelaren, waarvan het feest op 12 mei valt, oorspronkelijk begraven werden in de twee kilometer verder gelegen catacombe van Domitilla die een jaar geleden opnieuw werd geopend voor het publiek.

Tijdens de vierde eeuw was dit kerkje gekend als ‘titulus Fasciolae’. Fasciola betekent verband of zwachtel en verwijst naar de vlucht van Petrus uit de Mamertijnse gevangenis richting zuiden. Daarbij zou Petrus aan het begin van de Via Appia, de huidige Via delle Terme di Caracalla, net op de plaats van dit kerkje de zwachtel verloren hebben die om zijn door de ketenen verwond been gewikkeld was.

Enkele kilometers verder, zou de apostel volgens de overlevering langs dezelfde weg Christus ontmoeten en Hem vragen ‘Domino, quo vadis’. Net zoals op deze plek later een kerkje werd opgericht, zou ook hier, aan de huidige Viale delle Terme di Caracalla 28, de latere Santi Nereo e Achilleo gebouwd zijn als herinnering aan de verloren zwachtel van Petrus. Het verhaal van de ‘fasciola’ wordt voor het eerst verteld in de Handelingen van de heiligen Processus en Martianus, maar het is historisch zeker dat deze titulus reeds in 377 bestond. Ook tijdens de synode van 499 worden de priesters van deze titulus vermeld.

In 527 werden de relieken van Nereus en Achilles door paus Johannes I (523-526) vanuit de catacombe van Domitilla naar deze kerk overgebracht, waardoor ook de cultus van beide martelaren zich naar hier verplaatste. Vermelden we terloops dat (de later heilig verklaarde) Johannes I de eerste opvolger van Petrus was die tijdens zijn pauselijke ambt Constantinopel bezocht, al was het in opdracht van Theodorik de Grote (451-526), de koning van de Ostrogoten.

Tijdens het begin van de negende eeuw bouwde paus Leo III (795-816) een geheel nieuwe kerk op een hoger gelegen plaats, net naast de vervallen oude titulus, we zijn dan op het hoogtepunt van de Karolingische renaissance van de christelijke oudheid. Deze nieuwbouw was nodig omdat de fundamenten van de oude eerste kerk, die regelmatig onder water stond, volledig geërodeerd waren.

Van deze verdwenen eerste kerk werd een vijftal meter achter de apsis van de huidige kerk, op ongeveer drie meter diepte, een halfronde muur teruggevonden. De kerk zoals Leo III die had laten bouwen heeft de eeuwen tamelijk ongeschonden doorstaan. Tijdens de vijftiende eeuw gaf paus Sixtus IV (1471-1484) opdracht op de negende-eeuwse kerk grondig te restaureren. Het middeleeuwse karakter bleef tijdens die ingreep gelukkig behouden.

Het exterieur van de kerk is zeer bescheiden, tegen de gevel zien we een op twee zuilen steunende prothyron of propylaion (voorhal), zoals er ook eentje in de San Clemente-basiliek aan de Via Labicana te zien is. Let ook op de mooie Romeinse granieten zuil met fraai kapiteel, versierd met een leeuwenkop met kruis. Morgen kijken we even binnen in deze opmerkelijke kerk.

Santi Nereo e Achilleo
Viale delle Terme di Caracalla 28, Rome

Romeins watermolencomplex geeft geheim prijs maar roept nieuwe vragen op

23 september 2018

In Barbegal (Zuid-Frankrijk) bevindt zich een enorm Romeins watermolencomplex uit de tweede eeuw. Volgens Science Advances kregen wetenschappers dankzij ingenieus laboratoriumonderzoek nieuwe inzichten in wat de Romeinen precies deden met dit technologische meesterwerk, het vroegste en grootste bekende industriële gebruik van waterkracht door een oude samenleving. Het complex bestaat uit zestien watermolens, opgesteld in twee rijen van acht, en is de grootste bekende concentratie van mechanische kracht in de antieke wereld. In de Romeinse tijd bestonden vermoedelijk meer van dergelijke complexen, maar tot dusver werden nergens watermolencomplexen van deze omvang teruggevonden, ook niet bij opgravingen van andere beschavingen.

De watermolens bevonden zich op zowat 8 km ten noordoosten van de antieke stad Arelate, het huidige Arles. Dat was een belangrijke stad in het Romeinse Rijk en toen het christendom werd ingevoerd, werd Arles ook een belangrijk religieus centrum. In de stad vind je vandaag nog talrijke Romeinse restanten. Het watermolencomplex werd vanaf 1937 opgegraven door Fernand Benoit die het identificeerde als een hydraulische meelfabriek.

Sommige van zijn conclusies zijn ondertussen achterhaald. Lange tijd geloofde men dat de molens van Barbegal werden gebouwd aan het einde van de derde eeuw, toen Arles de residentie was van keizer Constantijn en dat de productie van meel moest dienen voor het keizerlijke bestuur. Dat bleek niet te kloppen. Nieuwe opgravingen leidden tot het opgeven van deze hypothese. Zo neemt men nu aan dat het complex teruggaat tot de regeerperiode van Trajanus, en niet tot de late derde eeuw zoals eerst gedacht.

Ook de productieramingen van Benoit (4,5 ton meel per dag) werden herzien. Latere berekeningen toonden aan dat het veel meer moet geweest zijn. Het complex was volgens antieke begrippen immers gigantisch. De zestien watermolens stonden in twee rijen van acht en maalden volgens de actuele ramingen tot  25 ton graan per dag, voldoende om 27.000 mensen te voeden. Die productie was meer dan genoeg om het lokale verbruik te dekken en nog heel wat over te hebben voor export, voornamelijk naar de in Gallië gelegerde legioenen. Dat was althans de denkpiste.

Tot dusver, tachtig jaar na de eerste opgraving van het complex (1937-1939), bleven de belangrijkste vragen open: wat was de bestemming van de grote hoeveelheid meel die door het molencomplex werd geproduceerd? Hoe functioneerde het complex en hoe lang was het in gebruik? Waren molencomplexen van deze omvang verspreid over het hele Romeinse rijk? Zo ja, waarom zijn er dan zo weinig teruggevonden? Deze vragen zijn onopgelost gebleven omdat de ruïnes slechts fragmentarisch zijn, de opgravingen onvolledig zijn en slechts enkele andere industriële locaties van enigszins vergelijkbare omvang bekend zijn in het Romeinse rijk. Nieuwe laboratoriumtechnieken en interdisciplinair onderzoek wierpen recent een nieuw licht op deze oude vragen.

De molens van Barbegal werden aangedreven met water vanuit de Alpilles over een aquaduct van 9 km lengte dat ook de stad Arles van water voorzag.  Het water liet kalkafzettingen achter op de houten raderen. De houten onderdelen zijn vergaan, maar de kalklagen bevinden zich in het Musée de l’Arles Antique en werden recent geanalyseerd. De onderzoekers keken naar de kristalsamenstelling van de afzettingen en de verhouding van twee zuurstofisotopen, die onder andere varieerden met de temperatuur. Zo ontdekten ze dat de molens in de koudere periodes van het jaar regelmatig langere tijd buiten gebruik waren omdat er dan geen kalk werd afgezet.

Tot nu toe gingen archeologen ervan uit dat het meel van de molens bestemd was voor bewoners van Arelate. Maar hoe voedden die zich dan als de molens maandenlang stilstonden? Vanwege de lange pauzes in het gebruik vermoeden de onderzoekers dat het meel niet naar de stad ging, maar vooral werd gebruikt om lang houdbaar, dubbel gebakken brood te produceren, dat werd meegenomen op schepen. Dit brood zou de schepen bevoorraad hebben die de nabijgelegen havens van Arles en Fossae Marianae bezochten.

Panis nauticus, ook wel panis militaris of buccelatum  genoemd, was een belangrijk ingrediënt aan boord van schepen. Nadat het dubbel gebakken was, was het geschikt voor langdurige opslag, net zoals scheepsbrood (panicus panis) dat in latere periodes werd gebruikt. In de maanden dat er geen vraag was uit de havens in de omgeving (in de herfst en de winter) stonden de molens effectief stil.

Archeoloog en classicus Miko Flohr (Universiteit Leiden) is onder de indruk van de kalkanalyse die hij een prachtige manier noemt om inzicht te krijgen in het gebruik van de watermolens. Bij de suggestie dat het brood was bestemd voor zeelui, heeft hij nog wel vragen. Het dubbel gebakken brood was lang houdbaar, dus waarom zouden de Romeinen niet zijn doorgegaan met de productie van bloem als er een tijdlang geen vraag was? Bovendien zijn de pauzes enkel voor sommige jaren aangetoond. Bleven de molens in andere jaren gewoon in werking? En had die pauze dan misschien eerder te maken met een tekort aan water of aan graan? Daarover zal de komende jaren ongetwijfeld nog veel worden gediscussieerd.

Een vergelijkbaar watermolencomplex dat nu grotendeels verdwenen is bevond zich bij de Janiculum-heuvel in Rome. Vermoedelijk deed het dienst als productiecentrum voor openbare bakkerijen. Ook bij Caesarea (op de Crocodilus) en Simitthus (op de Medjerda) bestonden parallelle watermolencomplexen, maar voor zover we nu weten werd nergens in het Romeinse rijk de grootte van het complex van Barbegal geëvenaard. De molens botsen ook met het heersende idee dat Romeinen vrijwel al hun zware werk door slaven lieten uitvoeren. De toenemende mechanisering en de Romeinse technologie zorgde er gaandeweg voor dat de echt zware karweien niet meer door mensenhanden moesten worden uitgevoerd. Het molencomplex van Barbegal bleef in gebruik tot rond het einde van de oudheid.

Met de inzichten die de nieuwe studie over Barbegal heeft opgeleverd, zou toekomstig onderzoek zich moeten richten op de zoektocht naar andere soortgelijke grote watermolencomplexen die waarschijnlijk onze perceptie van industriële groei in de Romeinse tijd zullen veranderen. Het is bijna onmogelijk dat in het hele Romeinse rijk slechts enkele van deze grote productiesites bestonden.

Voor watermolencomplexen zoals Barbegal en de Janiculum waren een grote afzetmarkt voor meel en een geschikte watervoorziening nodig. Omdat zowel de locatie van grote stedelijke centra en havens in het Romeinse rijk, als de locaties van grote aquaducten en hun bronnen bekend zijn, zou het mogelijk moeten zijn om met behulp van die twee belangrijke criteria na te gaan waar mogelijk dergelijke grote en tot nu toe onontdekte fabriekscomplexen te vinden zijn.

Graf van Paulus weer open voor bezoekers

22 september 2018

Na jarenlange renovatiewerkzaamheden is het graf van Paulus onder de basiliek San Paolo fuori le Mura (Sint-Paulus buiten de Muren) een tijdje geleden door het Vaticaan weer opengesteld voor bezoekers.Terwijl archeologen wetenschappelijk onderzoek uitvoerden naar de graven die zich rond het reeds bekende graf van de apostel bevinden, werden de muren gereinigd en gerestaureerd. Er werd eveneens een nieuw verlichtingssysteem geïnstalleerd.De oud-christelijke basiliek uit het jaar 324 werd meermaals uitgebreid. In 1823 werd het gebouw door een brand verwoest, maar daarna herbouwd volgens dezelfde architectuur.

Aanvankelijk werd boven het graf een kleine herinneringskapel opgetrokken, maar keizer Constantijn liet een kleine basiliek bouwen die op 18 november 324 door paus Silvester I werd ingewijd. In die periode werd ook de eerste Sint-Pietersbasiliek gebouwd. De tweede San Paolo was de basiliek die keizer Theodosius in de vierde eeuw liet neerzetten. Daarin was de tombe duidelijk voor de gelovigen zichtbaar. Later werd de sarcofaag naar een crypte verplaatst.

Zowel de apostelen Petrus als Paulus stierven in Rome de marteldood tijdens de christenvervolging onder keizer Nero. Petrus werd gekruisigd en Paulus werd onthoofd. De Sint-Pietersbasiliek en het verhaal van zijn ontstaan is bekend, maar de immense basiliek die ter ere van Paulus buiten de oude stadsmuren van Rome werd opgetrokken is al even indrukwekkend, maar wordt omwille van zijn ligging, een beetje afgezonderd van de klassieke toeristische toppers in de historische binnenstad jammer genoeg vaak niet bezocht tijdens een doorsnee toeristische trip naar Rome. De basilica werd gebouwd op de plaats waar Paulus in 64 of 67 na Christus na zijn executie is begraven.

De oorspronkelijke kleine gedachtenisbasiliek werd al gauw vervangen door een grotere, die in 395 werd voltooid. Na beschadiging door een aardbeving herstelde men de kerk in de periode 440 en 461. Later werden nog verschillende veranderingen aangebracht, onder meer aan het dak en de bijgebouwen. Paus Gregorius II heeft van de basiliek tevens de kerk van een benedictijnerabdij gemaakt. Hildebrand, de latere Paus Gregorius VII, was er monnik.

Tijdens de nacht van 15 op 16 juli 1823 vernielde een grote brand de basiliek bijna volledig; de apsis en het graf van Paulus bleven gespaard, maar de plek werd bedolven onder aarde. De kerk werd herbouwd in neoclassicistische stijl en ingewijd in 1854.

Paulus had vermoedelijk een joodse moeder en een Romeinse vader. Hij overleed in Rome, in het jaar 64 of 67. Paulus was vóór zijn bekering een tentenmaker die behoorde tot de Farizeeën, een streng joodse religieuze groep. In elk geval had hij ook het Romeinse staatsburgerschap, een status die hij waarschijnlijk via zijn ouders had verkregen. Paulus vervolgde fanatiek de christenen, totdat hij zich op weg naar Damascus tot Jezus bekeerde.

Hij groeide uit tot één van de vroege leiders van de christelijke kerk en speelt een centrale rol in de vroege ontwikkeling en verspreiding van het christendom in de landen rond de Middellandse Zee, in het bijzonder in wat nu Turkije en Griekenland is. Vele menen dat Paulus vóór zijn bekering tot het christendom Saulus of Saul heette. Het is ook mogelijk dat hij in Griekstalige kringen de Romeinse naam Paulus droeg en in joodse kringen de joodse naam Saulus of Saul. Een groot deel van de Bijbelteksten uit het Nieuwe Testament wordt aan hem toegeschreven.

Hij wordt over het algemeen Paulus de Apostel genoemd alhoewel hij niet tot de oorspronkelijke twaalf Apostelen van Jezus behoorde. In het jaar 60 zou Paulus op het eiland Malta schipbreuk hebben geleden, op een klein eilandje in bij wat nu St. Paul’s Bay heet. Paulus verdween uit beeld toen hij naar Rome ging om daar berecht te worden door Nero.

De keizer liet hem onthoofden. Op de plaats van zijn graf staat de Sint-Paulus buiten de Muren. Volgens de overlevering vonden op de plaats van zijn onthoofding al heel wat wonderen plaats. Paulus zou zijn onthoofd op de plaats waar zich vandaag de Abdij der Drie Fonteinen (Tre Fontane) bevindt, aan de Via Laurentina, ten zuiden van de San Paolo. Die abdij raakte pas drie jaar geleden echt bekend bij het publiek doordat de paters er toen de gelijknamige trappist begonnen te brouwen. Sindsdien is de belangstelling voor de abdij flink gestegen. De apostel zou eerst zijn begraven op het landgoed van Pomponia Graecina, een dame van adel die zich tot het christendom had bekeerd en beschikte over een bovengrondse begraafplaats.

Het graf van de apostel bevindt zich onder het hoogaltaar van de basiliek van Sint-Paulus-buiten-de-Muren. Een tiental jaren geleden hebben Vaticaanse archeologen in de San Paolo fuori le Mura een sarcofaag uit de vierde eeuw opgegraven die de beenderen van de heilige apostel Paulus zou bevatten. De sarcofaag was het doel van een groots opgezet opgravingsproject dat in 2002 werd gestart. Volgens teamleider Giorgi Filippi werd de crypte na de brand in 1823met aarde gevuld en bedekt met een nieuw altaar. “We zijn er echter altijd vrij zeker van geweest dat de tombe onder het pauselijke altaar lag”, aldus Filippi bij het begin van de opgravingen destijds.

Een paar jaar na de ontdekking werd ook de inhoud van de sarcofaag onderzocht. De conclusie was dat de graftombe van Paulus wel degelijk de stoffelijke resten van de heilige apostel bevat. Tot dan was men niet heel zeker omtrent de inhoud van de sarcofaag omdat die nog nooit geopend was. In de 25 cm dikke wand van de grafkist werd een kleine opening geboord waarna men vervolgens met een speciale sonde en een gevoelige camera de binnenzijde van de sarcofaag heeft onderzocht. Er werden ook botstalen genomen voor onderzoek. De wand van de sarcofaag was te dik om radiografisch onderzoek mogelijk te maken.

Naast beenderen werden in de grafkist ook stukken lichtblauw en paars textiel met gouddraad gevonden, evenals wierookkorrels en rode vlasweefsels. In de stenen sarcofaag bevonden zich geen documenten of andere voorwerpen. De wetenschappers die de botresten moesten onderzoeken maar de herkomst ervan niet kenden, kwamen na onderzoek tot de bevinding dat ze afkomstig zijn uit de periode van de eerste of tweede eeuw van het christendom. Historici raakten het er eerder al over eens dat er geen twijfel over bestaat dat Paulus Rome bezocht en er net als Petrus de marteldood stierf.

De San Paolo is één van de vier pauselijke basilieken en na de Sint-Pieter de grootste kerk van Rome. Vooral de binnenzijde van het gebouw, met de talrijke statige zuilen, is ronduit indrukwekkend. De kerk heeft zijn zuivere basilicavorm behouden met inbegrip van een atrium.

In 1959 opende Paus Johannes XXIII het Tweede Vaticaans Concilie in deze basiliek. De kerk behoort met de Sint-Jan van Lateranen (San Giovanni in Laterano), de Sint-Pietersbasiliek en de Maria de Meerdere (Maria Maggiore) tot de vier grote basilieken van Rome. Alle vier bezitten ze een zogenaamde ‘Heilige Deur’ die tijdens een Heilig Jaar wordt geopend. Het baldakijn, een parel van gotische kunst, is in 1285 gebeeldhouwd door Arnolfo di Cambio. De Ouadriporticus (vierkante portiek) bestaat uit 150 zuilen met een standbeeld van Sint-Paulus ervoor in het midden. De voorgevel heeft onder andere gouden mozaïeken. De bronzen deur is van Maraini.

Op de kroonlijsten in de kerk bevinden zich uitsparingen voor ronde mozaïeken met afbeeldingen van alle pausen die er tot nog toe geweest zijn. Op de huidige paus is steeds een schijnwerper gericht. Bovenaan het mozaïek staat hun naam en onderaan hoelang (in jaren, maanden en dagen) ze het pauselijke ambt hebben bekleed. Er zijn nog zo’n 25 plaatsen vrij voor toekomstige pausen. Wanneer die allemaal gevuld zijn, zal volgens bijgelovige Romeinen de wereld vergaan.