Archief voor 5 oktober 2018

Het eerste belangrijke renaissancegebouw in Rome

Posted in Romenieuws on 5 oktober 2018 by Eric

We hadden het gisteren over een topstuk van Donatello dat tijdelijk te zien is is Palazzo Venezia. Vandaag vertellen we wat meer over het palazzo zelf, dat het eerste belangrijke renaissancegebouw in Rome was. Met zijn zware toren doet het vooral denken aan de middeleeuwse burchten van de Romeinse edelen. Gedurende meer dan een eeuw, van 1464 tot 1592 was dit paleis de residentie voor liefst twintig opeenvolgende pausen, van Paulus II tot Clemens VIII.

Paus Paulus II (1417-1471) werd in Venetië geboren als Pietro Barbo en door zijn oom Eugenius IV in 1440 tot kardinaal benoemd. Vlak naast zijn Romeinse titelkerk San Marco liet hij voor zichzelf vanaf 1455 een paleis bouwen dat de eerste profane renaissancebouw in Rome werd: het Palazzo Venezia. De komst van de Venetiaanse paus zorgde ook voor de latere naam van Piazza Venezia.

Het schrappen van een aantal goed betaalde humanistenbaantjes aan de curie (in 1464) en zijn optreden tegen de Accademia Romana onder Pomponio Leto bezorgden Paulus II bittere vijanden onder de humanisten, waardoor hij weleens werd afgeschilderd als barbaars en als vijand van de kunsten. Dat is absoluut onjuist: de paus besteedde veel geld aan stadsverfraaiing en hij was bovendien één van de grootste kunstverzamelaars van zijn tijd.

De anti-Turkse politiek van Pius II zette hij, in zwakke vorm, voort, o.a. door zijn steun aan de Albanese vorst Skanderbeg en aan Matthias Corvinus in Hongarije. Voor de dringend nodige kerkhervorming was zijn pontificaat van geen betekenis, hoewel daarover tijdens het conclaaf van 1464 bindende afspraken waren gemaakt. Mino da Fiesole en Giovanni Dalmata ontwierpen zijn grafmonument in de oude Sint-Pietersbasiliek.

Nadat zijn oom paus Eugenius IV (1431-1447) hem tot kardinaal had verheven, nam de Venetiaan Pietro Barbo zijn intrek in een woning naast het Capitool. In 1455 begon Barbo met de bouw van dit paleis. Toen hij een kleine tien jaar later als Paulus II (1464-1471) tot paus verkozen werd, werden de bouwplannen aangepast.

Dat merken we aan de gevel, de ramen links van het balkon staan dichter bij elkaar dan die aan de rechterkant, ze behoren tot het oorspronkelijke verblijf van kardinaal Barbo. De rest van het gebouw, evenals de vleugel langs de Via del Plebiscito (rechts) werden na de pauskeuze bijgebouwd. Op elk van de vier hoeken van het palazzo was een toren gepland, maar er werd er slechts één uitgevoerd.

Al het materiaal dat vrijkwam bij het graven van de funderingen werd op het Forum Romanum gekieperd, voor de bouw zelf plunderde de paus stenen van het Colosseum. Als architect worden door diverse bronnen onder meer Alberti, Sasselino, da Maiano, Rosselino en da Pietrasanta vermeld, maar de oorspronkelijke en voornaamste ontwerper is Francesco del Borgo (1415-1468).

Het weerbare karakter, opgeroepen door de verhoogde kelderverdieping, de hoektoren en de kantelen en de asymmetrie van de gevel onderscheiden dit Romeinse palazzo duidelijk van soortgelijke gebouwen in Firenze. Dankzij de twee kroonlijsten wordt de nadruk gelegd op de horizontale in plaats van de verticale lijn. De machtige Toscaanse paleizen streven een evenwicht na tussen horizontale en verticale lijnen, we denken daarbij onder andere aan het palazzo Rucellai dat dateert van 1460 en ontworpen werd door Alberti.

Eén van de meest opvallende architectonische elementen van de Romeinse vroege renaissance zijn de marmeren kruisvensters op de bovenverdieping, die in vele latere paleizen en huizen zullen terugkeren. De elegante deur onder het balkon wordt toegeschreven aan Giovanni Dalmata (1440-1509).

De genotzuchtige Romeinen hielden van paus Paulus II om zijn voorliefde voor pracht en praal en voor de goede dingen des levens. Het was deze paus die met de bul ‘Ineffabilis Providentia’ op 19 april 1470 stipuleerde dat voortaan (en beginnend met 1475) om de 25 jaar een heilig jaar zou gevierd worden, en niet om de 50 jaar. Deze bul werd niet met de hand geschreven maar voor het eerst gedrukt.

Het argument van de paus was dat iedereen, gezien ‘de kortstondigheid des levens’, de kans moest krijgen door een bedevaart naar Rome een bijzondere aflaat te verdienen. Maar kwatongen beweerden dat Paulus II, die heel veel van feesten hield, tijdens zijn pontificaat absoluut een heilig jaar wilde.

De paus had echter pech want hij stierf in 1471. Hij heeft het door hem geplande heilig jaar dus niet meer meegemaakt. Op het moment van zijn dood was ook het palazzo nog niet volledig klaar, het werd voltooid door zijn neef kardinaal Marco Barbo waarvan we de graftombe terugvinden in de Santa Balbina.

Voortaan werd het palazzo Venezia een pauselijke residentie voor de opvolgers van Paulus II. De Franse koning Karel VIII die het koninkrijk Napels wilde veroveren, logeerde er in 1494 en 1495. Onder de Farnese-paus Paulus III (1534-1549) verbond een overdekte galerij het pauselijk paleis met het klooster van Aracoeli, toen een geliefd zomerverblijf van de pausen. Het paleis bleef pauselijke residentie tot Clemens VIII (1592-1605) zich in 1592 als eerste paus in het pas gebouwde Quirinaal vestigde.

Ondertussen had het gebouw in 1564 zijn huidige naam palazzo Venezia gekregen toen Pius IV Medici (1559-1565) een gedeelte van de pauselijke residentie als ambassade ter beschikking stelde van de republiek Venetië. Toen in 1797 met het vredesverdrag van Campo Formio een gedeelte van de republiek Venetië Oostenrijks werd, nam het Oostenrijkse gezantschap zijn intrek in het palazzo Venezia.

De enige getuigenis van deze Oostenrijkse aanwezigheid is een kleine plaquette in de binnentuin die aangeeft dat Antonio Canova (1757-1822) hier een atelier had. Als Venetiaan, in feite afkomstig uit Possagno in de provincie Treviso, was de kunstenaar immers Oostenrijks onderdaan. Omdat hij de meest gevierde beeldhouwer van Europa was, wilde elke ambassade hem wel onderdak bieden, maar Canova werkte dus een tijdlang in de omgeving van zijn streekgenoten.

In 1915 kwam palazzo Venezia in handen van de Italiaanse staat. Toen de regering besloot een groot plein aan te leggen vóór het Monument van koning Victor Emanuel II, het Vittoriano, werd de overdekte galerij van Paulus III afgebroken, het palazzetto aan de voet van de toren op de zuidoosthoek verwijderd en opnieuw opgebouwd op de hoek van het Piazza San Marco, achter de bomen. Voor de symmetrie werd later aan de overkant van het Piazza Venezia het palazzo delle Assicurazioni Generali di Venezia gebouwd.

Piazza Venezia was ideaal voor de choreografieën die Mussolini hier zou opvoeren: een streng uitziend vijftiende-eeuwse palazzo met een groot balkon voor de orator, een immens plein voor de massa met als decor het pompeuze Altaar voor het Vaderland en de vlam voor de onbekende soldaat midden het al even imposante Vittoriano, de triomfzuil van keizer Trajanus op de achtergrond en de majestueuze Via dell’ Impero (vandaag de Via dei Fori Imperiali) die als een nieuwe Via Sacra bovenop de opgegraven keizerlijke fora leidde naar de imposante afsluitende massa van het Colosseum.

Op de eerste verdieping van het Palazzo Venezia bevond zich het hoofdkwartier van Benito Mussolini. Hij hield er recepties en sprak vanaf het balkon regelmatig de massa toe. Op 9 mei 1936 riep hij na de inname van Addis Abeba, ‘hef uw banieren, uw wapens en uw hart hoog op, legionairs, om na vijftien eeuwen de herleving van het keizerrijk op de heilige heuvels van Rome te begroeten’.

Mussolini (1883-1945) stond uiteindelijk zo vaak op het balkon en sprak er met zoveel overgave dat de Romeinen hem refererend aan de balkonscène in ‘Romeo en Julia’, spottend Giulietta noemden. Mussolini liet altijd licht branden in zijn werkkamer, de Sala del Mappamondo, ook al was hij afwezig. Deze kamer is de grootste zaal van het paleis, op de glanzende vloer stonden enkel in de verste hoek een bureau met drie stoelen.

De sfeer die er heerste werd geparodieerd door Charlie Chaplin in ‘The Great Dictator’ uit 1940. In het palazzo Venezia vergaderde ook de fascistische raad van Mussolini. Tijdens de vergadering op 24 juli 1943 werd Mussolini gevraagd af te treden wat hij weigerde. Daar heeft hij spijt van gekregen. Op 28 april 1945 werd hij aan het Comomeer door partizanen doodgeschoten, na enkele omzwervingen werd zijn lichaam begraven in zijn geboortedorp Predappio in de Romagna.

Rechts van palazzo Venezia loopt de reeds vermelde Via del Plebiscito, de naam van de straat verwijst naar het plebisciet of de volksraadpleging van 2 oktober 1870, waarbij Rome een onderdeel van het verenigde Italië werd, op 135.188 stemgerechtigden stemden slechts 1.507 tegen. Zo kwam er een einde aan het Risorgimento. In deze drukke straat bevindt zich de ceremoniële hoofdingang van het palazzo Venezia.

Een overwelfde hal leidt naar een schitterende staatsietrap die echter een moderne constructie is. Links op het gelijkvloers vinden we de balie van een uitzonderlijk maar regelmatig gedeeltelijk gesloten museum. Het is één van de interessantste musea van Rome. We maken er maandag even kennis mee.