Een beeld voor Terentia Flavula

Avonturen met opschriften – II

Een paar weken geleden publiceerden we voor het eerst een bijdrage in onze nieuwe reeks ‘Avonturen met opschriften’. Die is speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici onder onze leden (maar uiteraard ook bijzonder leerrijk voor alle anderen). Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België (foto hieronder). Dit is de tweede bijdrage in deze reeks.

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval. Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard. Op verzoek van S.P.Q.R. stel ik de komende weken enkele van deze teksten voor. Op zoek naar het verhaal dat er achter zit….

In de vorige aflevering dwaalden we in het Atrium Vestae (Atrium der Vestalinnen) op het Forum Romanum. We blijven daar nog even hangen. Dit keer gaat het evenwel over een tekst die helemaal duidelijk is. Of lijkt. Want waar gaat het nu eigenlijk over?

Als we met de wijzers van de klok mee lopen, is het eerste opschrift vanaf het vertrekpunt gewijd aan Terentia Flavula. In totaal zijn voor deze Oppervestaalse drie opschriften bekend (en dus ook beelden). De tekst luidt:

(CIL, VI, nr. 2144; http://www.manfredclauss.de/: EDCS-18100861)

TERENTIAE
FLAVVLAE
V V
MAX SORORI
TERENTIVS GENTIAN-
VS FL DIALIS V C PR
TVT CVM POMPONIA
PAETINA VXORE ET
LOLLIANO GENTIA[..]
FILIO FRA[…].

Terentiae / Flavulae / V(irgini V(estali) / Max(imae) sorori / Terentius Gentian-/-us Fl(amen) Dialis V(ir) C(larissimus) Pr(aetor) / Tut(elaris) cum Pomponia / Paetina uxore et / Lolliano Gentia[no] / filio fra[tris].

‘Voor zijn zus Terentia Flavula, Oppervestaalse, (heeft) de hoogedele Terentius Gentianus, flamen Dialis, praetor voor de voogdijkwesties, (dit beeld opgericht) samen met zijn vrouw Pomponia Paetina en Lollianus Gentianus, de zoon van zijn broer.’

De steen is volledig op de rechterbenedenhoek na, de letters zijn duidelijk leesbaar, de aanvulling van de benedenhoek is elementair, er lijkt nauwelijks een probleem aan de horizon zichtbaar. Eerste verrassing: er ís ook geen echt probleem. We hebben hier inderdaad te maken met een opschrift dat Terentius Gentianus voor zijn zus liet beitelen (en een standbeeld dat hij voor haar liet oprichten).

In dit geval gaat het overigens niet om een vondst uit de twintigste eeuw. Dit opschrift was al bekend in de zestiende eeuw, toen het in een privécollectie in Rome stond opgesteld. Meestal zijn opschriften die in die tijd gevonden zijn, nadien verloren gegaan, maar in dit geval bleef de steen wel bewaard.

Een Leuvenaar, Filips van Winghe († 1592) heeft de steen in die collectie gezien en getranscribeerd. Van Winghe transcribeerde honderden opschriften. Zijn aantekenboek bleef gelukkig bewaard en bevindt zich nu in de Koninklijke Bibliotheek van België als ms. 17872-73. Het gaat om een klein boekje van 14,1 x 10,1 cm met 166 folia, zonder eenduidige foliëring.

Uit deze transcriptie blijkt ook dat Van Winghe (die ook een van de eerste bezoekers en mede-ontdekkers van de catacomben was!) nauwkeurig werkte: in tegenstelling tot wat bij veel van zijn collega’s het geval was, kopieerde hij ook nauwkeurig de vorm van het opschrift en de woordschikking. Daardoor is de steen voor Terentia Flavula op het blad ook meteen te identificeren.

Maar nu naar de tekst. Terentius Gentianus vervulde een hoge functie in het Romeinse priestercollege. Als flamen Dialis was hij hogepriester van Jupiter. Deze waardigheid was overigens nogal beladen met taboes: zo mocht hij geen knopen aan zijn kleding hebben, niet geschoren worden met een ijzeren mes (alleen een bronzen), geen andere kleding dragen dan die zijn eigen vrouw gesponnen en geweven had, enz.

Daarnaast vervulde Terentius Gentianus ook nog een profaan ambt: als praetor tutelaris was hij verantwoordelijk voor de aanstelling van voogden. In 211 werd Terentius Gentianus verkozen / benoemd tot consul. Omdat in dit opschrift geen melding gemaakt wordt van dit consulaat, moet de inscriptie waarschijnlijk gedateerd worden vóór 211. Veel meer is van deze man niet bekend, maar hij heeft er dan toch wel een Wikipedia-artikel aan overgehouden, met ook versies in het Italiaans en Latijn.

Wat in dat Wikipedia-artikel niet staat, is zijn zus die dus Oppervestaalse werd. Daarmee waren er twee van de hoogste Romeinse priesterfuncties in dit gezin geconcentreerd. De allerhoogste functie, die van pontifex maximus, bleef aan de keizer voorbehouden (dat is Septimius Severus op dit moment).

Maar wat wil dit nu allemaal zeggen? Of liever: waarom werd dit opschrift (en beeld) nu eigenlijk opgericht? Vaak staat er in de opschriften bij de beelden van de Oppervestaalsen dat de dedicant het beeld geschonken heeft als dank voor bewezen (doch helaas nooit of zelden gespecificeerde) weldaden. Maar in dit opschrift is daar geen sprake van. De reden is elders te zoeken.

Bij het oprichten van een beeld met opschrift zijn er twee partijen betrokken (afgezien van de steenkapper en beeldhouwer, de transporteurs en al diegenen die het eigenlijke werk doen uiteraard): de persoon voor wie het beeld en opschrift worden opgericht, en de persoon die het opschrift en beeld opricht.

Het is daarbij in Romeinse verhoudingen niet bij voorbaat duidelijk welke partij het belangrijkste is. Het is een kwestie van zien en gezien worden. Met andere woorden: het gaat in dit geval niet alleen om Terentia Flavula, maar ook en evengoed om Terentius Gentianus of misschien zelfs nog beter: om de familie Terentius als geheel.

Dat wordt bevestigd door een tweede opschrift voor Terentia Flavula door – u raadt het niet – haar andere broer, Quintus Lollianus Plautius Avitus:

(CIL, VI, nr. 32412; http://www.manfredclauss.de/: EDCS-21600005)

TERENTIAE FLAVOLAE
SORORI SANCTISSIMAE
V V MAXIMAE
Q LOLLLIANVS Q F
POLL PLAVTIVS AVITVS
COS AVGVR PR CAND
TVTEL LEG LEG VII
GEMIN PIAE FELICIS
IVRIDIC ASTVRICAE ET
CALLAECIAE LEG AVGG PROV
ASIAE QVAEST CANDIDAT TRIB
LATICLAV LEGION XIII GEMIN
TRIVMVIR MONETALIS A A A
F F CVM
CLAVDIA SESTIA COCCEIA SEVLRIANA
CONIVGE ET LOLLIANA PLAVTIA SESTIA SERVI
LIA FILIA

Terentiae Flavolae / sorori sanctissimae / V(irgini) V(estali) Maximae / Q(uintus) Lolllianus Q(uinti) f(ilius) / Poll(ia) Plautius Avitus / co(n)s(ul) augur pr(aetor) cand(idatus) / tutel(aris) leg(atus) leg(ionis) VII / Gemin(ae) Piae Felicis / Iuridic(us) Asturicae et / Callaeciae Leg(atus) aug(ustorum) prov(inciae) / Asiae quaest(or) candidat(us) trib(unus) / laticlav(ius) legion(is) XIII Gemin(ae) / triumvir monetalis a(ere) a(rgento) a(uro) / f(lando) f(eriundo) cum / Claudia Sestia Cocceia Sevlriana / coniuge et Lolliana Plautia Sestia Servi-/-lia filia.

‘Voor zijn zus, de zeer godsdienstige Terentia Flavola, Oppervestalin, (heeft dit beeld opgericht) Quintus Lollianus Plautius Avitus, zoon van Quintus, van de tribus Pollia, consul, augur, kandidaat voor de functie van praetor tutelaris, legatus van het VIIde legioen Gemina Pia Felix, rechter in Asturië en Galicië, legatus voor de keizers voor de provincie Asia, kandidaat voor het ambt van quaestor, tribuun met brede purperen band van het XIIIe legioen Gemina, drieman belast met de muntslag, samen met Claudia Sestia Cocceia Severiana, zijn vrouw, en Lolliana Plautia Sestia Servilia, zijn dochter.’

In dit opschrift staan twee kapfouten: Sevlriana is uiteraard Severiana, net zoals Lolllianus een l te veel heeft en moet zijn: Lollianus. Wie deze tekst leest, kan nauwelijks vermoeden dat het eigenlijk over Terentia Flavula gaat, want zij wordt helemaal weggedrukt door de indrukwekkende carrière van haar broer die consul was in 209 (en aan wie eveneens een Wikipedia-artikel werd gewijd, ook met versies in het Italiaans en Latijn).

Daarmee wordt dit jaar de vroegst mogelijke datum voor dit opschrift. Dat past ook mooi bij de steen van Terentius Gentianus die van vóór 211 moet dateren. Als beide stenen tegelijk zijn opgericht, komen we uit bij 209 (of eventueel 210 als Lollianus als oud-consul de consulstitel langer voerde).

Onze filologische en historische dateringsdrang ten spijt verandert dat allemaal niets aan het feit dat dit tweede opschrift eigenlijk niet over Terentia gaat, maar over broerlief.

We mogen veilig aannemen dat beide beelden met opschrift zijn opgericht op het moment dat Terentia Flavula Oppervestaalse werd. Dat was een grote eer voor haarzelf én haar familie.

Haar twee invloedrijke broers profiteerden van de gelegenheid om hun zus daarmee geluk te wensen en haar beeld in het kersvers gerenoveerde Atrium Vestae te plaatsen. Met een opschrift dat tegelijk hun eigen persoonlijkheid en hun familieband met de hoge priesteres duidelijk voor elke bezoeker aantoonde.

Opschriften gaan in de Oudheid niet altijd over de dingen waarover ze lijken te gaan…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.