Archive for november, 2018

De San Sisto Vecchio (a Via Appia)

30 november 2018

De San Sisto Vecchio aan Piazzale Numa Pompilio is weliswaar een titelkerk, maar voor toeristen een relatief onbekend gebouw, meteen de reden waarom ze dan ook vaak wordt genegeerd. De San Sisto Vecchio is in principe dagelijks open van 9 tot 11 uur en van 15 tot 17.30 uur. Ze wordt vaak gebruikt voor huwelijken, de maand augustus uitgezonderd. De oorsprong van de San Sisto is duister. Tot 595 wordt ze niet vermeld.

Op deze plaats bestaan meldingen van een titulus Crescentianae en een titulus Tigridae (in 258). Tijdens opgravingen en archeologisch onderzoek in de periode 1967-1968 werd vastgesteld dat de huidige achttiende-eeuwse kerk wel degelijk de structuur van een vroegchristelijke kerk verbergt. Pas tijdens het pontificaat van paus Anastasius I (399-401) werd het gebouw officieel als kerk erkend. De kerk is gewijd aan de heilige paus Sixtus II (257-258) wiens relieken zich hier bevinden.

Paus Sixtus II, de 23ste opvolger van Petrus, werd gemarteld en onthoofd aan de vlakbij gelegen Porta Appia (de huidige Porta San Sebastiano). Deze Griekse paus was direct na zijn aanstelling met keizer Valerianus (253-260) in conflict gekomen omdat de keizer strengere eisen aan de christenen oplegde voor het bijwonen van de officiële Romeinse cultus. Ook verbood de keizer alle samenkomsten in de catacomben.

De paus moest uiteindelijk vluchten en verborg zich samen met vier diakens in de catacombe van Praetextatus (Pretestato) aan de Via Appia Pignatelli. Hij werd daar op 6 augustus 258 ontdekt. Het vijftal werd ter plaatse onthoofd. Omdat Sixtus II in de catacombe van Callixtus (Callisto) begraven werd, kwam deze nabijgelegen titulus later als eerste in aanmerking om de relieken van Sixtus II op te nemen.

Paus Hadrianus I (772-795) knapte de kerk op maar slaagde er niet in het verval te stoppen omdat het water dat van de Coelius (Celio) stroomde de fundamenten van de kerk ondermijnde. In het begin van de twaalfde eeuw besloot paus Innocentius III (1198-1216) op dezelfde plaats een nieuwe kerk te bouwen (er is ook een antipaus met die naam geweest in 1179). Zijn opvolger Honorius III voltooide het werk, de campanile dateert nog uit deze periode.

Het resultaat was een kerk van kleinere afmetingen en met één schip. In het bijhorende klooster woonde de oprichter van de orde van de Dominicanen en de later heilig verklaarde Dominicus Guzman (1170-1221) tijdens zijn verblijf in Rome. De toen aangebrachte fresco’s met scènes uit het Nieuwe Testament en de Apocriefen bevinden zich nog steeds in de kerk.

Honorius III, die een Savelli was, schonk Dominicus later de Santa Sabina en het bijhorende klooster. Toen Dominicus met zijn predikheren naar het klooster op de Aventijn verhuisde dat naast de burcht van de Savelli’s gelegen was, namen hun vrouwelijke collega’s, de dominicanessen, hun plaats in. Het was hun allereerste klooster.

Een weetje: omdat Vannozza Cattenai, de geliefde van kardinaal Borgia (de latere paus Alexander VI) haar kinderen een goede opvoeding wilde geven stuurde zij haar beruchte dochter Lucrezia Borgia naar dit klooster voor haar religieuze opvoeding. De zusters verlieten het klooster in 1575 omdat de lucht in de omgeving niet gezond was, en omdat de omgeving ook toen nog regelmatig onder water liep.

Paus Sixtus V (1585-1590) maakte van het klooster dan maar een hospitaal voor bedelaars. Tijdens het pontificaat van paus Benedictus XIII (1724-1730) kreeg de Italiaanse architect Filippo Raguzzino de opdracht de San Sisto te restaureren. Hierbij werd de in de dertiende eeuw gebouwde toren en apsis gehandhaafd.

Sinds die tijd en tot vandaag wordt het klooster weer bewoond door nonnen van de orde. Van het oude klooster bestaat nog een vleugel. In het huidige klooster zijn resten ontdekt van de oudste kerk. In de tuin achter de kerk vindt ieder najaar een tentoonstelling van chrysanten plaats. Het klooster, het kapittelhuis en de eetzaal met de fresco’s van San Dominico kunnen worden bezocht. Dit bezoek moet je echter reserveren.

Tijdens de vroege middeleeuwen was de San Sisto een belangrijke statiekerk. Ieder jaar werden op paaszaterdag de zogenaamde catechumenen hier voor het laatst ondervraagd, voordat zij tijdens de paasnacht in het baptisterium van Lateranen het doopsel zouden ontvangen. In de vroegste periode van de Kerk, toen hele gebieden gekerstend werden, gebeurde het veel vaker dan in de huidige tijd dat volwassenen gedoopt werden. Deze volwassenen kregen ter voorbereiding op het doopsel onderricht in de christelijke leer en werden catechumenen genoemd.

In de San Sisto Vecchio werden verschillende pausen, bisschoppen en martelaren begraven. Zoals gezegd is het een titelkerk, de huidige titulaire kardinaal is Marian Jaworski (Oekraïne).

Het plein vóór de San Sisto is de Piazzale Numa Pompilio, met in het midden een klein middeleeuws kapelletje. Hier komen verschillende lanen samen. Naar rechts brengt de Viale delle Terme di Caracalla je na 750 m tot aan de Porta Ardeatina. Links van de vorige laan brengt de Via di Porta San Sebastiano je na ongeveer 1 km tot aan de gelijknamige poort die het beginpunt is voor een bezoek aan de Via Appia Antica. Schuin links van de vorige laan loopt de Via di Porta Latina naar de gelijknamige poort en helemaal naar links brengt de Via Druso, net naast het complex van de San Sisto Vecchio, de bezoeker langs de Porta Metronia naar de Sint-Jan van Lateranen.

San Sisto Vecchio a via Appia
Piazzale Numa Pompilio 8, Rome

Praktische informatie

Utrecht, Caravaggio en Europa

30 november 2018

In het Centraal Museum in Utrecht is van 16 december 2018 tot 24 maart 2019 een grote tentoonstelling te zien over de caravaggisten, de navolgers van de beroemde Italiaanse schilder Caravaggio (1571-1610). Utrecht, Caravaggio en Europa zal een dag eerder, op 15 december, officieel worden geopend door koning Willem-Alexander. Het museum noemt het ‘de meest ambitieuze tentoonstelling die ze ooit realiseerden’.

Centraal op de tentoonstelling staan de Utrechtse caravaggisten Dirck van Baburen, Hendrick ter Brugghen en Gerard van Honthorst. In het begin van de zeventiende eeuw reisden deze drie jonge kunstenaars samen met vele andere Europese schilders naar Rome, waar ze onder de indruk raakten van het werk van de Italiaanse meester Caravaggio. Ze werden later caravaggisten geheten omwille van de stroming die in de zeventiende-eeuwse schilderkunst ontstond naar aanleiding van de revolutionaire stijl van Caravaggio.

De tentoontelling Utrecht, Caravaggio en Europa in het Centraal Museum Utrecht belicht de verschillen tussen de Europese navolgers van Caravaggio. Door de werken thematisch te presenteren wordt duidelijk dat iedere kunstenaar werkte vanuit zijn eigen culturele achtergrond. Tussen 1600 en 1630, de kernperiode van het Europese caravaggisme werden in Rome niet minder dan 2.700 kunstenaars geregistreerd, waaronder 572 buitenlanders. Ze bezochten dezelfde kerken en collecties. Ze spraken met elkaar. En ze schilderden. Dezelfde thema’s, dezelfde inspiratiebronnen, maar in uitwerking totaal verschillend.

Typerend voor het werk van Caravaggio is de realistische stijl en een bijzondere behandeling van het licht, het zogenoemde clair-obscur (chiaroscuro in het Italiaans). De techniek is ontstaan in de renaissance. De schilder gebruikt het licht en donker om de nadruk te leggen op vooral de lichte delen, waarbij de donkere schaduwen naar de achtergrond worden gedrongen. Na hun terugkeer pasten de Utrechtse caravaggisten deze nieuwe techniek toe op doeken met vooral bijbelse en mythologische onderwerpen en genrestukken zoals muzikanten en drinkers. Zij vormden een inspiratiebron voor Hollandse meesters als Frans Hals, Vermeer en Rembrandt.

De tentoonstelling Utrecht, Caravaggio en Europa brengt volgens het museum ook het Rome van de periode 1600-1630 naar Nederland. Met een zeventigtal meesterwerken laat de tentoonstelling voor het eerst de Utrechtse caravaggisten naast hun Europese collega’s zien. Van de ruim 60 grotendeels internationale bruiklenen zijn er 46 die nog nooit eerder te zien waren in Nederland. Deze bruiklenen zijn afkomstig uit musea en privécollecties in Europa en de Verenigde Staten, waaronder de Vaticaanse Musea, het Louvre in Parijs, de Galleria degli Uffizi in Firenze, The National Gallery of Art in Londen en The National Gallery of Art in Washington, maar ook uit verschillende kerken in Rome.

Een heel bijzondere bruikleen is het werk De Graflegging van Christus (1602-1603) van Caravaggio. Bij hoge uitzondering heeft de Pinacoteca van het Vaticaan toegezegd dit topstuk in bruikleen te geven aan het Centraal Museum. Ook dit monumentale altaarstuk van ruim 3 bij 2 m was nog nooit in Nederland te zien. Dit werk is vanaf de opening van de tentoonstelling op 16 december echter slechts gedurende vier weken te bewonderen. Langer wil het Vaticaan het kunstwerk niet kwijt. Het is één van de topstukken uit de Vaticaanse Musea en wordt daarom zelden uitgeleend.

Met De Graflegging van Christus toonde Caravaggio zich een opvolger van Michelangelo en Rafaël, twee voorgangers die deze scène eveneens hadden afgebeeld (Michelangelo met zijn beroemde Pietà, Rafaël met zijn Graflegging). Caravaggio schilderde De Graflegging van Christus in de periode 1602-1603 voor de familiekapel van Girolamo Vittrici in de Chiesa Nuova in Rome, die officieel de Santa Maria in Vallicella heet.

Het schilderij diende aanvankelijk als altaarstuk voor deze kapel, maar bevindt zich tegenwoordig in de Pinacotheek van de Vaticaanse Musea. Paus Gregorius XIII die goed bevriend was met Girolamo Vittrici, had een aflaat ingesteld voor het bidden in zijn kapel in de Chiesa Nuova. Een aflaat betekende de kwijtschelding voor God van tijdelijke straffen voor zonden die, wat de schuld betreft, reeds vergeven werden. Het feit dat je door een gebedsronde in deze kapel een aflaat kon verdienen, zorgde ervoor dat de Cappella Vittrici erg populair werd bij de gelovigen en pelgrims.

Girolamo Vittrici stierf echter onverwacht en de kapel met het altaar werd pas na zijn dood voltooid. De paus stond er echter op dat het toegekende privilege van de aflaat gehandhaafd bleef. De Santa Maria in Vallicella heeft in totaal twaalf altaarstukken in de kapellen bij de zijbeuken. Deze altaarstukken vormen één doorlopend verhaal over de kruisweg. In elk altaarstuk is tussen de andere figuren Maria te zien.

De twee aangrenzende kapellen van de Vittrici-kapel hebben altaarstukken waar de Kruisiging en de Hemelvaart worden afgebeeld. De Graflegging van Christus die Caravaggio voor de kapel van Vittrici maakte, past hier perfect tussen. Toen Caravaggio aan zijn altaarstuk begon, waren vele schilderijen boven de andere altaren al voltooid. Daardoor kon Caravaggio zijn werk uitstekend laten aansluiten met dat van zijn collega’s.

Zo sluit De Kruisiging van de schilder Scipione Pulzone (ook bekend als Il Gaetano) haast perfect aan met het werk van Caravaggio. Niet alleen het verhaal sluit goed aan, ook de stijl van enkele figuren en hun kleding wordt voortgezet. Zo neemt Caravaggio ook het rode en het groene kleed over. Het originele schilderij van Caravaggio kan je in deze kapel dus niet meer vinden, in de plaats ervan hangt een kopie.

Nadat Caravaggio het schilderij voltooide bleef het in de Vittrici-kapel tot 1797. Toen werd het naar aanleiding van het Verdrag van Tolentino (tussen Frankrijk en de Pauselijke Staten in het kader van de Napoleontische oorlogen) uit de kapel verwijderd. Paus Pius VI werd door de aanwezigheid van troepen onder het bevel van Napoleon Bonaparte, gedwongen tot sterke economische en territoriale concessies ten voordele van de Fransen.

Het Verdrag bepaalde ook dat de paus een aantal kunstwerken moest afstaan, waarbij de Fransen het recht hadden om in alle gebouwen uit te zoeken wat hen interesseerde. Zo verdwenen in die periode meer dan honderd beelden en schilderijen vanuit Rome naar Parijs. Niet alle werken keerden later terug naar Rome, het doek van Caravaggio wel. Het kwam echter nooit meer terecht in de Chiesa Nuova maar werd in 1816 ondergebracht in de Vaticaanse Musea.

Het majestueuze schilderij werd volgens de Romeinse schilder en kunstenaarsbiograaf Giovanni Baglione (1566-1643) door tijdgenoten beschouwd als Caravaggio’s allerbeste werk. Het doek is inderdaad bijzonder expressief. Het lichaam van Christus schittert tegen de donkere achtergrond, waarin de toegang tot het graf nog net zichtbaar is. Zijn bovenlichaam rust op de rechterarm die Johannes om hem heen heeft geslagen. Nicodemus heft het onderlichaam op. Met beide armen heeft hij de knieën van Christus vastgepakt, zijn handen ineen om de grip te vergroten.

Achter hen bevinden zich drie vrouwen. Maria’s vermoeide, trieste blik is naar beneden gericht. De mooie Maria Magdalena dept met gesloten ogen haar tranen. Maria Cleophas richt haar blik juist naar boven terwijl ze haar armen ten hemel spreidt en haar mond heeft geopend in een wanhopige schreeuw. Hoog verheven op de grote dekplaat van het graf waarop hij zal worden gezalfd en in doeken zal worden gewikkeld tonen zij ons, toeschouwers, Christus.

Bart Rutten, de artistiek directeur van het Centraal Museum Utrecht, is ontzettend trots dat het gelukt is het Vaticaan te overtuigen deze Caravaggio uit te lenen. Hij noemt het imposante altaarstuk één van de belangrijkste schilderijen uit de kunstgeschiedenis. “Ter vergelijking moet je je voorstellen dat een middelgroot museum uit Denemarken het Mauritshuis belt of zij het Meisje met de Parel van Johannes Vermeer kunnen krijgen. Dat wij het voor elkaar hebben gekregen, is echt te danken aan de inspanningen van onze conservator, Liesbeth Helmus. Door haar en anderen is onder meer via de ambassade jarenlang gelobbyd bij het Vaticaan”, verklaart de directeur. Uiteindelijk gaf Barbara Jatta, de directrice van de Vaticaanse Musea, haar toestemming om het doek een maand lang uit te lenen.

Caravaggio wordt volgens Rutten door sommigen gezien als de eerste ‘moderne kunstenaar’ omdat hij de eerste was die voor zijn religieuze scènes echte mensen gebruikte om de heiligen te verbeelden. Zo ook in De Graflegging van Christus. Daarnaast was Caravaggio een meester in het toepassen van chiaroscuro. De Graflegging is hiervan een perfect stijlvoorbeeld. Vrij snel nadat Caravaggio het maakte werd dit werk overigens al veelvuldig geïmiteerd door schilders in heel Europa.

De tentoonstelling in Utrecht is het resultaat van een langdurige samenwerking met de Bayerischen Staatsgemäldesammlungen in München. De tentoonstelling start in het Centraal Museum Utrecht op 15 december 2018 en loopt tot 24 maart 2019. In de Alte Pinakothek in München is dezelfde tentoonstelling te zien van 17 april 2019 tot en met 21 juli 2019.

Online tickets en een preview van de tentoonstelling

www.centraalmuseum.nl

 

De klassieke wereld in 52 ontdekkingen

28 november 2018

Ongeveer 2500 jaar geleden voltrok zich rond de Middellandse Zee een culturele revolutie die zijn weerga niet kent. Grieken en Romeinen, Feniciërs en Etrusken, en wat later ook Joden en Christenen, allemaal droegen ze eraan bij. Het ging daarbij zowel om de ontwikkeling van een monetaire economie en een gedegen staatsinrichting, het beantwoorden van de grote levensvragen, het uitdenken van filosofische en theologische systemen, of baanbrekende ontwikkelingen op het gebied van kunst en techniek.

Dat de klassieke wereld talrijke onuitwisbare sporen heeft nagelaten in de onze, is duidelijk. Maar wat is er nu werkelijk overgebleven van het gedachtegoed en de prestaties van toen? Welke betekenis heeft de culturele revolutie van destijds eigenlijk nog voor de mens van nu?

In dit rijk geïllustreerde boek neemt Leonard Rutgers de lezer mee op een fascinerende ontdekkingsreis langs een groot aantal bekende en minder bekende etappes in de geschiedenis van de antieke wereld. Aan de hand van archeologische vondsten vertelt hij helder en meeslepend over deze nog altijd relevante tijd, waarin originele denkers en doeners telkens opnieuw voor verrassende ontwikkelingen zorgden. Van het Parthenon tot sjoemel-mummies, van het Colosseum tot het voedselpatroon van de eerste christenen, en van een fantastische houten teenprothese tot een rabbijn die aan piraterij doet, alles komt voorbij. In de handen van Rutgers is het verleden springlevend en verbazingwekkend actueel.

Leonard Rutgers is hoogleraar Antieke Cultuur aan de Universiteit Utrecht en internationaal bekend en gelauwerd om zijn baanbrekende onderzoek in de catacomben van Rome. Hij publiceerde zijn ontdekkingen onder andere in het toonaangevende Nature. Rutgers was jarenlang columnist bij het Financieele Dagblad. De krant had hem gevraagd of hij geen weekendrubriek over archeologische ontdekkingen kon schrijven.

Dat was een logische vraag. Elke week lees of hoor je wel een klein bericht over een archeologische vondst, maar later verneem je er meestal niets meer over. Rutgers bracht het kleine nieuws met elkaar in verband en spiegelde de inhoud ervan aan onze tijd. Tot grote verbazing van de redactie maar ook van de auteur zelf was de respons enorm. Zo is ook dit boek ontstaan. Leonard Rutgers maakte een keuze uit zijn vier jaar durende carrière als columnist.

Bij de krant zette de auteur de reeks inmiddels stop omdat hij momenteel werkt aan het grootste DNA-onderzoek ooit naar migratiestromen in het Middellandse Zeegebied en Europa over een periode van 1500 jaar. Hoe zit migratie historisch gezien in elkaar, wie is wanneer waar terechtgekomen? Hebben de volksverhuizingen tot integratie of tot marginalisatie geleid? In de nabije toekomst komen we daar dankzij Rutgers’ bioarcheologische onderzoek ongetwijfeld wat meer over te weten.

Het boek De klassieke wereld in 52 ontdekkingen is verdeeld in verschillende hoofdstukken, waaronder ‘Klassieke kunst’, ‘Sterke vrouwen’, ‘Bijbelse perikelen’, ‘Uitvindingen en ontdekkingen’, ‘Gezondheid’, ‘Migratie’ en ‘Hoe de oudheid voortleeft’. De titels van de verschillende stukjes zijn vaak zo intrigerend dat ze meteen uitnodigen tot lezen: ‘Julia was de allerbeste arts’, ‘De geboorte van de keizersnede, ‘Van korset tot sport-bh, ‘De psychedelische Pythia van Delphi’, ‘De navel van Europa’, ‘De kaaskop komt uit de woestijn’,….

Een mooi verhaal komt uit de betonsector. Op welk moment lieten de Romeinse architecten hun Griekse collega’s ver achter zich? Toen ze drie delen vulkaanzand op één deel gebluste kalk gingen gebruiken. Met deze vulkanische aarde konden de Romeinen de hoogte in en konden ze bogen en koepels bouwen en een veel flexibeler architectuur ontwerpen. Daarom staat het machtige Colosseum in Rome nog altijd overeind. Recent Amerikaans onderzoek heeft bovendien aangetoond dat voor Romeins beton minder fossiele brandstoffen nodig waren, wat betekent dat Romeins beton ook nog een stuk milieuvriendelijker is dan portlandcement, de moderne variant die vandaag wordt gebruik. Het beton dat de Romeinen fabriceerden kon bovendien ook onder water uitharden, waardoor brugpeilers in rivieren konden worden gebouwd en verstevigd.

Op de cover van het boek staat de Mona Lisa van Galilea afgebeeld, afkomstig uit een vloermozaïek in Sepphoris, in het noorden van Israël (vlakbij Nazareth) uit de derde eeuw na Christus, die eind de jaren ’80 van vorige eeuw door de jonge Rutgers mede is ontdekt. Van Leonard Rutgers verschijnt binnenkort in Duitsland ook het boek Die jüdischen Katakomben Roms waarin hij als eerste het bewijs levert dat de Joodse catacomben in Rome ouder zijn dan de christelijke.

De klassieke wereld in 52 ontdekkingen
Leonard Rutgers
Taal: Nederlands
262 pagina’s, 52 illustraties
Afmetingen: 21,6 x 13,6 x 1,9 cm
ISBN13 9789 4600 3969 0
Uitgeverij Balans
Eerste druk: november 2018
Prijs: 21,99 euro; e-boek: 10,99 euro.

Bekijk hier een filmpje waarin Leonard Rutgers praat over zijn boek

Metrostation Repubblica zal nog maanden lang gesloten blijven

27 november 2018

Het metrostation Repubblica (op lijn A) in Rome zal nog verschillende maanden gesloten blijven. De metrotreinen rijden gewoon, maar stoppen dus niet aan de halte Repubblica. In dit station sloeg op 23 oktober een roltrap naar beneden op hol. Daarbij raakten meer dan twintig mensen gewond. Zolang er geen duidelijkheid is over de oorzaak van het ongeval, wordt de site niet vrijgegeven door de onderzoekers. Daarna moeten experts een veiligheidsonderzoek uitvoeren. Op basis van die audit en de uitslag van het gerechtelijke onderzoek, volgt een openbare aanbesteding om nieuwe roltrappen te installeren. Er is weliswaar slechts één roltrap beschadigd, maar omdat die deel uitmaakt van hetzelfde systeem moeten beide naast elkaar liggende roltrappen vervangen worden. Dat gaat allemaal nog een hele tijd duren.

Op die bewuste dinsdag werd het station Repubblica overrompeld door Russische voetbalfans die op weg waren naar het Stadio Olimpico in het noorden van Rome, waar CSKA Moskou een match in de Champions League zou spelen tegen AS Roma, een match die de Russen later overigens met 3-0 zouden verliezen.

Op een bepaald moment begon de roltrap ineens te versnellen waardoor onderaan de trap tientallen mensen over en door elkaar heen werden gegooid. De roltrap bewoog te snel om er op het einde gewoon af te kunnen springen. De reizigers werden als het ware gekatapulteerd. Sommigen raakten gekneld tussen de metalen platen van de treden. Anderen gooiden zichzelf op het centrale deel van de roltrap om niet naar beneden te glijden en te vallen, nog anderen probeerden hun val te vertragen door zich vast te klampen aan de leuningen.

De hele omgeving onderaan de trap lag ook bezaaid met tientallen kapotte bierflesjes en glazen. Verschillende mensen raakten gekwetst door de vele glasscherven. Er vielen uiteindelijk 24 gewonden, waarvan eentje ernstig. Die houdt waarschijnlijk een levenslang letsel aan zijn voet over aan het incident. Omwille van de ernst van het ongeval opende de officier van justitie een onderzoek.

Getuigen verklaarden vlak na het indicent in de media dat de vele zingende, roepende voetbalsupporters, waarvan sommigen al duidelijk een glas teveel hadden gedronken, aan het springen en dansen waren op de roltrap. Het vermoeden bestaat dat die door de schokken en de forse druk ontregeld zou geraakt zijn. Maar op de schaarse en verwarrende filmpjes die van het indicent bestaan, is echter niet meteen op te maken of dat verhaal wel klopt.

Romeinen vragen zich momenteel vooral af waarom het station niet geopend kan worden tijdens de onderzoeken die het gerecht en de transportautoriteiten uitvoeren. Het blijkt dat de bewuste roltrap de enige manier is om naar beneden te geraken en de metro in beide rijrichtingen (Battistini en Anagnina) te kunnen nemen.

Daarnaast willen de autoriteiten in het hele station een veiligheidsanalyse uitvoeren. Volgens vervoersmaatschappij ATAC worden de roltrappen in ieder metrostation van Rome maandelijks gecontroleerd en onderhouden. Of dat klopt is ook iets wat de onderzoekers zullen nagaan. Daarvoor zullen zelfs camerabeelden worden opgevraagd om na te gaan of technici hun werk wel hebben gedaan. Meteen na het ongeval werd in alle metrostations van Rome alvast een preventief onderzoek uitgevoerd op de roltrappen.

Het metrostation Repubblica werd ingehuldigd in 1980 en ontleent zijn naam aan het er boven gelegen Piazza della Repubblica. Het cirkelvormige plein heette vroeger Piazza dell’ Esedra. Tijdens de bouw van het ondergrondse station werden overblijfselen van Romeinse woningen gevonden. Deze ruïnes zijn zichtbaar in het atrium van het station en worden beschermd door glazen behuizingen.

Activiteiten S.P.Q.R. in Rome worden fors uitgebreid

26 november 2018

De activiteiten van onze Romevereniging S.P.Q.R. vinden zowel in België als in Rome plaats. In België zijn dat uitstappen, een etentje, een bezoek aan een tentoonstelling of een museum, maar vooral ook regelmatige lezingen, meestal gegeven door unieke sprekers of auteurs.

Zo mogen we op vrijdag 7 december Johan Ickx verwelkomen, het hoofd van het Historisch Archief van het Staatssecretariaat op het Vaticaan. Zijn lezing over de geheime activiteiten van enkele illustere figuren in het Vaticaan, waaronder een Leuvenaar, is zonder meer een must. Alles speelt zich af tijdens Wereldoorlog I. De spreker schreef er een boek over.

Enkele weken later, op dinsdag 29 januari 2019, is het de beurt aan dr. Michiel Verweij, die zijn nieuwe boek over Ovidius zal presenteren. En iets heel anders: voor het eerst in het bijna zeventienjarige bestaan van S.P.Q.R. zullen we ook een klassiek pianoconcert organiseren. Afspraak hiervoor op woensdag 13 maart 2019. De komende weken zal de activiteitenkalender nog worden aangevuld. Onze leden krijgen hiervoor uiteraard tijdig een persoonlijke uitnodiging, maar het kan geen kwaad deze data alvast te noteren.

De grootste wijziging betreft onze inmiddels klassieke wandelingen en rondleidingen in Rome.  Die worden dit voorjaar fors uitgebreid. Niet alleen in aantal, maar ook wat betreft de thema’s.  Naast Eric en Hugo, met wie velen onder jullie in de voorbije jaren ongetwijfeld al een tochtje door Rome maakten, is het team in Rome nu ook versterkt met Angelina. Daardoor staan de komende maanden in Rome een aantal nieuwe bestemmingen op het programma, zijn er zelfs een paar begeleide uitstappen naar Ostia Antica en kunnen deelnemers voor het eerst ook zelf kiezen welke wandeling ze willen maken.

In de voorbije jaren hebben immers al heel wat clubleden en andere liefhebbers van Rome wandelingen en rondleidingen meegemaakt in onze lievelingsstad. Velen keerden, hoe kan het ook anders, meermaals terug naar Rome en beginnen de stad inmiddels ook al behoorlijk goed te kennen. We kunnen begrijpen dat sommigen wat uitgekeken geraken op de klassieke paden, al zullen we in ons wandelprogramma altijd rekening houden met de toch nog altijd talrijke mensen die Rome voor het eerst bezoeken.

We zijn er ons ook van bewust dat de thema’s van onze clubwandelingen niet altijd passen in de belangstellingssfeer van de deelnemers. Soms ken je de buurt waar de wandeling plaatsvindt al erg goed. Of interesseren de bestemming of het thema je gewoon niet. Om daar iets aan te doen kozen we voor een unieke aanpak. De komende weken en maanden kan je via S.P.Q.R. voor een aantal data (mits tijdige afspraak) zelf een bestemming of een thema naar keuze aanvragen. We zullen er vervolgens in de mate van het mogelijke alles aan doen om die wens in te willigen.

We zijn zelf ook benieuwd of hiervoor belangstelling is, dus raadpleeg zeker aandachtig de beschikbare data op de inmiddels flink uitgebreide activiteitenkalender op deze link. Dat blijf je overigens best doen. We plannen de komende maanden ook nog een aantal exclusieve themawandelingen, waaronder (enkel voor de ware liefhebbers!) een wandeling langs de beste biercafés van Rome (met een beetje geluk maken we dan ook even kennis met een lokale microbrouwerij), een bezoek aan de filmstudio Cinecittà en natuurlijk vergeten we de fraaie en met fleurige lentebloemen bezaaide wandelingen doorheen het indrukwekkende Park van de Aquaducten niet.

Evenzeer kunnen we op aanvraag een gezellige wandeling maken doorheen fraaie wijken zoals het Quartiere Coppedè, Garbatella, Testaccio, enz. Wij staan open voor suggesties: alles wat je ooit wilde doen in Rome. Er is zoveel te ontdekken in de eeuwige stad dat een mensenleven te kort is om alles te zien. Maar we willen toch een kleine poging doen om jullie daarbij te helpen…!

Tot slot willen we ook nog even benadrukken dat S.P.Q.R. een niet-commerciële vereniging is. Wij doen het niet voor de centen, maar uit liefde voor Rome. Het bewijs hiervan lees je in de deelnemingsvoorwaarden bij de activiteiten. Wij werken uitsluitend met kleine groepjes (afhankelijk van de begeleider maximum zes (Eric) tot tien personen (Hugo en Angelina). Op archeologische locaties, in musea of waar het nodig is kunnen de begeleiders een officieel gidsendiploma tonen.

Voor leden van S.P.Q.R. zijn de wandelingen en rondleidingen gratis (enkel de toegangsprijs voor een archeologische site of museum moet (indien nodig) uiteraard worden betaald. Niet-leden betalen slechts een zeer kleine of een vrijwillige bijdrage. We vinden het vooral prettig onderweg ook te kunnen praten en kennis te maken met de deelnemers.

Meer zelfs: als we vergezeld worden door prettige mensen, gaan we  met jullie (als het past in onze persoonlijke agenda) na afloop ook altijd heel graag een hapje eten of een glaasje drinken bij de locals in Rome. We hopen jullie de komende maanden (en bij uitbreiding het hele jaar 2019) bijzonder talrijk in Rome te mogen verwelkomen.

En voor de thuisblijvers: heel graag tot op de komende lezingen!

Bernardo Bertolucci (77) overleden in Rome

26 november 2018

In Rome is de bekende Italiaanse filmregisseur Bernardo Bertolucci overleden. Hij werd 77 jaar. Met Bertolucci verdwijnt één van de grote namen van de Italiaanse cinema, die ook buiten Italië ruime bekendheid verwierf. Bertolucci kreeg in 2007 een Gouden Leeuw voor zijn volledige oeuvre op het filmfestival van Venetië. In 2011 kreeg hij op het festival van Cannes een Gouden Palm voor zijn filmwerk.

Bernardo Bertolucci werd geboren in Parma. Op vijftienjarige leeftijd begon hij te schrijven en al snel won hij literaire prijzen. Net als zijn vader wilde hij dichter worden en ging letteren studeren aan de universiteit van Rome. Hij maakte zijn studies echter nooit af en begon te filmen. Amper 22 jaar oud draaide hij in 1962 het moordmysterie La commare secca, naar een scenario van Pier Paolo Pasolini die met zijn vader bevriend was.

Zijn eerste succes volgde twee jaar later met Prima della rivoluzione, een romantisch drama over de politieke en romantische onzekerheid van jongeren in Parma. Ennio Morricone componeerde de soundtrack. Last tango in Paris uit 1972 met Marlon Brando en Maria Schneider in de hoofdrollen, zorgde voor veel controverse. De film over een Amerikaan die net zijn vrouw heeft verloren en een seksuele relatie begint met een jonge Parisienne lokte veel reacties uit.

De faam van Bertolucci groeide met Novecento (1976), een epische schildering van de overlevingsstrijd van arme boeren in Noord-Italië aan het begin van de twintigste eeuw. Voor deze film kreeg hij een internationale cast bij elkaar, met onder meer Robert De Niro, Gérard Depardieu en Donald Sutherland. Zijn grootste triomf vierde Bertolucci met The Last Emperor uit 1987, een film die het verhaal van de laatste Chinese keizer vertelt. De regisseur werkte er drie jaar aan en mocht zelfs filmen in de Verboden Stad in Peking. De film won negen Oscars. Latere bekende films waren Little Buddha (1993) en Stealing Beauty (1996).

Nieuwe verlichting voor de Pietà van Michelangelo

25 november 2018

Kardinaal Angelo Comastri, de voorzitter van de kerkfabriek van de Sint-Pietersbasiliek, heeft recent de nieuwe verlichting van de wereldberoemde Pietà van Michelangelo (1475-1564) voorgesteld. De nieuwe opstelling gebeurde volgens de kardinaal op een wetenschappelijk verantwoorde wijze en moet kunstkenners en specialisten in staat stellen de universele waarde van Michelangelo’s werk nog beter te begrijpen.

Michelangelo wilde in het jonge gezicht van Maria de boodschap benadrukken dat het vermijden van zonde de enige ware remedie is van schoonheid en eeuwige jeugd. Pietro Zander, die bij de Fabbrica di San Pietro verantwoordelijk is voor restauraties en conservaties, stelt eveneens dat de lichtfactor erg belangrijk is.

Volgens de specialist had Michelangelo destijds het verlichtingsprobleem eveneens zorgvuldig overdacht en voorzag de kunstenaar voor zijn nieuwe beeld zeer lage verlichtingswaarden. Daarvoor werden de marmeren oppervlakken zorgvuldig gladgemaakt, zodat het kaarslicht slechts miniem zou weerspiegelen in het marmer.

Nu werden de oudere armaturen vervangen door de nieuwste generatie ledverlichting. Er wordt gebruik gemaakt van warme witte tinten (3000 K) met een zeer hoge kleurweergave. De installatie gebeurde door het bedrijf iGuzzini Illuminazione dat een systeem van verschillende lichteenheden ontwierp waarvan de lichtintensiteit en aanstraling elk afzonderlijk volgens een gewenst scenario kunnen worden aangepast.

Naargelang het ingestelde scenario kan het licht zich concentreren op het beeldhouwwerk, terwijl de vloer, het plafond en de achtergrond minimaal worden verlicht. In dit scenario overheerst het licht nergens. Aan de andere kant is er een balans van clair-obscur die de plasticiteit van het werk herstelt en het mogelijk maakt om stil te staan bij zowel één bepaald detail als bij de harmonie van het geheel.

Bij een ander lichtscenario verlicht slechts één enkele lichtstraal de Pietà. De richting van de inval is in dit geval bijzonder duidelijk en rond het beeld zullen dan gemarkeerde schaduwen te zien zijn. De rustige verlichting van de gewelven en de achtergrond kaderen dan de hele marmeren groep. De lichtstralen kunnen in verschillende gradaties en op bepaalde tijden worden gedimd; de vloer is hier bijna verduisterd.

Bij een derde verlichtingsmogelijkheid zijn alle apparaten ingeschakeld. Het beeld is dan absoluut oogverblindend en wordt op zichzelf een lichtbron. De gewelven en de vloer hebben nu een iets lagere verlichting omdat alles geconcentreerd is in de stralende lichtbundel waarin het beeld zich bevindt. Het licht van het centrale gewelf, van de bogen en van de zijgewelven is enigszins ingetogen, alle aandacht gaat naar de Pietà.

Een vierde en laatste lichtscenario is ontworpen voor de pelgrims en de bezoekers van de basiliek die het werk helaas enkel zien door het beschermende raam. Daarom is de verlichting hier frontaal: de lichtbundels kruisen elkaar met symmetrische hoeken om de kijker toch de reliëfkenmerken van het werk te tonen. Het centrale gedeelte is gelijkmatig verlicht, terwijl de bogen en de gewelven aan de zijkanten met een lagere lichtintensiteit worden aangestraald. Het is niet ideaal, maar de verlichting is voor de bezoekers nu wel beter dan voorheen.

De Pietà is zonder meer een meesterwerk, maar gezien de vrijwel permanente toeloop van met flitsende camera’s en smartphones uitgeruste toeristen en het glazen veiligheidsscherm, is het de jongste jaren bijzonder moeilijk geworden om rustig te kunnen genieten van dit fantastische kunstwerk, dat gerust een mijlpaal in de beeldhouwkunst mag worden genoemd.

Het beeld werd in 1499, onder het pontificaat van Alexander VI Borgia, door de toen 25-jarige Michelangelo voor de oude Sint Pietersbasiliek gemaakt. Het werd in 1500 ter gelegenheid van het jubeljaar in kapel van Santa Petronilla geplaatst, ook bekend als de Cappella di San Michele.

De opdrachtgever was de Franse kardinaal Jean Bilhères de Lagraulas, ambassadeur van Karel VIII bij de Heilige Stoel. Hij bestelde het beeld oorspronkelijk voor zijn latere graf en betaalde een honorarium van 450 gouden dukaten. Omdat het Michelangelo’s eerste werk in Rome zou worden, bevatte de overeenkomst de bepalingen dat het kunstwerk binnen een jaar klaar moest zijn en dat het het mooiste beeld van Rome moest worden, zodat geen enkele kunstenaar het zou kunnen overtreffen.

Inderdaad heeft later niemand Michelangelo kunnen navolgen om de rechtop zittende Maria met de dwars over haar schoot liggende Christus als een gesloten groep uit te beelden. De afmetingen van de Pietà zijn 174 cm bij 195 cm.

De Pietà in de Sint-Pietersbasiliek was de eerste van vier die Michelangelo gedurende zijn lange leven maakte. De andere twee bevinden zich in Firenze, het vierde niet helemaal voltooide exemplaar is te zien in Milaan. Dit is overigens het enige werk dat door Michelangelo gesigneerd werd, op een marmeren band die als een sjerp over de borst van Maria ligt staat ‘Michael Angelus Bonarotus Florent. Faciebat’. Er staat ook nog een M gegraveerd in de binnenpalm van haar rechterhand, maar dat werd pas recenter ontdekt, daarover zo meteen meer.

Na de onthulling van de beeldengroep was heel Rome overweldigd en er werd al gauw gefluisterd dat een zo jonge man zoiets nooit had kunnen maken. Omdat Michelangelo de Pietà door toeschouwers aan de Milanees Cristoforo Solari hoorde toeschrijven liet hij zich volgens het verhaal de nacht nadien opsluiten in de basiliek, om het van zijn naam te voorzien.

Michelangelo kreeg aanvankelijk ook kritiek op zijn beeld, omdat hij Maria veel te jong had afgebeeld in vergelijking tot haar 33-jarige zoon. Tegen zijn leerling Ascanio Condivi zei de meester dat zuivere vrouwen nu eenmaal langer hun jeugdigheid bewaarden en dat hij Maria met opzet een goddelijke uitstraling had gegeven terwijl hij van de Zoon van God een echte mens had gemaakt. Waarschijnlijk heeft Michelangelo zich laten inspireren door Dante’s Divina Commedia, waarin Maria ‘figlia del suo figlio’, de dochter van haar zoon wordt genoemd. De keuze kan ook verwijzen naar de moeder van Michelangelo die stierf toen hij 5 jaar was.

Wat niet op het eerste gezicht opvalt, is dat Maria veel groter is dan Jezus. Dit was niet omdat Michelangelo het verkeerd deed, hij paste hun afmetingen doelbewust aan. Daardoor werd het beeld harmonieuzer en evenwichtiger, en belichtte hij ook Maria’s rol als moeder. Hoe dan ook stond iedereen, los van alle afgunst en roddel, vol bewondering voor de onnavolgbare gladheid van het marmer, de soepele plooienval en de gezichtsuitdrukking van de beide personen.

Het was inderdaad een meesterwerk, zelfs mooier dan welk voorbeeld dan ook uit de Oudheid, en Rome had wat dit betreft echt wel genoeg vergelijkingsmateriaal. De Pietà vormde een bewijs voor de grotere scheppingskracht van de nieuwe tijd, daarover was iedereen het eens.

Sinds 1749 staat de Pietà op zijn huidige plaats in de Sint-Pietersbasiliek. Op 21 mei 1972 (Hemelvaartsdag) werd het beeld door Laszlo Toth, een geesteszieke Australiër van Hongaarse afkomst, beschadigd met een hamer. De man dacht dat hij de enige Christus was. Met vijftien slagen verwijderde hij Maria’s arm bij de elleboog, sloeg een stuk van haar neus af en sneed één van haar oogleden af. Toth kon overmeesterd worden door omstanders. Laszlo Toth verbleef twee jaar in een psychiatrisch ziekenhuis in Rome en werd daarna gedeporteerd naar Australië.

Tijdens de restauratie na de aanslag ontdekte men dat Michelangelo in de handpalm van de Madonna het voormelde monogram, een M, had gebeiteld. Een voor het publiek nadelig gevolg van de aanslag is dat de Pietà nadien werd ingekapseld in veiligheidsglas en dat bezoekers nadat het beeld werd hersteld niet meer rond de Pietà kunnen wandelen. De maatregel is begrijpelijk, maar voor kunstliefhebbers betekent het hoe dan ook een verlies. (Met dank aan Hugo Vanermen voor de tip)

Geheime Leuvense diplomatie in het Vaticaan

25 november 2018

Als uniek sluitstuk van de vele nationale herdenkingen rond de Eerste Wereldoorlog die de voorbije maanden hebben plaatsgevonden, organiseert S.P.Q.R. op vrijdag 7 december om 20 uur een unieke lezing over deze oorlogsperiode, waarbij dieper wordt ingegaan op een directe en tot dusver verborgen gebleven link tussen Leuven en Rome.

Spreker Johan Ickx is hoofd van het Historisch Archief van het Staatssecretariaat op het Vaticaan en is doctor in de kerkelijke geschiedenis, licentiaat in de godsdienstwetenschappen en baccalaureus in de filosofie en in de theologie. Zijn boek De oorlog en het Vaticaan werd vorig jaar bekroond met onze Romulusprijs.

Eind augustus 1914. Het Duitse leger legt de Vlaamse stad Leuven zo goed als volledig in de as. Ook de bibliotheek van de Katholieke Universiteit Leuven wordt volledig vernietigd. In België wordt een scherpe veroordeling door paus Benedictus XV verwacht, maar de reactie is nogal lauw. Het Vaticaan lijkt te talmen. Mgr. Paulin Ladeuze, de toenmalige rector van de universiteit, stuurt daarop een geheim (en niet eerder gepubliceerd) rapport aan de Heilige Stoel.

Die ingreep past in een tot nu toe onbekend gebleven bredere geheime bredere diplomatieke operatie waarbij Belgische professoren en geestelijken vanaf kerstmis 1914 bondgenoten zoeken in het Vaticaan. Johan Ickx ontdekte ook de briefwisseling van de Leuvense Mgr. Simon Deploige (die een belangrijke rol zou spelen als een diplomatieke geheim agent tussen Leuven en Rome) die verrassende details prijsgaf en in de richting wees van een geheime groep met personen van verschillende nationaliteiten, actief in Rome en bij de Heilige Stoel.

Zij stelden zich tot doel de valse Duitse oorlogspropaganda bij het Vaticaan te ontmaskeren om een wijziging van de diplomatieke koers van de Heilige Stoel te bewerken. Deze groep van vijf vergaderde vrijwel dagelijks in de gebouwen van Sint-Juliaan-der-Vlamingen. Naast Simon Deploige, bestond deze uit de Roemeense prins Vladimir Ghika, Duncan Gregory voor Engeland, Louis Canet voor Frankrijk en Shinjiro Yamamoto, de Japanse militaire zeemachtattaché.

Johan Ickx ontsluiert een een tot op heden onbekend stukje geschiedenis over de diplomatie in het Vaticaan na de vernietiging van Leuven tijdens de Eerste Wereldoorlog, een gebeurtenis die zoals het zich nu laat aanzien deel uitmaakte van een complot. Van Duitse vergelding tegenover de bevolking die op Duitse troepen zou geschoten hebben was blijkbaar geen sprake, de vernietiging gebeurde gepland en doelbewust.

De pauselijke nuntius Tacci in Brussel en vooral zijn zaakgelastigde Mgr. Emanuele de Sarzana speelden in de nasleep van deze gebeurtenissen een dubieuze en kwalijke rol die tot nog toe niet bekend was. Ook dat komt in dit boek en tijdens deze lezing aan bod, net als hoe met beide heerschappen wordt afgerekend. Bij dit alles bleek tevens een hoofdrol weggelegd voor Eugenio Pacelli, de latere paus Plus XII, die jaren later ook geconfronteerd zou worden met Wereldoorlog II.

Het boek De oorlog en het Vaticaan is behalve in het Nederlands inmiddels ook vertaald in het Frans en het Italiaans. Deze boeiende lezing vindt plaats op vrijdag 7 december om 20 uur in lokaal A.1.3. in cultureel centrum Romaanse Poort, Brusselsestraat 63 in 3000 Leuven. De toegang is gratis, iedereen is welkom. Zoals altijd: heel graag tot dan!

Nieuwe verlichting Sint-Pietersbasiliek is volledig klaar tegen kerstmis

23 november 2018

In een volgende bijdrage krijg je eveneens leuk verlichtingsnieuws uit de Sint-Pietersbasiliek, maar in afwachting hiervan meldt de firma Osram dat de eerder aangekondigde installatie van de ledverlichting die ze in dezelfde basiliek uitvoerde, vrijwel afgerond is.

De laatste exemplaren van in totaal zevenhonderd ledarmaturen worden momenteel geplaatst. In totaal werd bijna 20 kilometer aan kabels aangebracht om de verlichting te kunnen laten branden. Sommige armaturen hangen op een hoogte van 136 meter. Er waren technici zonder hoogtevrees nodig om de installatie te voltooien.

Het volledige verlichtings- en installatieproject moet klaar zijn vóór de kerstviering van 2018. Het officiële installatiemoment volgt op 25 januari 2019. Dan zal de nieuwe ledverlichting tijdens een speciale ceremonie officieel ontstoken worden. Vanaf dan zullen meer dan 100.000 ledlampen – verwerkt in de 700 armaturen – de basiliek verlichten. De basiliek heeft een lengte van ongeveer 190 meter en biedt ruimte aan 20.000 mensen. De nieuwe verlichting zal zorgen voor een energiebesparing van 85 procent.

De ledverlichting kan aangepast worden aan de gelegenheid waarvoor het gebouw in gebruik is. Het nieuwe verlichtingssysteem zal de eigenschappen van de gebruikte materialen en het gebouw accentueren, waarbij vooral de structuur, het marmer en de architectuur ervan worden benadrukt. De keuzes zijn gemaakt in overleg met de Servizi Tecnici del Governatorato, de Technische Dienst van de gouverneur van Vaticaanstad.

Osram voorzag twee jaar geleden het Sint-Pietersplein ook al van ledverlichting. Die ingreep zorgde voor een besparing van 70 procent op de verlichtingskosten. En in 2014 installeerde dezelfde firma ook in de Sixtijnse Kapel ledverlichting. De pauselijke opdrachten hebben het bedrijf geen kwaad gedaan.

“We krijgen inderdaad wereldwijde erkenning voor deze verlichtingsopdrachten. Wij zijn dan ook ontzettend vereerd dat wij voor het Vaticaan dergelijke complexe verlichtingssystemen hebben mogen leveren”, verklaart Olaf Berlien, de directeur van Osram.

Zeshonderd agenten proberen maffiavilla’s in beslag te nemen

23 november 2018

De politiediensten in Rome zijn al enkele dagen bezig met de inbeslagname van acht illegaal gebouwde luxevilla’s aan de Via del Quadraro. Met bulldozers probeert de overheid de woningen ook onbewoonbaar te maken. Eind dit jaar moeten ze worden afgebroken. Volgens de Romeinse burgemeester Virginia Raggi  zijn de villa’s eigendom van de beruchte Romeinse maffiafamilie Casamonica.

Bij de politieactie zijn meer dan zeshonderd agenten betrokken. De familie verzet zich tegen de politieactie. Er werd al geweld gebruikt en enkele clanleden zijn gearresteerd wegens verzet tegen de politie. Raggi zegt dat een aantal villa’s bovendien op belangrijke archeologische vindplaatsen staan. De bouwers hebben in sommige gevallen inderdaad artefacten uit de oudheid verwerkt in hun gebouw.

De Casamonica-clan wordt al jaren in verband gebracht met zware criminaliteit en is vooral actief in de zuidoostelijke wijken van Rome. De familie Casamonica wordt vooral in verband gebracht met drugshandel, afpersing en het witwassen van geld. Het is één van de machtigste clans die in Rome actief is. In juli hield de Italiaanse politie ruim dertig mensen aan die werden verdacht van betrokkenheid bij de maffiafamilie. Bij die actie deed de politie invallen in panden waar onder meer talrijke kunstwerken en peperdure meubels stonden.

Drie jaar geleden ontstond in Rome grote opschudding toen de overleden maffiabaas Vittorio Casamonica een begrafenis kreeg zoals een minister of zelfs een staatshoofd die ook zou krijgen. De zaak leidde toen zelfs tot een rel in de regering. De toen overleden Vittorio Casamonica was zelf nooit veroordeeld voor een misdrijf. De familieleden ontkenden later als reactie op de heisa dat ze ook maar iets met de maffia zouden te maken hebben.