Een bezoek aan het Keats-Shelley Memorial House

Recent las je hoe je kan overnachten in een Romeins museum, meer bepaald het Keats-Shelley House of (in het Italiaans) het Museo Keats-Shelley. Het huis bevindt zich aan de voet van de Spaanse Trappen. Het is een museum dat ontstond als eerbetoon aan de Britse dichters John Keats en Percy Bysshe Shelley. John Keats bewoonde drie kamers in dit huis, samen met zijn vriend Joseph Severn. Het is in dit pand dat John Keats (1795-1821) in de avond van 23 februari 1821 overleed.

Keats werd onsterfelijk door zijn uitspraak ‘a thing of beauty is a joy for ever’ en schreef in zijn korte leven talrijke sonnetten, epische verzen en odes. Keats kwam hier wonen in november 1820 omdat men hem verzekerde dat hij met zijn tuberculose de winter in Engeland niet zou overleven. Maar ook het mildere klimaat van Rome kon hem niet meer redden.

’To that high capital, where kingly Death keeps his pale court in beauty and decay, he came’ schreef Shelley later. Maar drie maanden later stierf Keats, hij was pas 25. Zijn vriend en kunstschilder Joseph Severn heeft hem al die tijd bijgestaan, hij beschilderde zelfs het plafond met de bloemen waar Keats vanuit zijn ziekbed naar tuurde. Over de rol die Severn speelde bij de dood van Keats, kom je de komende dagen meer te weten.

Op vraag van Keats, die zijn einde voelde naderen, ging Severn alvast ook een plaatsje kiezen voor zijn graf op het Cimitero Acattolico per gli Stranieri al Testaccio, ook wel bekend als het Cimitero degli Inglesi, of kortweg het Cimitero dei protestanti. Het gaat om het protestantse kerkhof in de wijk Testaccio aan de Via Caio Cestio, achter de Piramide van Cestius en vlakbij de Porta San Paolo en Piazzale Ostiense. Daarover lees je meer in een volgende bijdrage.

Severn kwam terug met de boodschap dat de witte en blauwe viooltjes, de madeliefjes en anemonen vrij tussen de graven bloeiden. Keats verklaarde daarom ‘that he could already feel the flowers growing over him’ . Na zijn dood werd alle huisraad dat zich in zijn woning bevond op bevel van de Romeinse autoriteiten verbrand. Wat nu nog in het kleine museum herinnert aan de stervensuren van Keats, is het blauwe plafond met de madeliefjes, gebaseerd op die toen op het kerkhof bloeiden, een decor dat alle veranderingen overleefd heeft.

De trouwe Severn ging na de dood van zijn vriend in de Via dei Condotti wonen. Tussen 1861 en 1872 was hij de Britse consul in Rome, de stad waarvan hij nooit meer afscheid zou kunnen nemen en waar hij na zijn pensionering ook bleef wonen. Hij stierf in 1879 op 85-jarige leeftijd en werd eveneens begraven op het Cimetero Acattolico. Zijn graf bevindt zich vlak naast dat van zijn goede vriend John Keats die hij 58 jaar had overleefd.

Het huis aan Piazza di Spagna dateert van 1724-1725 en is gebouwd naar een ontwerp van Francesco de Sanctis, dit als onderdeel van de bouw van de Spaanse Trappen. In 1906 werd het sterfhuis van Keats door de Keats-Shelley Memorial Association, een Brits-Amerikaanse vereniging gekocht. De kamer waarin hij stierf is klein, maar ze kijkt uit op de zonnige vlakken van de Spaanse Trappen.

Er worden onder meer de gipsafdrukken van het gezicht van Keats getoond, evenals van een voet en een hand van de dichter. De afdrukken werden genomen op de dag na zijn dood, op 24 februari 1821. Het dodenmasker van John Keats toont een milde, kalme glimlach, ondanks de lijdensweg van de verschrikkelijke laatste maanden die hij doormaakte. De dood van Keats inspireerde Shelley (1792-1822), die zestien maanden later verdronk in de golf van La Spezia, tot zijn ‘Mourn not for Adonais’. 

In het museum toont men ook de aromatische harsen waarmee de stoffelijke resten van Percy Shelley werden gecremeerd op het strand van Viareggio in 1822. Ook vind je hier een haarlok en een carnavalmasker dat zijn collega-dichter lord Byron heeft gedragen tijdens het carnaval in Venetië (Byron schreef: ‘o Italië, o Italië, gij bezit de fatale gave van de schoonheid’).

Het Keats-Shelley House bevat tevens één van de beste referentie-bibliotheken van romantische literatuur ter wereld, evenals een unieke collectie manuscripten, schilderijen, beeldhouwwerken en memorabilia. Het gaat onder meer om brieven en documenten van Keats zelf maar ook van andere Britse romantici en schrijvers zoals Lord Byron, Mary Shelley, Robert Browning, William Wordsworth en Oscar Wilde, evenals schilderijen van Joseph Severn.

De bibliotheek omvat meer dan 8.000 boeken, waaronder veel zeldzame eerste drukken van voormelde schrijvers, evenals werken uit de persoonlijke collecties van Keats en Shelley. Het kleine museum annex bibliotheek speelt ook een belangrijke rol in het culturele leven van Rome. Regelmatig worden hier lezingen, tentoonstellingen poëzie-recitals en andere evenementen georganiseerd.

Aan het einde van de negentiende eeuw woonde ook de Zweedse psychiater en schrijver Axel Munthe een aantal jaren in dit pand en hield er ook praktijk. Na een initiatief van de Amerikaanse diplomaat-schrijver Robert Underwood Johnson werd het huis in 1909 door koning Victor Emanuel III van Italië officieel geopend als het ‘Keats-Shelley Memorial House’.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in de periode 1943-1944, werden de topstukken van het museum en de meest bijzondere boeken en documenten uit de bibliotheek ondergebracht in de abdij van Monte Cassino, om te voorkomen dat ze in handen van de Duitsers zouden vallen.

www.keats-shelley-house.org

www.keats-shelley.co.uk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.