Archive for oktober, 2018

Claudius Galenus in België

30 oktober 2018

Met onze vereniging S.P.Q.R. maken we op zondag 11 november een daguitstap per bus naar Mariemont, waar onder meer ook een bezoek aan de tentoonstelling In de tijd van Galenus – Een Griekse arts in het Romeinse rijk op het programma staat. Door het leven van de Griekse arts Claudius Galenus van Pergamon (129-199) te volgen beschrijft deze tentoonstelling de medische, farmacologische en sanitaire praktijken in de Romeinse wereld van de eerste eeuwen van ons tijdperk. Want Galenus ging met zijn tijd mee. Zijn geschriften, zijn gevarieerde interesses en de omvang van zijn klantenkring maken het mogelijk veel thema’s te bespreken en stellen ons een geografisch en sociologisch parcours rond de Middellandse Zee voor.

De tentoonstelling in het Koninklijk Museum van Mariemont komt twintig jaar na de succesvolle tentoonstelling Ten tijde van Hippocrates. Geneeskunde en maatschappij in het antieke Griekenland. De nieuwe tentoonstelling onderstreept vooral de therapeutische en anatomische evolutie, maar tevens de bestendigheid van de farmacopee en van het systeem van de vier humeuren tijdens de zeven eeuwen die Hippocrates, ‘de Vader van de Geneeskunde’ en Galenus de ‘Prins van de Geneeskunde’ scheiden.

De tentoonstelling kan uitpakken met 25 belangrijke bruiklenen uit Belgische en buitenlandse musea. Er zijn fragiele papyrussen te zien en zeldzame manuscripten, diverse medische instrumenten, planten en exotische producten, portretten, beeldjes, Griekse en Latijnse inscripties, ex-votos, standbeelden, reliëfs en magische intaglio’s … zonder de medische herbaria te vergeten, theriaca vazen en andere objecten die samen worden ingezet om, op onverwachte wijze, te contextualiseren, tastbaar te maken, te ontroeren en de bezoeker onder te dompelen in het hart van de Middellandse Zee van de tweede eeuw na Chr.

Zijn we allemaal een beetje de erfgenamen van Galenus? Door na te denken over zijn werk, zijn bevragingen en zijn nalatenschap kunnen we, zonder anachronisme, waarderen wat zijn bijdrage en zijn rol waren, niet alleen tijdens zijn leven, maar ook in de geschiedenis van de wetenschap en in onze actualiteit. De invloed van Galenus is ontegensprekelijk nog steeds levend, van de apotheker en de dokter over de vroedvrouw, maar eveneens de dierenarts, sportlui, de tuinman en zelfs de huismoeder.

Welke apotheker heeft nooit de eed van Galenus afgelegd? Welke hand heeft nog nooit de koelzalf van Galenus gebruikt om zich te hydrateren? Wie heeft het nog nooit over een ‘slecht humeur’ gehad? Welke sportman heeft zich niet geïnspireerd, al is het indirect, door de aanbevelingen van Galenus? Welke antiquair droomt er niet van om één van de 20.000 pagina’s van de werken van Galenus te doorbladeren? Welke tuin of herborist bevat, vandaag nog steeds, niet enkele producten die worden aanbevolen in de voorschriften van Galenus? Welke chirurg heeft nooit een scalpel of een katheter gebruikt, inderdaad rechtstreekse erfgenamen van de antieke instrumententas?

Door de vele geschriften van deze bekende dokter, zijn gevarieerde interesses, zijn reizen en de omvang van zijn klantenkring, die zowel de gladiatoren van Pergamon als de keizers van Rome omvatte, kan men veel thema’s behandelen en een geografisch en sociologisch parcours schetsen van de Middellandse Zee tijdens de Pax Romana. Zo roept de tentoonstelling de geschiedenis van een maatschappij op en maakt die ook concreet.

Ze kaart ten slotte ook het nalatenschap aan van Galenus en maakt het mogelijk om, op kritische wijze te waarderen wat effectief zijn benadering en rol was, niet alleen tijdens zijn leven maar ook in de geschiedenis van de wetenschap, in de aanloop van de moderne geneeskunde en onze actualiteit.

Was Galenus dan onfeilbaar? De teksten van Galenus zijn weliswaar gedurende eeuwen overgeleverd en bestudeerd, op complexe wijze, zowel in het Westen als in het Oosten. Vanaf de renaissance, maar steeds op basis van een lezing van de teksten van de ‘Prins van de Geneeskunde’, gaan zijn theoretische postulaten of fouten van de anatomische interpretatie er geleidelijk aan voor zorgen dat zijn tot dan toe onbetwiste autoriteit niet langer blind wordt aanvaard. Dat zal leiden tot de evolutie van de moderne geneeskunde.

De Grieks-Romeinse medicus, wijsgeer en astroloog Claudius Galenus (in het Grieks Klaudios Galènos) trok omstreeks 157 naar Rome, waar hij de lijfarts werd van Marcus Aurelius. Hij bouwde voort op de theorieën van Hippocrates en voegde door nauwkeurige observatie nieuwe informatie toe aan de bestaande kennis van de anatomie, fysiologie en geneeskunde en legde onder andere de basis voor de bereiding van geneesmiddelen uit zowel bestanddelen van planten en dieren als mineralen die hij samenvatte in één systeem, dat vele eeuwen de medische wetenschap zou beheersen.

Dit systeem ging uit van drie stelsels: het aderlijke (dat als beginpunt de lever had), het slagaderlijke (hart) en het zenuwstelsel (hersenen). Hij werkte de leer van het Corpus Hippocraticum van de vier lichaamssappen verder uit: bloed, slijm, gele en zwarte gal. Op de menging daarvan zou het temperament berusten (respectievelijk sanguinisch, flegmatisch, cholerisch en melancholisch). Men beschouwde Galenus lange tijd als onfeilbaar en sprak over hem als divinus (de goddelijke) Galenus. Pas door Andreas Vesalius (zestiende eeuw) werd zijn anatomie en door Harvey (zeventiende eeuw) zijn fysiologie met succes weerlegd.

Rome breekt bezoekersrecord in augustus

29 oktober 2018

De tijd dat toeristen in Rome eerder werden afgeschrikt dan gelokt door de extreem warme maand augustus, lijkt definitief voorbij. Tijdens de voorbije maand augustus brak Rome alle bezoekersrecords. De stad ontving die maand liefst 1.018.288 bezoekers. Samen waren die goed voor 2.577.8003 overnachtingen. Dat is een stijging met respectievelijk 3,45% en 3,25% in vergelijking met dezelfde maand in 2017.

Hoewel ook heel wat Italianen in augustus hun hoofdstad bezochten, komt het grootste deel van de bezoekers uit het buitenland: 815.332 om precies te zijn, samen goed voor 2.116.040 overnachtingen. In tegenstelling tot steden zoals Venetië of Firenze, kan Rome de drukte nog altijd aan. Al kan het natuurlijk behoorlijk druk zijn in Rome. Tijdens lange weekends bijvoorbeeld, op bepaalde feestdagen, in vakantieperiodes of tijdens de populaire maanden mei, juni, september en oktober.

Druk is het uiteraard ook altijd in de omgeving van populaire trekpleisters zoals de Trevifontein, het Colosseum of de Spaanse Trappen. Maar de veelzijdigheid en de buitengewoon grote hoeveelheid bezienswaardigheden die in de hele historische stad te vinden zijn, zorgen ervoor dat de bezoekers behoorlijk verspreid worden over de hele centrum. Ook buiten de stadsmuren is in Rome heel wat te beleven. Wie even weg wil uit de drukte, vindt in Rome altijd wel een rustiger plekje.

Ook de hotelsector kan het groeiende aantal overnachtingen nog vlot aan. Rome ontvangt jaarlijks 14 tot 15 miljoen bezoekers. Soms, zoals tijdens een Heilig Jaar, komen daar enkele miljoenen bij. De stad kan dat die toevloed in dergelijke uitzonderingsjaren nog steeds aan. Uit de recente cijfers van augustus blijkt wel een opvallende stijgende belangstelling voor het luxesegment. Vergeleken met een jaar eerder, in augustus 2017, was er dit jaar een stijging met 4,64% van het aantal bezoekers die kozen voor een verblijf in een luxe omgeving. Steeds meer mensen zien een bezoek aan Rome wellicht als een weekendje om zichzelf en hun gezin eens een keertje extra te verwennen.

Ook opvallend is de forse groei van het aantal bezoekers uit China, een land dat nu opduikt in de top tien van buitenlandse toeristen. Volgens de reeds bekende boekingen van de komende maanden zal die trend alleen maar toenemen. Vergeleken met dezelfde periode vorig jaar zullen de komende maanden 4 tot 5% meer Chinezen een bezoek aan Rome brengen. De toeristische dienst van Rome is volop bezig om zich te wapenen tegen dat groeiende aantal Aziatische toeristen. Internationale studies wijzen uit dat China tegen 2020 het land zal zijn met het grootste aantal toeristen in het buitenland.

Vorig jaar maakten 135 miljoen Chinezen een reis buiten hun eigen land, binnen vier jaar zullen er dat naar verwachting 700 miljoen zijn. Rome wil een aanzienlijk deel van dat enorme aantal toeristen binnenhalen. Daarvoor worden diverse programma’s en acties opgezet. Ook de luchthaven in Fiumicino is bezig met uitbreidingen om het groeiende aantal bezoekers te kunnen opvangen. Er wordt ook fors ingezet op de promotie van mooie plekjes in de omgeving van Rome, elders in de regio Lazio.

Recent raakte ook bekend dat Rome bijzonder goed scoort in het jongste City RepTrak-rapport, een wereldwijd onderzoek gebaseerd op 12.044 beoordelingen, verzameld in de G8-landen, die de 56 meest gerenommeerde steden ter wereld rangschikken op basis van vertrouwen, waardering, bewondering en respect. Het vermogen om emoties los te weken en emphatie op te wekken leidt Rome naar de zevende plaats onder de wereldhoofdsteden met de beste reputatie op deze ranglijst . Amsterdam staat in dezelfde ranking op nummer 22, Brussel pas op 30.

Ondergrondse basiliek Porta Maggiore weer tijdelijk open voor publiek

27 oktober 2018

Deze maand is een nieuwe restauratieperiode begonnen in de geheimzinnige ondergrondse basiliek van Porta Maggiore, één van de meest mysterieuze plaatsen van heidense aanbidding (of was het misschien een funerair gebouw?) van Rome. Zodra deze restauratie is afgelopen wordt ook nieuwe en aangepaste verlichting geïnstalleerd in dit gebouw uit de eerste eeuw na Christus. Er wordt ook een lift gebouwd om de basiliek (die zich 9 m onder het straatniveau bevindt) vanaf dan voor iedereen toegankelijk te maken.

Samen met de restauratie startte ook een nieuwe reeks beperkte rondleidingen. Omdat er nog steeds wordt gewerkt in de ondergrondse basiliek is niet alles toegankelijk. Zo is het nog niet mogelijk om in de basiliekzaal te wandelen. Die krijg je voorlopig alleen te zien vanaf de ingang van het atrium. De site kan bovendien alleen bezocht worden met een vooraf geboekte rondleiding, waarvoor de reservatie verplicht is.

De Basilica Sotterranea di Porta Maggiore, ook wel Neopitagorica geheten, werd pas in 1917 herontdekt. Dat gebeurde volkomen toevallig omdat een stuk van het plafond van de basiliek instortte waardoor een gedeelte van de spoorlijn Rome-Napels en het spoorviaduct richting Termini beschadigd raakten.

Sinds de ontdekking in het begin van de vorige eeuw waren hier al enkele generaties archeologen aan de slag. Die raakten allemaal gefascineerd door de mystieke plek waar zich in de oudheid allerlei magische rituelen moeten hebben afgespeeld. De plek is niet te verwarren met de bekende pelgrimskerk Santa Maria Maggiore, hier niet zover vandaan, en die niet kan worden verdacht van geheime heidense gebruiken.

In 1951 moest men de opgravingswerken een tijdlang stoppen omdat door de trillingen van de treinen en insijpelend water steeds meer schade werd toegebracht aan het complex. Om erger te voorkomen werd toen een grote plaat van gewapend beton aangebracht. Die ingreep volstond echter niet om verdere beschadigingen te voorkomen. Het pleisterwerk werd ook geleidelijk aangetast door een parasiet.

Vervolgens gebeurde er tot 2003 nauwelijks iets met de ondergrondse ruimte. In 2003 besliste de overheid om het complex niet alleen grondig te onderzoeken maar meteen ook zo mooi mogelijk in de oorspronkelijke staat te herstellen. In 2008 startte een grootschalig restauratieproject. Dat verliep in verschillende fasen, waarvan de laatste nu wordt ingezet. Tegelijk vond de voorbije jaren intensief wetenschappelijk onderzoek plaats.

Normaal had de ondergrondse basilica al in 2012-2013 permanent toegankelijk moeten zijn voor het publiek. Dat dit niet gebeurde is voor één keer niet te wijten aan geldgebrek, maar vooral aan het alsmaar feller insijpelende regenwater waarmee de ondergrondse ruimte af te rekenen kreeg. De volledige drooglegging van het complex werd al sinds het begin van de restauratie in 2003 gepland, maar deze technische ingreep kreeg af te rekenen met heel wat tegenslag.

Bij de uitbouw van de archeologische site is overigens ook Rete Ferroviaria Italiana (RFI) betrokken, dat is een dochterbedrijf van Ferrovie dello Stato (FS). RFI is de eigenaar van het Italiaanse spoorwegnet en is verantwoordelijk voor het onderhoud en de beveiliging van de sporen. RFI is betrokken partij omdat de basiliek zich ondergronds uitstrekt tot ruim 10 m onder de vlakbij gelegen spoorweg.

Wie de ondergrondse basilica bezoekt, behoort alleszins tot de eerste stervelingen die hier de voorbije 18 tot 19 eeuwen een voet hebben gezet. Bezoekers dalen af tot op een diepte van zowat 9 m en raken meteen onder de indruk van de fresco’s en mozaiëken die hier bewaard bleven sinds zowat het begin van onze jaartelling. Je proeft hier als het ware de oudheid.

De schilderingen werden met geavanceerde apparatuur nauwgezet gerestaureerd. Al het stucwerk werd met speciaal samengestelde vulstoffen opnieuw in de oorspronkelijke staat hersteld. De basiliek heeft een structuur met drie beuken met een centrale apsis. Het complex werd gebouwd in de eerste helft van de eerste eeuw na Chr. en behoort tot een architectonisch model dat tot vele eeuwen daarna talrijke bouwers van christelijke basilieken heeft geïnspireerd.

Over de bouwer is niets met zekerheid geweten. Sommigen schrijven het complex toe aan Tito Statilio Sauro of aan zijn achterkleinzoon Tito Statilio Tauro. Het gebouw steekt nogal vreemd in elkaar. In het tufsteen zijn geulen voor muren en pilaren gemaakt, waarin vervolgens cement met vuursteenschilfers is gegooid. Daarna werd het gewelf gebouwd. Pas later werd de aarde verwijderd om ruimte te creëren voor de hal en het atrium. Het gebouw werd vervolgens gepleisterd en versierd.

Het heeft een basilicahal met een schip en twee zijbeuken, met vooraan een portaal en achteraan een apsis. De grote hal, die zich grotendeels onder de sporen bevindt, is ongeveer 12 m lang, 9 m breed en 7 m hoog. Zuilen verdelen de ruimte in drie. Het geheel wordt gedomineerd door het prachtige stucwerk en de schilderingen op zowel de plafonds als de muren. Er worden vooral mythologische thema’s afgebeeld en allerlei scènes die verwijzen naar de geheimen van de inwijding in de mysteriën, het lot van de ziel, oerverhalen over leven en dood, mythische en fabelachtige dieren, dolende zielen in de onderwereld, vrouwenfiguren, enz.

(Vroeg)christelijke scènes ontbreken volledig, daarvoor is het complex te oud. Het heeft dus niets te maken met het christendom. Het was zeker ook geen Mithras-tempel. Archeologen vermoeden dat de versieringen werden aangebracht door een mystieke en esoterische sekte, al is de bedoeling van de taferelen niet altijd duidelijk. Het magische en mysterieuze karakter van deze plek vormde bij de Romeinen eeuwenlang de aanleiding om de ruimte zorgvuldig te mijden. Al heel lang doen in Rome verhalen de ronde dat het spookt in deze ondergrondse basiliek.

Talrijke historici bogen zich in het verleden over het oorspronkelijke doel van de basiliek. Magie en heidense rituelen waren zowat het eerste waaraan onderzoekers dachten toen ze in 1917 de enorme ondergrondse crypte begonnen te onderzoeken. De mysteries van deze ruimte zijn nog lang niet allemaal opgelost en hebben archeologen de voorbije tientallen jaren altijd blijven fascineren. Omdat de oorspronkelijke functie en zelfs de precieze datering van het gebouw nog steeds niet duidelijk is, gebeurden recent intensieve studies naar de functie en precieze datering van de basiliek.

Het gebouw bevat heel wat mysterieuze muurschilderingen die het raadsel nog vergroten. Er hebben hier alleszins diverse vereringen en rituelen plaatsgevonden. Sommigen vermoeden dat het oorspronkelijk werd gebouwd als mausoleum voor de Gens Statilia. Andere wetenschappers denken dan weer dat het om een tempel gaat. Het recente onderzoek maakte duidelijk dat de ruimte wellicht gewijd was aan een vrouw. In de decoraties en het stucwerk van de apsis bevinden zich immers opvallend veel vrouwelijke elementen.

Rekening houdende met de gebruikte bouwmaterialen en architectorische elementen zoals de ornamenten en de grootte van de mozaïektegels, ontstond een nieuwe hypothese die een gedeelte van het complex situeert in de tijd van keizer Augustus en een wat latere uitbreiding in de tijd van Nero. Het is echter niet duidelijk of de basilica werd herbouwd op de fundamenten van een eerder bouwwerk, of een aantal jaren later gewoon werd uitgebreid.

De huidige ingang naar het complex is niet de originele. De oorspronkelijke ingang ligt goed verborgen en is nog nooit volledig door archeologen onderzocht. De Porta Maggiore is een stadspoort in de antieke Aureliaanse Muur in Rome. De oorspronkelijke Romeinse naam was Porta Praenestina, al heeft ze ook bekend gestaan als Porta Labicana en Porta Naevia. De poort dankt zijn huidige naam aan de verderop gelegen en zeer bekende basiliek van Santa Maria Maggiore.

De Porta Maggiore kreeg zijn huidige naam in de middeleeuwen om de vele pelgrims die Rome bezochten via deze poort de kortste weg naar de basiliek te wijzen. Onder de poort ligt nog een gedeelte van een oude Romeinse weg waarop duidelijk te zien is dat door het drukke verkeer in de oudheid karrensporen in het plaveisel zijn uitgesleten.

Basilica Sotterranea
di Porta Maggiore – Neopitagorica

Via Prenestina 17 (vlakbij Porta Maggiore), Rome

Inlichtingen en reservaties: +39 06 399 677 00

Boekingen en reservaties voor de periode tot december 2018

Jackson Pollock in het Vittoriano

19 oktober 2018

In het Vittoriano is een tentoonstelling begonnen die gewijd is aan de Amerikaanse abstracte expressionistische schilder Jackson Pollock en andere grote vertegenwoordigers van de zogenaamde New York School, waaronder Willem de Kooning, Mark Rothko en Franz Kline. De New York School was een informele beweging van avant-garde schilders, dichters, dansers en muzikanten die actief waren in New York in de jaren tussen 1950 en 1960. De action painter Pollock stond ook bekend als ‘Jack the Dripper’ vanwege zijn revolutionaire manier om verf op canvas aan te brengen. De tentoonstelling in Rome is te bezoeken tot 24 februari 2019 .

In het Vittoriano worden een vijftigtal kunstwerken getoond, waaronder het beroemde Number 27 uit 1950, een 3 m lang doek waarin de kunstenaar volgens kenners ‘een meesterlijke balans vindt tussen de zwarte penseelstreken en de fusie van lichtere, levendige kleuren’. De tentoonstelling wordt georganiseerd door de Arthemisia Group in samenwerking met The Whitney Museum of American Art in New York en werd samengesteld door David Breslin, Carrie Springer en Luca Beatrice.

De Amerikaanse schilder Jackson Pollock (1912-1956) onderging aanvankelijk invloed van onder andere Orozco, de kunst van de Indianen, Picasso en André Masson, en later van de surrealisten, met name van hun automatisme. In 1946 ontstonden zijn eerste geheel abstracte werken. Bekende voorbeelden zijn de seksueel beladen, totemistische schilderijen Male female (1942) en The guardian of secret (1943).

Eveneens in 1946 maakte Pollock zijn eerste abstracte schilderijen die in hoge mate waren geïnspireerd op het werk van Arshile Gorky. Hieruit kwamen zijn fameuze ‘drip-paintings’ voort, die hij tot het begin jaren van de jaren ’50 schilderde. De op de grond gelegen enorme doeken bespatte en besmeurde hij met verf, zonder de kwast in contact te brengen met het canvas. Later zou hij ook direct uit tube en blik werken.

Met deze techniek heeft hij sterke dynamische en ritmische composities gecreëerd die gelden als hét voorbeeld van de door Harold Rosenberg geïntroduceerde term ‘action-painting’. Het schildersvlak is hierbij opgevat als een arena voor een puur intuïtieve handeling. Begin de jaren ’50 keerde Pollock terug naar zijn stijl van werken van vóór 1947. Na zijn dood ontstond een zekere mythevorming rond zijn figuur: van voorman van de action-painting werd hij verheven tot het symbool van een nieuwe schildersgeneratie.

Jackson Pollock
Tot 24 februari 2019
Via di San Pietro in Carcere, Rome

Praktische informatie vind je hier

Je kan een dubbelticket kopen waarmee je tevens toegang krijgt tot de Andy Warhol-tentoonstelling die op dezelfde locatie tot 3 februari 2019 loopt.

ABSTRACT ESPRESSIONISME – ACHTERGROND

Het abstract expressionisme is de gebruikelijke benaming voor een beweging in de schilderkunst die gezien kan worden als een reactie op de geometrisch abstracte kunst en die zich in vele vormen en onder diverse namen tegen het eind van de jaren ’40 in de Verenigde Staten en in Europa manifesteerde. Het abstract expressionisme bereikte in de jaren ’50 zijn hoogtepunt en is van grote betekenis geweest voor de latere ontwikkelingen.

De term werd al in de jaren twintig incidenteel gebruikt, onder meer door de Amerikaanse kunstcriticus A.H. Barr, die hem toepaste op het vroege abstracte werk van Vassily Kandinsky. De bekende Amerikaanse kunstcritius Robert Coates gebruikte iN 1946 de benaming abstract expressionisme om de combinatie van abstracte vormeigenschappen en een emotioneel geladen verfbehandeling aan te duiden die in die jaren kenmerkend is voor het werk van schilders zoals Gorky, Willem de Kooning, Motherwell, Pollock, Rothko, Still, Kline, Gottlieb, Baziotes en anderen. Zij streefden naar een zelfstandige Amerikaanse kunst, los van de Europese stromingen.

In het vroegste stadium waren echter nog duidelijk Europese invloeden aanwezig, met name van de surrealisten, van wie een aantal zich gedurende de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten had gevestigd. Met name het zogenaamde automatisme dat door de surrealisten was gepropageerd, was voor de Amerikanen van belang: het vrije, onbelemmerde schilderen, zo weinig mogelijk gecontroleerd door het bewustzijn. Ook de biomorfe abstracte vormen die zij in de jaren ’40 schilderden, wijzen op surrealistische invloed.

Gaandeweg gingen zich binnen het Amerikaanse abstract expressionisme, waarvoor ook wel de term New York School wordt gebruikt, twee richtingen aftekenen. De eerste zette omstreeks 1947 in toen Jackson Pollock begon te experimenteren met zogenaamde drippaintings: de handeling van het schilderen is hier bepalend voor de compositie.

Deze schilderwijze die de handeling, het moment van de creatieve interactie van de kunstenaar met zijn materiaal, stelt boven het resultaat, en die eveneens door anderen zoals De Kooning, Motherwell en Kline werd beoefend, werd door de criticus Harold Rosenberg aangeduid als action-painting.

Een andere ontwikkeling deed zich voor bij schilders als Newman, Rothko en Still. Zij gaven het primaat aan de kleur: niet de actie van het schilderen, maar de kleur, aangebracht in de vorm van abstracte tekens of grote monochrome kleurvlakken, is het belangrijkst; zij werden daarom colourfield painters genoemd. Hun werk heeft aanleiding gegeven tot het ontstaan, in de jaren zestig, van de zogeheten ‘postpainterly abstraction’.

In Europa leidde het verzet tegen de geometrisch abstracte kunst tot soortgelijke ontwikkelingen. In Frankrijk waren in de jaren ’40 schilders zoals Wols, Hartung, Mathieu, Michaux, Fautrier en Dubuffet onafhankelijk van elkaar tot een spontane, intuïtieve schilderwijze gekomen. Ook voor hen was het automatisme van de surrealisten een belangrijke inspiratiebron.

Voor hun werk lanceerde de schilder-theoreticus Mathieu in 1947 de aanduiding ‘abstraction lyrique’. Andere benamingen werden geïntroduceerd door de criticus Tapié: ‘art informel’ en ‘un art autre’. In 1954 bedacht de criticus Estienne de term ‘tachisme’ als aanduiding voor het abstracte werk van Bissière, Manessier, Singier en Bazaine, dat gekenmerkt wordt door een beeldopbouw uit kleurvlekken. Later is men de term ook gaan toepassen op het werk van de lyrisch abstracten.

Buiten Frankrijk waren het vooral de Nederlandse Experimentele Groep en de internationale groep Cobra en de Italiaanse kunstenaarscollectieven Movimento Nucleare en Movimento Spaziale die verzet aantekenden tegen de geometrisch abstracte kunst.

Zoals gezegd kreeg de Amerikaanse kunst van de jaren ’40 zeer wezenlijke impulsen van Europese kunstenaars die zich in de Verenigde Staten vestigden. Die vertegenwoordigden de beide richtingen waarin de beeldende kunst in Europa uiteengevallen was: de abstracte en de surrealistische richting.

De belangrijkste vertegenwoordigers van de geometrische abstracte kunst waren Mondriaan en Albers, met nog een aantal vroegere medewerkers aan het Bauhaus: Feininger, Moholy-Nagy, de beeldhouwer Naum Gabo en de architecten Gropius, Breuer en Mies van der Rohe; die van het surrealisme: Ernst, Seligmann, Matta, Dali en de theoreticus Breton.

Een zeer belangrijke rol als bemiddelaarster tussen de Europese en de Amerikaanse kunstenaars speelde Peggy Guggenheim, die in haar galerie Art of this Century zowel abstracten (inclusief kubisten en futuristen) als surrealisten toonde. De verbinding van abstractie en surrealisme teweeg te brengen werd nu het doel van de Amerikaanse kunstenaars en hieruit ontstond het abstract expressionisme, Amerika’s eerste zelfstandige bijdrage tot de beeldende kunst.

Binnen het abstract expressionisme zijn twee richtingen te onderscheiden: enerzijds de action painters, met Jackson Pollock, Franz Kline, Philip Guston en Willem de Kooning als belangrijkste exponenten.

Voor hen was de actie, de geste van beslissende betekenis, en anderzijds de vertegenwoordigers van de colourfield painting of abstract imagists: Barnett Newman, Marc Rothko, Adolph Gottlieb en Ad Reinhardt, die de kleur, veelal in grote, monochrome vlakken aangebracht, belangrijker achtten dan de actie; tussen deze richtingen in stonden Robert Burns Motherwell, Clyfford Still en Bradley Walker Tomlin. In dit verband moet ook Mark Tobey worden genoemd, wiens door de oosterse mystiek geïnspireerde kunst verwant is aan het abstract impressionisme.

Het einde van het abstract expressionisme situeert men rond 1960. De nieuwe generatie had kritiek op het subjectieve, autobiografische karakter ervan, verwierp al het mystieke, symbolische en metaforische en streefde naar een onpersoonlijke, objectieve kunst. Dit streven vond expressie in twee richtingen: enerzijds de pop art, anderzijds de nieuwe abstractie, vaak ‘postpainterly abstraction’ genoemd.

Voorlopers van de pop art, tevens de schakel vormend tussen het abstract expressionisme en de pop, waren Robert Rauschenberg en Jasper Johns. Als belangrijke pop-kunstenaars moeten hier worden vermeld: Claes Oldenburg, George Segal, Jim Dine, Roy Lichtenstein, James Rosenquist, Robert Indiana, Marisol, Andy Warhol en de in Duitsland geboren Richard Lindner. Velen van hen hebben – meegaand in de algemene tendens – ook objecten en grafiek gemaakt.

Vertegenwoordigers van de postpainterly abstraction zijn: Helen Frankenthaler, Morris Louis, Kenneth Noland, Sam Francis en Jules Olitski. Ook Ellsworth Kelly, Jack Youngerman, Nicolas Krushenick, Al Held en Alexander Liberman werkten in grote kleurvlakken; hun kunst wordt vaak gerangschikt onder het begrip ‘hard edge’. Frank Stella en Lee Bontecou zijn vooral bekend om hun shaped canvas-schilderingen; het werk van Larry Poons wordt zowel tot de postpainterly abstraction als tot de pop art gerekend.

Was de dagelijkse, banale realiteit het uitgangspunt voor de pop-kunstenaars, zij werd dat (zij het op andere wijze) ook voor een nieuwe stroming van realisten, die tegen het einde van de jaren ’60 internationale belangstelling verwierf (onder aanduidingen als ‘new realism’, ‘sharp-focus realism’, ‘photographic realism’ of ‘post-pop realism’). De new realists geven in hun schilderijen de dagelijkse werkelijkheid – en dikwijls geïsoleerde fragmenten daaruit – weer met fotografische exactheid, en vaak ook uitgaande van een foto.

Deze realistische stroming is ontstaan aan de westkust, waar kunstenaars als Don Eddy, Robert Bechtle, Ralph Goings, Robert Cottingham, Richard McLean en Paul Staiger werken. Ook aan de oostkust, vooral in New York, bloeide deze richting in het werk van onder meer Howard Kanovitz, Lowell Nesbitt, Philip Pearlstein, Chuck Close, Jack Beal, de in Amerika werkende Brit Malcolm Morley, John Clem Clarke, Richard Estes, John Kacere, Gabriel Laderman en Alfred Leslie.

Vanaf de jaren zeventig In de jaren zeventig kwam een nieuwe, abstracte stroming op: de fundamentele schilderkunst, waarvan de belangrijkste Amerikaanse representanten werden: de in Canada geboren Agnes Martin en voorts Robert Ryman, Brice Marden en Robert Mangold. Een latere generatie keerde terug tot een schilderkunst die zich betrokken voelt bij het verleden; de bekendste representanten hiervan zijn Neil Jenney, Julian Schnabel, Robin Winters en David Salle.

Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig deed zich een veelheid aan stijlen voor. Cindy Sherman werd bekend met geënsceneerde fotografie. Op het gebied van de Amerikaanse naïeve schilderkunst verdienen vermelding: Grandma Moses, Edward Hicks, Morris Hirshfield en John Kane.

Meest noordelijke Romeins bouwwerk ontdekt in Nederland

18 oktober 2018

Archeologen hebben in Krommenie (Zaanstad, Nederland) resten van een Romeinse wachttoren blootgelegd die gebouwd is in de eerste eeuw na Christus. Volgens de wetenschappers ter plaatse werden nooit eerder zo ver noordelijk op het vasteland Romeinse restanten gevonden. De wachttoren had aan de basis een oppervlakte van ongeveer 3 bij 3 m. Rondom bevond zich een palissade (een aaneengesloten rij van in de grond geslagen palen of staken) van ongeveer 2.500 m² groot . Er is weinig twijfel dat de toren van Romeinse oorsprong is. De Friezen die in dit gebied leefden bouwden geen wachttorens en op de plek van de opgraving is bovendien Romeins aardewerk gevonden. Ook werd een olielampje dat destijds door Romeinse militairen werd gebruikt opgegraven, evenals  een schrijflei.

De koning van de paparazzi

18 oktober 2018

‘Rino Barillari. The King of Paparazzi’ is de titel van een nieuwe tentoonstelling die zopas in het MAXXI begonnen is en waarin voor het eerst de volledige carrière van de Romeinse fotojournalist Rino Barillari wordt belicht. De man wordt in Rome inderdaad de ‘koning van de paparazzi’ genoemd, niet alleen omdat hij al zo lang in het vak zit, maar vooral omdat hij de voorbije zestig jaar zowat elke beroemdheid op deze planeet voor de lens kreeg. Soms met kwalijke gevolgen, want de fotograaf moest meermaals op de loop voor boze filmsterren of woedende lijfwachten.

Zijn stunts zijn in Rome legendarisch. Meer dan wie ook stond hij model voor een hele generatie sensatiereporters die later paparazzi zouden worden genoemd (naar de figuur Paparazzo in Fellini’s La Dolce Vita) en die vrijwel alles doen voor een unieke foto of een primeur. Rino Barillari (73) is vandaag nog steeds aan het werk en woont aan Piazza Navona waar je hem regelmatig op een terrasje kan vinden met een espresso. Vorig jaar huwde hij met de veel jongere Antonella Mastrosanti (29). De tentoonstelling in het MAXXI is te bezoeken tot 28 oktober en wordt georganiseerd door het Istituto Luce Cinecittà.

De tentoonstelling laat ook een aantal cruciale momenten in de geschiedenis van Italië herbeleven. Rino Barillari is immers niet alleen actief als societyfotograaf waarbij hij de internationale showbizz intens volgt, maar werkt ook als persfotograaf voor de grote kranten en persagentschappen en is doorgaans altijd zeer snel ter plaatse als er echt nieuws te rapen valt.

Barillari beleefde de geschiedenis van Italië dus niet alleen tussen de wereldberoemde acteurs, actrices, regisseurs, mediafiguren, prinsen, prinsessen, koningen en koninginnen en in de buurt van de tafels langs de Via Veneto in de Dolce Vita-jaren ’60 en ’70, maar maakte als het ware ook een dagboek van de recente Italiaanse geschiedenis, inclusief de meest pijnlijke en bloedige momenten van de voorbije decennia.

Bij zowat iedere belangrijke persoonlijkheid die de voorbije jaren Rome bezocht, was Barillari in de buurt om dat moment vast te leggen. Door zijn uitgebreide netwerk van tipgevers dat zich uitstrekt over heel Rome, beschikt de fotograaf altijd over gedetailleerde informatie die hij met plezier gebruikt om alweer een primeur binnen te halen. Tot zijn informanten behoren portiers, hoteleigenaars, uitbaters van nachtclubs, kelners, taxichauffeurs, bareigenaars, winkeliers, maar ook ambulanciers en politieagenten.

Hij weet altijd in welk restaurant de vedetten en beroemdheden die Rome bezoeken gaan eten en is ook op de hoogte waar ze overnachten of ’s nachts de bloemetjes gaan buiten zetten. Zijn verplaatsingen doorheen de stad gebeuren razendsnel, meestal per Vespa. Zijn aanpak is altijd dezelfde: eerst foto’s maken, dan pas toestemming vragen. Rino Barillari zit al zo lang in het vak dat de meeste filmsterren hem ondertussen wel kennen. Iemand anoniem benaderen zit er tegenwoordig meestal niet meer in.

Als Rino Barillari aan het werk is gebeurt dat in een verschroeiend tempo en langs routes die volkomen onvoorspelbaar zijn, want zijn tipgevers bellen de hele avond. Zodra zij een bekend personage spotten rinkelt Rino’s telefoon en worden zijn plannen op hetzelfde moment aangepast. In Rome gebeurt veel op één nacht, soms beleeft Rino dus hectische momenten. Slapen lijkt hij nooit te doen. Tussen het fotograferen door worden de interessantste beelden bovendien meteen geleverd aan gewillige redacties. Zo kunnen de ochtendkranten vaak al uitpakken met unieke foto’s die Barillari pas enkele uren voordien heeft gemaakt. Daar kan geen amateur met een smartphone tegenop.

Zijn werk doet hij vandaag, ondanks zijn 73 jaar, nog altijd even gedreven, zij het aan een iets rustiger tempo. Een tijdje geleden zakten we nog eens een nachtje door met de fotograaf die we meer dan 25 jaar geleden toevallig leerden kennen. Tijdens een lang gesprek met heel wat borrels en veel koffie blikte Barillari met plezier terug op zijn loopbaan die zich over zowat zestig jaar uitstrekt. Zijn netwerk is dankzij de moderne technologie nog gegroeid, al bekijkt hij een en ander ook met enige argwaan.

“Een smartphone is best handig. Maar als je het ding laat vallen zijn je foto’s doorgaans weg, tenzij je zo slim was om ze eerder al ergens online op te slaan. Dat probleem heb ik met film nooit gehad. Iedereen met een smartphone is vandaag een potentiële getuige van nieuws. Nooit eerder werd zoveel gefotografeerd. Maar ik zou weleens willen zien of mensen dat nog zouden doen indien ze zoals vroeger moeten betalen voor het ontwikkelen en afdrukken van de beelden. De wereld draait sneller maar is ook vluchtiger en hartelozer geworden”, vindt Barillari.

Ondertussen kent Rino Barillari vele beroemdheden persoonlijk en heeft hij er over het algemeen ook een goede band mee. Vele sterren die hij ooit ontmoette zijn inmiddels al overleden. Vedetten zoals Liz Taylor, Ingrid Bergman, Jacqueline Kennedy, Barbra Streisand, Brigitte Bardot, Ava Gardner, Federico Fellini, Sophia Loren, Claudia Cardinale, Marlon Brando, Anita Ekberg, Audrey Hepburn, Romy Schneider, Kirk Douglas, Raquel Welch, Vittorio Gassman, Charles Aznavour, Anna Magnani, Alberto Sordi, Frank Sinatra, de vier Beatles, Robert De Niro, Grace Kelly, Sylvester Stallone, Claudia Schiffer, Al Pacino, Francis Ford Coppola, Michael Jackson, Demi Moore, Angelina Jolie, Bruce Willis, Elton John, Matt Damon, Madonna, Maradona, Lady Gaga, … de lijst is oneindig lang, maar hij kreeg ze allemaal voor de lens.

Met sommige beroemdheden lag Rino Barillari voortdurend overhoop, al was dat doorgaans maar tijdelijk. Met de bekende acteur Marcello Mastroianni lag hij tientallen keren in de clinch, maar even vaak gingen ze een dag later samen een glas drinken. In mijn vakgebied is fotograferen oorlog, vindt Rino. Je moet durven doorgaan, nooit aarzelen, stelt hij. Daar moest hij soms de gevolgen van dragen. Vooral als beginnende fotograaf kwam hij meermaals onzacht in aanraking met filmvedetten die hij in tegenstelling tot zijn collega’s uit die tijd gewoon benaderde. Dat was toen ongezien. Soms leverde die brutaliteit knappe en unieke beelden op, maar evengoed kon het slechter aflopen.

Legendarisch is de foto, gemaakt door een collega, waarin Barillari door Sonia Romanoff een ijsje in het gezicht geduwd krijgt of die waar hij wordt aangevallen door de reeds lang vergeten acteur Mickey Hargitay. Een gevecht met Peter O’Toole in de Via Veneto in 1963 leverde hem niet alleen een pak slaag, maar ook bekendheid op. De interventies van de opdringerige Barillari werden inderdaad niet altijd door iedereen gewaardeerd. Tijdens zijn werk moest hij niet minder dan 163 keer naar de spoedafdeling voor eerste hulp. Barillari liep tijdens zijn carrière ook elf gebroken ribben op als gevolg van vechtpartijen en moest ooit zelfs een messteek incasseren. Liefst 76 van zijn camera’s werden kapotgeslagen.

In de Dolce Vita-jaren begrepen de meeste vedetten echter al snel dat een krachtige foto die in de wereldpers verscheen hun carrière geen kwaad zou doen. Eén treffend beeld van Rino Barillari in de juiste bladen en er werd een week lang over hen gesproken. Ze vertrouwden erop dat alleen professionele foto’s zouden worden gepubliceerd. Aanvankelijk gebeurde dat ook. Toen steeds meer paparazzi op het toneel verschenen, werden alsmaar vaker ook de meer gênante momenten en privémomenten vastgelegd. Daar konden de geviseerde vedetten niet altijd mee lachen.

Bij de tentoonstelling hoort ook de vertoning van de nieuwe documentaire ‘The king of paparazzi – La vera storia’, geproduceerd door het Istituto Luce Cinecittà en Michelangelo film. De vertoning van deze film vindt eenmalig plaats in de aula van het MAXXI op 27 oktober om 21.30 uur, al zal deze documentaire later nog weleens ergens te bekijken zijn of in het filmcircuit belanden. Aan de film werd twintig maanden gewerkt en bevat naast beelden uit de zogenaamde Dolce Vita-periode van Rino Barillari ook getuigenissen van onder meer Giuseppe Tornatore, Claudia Cardinale, Giancarlo De Cataldo, Henry Sisk, Walter Veltroni en vele anderen.

Het verhaal begint bij de familie Barillari in Limbadi (Calabrië) waar de jonge Rino in 1959 op 14-jarige leeftijd wegliep en naar Rome trok. Rino kwam terecht in een kamer die hij met vijf anderen moest delen en de honger was nooit ver weg. Allerlei kleine klusjes lieten hem met moeite overleven, sparen was er niet bij. Met wat geld dat stiekem uit de Trevifontein werd gevist kocht hij op de rommelmarkt aan Porta Portese een oude Comet Bencini-camera en begon hij voor een kleine vergoeding toeristen te fotograferen aan de vele bezienswaardigheden in Rome.

Al gauw schakelde hij over naar het vastleggen van de gedragingen van gewone mensen die ronddwalen in de stad en kreeg zo het idee om hetzelfde te doen met meer bekende personages. Wellicht zou iemand wel willen zien wat de grote filmsterren in hun vrije tijd allemaal uitspoken? Zo rolde Barillari nog voordat het woord was uitgevonden in het vak van paparazzo. Fellini zou in La Dolce Vita zijn personage baseren op Rino Barillari. In de daaropvolgende jaren zou Rino dankzij zijn doortastendheid en zijn nooit aflatende, soms hardnekkige, pogingen om een beroemdheid te strikken, uitgroeien tot één van de meest bekende paparazzi ooit.

Vanaf halfweg de jaren ’60 volgden de primeurs elkaar op, ook in het harde nieuws, zoals met de exclusieve foto’s van de ontvoerde John Paul Getty III en de beelden van de persoonlijke bezittingen die filmregisseur Pier Paolo Pasolini bij zich droeg toen hij werd vermoord. Barillari maakte ook beelden van aanslagen door de maffia en wist zelfs door te dringen in de Rebibbia-gevangenis om een foto te maken van de gevreesde maffiabaas Salvatore ‘Totò’ Riina die daar in absolute afzondering en onder strenge bewaking zat opgesloten. De maffiabaas was naar verluidt blij met de aandacht van de beroemde paparazzo en zwaaide zelfs naar de camera.

Nadat paus Johannes Paulus II in 1981 op het Sint-Pietersplein was neergeschoten, wist Barillari het ziekenhuis binnen te dringen en zich te verstoppen onder het doek van een draagberrie, vlak naast de kamer waar artsen bezig waren met een levensreddende operatie voor de paus. De fotograaf werd echter betrapt door veiligheidsagenten en hardhandig buitengegooid. Het was één van zijn weinige mislukkingen, want als Barillari eenmaal zijn zinnen had gezet op een bepaalde foto zou die hoe dan ook worden gemaakt. Zijn foto’s vonden en vinden nog steeds gretig afzet bij de grote persagentschappen zoals Ansa, Associated Press en UPI en verschenen wereldwijd in duizenden dagbladen en tijdschriften.

Zelf groeide Barillari in Rome gaandeweg ook uit tot een beroemdheid. Met zijn zwarte snor, de eeuwige sigaret, zijn donkere indringende en altijd alerte ogen, de gevatheid en humor waarmee hij repliceert en uiteraard ook een superieure dosis zelfvertrouwen, dwong hij steevast respect af bij vrienden maar ook bij minder goede vrienden. Zijn verschijning maakt nog altijd indruk. “De man is werkelijk onvermoeibaar. Hij slaapt nooit, is alomtegenwoordig en zo hardnekkig als een bloedhond”, zegt een Romeinse restaurantuitbater waar Rino vrijwel dagelijks eet omdat hij naar eigen zeggen niet vergiftigd wil worden.

Barillari is tegenwoordig zo bekend dat hij zelf vaak door collega’s wordt gefotografeerd als hij in actie is, maar ook als hij gewoon in de stad rondwandelt. Vorig jaar is hij gehuwd en kreeg hij een koekje van eigen deeg. Ondanks sluwe pogingen om het nieuws geheim te houden, lekte de trouwpartij op het laatste nippertje toch uit en werden Rino en zijn jonge bruid bij het verlaten van het stadhuis opgewacht door tientallen fotografen. Hij kon er wel mee lachen. Als hij nu met zijn vrouw Antonella in het openbaar verschijnt is hij zelf het doelwit van paparazzi.

Barillari speelde meermaals cameo’s in verschillende speelfilms. Ook in La Grande Bellezza van Paolo Sorrentino die in 2013 de Oscar voor de beste buitenlandse film kreeg, is Rino Barillari te zien. In ruil voor zijn medewerking mocht hij onbeperkt foto’s maken op de filmset. In zijn persoonlijke archief bevinden zich momenteel meer dan 400.000 unieke foto’s. Een klein deel daarvan is nu te zien in het MAXXI.

Zijn mooiste prestatie? Niets of niemand in het bijzonder. Er is de voorbije zestig jaar zoveel gebeurd. Het zijn altijd momentopnames. Stukjes van nieuws. Morgen is er ander nieuws. Dixit Barillari. Maar verhalen zoals die van een uitgetelde Sarah Churchill (actrice en dochter van de Britse voormalige premier en politicus Winston) die lazarus op Piazza di Spagna haar roes uitsliep, vertelt hij nog altijd graag. Die foto veroorzaakte toen in Engeland een enorm schandaal.

Daarnaast was er natuurlijk ook wel de trots dat je er als enige in geslaagd was om unieke beelden van een bepaalde gebeurtenis of een beroemdheid te maken. Al aarzelde Barillari soms niet om het lot een handje te helpen. Zo dreigde hem ooit een grote primeur te ontglippen nadat hij (zoals meestal) als eerste bij een bepaalde gebeurtenis was gearriveerd maar meteen daarna ook een paar collega’s zag arriveren. Met een smoesje leidde Barillari de andere paparazzi even af en slaagde erin een stuk doorzichtige kleefband voor hun lenzen te plakken. Alle foto’s die ze daarna maakten waren natuurlijk onscherp en wazig, waardoor de koning van de paparazzi alsnog met de primeur aan de haal gang. Oorlog is oorlog, jawel.

Rino Barillari
The king of paparazzi
Tot 28 oktober 2018
Gratis toegang
MAXXI – Museo nazionale delle arti del XXI secolo
Via Guido Reni 4A, Rome

https://www.maxxi.art/events/rino-barillari-the-king-of-paparazzi/

Persoonlijke website: www.rinobarillari.com

Schrijf nu in voor de daguitstap met S.P.Q.R. naar Mariemont

18 oktober 2018

Op zondag 11 november van 8.15 uur tot 18.30 uur maakt onze Romevereniging S.P.Q.R. een daguitstap per bus. Op het gevarieerde programma staan onder meer een bezoek aan Le Bois du Cazier (werelderfgoedlijst Unesco), een Romeinse lunch en een bezoek aan de tentoonstelling Galenus – Een Griekse arts in het Romeinse rijk. De bus vertrekt om 8.15 uur vanaf parking Bodart, Koning Boudewijnlaan in 3000 Leuven. Inschrijvingen zijn vanaf nu mogelijk. Het aantal plaatsen is beperkt.

Vanaf 10 uur bezoeken we Le Bois du Cazier, ingeschreven op de Lijst van het Wereldpatrimonium van de UNESCO als de belangrijkste mijnsite van Wallonië, als het zinnebeeld van de arbeidsomstandigheden en de immigratie. De mijnramp van 8 augustus 1956 maakte hier 262 slachtoffers, afkomstig uit 12 verschillende landen, een meerderheid had de Italiaanse nationaliteit. Dankzij het bewustmakingswerk rond deze ramp kan de kracht van dit herdenkingspatrimonium niet meer ontkend worden.

Na het bezoek schuiven we aan voor een lunch en vervolgens brengen we met een gids een bezoek aan de tentoonstelling In de tijd van Galenus – Een Griekse arts in het Romeinse rijk. Door het leven van de Griekse arts Galenus van Pergamon (129-216) te volgen beschrijft deze tentoonstelling de medische, farmacologische en sanitaire praktijken in de Romeinse wereld van de eerste eeuwen van ons tijdperk. Want Galenus ging met zijn tijd mee. Zijn geschriften, zijn gevarieerde interesses en de omvang van zijn klantenkring maken het mogelijk vele thema’s te bespreken en stellen ons een geografisch en sociologisch parcours rond de Middellandse Zee voor.

Het programma (50 euro voor clubleden, 55 euro voor niet-leden) omvat de verplaatsing per bus vanuit Leuven naar Mariemont en terug, de begeleiding op de site, de lunch en de toegang tot de tentoonstelling, eveneens begeleid door een gids .

PROGRAMMA

  • 8.15 uur: vertrek vanaf parking Bodart
  • 10 uur: start rondleiding in Le Bois du Cazier (tot 12 uur)
  • 12 uur: vertrek met bus naar Morlanwelz, La Terrasse de Mariemont voor middagmaal
  • 14.30 uur: rondleiding in het Museum van Mariemont, tentoonstelling Galenus
  • 16.30 uur: einde rondleiding
  • 17 uur: vertrek naar Leuven
  • 18.30 uur: aankomst parking Bodart

PRAKTISCH

Deelnameprijs per persoon:

* 50 euro voor S.P.Q.R.-leden
* 55 euro voor niet-leden

Vooraf inschrijven is verplicht. De inschrijvingen worden afgesloten op 3 november. Wie naar de tentoonstelling of de verkenning naar Le Bois du Cazier komt zonder ingeschreven te zijn kan NIET met de groep mee naar binnen.

Stuur een mailtje naar chris@spqr.be met het aantal personen, de namen van de deelnemers en de vermelding ‘lid’ of ‘niet-lid’. Je ontvangt een bevestiging via e-mail.

Bevestig vervolgens je deelname door storting van het vereiste bedrag op bankrekeningnummer BE 58 6528 3976 7579 van S.P.Q.R. Events in 3000 Leuven met vermelding van “…. aantal personen – “Galenus”.

Inschrijvingen zijn vanaf nu mogelijk. Het aantal plaatsen is beperkt.

Dag van de historische woningen in Lazio

17 oktober 2018

Inwoners en toeristen die op zondag 21 oktober wat tijd over hebben, kunnen overwegen om Rome even te verlaten en een tochtje te maken in de omgeving van de stad of elders in de regio Lazio. Tijdens de eerste Giornata delle dimore storiche del Lazio, een dag waarbij liefst 72 unieke historische woningen in de vijf provincies van de regio Lazio gratis worden opengesteld voor het publiek. In het grote aanbod zitten kastelen en architecturale complexen, kloosters, kerken en kloosters, grote residenties maar ook kleinere woningen.

Het initiatief is een uitnodiging om de gebaande paden in Rome en de klassiekers in de stad eens te verlaten en even te proeven van de schoonheid elders in Lazio. Het is een mooie gelegenheid om een (klein) deel van het immense erfgoed van woningen, villa’s, parken en historische tuinen in de regio te ontdekken. Op vele plaatsen bleef de charme van het verleden en de geschiedenis bewaard. Zo is het in de provincie Rome mogelijk om de Casale delle Vignacce en de Casale di Boccea te bezoeken, één van de oudste voorsteden van de regio Lazio.

Een kleine greep uit het aanbod in de vijf provincies van de regio (Rome, Latina, Rieti, Frosinone en Viterbo): Palazzo Chigi en Villino Volterra in Arricia, het majestueuze Castello Theodoli van Ciciliano, het Parco Monumentale van Villa Torlonia, de Villa Tuscolana en het Parco dell’Ombrellino in Frascati, het Castello Colonna, het Ninfeo en het Parco degli Elcini van Genazzano, het Casa Gotica in Tivoli, het Palazzo Doria Pamphilj van Valmontone, het Castello Borghese van Vivaro Romano en het Palazzo Rospigliosi in Zagarolo, …

De openingstijden en de wijze van bezoeken kunnen afwijken per site. Reserveren is nodig. Alle praktische informatie kan je terugvinden op de website www.dimorestorichelazio.it.

Geschiedenisboeken over Pompeï moeten aangepast worden

17 oktober 2018

Archeologen hebben in een recent ontdekt huis in de verwoeste antieke stad Pompeï een inscriptie gevonden die aantoont dat de informatie over de beruchte vulkaanramp in onze geschiedenisboeken al decennialang fout is. Historici hebben altijd gedacht dat de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius op 24 augustus 79 na Christus abrupt een einde had gemaakt aan de Romeinse stad, maar die datum wordt nu in twijfel getrokken. De Italiaanse minister van Cultuur Alberto Bonisoli spreekt van een zeer belangrijke ontdekking.

Begin deze maand werd in Pompeï een inscriptie in houtskool ontdekt die bijna twee maanden later dan de vermeende datum van de uitbarsting werd gemaakt. De krabbel op de muur werd gevonden in een kamer die tijdens de vulkaanramp door de eigenaars gerenoveerd of herbouwd werd. De muren zijn gedeeltelijk versierd met fraaie fresco’s en ook die bleven prima bewaard.

Over de datum van de vulkaanuitbarsting waren al eerder twijfels gerezen en die lijken nu bevestigd te worden door de recente vondst. Zo  werden in Pompeï menselijke resten gevonden waarbij werd vastgesteld dat die mensen blijkbaar dikke kleren droegen. Te warm voor augustus. Als mogelijke verklaring werd toen nog geopperd dat die kledij was aangetrokken om enige bescherming te bieden tegen de lava en de neerdalende asregen. Maar in Pompeï, waar het leven abrupt tot een einde kwam toen de stad bedolven werd onder een meters dikke laag van vulkanische as en brokstukken., werden eerder ook al resten van herfstfruit gevonden, waaronder druiven en noten. Die konden er in de maand augustus nog niet geweest zijn. In Pompeï werden ook vuurpotten aangetroffen. Dergelijke verwarmingselementen zijn eveneens onlogische attributen in de warme augustusmaand.

Nochtans dachten oudheidkundigen vrij zeker te zijn over de datum van de uitbarsting van de Vesuvius, dit dankzij de geschriften van de Romeinse letterkundige en politicus Plinius de Jongere aan de geschiedschrijver Tacitus. Plinius de Jongere maakte de uitbarsting als zeventienjarige zelf mee en schreef onder meer hoe zijn oom, Plinius de Oudere, daarbij het leven verloor.

In zijn geschriften noteerde hij als datum 24 augustus. De inscriptie die recent werd gevonden maakt duidelijk dat de schrijver zich meer dan waarschijnlijk vergiste. Dat is best mogelijk omdat Plinius het verhaal jaren later schreef en zich wellicht de juiste datum niet meer herinnerde.

Op zich is de gevonden inscriptie niets meer dan gekrabbel in houtskool, een vluchtige graffiti zeg maar. Maar er staat wel duidelijk een datum bij vermeld. Letterlijk staat er geschreven: ‘XVI (ante) K(alendas) Nov(embres) in[d]ulsit pro masumis esurit[ioni]’, wat zoveel wil zeggen als ‘Op 16 november heeft hij op een buitensporige manier gegeten”. 16 november in 79 na Christus komt overeen met 17 oktober in onze tijdsrekening.

Omdat houtskool een kwetsbaar en vluchtig materiaal is, is het volgens de onderzoekers niet mogelijk dat de inscriptie al lang vóór de uitbarsting op de muur is gezet. Wellicht was het een grapje van de arbeiders die de nieuwe fresco’s tegen de muren aan het plaatsen waren. De archeologen denken dat de tekening een week voor de vulkaanramp werd gemaakt, de uitbarsting zou dus eind oktober hebben plaats gevonden, mogelijk op 24 oktober. Precies twee maanden later dus dan tot dusver werd aangenomen.

De antieke Romeinse Pompeï nabij Napels is een archeologische schatkamer omdat het leven er niet alleen in één klap werd stilgezet maar bovendien ook bewaard bleef. Daarom is de stad een zeldzame wetenschappelijke bron voor archeologen. Bij elke opgraving worden nog steeds objecten gevonden die onder andere omstandigheden verloren gegaan zouden zijn. Inmiddels is ongeveer 60% van Pompeï opgegraven. Momenteel is een nieuwe opgravingscampagne aan de gang, waarbij al verschillende belangrijke vondsten tevoorschijn kwamen, waaronder skeletten, vloermozaïeken en fresco’s.

100.000 bezoekers voor Vaticaans paviljoen in Venetië

16 oktober 2018

De eerste deelname van het Vaticaan aan de Architectuurbiënnale van Venetië is een groot succes. Sinds de opening van de tentoonstelling op 26 mei hebben al 100.000 mensen het paviljoen bezocht. De zestiende editie van de Architectuurbiënnale heeft als thema Freespace en eindigt op 25 november. De Architectuurbiënnale wordt afwisselend met de Kunstbiënnale om de twee jaar georganiseerd. Op initiatief van de Pauselijke Raad voor de Cultuur was het Vaticaan in 2013 en 2015 eerder wel al aanwezig op de Biënnale voor Hedendaagse Kunst in Venetië.

Tien architecten van verschillende nationaliteiten presenteren hun project in het paviljoen van het Vaticaan op het eiland San Giorgio Maggiore, tegenover het San Marcoplein in Venetië. De architecten krijgen er de kans om hun ontwerp van een hedendaagse kapel in duurzaam materiaal te presenteren. De nadruk ligt zowel op het ontwerp en het constructiemateriaal als op de mogelijkheid om de kapellen later opnieuw te gebruiken, met respect voor hun omliggende natuurlijke omgeving. De inspiratie werd gehaald bij de boskapel uit 1920 van de Zweedse architect Gunnar Asplund (1885-1940) die in de buurt van een begraafplaats in Stockholm werd gebouwd.