Het (grotendeels verdwenen) Theater van Pompeius

Rome, in de oudheid een stad die het middelpunt vormde van een machtig keizerrijk, ontbeerde in de Republikeinse periode wat vele andere steden in de Romeinse provincies wel hadden: een theater gebouwd van steen. Voor vele burgers bleef dit feit een bron van trots omdat het een nadrukkelijk bewijs was van republikeinse deugdzaamheid en een waarborg voor de ‘bijzondere mannelijkheid die de Romeinse bevolking altijd kenmerkte’ (Valerius Maximus). Maar voor anderen was het een permanente bron van wrevel.

Toen de militaire bevelhebber en politieke leider Gnaeus Pompeius Magnus, ook bekend als Pompeius of Pompeius de Grote (106-48 v. Chr.) terugkeerde van zijn vele veldslagen in oosten van het Rijk, bracht hij niet alleen enorme rijkdommen mee, maar ook tekeningen van het grote theater van Mitylene op het eiland Lesbos. Pompeius wilde van dit theater in Rome een kopie laten bouwen, maar wel ‘groter en indrukwekkender’.

Zo gebeurde het ook, want Pompeius had genoeg geld. In 55 v. Chr. bekostigde hij een spectaculair theater, bekroond met een standbeeld van hemzelf en een aantal beelden die symbool stonden voor de veertien volkeren die hij had overwonnen. Het gebouw zou model staan voor de andere theaters die later in het hele Romeinse Rijk zouden gebouwd worden en was het eerste permanente stenen theater in Rome.

In die periode waren theatervoorstellingen geleidelijk aan populair geworden bij de bevolking. De voorstellingen varieerden van klassieke Griekse tragedies tot komische stukken. Ze werden gegeven in tijdelijke houten theaters, die na afloop werden afgebroken. Dat kwam omdat de Senaat een permanent theatergebouw had verboden wegens de mogelijk slechte invloed die de voorstellingen op de publieke zeden zouden kunnen hebben. Pompeius maakte daar een einde aan. Zijn theatergebouw was niet enkel het eerste dat binnen de Romeinse stadsmuren in steen werd uitgevoerd, het werd ook (zoals hij het had gepland) het grootste en mooiste theater in Rome. Het complex bood plaats aan ongeveer 30.000 toeschouwers.

Pompeius wist dat hij als particulier beter geen eigen theater zou bezitten, omdat dergelijke gebouwen door velen toch nog altijd in verband werden gebracht met onzedelijk gedrag en dus in strijd met de oude normen en waarden in de Romeinse Republiek. Daarom stelde Pompeius zijn theater voor als een amfitheater rond een hoog geplaatste tempel gewijd aan Venus Victrix, dus Venus als godin van de overwinning. De stenen banken van de cavea waren volgens Pompeius niets anders dan de trappen die naar het heiligdom leidden. Door dit slimme maneuver van Pompeius kreeg de tempel van Venus niet alleen de grootste toegangstrap die de wereld op dat moment had gezien, maar kreeg het theater zelf ook het karakter van een heiligdom. Althans volgens de bouwheer.

Het gebouw had een diameter van 150 tot 160 m en de lengte van de scaena (de podiummuur) was 95 m. De gevel van de halfronde cavea bestond uit drie verdiepingen met open arcaden voorzien van Dorische, Ionische en Korinthische zuilen. Op de begane grond zijn sporen van 24 van deze arcaden teruggevonden. Vóór de arcaden stonden zuilen van rood graniet. De achterkant van het podium bestond uit drie verdiepingen met samen 150 zuilen in roze, groen en geel marmer.

Het complex was versierd met talloze beeldhouwwerken, waaronder zoals verteld een groot beeld van de schenker-bouwheer, Pompeius. Dit beeld bleef bewaard, al bestaat daarover discussie en wordt door sommigen betwijfeld of het wel een beeld van Pompeius is. Het bevindt zich vandaag in het Palazzo Spada, in de kantoren van de Italiaanse Raad van State aan het Piazza Capodiferro, niet ver van Campo de’ Fiori.

Gedurende vele eeuwen werd beweerd dat Julius Caesar aan de voet van dit beeld vermoord werd, wat niet correct is. Caesar werd immers niet in het theater gedood, maar in de curia, een gebouw dat zich aan de oostelijke zijde van het theater bevond en tijdelijk werd gebruikt voor vergaderingen van de Senaat. Het behoorde tot het Hecatostylum van Pompeius, de porticus van het gebouw die honderd zuilen telde. Op de Area Sacra op de Largo di Torre Argentina zijn nog vier heropgerichte zuilen zichtbaar die deel uitmaakten van dit Hecatostylum.

Deze porticus lag tussen het Theater van Pompeius en de huidge Area Sacra Argentina, maar had een uitloper die zich uitstrekte tot voorbij tempel A en evenwijdig liep met de huidige Corso Vittorio Emanuele II. De vier heropgerichte zuilen behoorden tot deze noordelijke uitloper van de porticus. Van de 100 zuilen van het Hecatostylum zelf kunnen we vandaag nog 44 exemplaren terugvinden op de binnenplaats van de Cancelleria, het enorme gebouw aan Piazza della Cancelleria. In het Louvre bevinden zich twee grote beelden die ooit op het toneel van het Theater van Pompeius stonden en in de Sala Rotonda van de Vaticaanse musea bevindt zich een beroemd groot bronzen beeld van Hercules dat tijdens opgravingen in 1864 gevonden werd tussen de restanten van het antieke theatergebouw.

De festiviteiten rond de opening van het Theater van Pompeius duurden vijf dagen waarbij concerten werden afgewisseld met behoorlijk ruige spelen waarbij onder meer 500 leeuwen en 18 olifanten werden ingezet. Er werden duizenden dieren gedood en de Romeinen moeten zich even in een arena hebben gewaand. Maar tijdens de regering van keizer Augustus veranderde het opzet van het theater dat voortaan uitsluitend gebruikt werd voor klassieke drama’s die echter nooit het niveau bereikten van de Griekse. Dat duurde niet lang: al gauw verdwenen de ernstige werken en maakten plaats voor het lichtere genre, met vooral pornografie en sadisme.

De dichter Martialus beklaagde er zich over dat de acteurs poedelnaakt over de scène liepen, en vanaf keizer Domitianus (81-96) werden ter dood veroordeelden hier theatraal omgebracht. Keizer Nero (54-68) zag het ook groot en liet in 66 na Chr. het podium en het hele theater aan de binnenzijde vergulden om er de Armeense koning Tiridates te ontvangen. Na herstellingen onder Domitianus, Diocletianus en onder Honorius, werd het complex voor de laatste maal gerestaureerd in 511.

In de zesde eeuw raakte het theater in onbruik en werden de Romeinse monumenten niet meer onderhouden. Het in overvloed aanwezige marmer werd gebruikt als bouwmateriaal om andere gebouwen te onderhouden. Omstreeks 1100 werden de ruïnes van het theater omgebouwd tot twee kerken en woonhuizen. De oorspronkelijke Santa Maria di Grotta Pinta werd in een ruimte onder de cavea, de halfronde tribune, gebouwd. Het grondplan van het oude theater bleef echter nog steeds herkenbaar.

Het witte gebouw op Piazza del Biscione (op nr. 94-95) is het zeventiende-eeuwse Palazzo Righetti Pio. Het is gebouwd op een deel van de ruïnes van het Theater van Pompeius dat tijdens de twaalfde eeuw eigendom was van de familie Orsini. In die tijd bezorgde zijn ronde vorm, nu nog zichtbaar aan de achterzijde langs Via di Grotta Pinta, het de bijnaam Il Trullo, verwijzend naar de typische ronde huisjes (trulli) in de regio Puglia. Het naastgelegen (uitstekende) restaurant Da Pancrazio is eveneens gebouwd op de fundamenten van het Theater van Pompeius. In de kelder zijn deze resten nog gedeeltelijk te zien. Als je het vriendelijk vraagt, geeft het personeel je doorgaans wel even toegang.

In het hart van de ruïnes van het theater verrees de machtige burcht. Het is mogelijk dat enkele fragmenten van oude gemetselde muren, die vanaf de Campo de’ Fiori hoog in het Palazzo Righetti zichtbaar zijn, nog restanten van deze burcht zijn. Let op de vensters die versierd werden met klauwende leeuwen en pijnappels uit het wapen van de familie Pio da Carpi die hier woonde. Tot 1890 zat vóór dit gebouw vrijwel dagelijks een publieke schrijver, om voor ongeletterden brieven te schrijven.

Rechts van het Palazzo Righetti Pio zien we de Campo de’ Fiori, overdag bekend van de levendige markt en ’s avonds dienst doet als populaire uitgaansbuurt. Op het plein bevindt zich ook de bioscoop Farnese. Kijk even vanop voldoende afstand naar dit hoge gebouw (de achterzijde van het voormelde Palazzo Righetti), links van de bioscoop, met de naastgelegen hosteria Mercato. Het allerhoogste punt met het balkon geeft precies de plaats aan van de Venustempel die behoorde tot het Theater van Pompeius en die helemaal bovenaan in het midden van de cavea stond. De tempel was dus met zijn rug naar ons gericht. Hou er rekening mee dat de Campo de’ Fiori vandaag vele meters hoger ligt dan het straatniveau in de oudheid.

De oorspronkelijke vorm van het Theater van Pompeius is tegenwoordig nog steeds te herkennen in het stratenplan van Rome. De binnenlijn van de cavea volgt de Via di Grotta Pinta en de ronde vorm van het Palazza Pio, de buitenlijn is nog te herkennen in de Via dei Giubbonari, de Via Della Biscione en het Piazza Pollarola. De locatie van het Theater van Pompeius is exact bekend omdat het gebouw afgebeeld staat op een fragment van de Forma Urbis Romae, de marmeren stadskaart van Rome uit het begin van de derde eeuw.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.