Giorgio de Chirico en Isabella Far waren de latere buren van John Keats

Welgeteld 126 jaar na de dood van John Keats zou aan Piazza di Spagna 31 (rechts van het huidige Keats-Shelley Memorial House) een andere illustere bewoner opduiken. Hier bevindt zich vandaag het Casa di Giorgio e Isa de Chirico. De kunstenaar Giorgio de Chirico (1888-1978) woonde in dit huis vanaf 1947 tot aan zijn dood. De Chirico heeft een grote invloed uitgeoefend op het werk van de Belgische surrealistische kunstenaar René Magritte en was een inspiratiebron voor Paul Delvaux en heel wat anderen. Het museum (een bezoek moet je vooraf reserveren) omvat de bovenste drie verdiepingen van dit kleine zeventiende-eeuwse palazzo, gebouwd voor de Frans-Italiaanse schilderende broers Jacques (1621-1676) en Guillaume (1628-1678) Courtois.

Werken van beide schilders zien we regelmatig terug in Rome. Jacques (Giacomo) was gespecialiseerd in strijdtonelen in de stijl van zijn tijdgenoot Salvator Rosa (1615-1673), hij werd il Borgognone genoemd naar het graafschap Bourgondië met hoofdstad Besançon en dat toen tot het Duitse rijk behoorde. Guillaume, die men kende als Guglielmo Cortese (maar die eveneens vaak signeerde als Borgognone) en daardoor vaak werd en wordt verward met zijn broer, was een volgeling van da Cortona en maakte

Hun broer, de kapucijn Antonio en hun zuster Anna, schilderden ook. Het familiewapen van de Courtois bevindt zich nog steeds boven de ingangsdeur van het Casa di Giorgio e Isa de Chirico. Daarop staat de mooie woordenspeling ‘ben che di spada armato, sono cortese ’ of ‘alhoewel, met een zwaard ben ik toch hoffelijk’ waarbij je ‘cortese’ als ‘courtois’ moet lezen. Na de broers Courtois woonden in dit huis nog verschillende andere kunstenaars tot Giorgio de Chirico (1888-1978) er zich vestigde. Een beeld van zijn hand (hij was schilder en beeldhouwer) staat in de ingangshal.

Leuk om zien is op de vierde verdieping de piepkleine slaapkamer van de kunstenaar met slechts één boekenplank en de daarmee in contrast staande luxueuze slaapkamer van zijn Russische vrouw en muze Isabella Far, die een prachtig uitzicht heeft op de Chiesa della Trinità dei Monti. Haar volledige naam was Isabella Pakszwer Far. De kunstenaar had haar leren kennen in 1930 en zou zijn tweede vrouw nooit meer verlaten.

De in 1888 uit Italiaanse ouders in Griekenland geboren Giorgio de Chirico introduceerde in 1915 de ‘pittura metafisico’ waarbij hij de mens in de eeuw van de mechanisatie zag als een product uit een meccanodoos van plaatijzer, met moeren en bouten in elkaar gezet. Ook schilderde hij stadsgezichten, spookachtig en verlaten, in een beklemmende sfeer. In de salon die uitgeeft op de Piazza di Spagna, hangen de zelfportretten van de kunstenaar, waarop hij verschillende kostuums draagt, maar altijd met dezelfde gelaatsuitdrukking. In de hoek staat zijn leunstoel van waaruit hij naar televisie keek, maar met het geluid onderbroken. Let in de eetkamer op de kroonluchter uit Murano.

In een later door de schilder bijgebouwde kamer zie je behalve de neo-metafysische werken ook het bekende ‘Hector en Andromache’, maar het belangrijkste stuk is ‘Orphea’, waarvan het lichaam zich progressief vermenselijkt. Op de voeten van een standbeeld staan de benen van een mannequin en een menselijke torso. Zoals zo vaak is de rechterhand, die symbool staat voor de schepping, deze van de meester zelf. Op de bovenverdieping bevindt zich de voormelde eenvoudige slaapkamer van de Chirico, bijna een kloostercel, evenals het atelier met de laatste schilderijen waaraan hij werkte in de periode van zijn dood. Op de eerste schildersezel zie je vaag de contouren van de badende Isabella Far.

Giorgio de Chirico studeerde aan de academie in München, waar hij sterk beïnvloed werd door het fantastisch-romantische werk van Arnold Böcklin en door de filosofie van de Duitser Friedrich Nietzsche. In 1910 ontstonden in Firenze ‘Het raadsel van het orakel’ en ‘Het raadsel van een herfstavond’, gefantaseerde stadsgezichten, opvallend door een beklemmende verlatenheid. Ze openbaarden een zeer persoonlijke visie op de werkelijkheid, door de Chirico zelf later ‘pittura metafisica’ genoemd.

In die periode ontwikkelde hij een opvallende interesse voor pleinen en symmetrische gebouwen uit de renaissance vanwege hun klassieke vormen. Symmetrische stadsgezichten zouden later een behoorlijk groot thema worden in zijn werk. Tussen 1911 en 1915 woonde de Chirico in Parijs en schilderde raadselachtige straten, pleinen, standbeelden, mythologische thema’s en ledenpoppen met ongeprofileerde gezichten; deze werken oefenden onmiskenbaar invloed uit op de surrealisten.

In 1917 richtte hij met Carlo Carrà de ‘scuola metafisica’ op, maar reeds in 1919 begon hij meer romantische motieven te schilderen en hoewel hij nog deelnam aan de eerste surrealistische tentoonstelling in Parijs in 1924, had hij zich in feite al van de metafysische schilderkunst afgewend. Hij zette zich af tegen de heersende avant-garde door op academische wijze te gaan schilderen. Tevens verzette hij zich fel tegen iedere waardering van zijn vroegere werk. Zijn latere werk werd echter lange tijd ongeïnspireerd gevonden. Pas in de jaren ’80 van de vorige eeuw werden pogingen tot herwaardering gedaan.

Behalve op schilders zoals Magritte heeft de vroege De Chirico veel invloed uitgeoefend op talrijke andere beeldende kunstenaars, noemen we slechts Paul Delvaux, Salvador Dali, Carel Willink, Yves Tanguy en Max Ernst. Giorgio de Chirico stierf op 20 november 1978 in Rome. Aanvankelijk werd hij begraven op het kerkhof Campo Verano in Rome, maar sinds 1992 bevindt zijn graftombe zich in de naar hem genoemde kapel in de San Francesco a Ripa in Trastevere.

Minder bekend is dat Giorgio de Chirico ook schreef. Hij publiceerde de roman Hebdomeros (Parijs 1929, herdrukt in 1964), een mengeling van autobiografische elementen, visioenen en dromen en waarvan in 1973 ook een Nederlandse vertaling verscheen bij Meulenhoff, Amsterdam. Dit werk ademt dezelfde sfeer als de schilderijen uit zijn metafysische periode. Je treft het boek soms nog aan in een tweedehandse boekenwinkel. Ook schreef hij Autobiografia 1918-1925 (gepubliceerd in 1944) en Memorie della mia vita (uitgegeven in 1945, dat in 1965 in het Frans werd vertaald).

In het Museum voor Schone Kunsten van Bergen (BAM) in België kan je nog tot 2 juni 2019 een tentoonstelling bezoeken die de drie Belgische surrealisten René Magritte, Paul Delvaux en Jane Graverol samenbrengt met Giorgio de Chirico van wie ook een aantal schilderijen te bekijken zijn.

Casa-Museo Giorgio de Chirico
Piazza di Spagna 31, Rome
Praktische informatie museumbezoek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.