Wanneer werd Constantijn De Grote christen? – Deel IV en slot – Eusebius en het kruis aan de hemel

Vandaag lees je het vierde en laatste deel van een kleine reeks met als onderwerp Wanneer werd Constantijn de Grote christen?, geschreven door S.P.Q.R.-clublid Toon Verhelst. Hij las het boek Constantijn en de christelijke revolutie in het Romeinse Rijk van de Nederlandse historicus Henk Singor en raakte vooral geboeid door het hoofdstuk over het moment van de bekering van keizer Constantijn. Hij maakte hiervan voor zichzelf een synthese die je de komende dagen op deze pagina’s kan terugvinden. De verschillende delen kunnen afzonderlijk worden gelezen. Toon Verhelst hield zich strikt aan de visie van Singor, al werd ook andere lectuur doorgenomen. Toon Verhelst kon ook terecht in de Maurits Sabbebibliotheek (GBIB) in Leuven

In de christelijke traditie heeft men steeds een verfraaid beeld opgehangen (zelfs letterlijk) van Constantijn (onderkeizer/keizer 306-337) die, het moet gezegd zijn, een belangrijke rol gespeeld heeft in de opgang van het christendom in het Romeinse Rijk. De christelijke auteurs Eusebius en Lactantius, tijdgenoten van de keizer, hebben daarvan eigenlijk de basis gelegd. Henk Singor bekijkt deze auteurs in zijn boek Constantijn en de christelijke revolutie in het Romeinse Rijk (42016) eerder kristisch. Hij spreekt zich ook duidelijk uit over de tijd waarin Constantijn, zij het niet al te openlijk, koos voor de christelijke God.

In de laatste jaren van zijn leven (hij stierf in 339) schreef Eusebius, de bisschop van Caesarea in Palestina, ook nog een biografie van de door hem zo bewonderde Constantijn (Vita Constantini, Het leven van Constantijn). De keizer stierf in 337. Samen met zijn Kerkgeschiedenis is dit zijn meest bekende werk. Hierin doet Eusebius het (ongeloofwaardige) verhaal van een visioen van Constantijn (op een of andere veldtocht) waarin hij bij volle dag boven de zon een lichtend kruis aan de hemel zag met de woorden toutoi nika, overwin hiermee (28,2). Eusebius schreef in het Grieks. In latere jaren en eeuwen zijn deze woorden dikwijls in gewijzigde formulering overgeleverd (EN TOYTOI NIKA. HOC SIGNO VICTOR ERIS).

De nacht na het verschijnen van het kruis kreeg Constantijn een droom waarin Christus hem vroeg het teken na te maken en als hulp in de strijd te gebruiken. Constantijn liet door edelsmeden en steensnijders een vexillum vervaardigen, aldus nog Eusebius, met aan de top in een krans van edelstenen en goud het Christusmonogram, chi-rho, de eerste letters van XPICTOC, Christus. Aan de dwarsstang hing een kostbaar vierkant doek en aan de bovenzijde daarvan bevonden zich vergulde portretten van de keizer en twee zonen (Leven van Constantijn, 1,28-33). Vele elementen uit het verhaal zijn te vaag en te mooi.

Het visioen en de droom zijn fictie: de tijdsaanduiding is weinig valabel, een precieze plaats is niet aangeduid, steensnijders en edelsmeden op een veldtocht zijn niet vanzelfsprekend, het kunstwerk is onwaarschijnlijk kostbaar, het resultaat is niet het kruis dat aan de hemel verscheen, maar een labarum, dit is een vexillum waarvan het essentiële onderdeel het Christusmonogram is. Dit verhaal had eerder een politiek nut: de keizer wou hiermee zijn ambitie kracht bijzetten de monarch te zijn van het ganse Romeinse Rijk, geroepen door Christus! Na 324, toen Constantijn alleenheerser werd en meestal in het oosten van het rijk verbleef, heeft Eusebius hem enkele malen ontmoet, waar en wanneer precies weten we niet.

Hij vertoefde alleszins aan het hof in Constantinopel in 335 toen hij de lofrede uitsprak bij de viering van het dertigjarige keizerschap van Constantijn. Heeft Eusebius dit edelsmeedwerk werkelijk gezien en bij die gelegenheid ook het verhaal van het visioen gehoord van Constantijn dat als een soort roepingsverhaal klinkt?

Het moet om een prachtexemplaar van een vexillum gegaan zijn met chi-rho-monogram dat werkelijk heeft bestaan en bij uitstek bekend staat als het labarum. Het moet dateren van na het jaar 317 waarin de beide zonen, Crispus en Constantinus Junior, Caesar geworden zijn. We kunnen ons slechts een idee vormen hoe dit labarum eruit zag door een combinatie van verschillende voorstellingen, b.v. een reconstructietekening en een afbeelding op een munt uit Constantinopel uit 327/328. Het is de gekende munt met het labarum dat een slang doorboort, meestal vereenzelvigd met Licinius (duidend op zijn nederlaag in 324 of zijn dood in 325).

Het Christogram op beeltenissen van Constantijn was al lang bekend. Het was al te zien op een zilveren medallion uit Ticinium of Rome uit 315 op de helm van Constantijn. Toen vierde hij zijn tienjarige keizerschap. Het vexillum met chi-rho-monogram kende in de loop der jaren een verspreiding onder verschillende variaties. Op Constantijns veldtochten droeg men ongetwijfeld dergelijke vaandels mee van eenvoudiger makelij dan het kostbaar kunststuk waarover Eusebius vertelt.

De plaats van het monogram varieerde. Op de bovenvermelde munt (met slang) staat het boven het vaandel. Een gouden medaillon uit 326/327 geslagen in Siscia (Pannonië) vertoont het labarum met het Christusmonogram op het doek. Het oudste exempel van een vexillum met XP was waarschijnlijk voor het eerst openbaar te zien geweest op het standbeeld van Constantijn opgericht in Rome na zijn overwinning op Maxentius in 312, althans volgens het verhaal Eusebius (Kerkgeschiedenis, 9,9,10-11) Toen had Constantijn zich al tot Christus bekeerd, het moet gebeurd zijn in de jaren 311-312.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.