De San Marcello al Corso

Als je vanaf Piazza Venezia de lijnrechte Via del Corso richting Piazza del Popolo inwandelt kom je aan je rechterzijde (tegenover de ingang van het immense palazzo Doria Pamphilj) al gauw aan het kleine Piazza di San Marcello, waar zich de gelijknamige sierlijke barokkerk bevindt: de San Marcello al Corso. Deze interessante kerk, één van de mooiere barokkerken van Rome, heeft een verleden dat ver teruggaat: ze zou gesticht zijn door paus Marcellus (308-309) en was één der eerste tituli in Rome. Volgens de overlevering is de kerk gebouwd op de plaats waar Marcellus door keizer Maxentius werd gevangen gezet. De eerste aanduiding van de kerk als titelkerk dateert uit 418, toen paus Bonifatius I in deze kerk werd gekozen tot nieuwe paus. Vandaag is de San Marcello de titelkerk van de Italiaanse kardinaal Giuseppe Betori.

Tijdens de meedogenloze christenvervolgingen door keizer Diocletianus (284-305) stierf paus Marcellinus (296-304) de marteldood. Gezien de moeilijke omstandigheden in de stad was het voor de gelovigen niet mogelijk om op dat moment een nieuwe leider te kiezen. Pas in 308 kozen ze Marcellus (308-309) als bisschop van Rome.

Eerst bekommerde de nieuwe ‘paus’ zich over de interne organisatie. Zo verleende hij de bestaande Romeinse tituli de officiële status van ‘parochie’ met nauwkeurig omschreven bevoegdheden en scherp afgebakende grenzen. Omdat de eerste christenen zich in deze aardse wereld als vreemden beschouwden en ze zich volledig wilden richten op een hemelse wereld die volgens hen weldra zou komen, noemden ze hun gemeenschap ‘paroikoi’, de kolonie van vreemdelingen. Het woord is de etymologische oorsprong van parochie.

Rome werd ingedeeld in 25 parochies, elk beheerd door een priester die onder andere instond voor de opleiding van catechumenen (zij die zich voorbereiden op het doopsel), het toezicht op de bekeerde afvalligen, het onderhoud van de catacomben en het bijhouden van het martelaarsboek.

Het hoofdprobleem voor paus Marcellus vormden echter de ‘lapsi’, gelovigen die tijdens de vervolgingen uit angst voor folteringen en de dood het christendom zogenaamd hadden afgezworen en die opnieuw deelnamen aan heidense rituelen en offerdiensten. Achteraf, toen het gevaar geweken was wilden ze echter opnieuw binnen de Kerk opgenomen worden. Maar kon dit zo maar? Paus Marcellus eiste dat de lapsi zich zouden onderwerpen aan een zeer strenge boetedoening, maar raakte hierover in conflict met een groot deel van de clerus en het kerkvolk die weigerden de lapsi terug in de Kerk op te nemen. De twist liep zo hoog op dat men ten einde raad de wereldlijke macht te hulp riep.

Keizer Maxentius (306-312) wist niets beter te verzinnen dan paus Marcellus uit zijn functie te ontzetten en als slaaf te veroordelen tot dwangarbeid. Kort daarna, op 16 januari 309, stierf de paus van ontbering. Hij werd net als zijn voorganger Marcellinus begraven in de catacomben van Priscilla. Zijn relieken bevinden zich vandaag onder het hoogaltaar van de San Marcello.

De overlevering wil dat de titulus van San Marcello gebouwd werd boven de stallen van het toenmalige hoofdpostgebouw waar paus Marcellus op last van de keizer als slaaf werkte en wellicht ook stierf. Of dat klopt valt niet meer te achterhalen. De oudst gekende vermelding van deze titulus dateert van 418. De eerste cultusplaats die hier werd opgericht raakte met de tijd in verval tot de bouwlustige paus Hadrianus I (772-795) een nieuwe, grote kerk liet bouwen in de vorm van een drieschepige basilica met atrium.

De buitenmuren van de huidige kerk volgen nog het tracé van dit gebouw uit de achtste eeuw en de noordelijke zijmuur (dus links) dateert zelfs nog uit die tijd. De basilica van Hadrianus had echter een andere oriëntatie dan de huidige kerk want de apsis lag aan de huidige Via del Corso en de hoofdingang aan de Via San Marcello (dus precies omgekeerd dan vandaag het geval is). In 1354 werd het aan stukken gescheurde lichaam van volkstribuun Cola di Rienzo enkele dagen in de San Marcello tentoongesteld.

Tijdens de nacht van 22 op 23 mei 1519 werd de San Marcello-basilica uit de achtste eeuw door brand verwoest. Jacopo Sansovino leverde het ontwerp voor de nieuwbouw, ditmaal met de hoofdingang aan de Via del Corso. Het werd, typisch voor de renaissance, een éénschepige basilica met zijkapellen. Jacopo Sansovino (1486-1570) kennen we in Rome onder meer als beeldhouwer in de Sant’ Agostino; als architect tekende hij onder andere de San Giovanni dei Fiorentini.

In 1505 was hij in de voetsporen van zijn leermeester Andrea Sansovino (1467-1529) naar Rome gekomen om er de klassieke beeldhouwkunst te bestuderen. Zeer vlug behoorde hij tot de kring van Bramante en Rafaël. Bij de Sacco di Roma, de grote plundering van Rome in 1527, verliet Sansovino de stad om in Firenze samen te werken met Andrea del Sarto, daarna werkte hij met succes in Venetië waar hij de prachtige bibliotheek aan het San Marcoplein bouwde.

Na de vlucht van de architect werden de werken aan de San Marcello voortgezet door Antonio da Sangallo de Jongere, die we in Rome vooral kennen als bouwer van paleizen, en door Annibale Lippi die de zoon was van Nanni di Baccio Bigio, de rivaal van Michelangelo. Zoals gewoonlijk behoorde de gevel niet tot het basisontwerp van de kerk. Volgens de Romeinse gewoonte was dat een zorg voor later.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.