De basilica Sant’Anastasia al Palatino

Vandaag werd de Belgische kardinaal Godfried Danneels begraven in Mechelen. Zoals elke kardinaal had ook Danneels een titelkerk in Rome. Aan hem werd in 1983 de basilica di Sant’Anastasia (al Palatino) aan het gelijknamige plein toevertrouwd. De Sint-Anastasiabasiliek bevindt zich tussen de de Palatijn en het Circus Maximus. In 2001 werd beslist de kerk vrijwel permanent te openen. Ze is sindsdien elke dag toegankelijk van 7 tot 24 uur en in de kapel van de linkerzijbeuk vindt doorlopend de aanbidding van het Heilig Sacrament plaats. Toch even opletten: bezoekers die hier louter als toerist binnenstappen, worden door de kerkverantwoordelijken argwanend en soms zelfs boos bekeken. Foto’s maken doe je beter niet ofwel zeer discreet en onopvallend.

De oorspronkelijke kerk werd omstreeks 325-326 gebouwd in opdracht van keizer Constantijn de Grote (272-337). Anastasia was de zuster van de keizer. Veel later werd de kerk gewijd aan de gelijknamige heilige Anastasia van Sirmium. Hoe zij aan een kerk in Rome kwam vertellen we zo meteen. Over deze Anastasia is bijzonder weinig bekend. Ze zou omgekomen zijn tijdens de vervolgingen van keizer Diocletianus (244-311). De meeste verhalen over haar zijn enkele eeuwen na haar dood geschreven en zijn bovendien verschillend van inhoud. Ze is ook niet in deze kerk begraven, maar in de Sint-Anastasia-kathedraal in de Kroatische havenstad Zadar.

Hoewel ze in geen enkele gewone reisgids wordt vermeld, was de Sant’Anastasia ooit de parochiekerk van de opeenvolgende christelijke keizers die op de Palatijn verbleven. Het gebouw zou zelfs door een onderaardse gang verbonden zijn geweest met de keizerlijke paleizen. Of dat klopt weten we niet, maar er zijn wel sporen die in deze richting wijzen. In die tijd was de Sant’Anastasia alleszins zeer belangrijk, want in rangorde kwam ze net na de San Giovanni in Laterano en de Santa Maria Maggiore. In het begin van de vijfde eeuw had ze reeds een eigen baptisterium.

Deze kerk, met een verleden dat terug gaat tot de eerste christelijke keizers, ontstond dan ook uit een titulus, de oudste vorm van cultushuis van de toen nog jonge Kerk. Van de Romeinse tituli waren er negen te danken aan de onbaatzuchtigheid van behoorlijk rijke vrouwen. We denken bijvoorbeeld aan de Santa Pudenziana, de Santa Sabina, …), zo ook dus de ‘titulus Anastasiae’ die zou gesticht zijn door Anastasia, de zus van Constantijn.

De oudste vermelding van de kerk is 492, maar ze is minstens een eeuw ouder, zo zou de kerkvader Hiëronymus (San Girolamo, 347-419) auteur van de Vulgata, als priester verbonden geweest zijn aan deze kerk. Vandaag bewaart men hier nog steeds, samen met andere belangrijke gebruiksvoorwerpen, nog steeds een kelk waarmee hij hier de mis zou opgedragen hebben. Hiëronymus woonde omstreeks 380 in de Via di Monserrato, op de plaats waar zich vandaag de San Girolamo della Carità bevindt.

Tijdens de zesde eeuw, na de overwinning op de Oost-Goten, vestigden de Byzantijnen zich op de Palatijn. In hun reiskoffers brachten ze o.a. de relieken mee van de in het oosten zeer populaire heilige Anastasia (281-304) die de marteldood stierf in Sirmium. Dat was Romeinse stad aan de Sava (Savus) op de plaats van het huidige Sremska Mitrovica in Servië.

Tot hun verbazing ontdekten ze aan de voet van de Palatijn een kerk met dezelfde naam als hun heilige, maar die dus verwees naar de stichtster. Dat vonden de Byzantijnen geen probleem, zodat ze hier al snel de relikwieën deponeerden en zo de oude Sant’Anastasia prompt ‘Sanctae Anastasiae’ werd, wat ze vandaag officieel nog altijd is.

Het feest van de heilige Anastasia, de patrones van de vele Grieken die hier destijds in de buurt woonden, werd gevierd op 25 december, de dag van haar martelaarschap. In vroegere tijden kwam de paus tijdens de kerstnacht, na de middernachtmis in de Santa Maria Maggiore, naar de Sant’Anastasia om daar samen met de Griekse kolonie de dageraadmis, dus de tweede mis, te vieren. De derde mis, de echte dagmis, werd vervolgens in de Sint-Pietersbasiliek gecelebreerd bij het graf van Petrus. Die gewoonte veranderde vanaf 1087 toen paus Victor III (1086-1087) om praktische redenen de tweede mis ook in de Santa Maria Maggiore opdroeg.

Kerstmis, het hoogfeest ter herdenking van de geboorte van Jezus, werd pas in 330 als feestdag vastgesteld op 25 december, dit ter vervanging van de cultus van het licht bij de Romeinen, het feest van Mithras en van de Sol Invictus, de Onoverwonnen Zon, waarvan de heropstanding na de kortste dag van het jaar ook op 25 december werd gevierd. In 354 na Chr. besliste paus Liberius (352-366) de geboorte van Christus in Rome met luister te vieren, een kleine halve eeuw later breidde het feest zich uit over de hele westerse Kerk. Voordien werd Jezus’ geboorte herdacht op 6 januari, de dag der Epifanie, het feest van de openbaring van Christus als God op de bruiloft van Kana, bij ons gevierd als Driekoningen (Melchior, Gaspar en Balthazar). Overigens is 6 januari in Italië nog steeds een officiële feestdag.

Heel wat pausen vonden het nodig de Sant’Anastasia te verbouwen of grondig te restaureren, alweer een teken van het belang dat aan deze kerk werd gehecht. Het waren achereenvolgens paus Damasus I (366-383), paus Hilarius (461-468), paus Johannes VII (705-707), paus Leo III (795-816), paus Gregorius IV (827-844) en paus Sixtus IV (1471-1484) die het nodig hebben gedaan. In 1634 werd de gevel beschadigd door een zware wervelstorm. Twee jaar later werd die gevel alweer gereconstrueerd en herbouwd. Het huidige uitzicht kreeg de kerk na een restauratie in 1636 in opdracht van paus Urbanus VIII (1623-1644). De uit Malta afkomstige architect, ingenieur en dichter Carlo Gimach (1651-1730) herstelde de kerk tussen 1721 en 1722. In de negentiende eeuw lieten ook de pausen Pius VII (1800-1822) en paus Pius IX (1846-1878) nog restauratiewerken uitvoeren aan de Sant’Anastasia.

Ondanks die vele renovaties en ingrepen vallen de buitenmuren en apsis van het huidige gebouw nog altijd grotendeels samen met die van eerste basilica uit de vierde eeuw. Het huidige, klare interieur dateert uit 1636, en de elegante gevel is van 1722. Let in de kerk op de twaalf antieke Romeinse zuilen van marmer en rood graniet: deze zijn afkomstig uit de allereerste kerk. De vloer is cosmatenwerk. Het plafond werd in 1722 beschilderd met een ‘martelaarschap van de heiligen’ door Michelangelo Cerruti (1663-1749).

In een zijkapel, vooraan in het linkerschip, zien we een middeleeuws altaar met baldakijn (ciborium). Tijdens het pontificaat van Johannes XXIII werden met Amerikaanse steun werkzaamheden uitgevoerd door de toenmalige titelkardinaal James Francis McIntyre (1953–1979), de aartsbisschop van Los Angeles. Op de vloer midden in het schip herinnert een grote inscriptie hieraan.

In de verschillende kapellen hangen werken van kleine maar soms toch verdienstelijke meesters uit de zeventiende eeuw. In de kapel aan de rechterkant bevindt zich een schilderij van Johannes de Doper door Pier Francesco Mola. In de laatste kapel aan de rechterzijde bevindt zich een fresco met scènes uit het leven van de heiligen Carlo Borromeo en Filippo Neri, gemaakt door Lazzaro Baldi. Het rechtertransept heeft een schilderij van San Toribio van Francesco Trevisani. Aan het hoofdaltaar prijkt een Geboortekerk van Lazzaro Baldi.

Onder het altaar staat een beeld van Sint-Anastasia, vervaardigd door Ercole Ferrata. Het toont onmiskenbaar de invloed van de Beata Ludovica Albertoni, een fraai grafmonument van Gian Lorenzo Bernini, dat zich in de San Francesco a Ripa in Trastevere bevindt.

In het linkertransept vinden we het graf van kardinaal en filoloog Angelo Mai (1782-1854) van de neoklassieke beeldhouwer Giovanni Maria Benzoni. Angelo Mai was tijdens zijn leven zowel de bibliothecaris van de Biblioteca Ambrosiana in Milaan en van de Vaticaanse Bibliotheek. Toen hij in 1839 tot kardinaal werd gecreëerd, zou de Sant’Anastasia zijn titelkerk worden.

Eveneens in het linkertransept zien we nog een Madonna van de rozenkrans door Lazzaro Baldi. In de laatste kapel aan de linkerkant is de beeltenis van Hiëronymus van Stridon te zien, een werk van Domenichino (1581-1641). De volgende kapel bezit een Ss. Giorgio e Publio van Etienne Parrocel.

Onder de kerk werden twee complexen uit de eerste eeuw opgegraven. Ze zijn door een steegje van mekaar gescheiden. Het ene complex ligt tegen de Palatijnse heuvel aan, het andere kijkt uit op het Circus Maximus. Het wegje bestaat uit enkele muren waarop halfronde gewelven rusten. Wellicht was dit een uitbreiding van het Circus Maximus of een deel van de voormelde ‘ondergrondse’ doorgang naar de Palatijn. Links daarvan bevindt zich een porticus waaraan verschillende ruimtes naast elkaar liggen. Dit was wellicht een insula met winkeltjes. Het ondergrondse gedeelte is door het strenge toezicht van de kerkverantwoordelijken helaas niet meer te bezoeken.

Basilica Sant’Anastasia al Palatino
Piazza di Sant’Anastasia 1, Rome
(begin van de Via di San Teodoro)
www.basilicasantanastasia.it

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.