De plafondschildering van Caravaggio in het Casino dell’Aurora

In een vorige bijdrage bezochten we Villa Maraini in de wijk Ludovisi aan de Via Ludovisi in Rome. Hier vlakbij, in de Via Lombardia, bevindt zich nog een ander interessant gebouw. Op nummer 46 staan we voor het hek en de metershoge muren van het Casino dell’Aurora Boncompagni – Ludovisi. Het gebouw achter deze muren met de omringende tuin zijn de enige bewaard gebleven delen van de fabelachtige zeventiende-eeuwse Villa Ludovisi, op zijn beurt gebouwd op de plaats van de mooiste en grootste tuin uit de Romeinse tijd, de Horti Sallustiani.

Vandaag bevindt deze plek zich in het centrum van de stad, niet ver van de Via Veneto en het is moeilijk voor te stellen dat het domein in vroegere tijden op het platteland lag. Wat bewaard is van de uitgestrekte tuinen is maar een fractie van de terreinen en de gebouwen die kardinaal Ludovico Ludovisi (1595-1632) in 1621 en 1622 kocht. Zijn macht en rijkdom waren te danken aan zijn oom Alessandro Ludovisi (1554-1623), de latere paus Gregorius XV (1621-1623) die zijn neef hoge kerkelijke functies en grote inkomsten bezorgde. Vanaf het begin van zijn kardinaalschap begon Ludovico met het opkopen van wijngaarden en gebouwen in de buurt, waaronder de wijngaard en het Casino van kardinaal Francesco Maria Del Monte (1549-1627).

De villa die Ludovisi had gekocht van de familie Orsini liet hij restaureren en verfraaien door Domenichino (1581-1641) en de tuinen werden aangelegd door de Franse tuin- en landschapsarchitect André Le Nôtre (1613-1700) die onder meer de tuinen van het kasteel van Versaille had aangelegd. Het resultaat was één van de fraaiste tuinen ooit en een villa met één van de rijkste kunstcollecties uit de geschiedenis. Onder andere Goethe, Schiller, Stendhal en d’Annunzio bezochten het park en de kunstwerken en spraken er lyrisch over.

Kardinaal Ludovisi was een groot kunstkenner en -verzamelaar en zijn villa en tuin stonden vol kunstwerken: schilderijen, fonteinen, meer dan 450 antieke beelden, bas-reliëfs, zuilen, opschriften, sarcofagen, bustes en zelfs een obelisk. Een deel van de marmeren antiquiteiten was afkomstig uit opgravingen op zijn terreinen zelf, die, zoals we weten, boven de vroegere Horti Sallustiani lagen. Zo bezat hij onder andere de beroemde beelden van de Stervende Galliër en de Zelfmoordplegende Galliër (ook bekend als de Ludovisi Galliër), beelden die gevonden werden op zijn terreinen. Een deel van de kunstcollectie, waaronder een honderdtal beelden, is nu te bewonderen in Palazzo Altemps.

De prinses van Piombino, de huidige eigenares van de villa opent het hek op het afgesproken uur en laat ons binnen in het domein. We volgen de steile oprijlaan naar het Casino, in de tuin en voor het gebouw zien we enkele van de oorspronkelijke antieke beelden. Zoals verteld kocht kardinaal Ludovisi het Casino van kardinaal Del Monte. We kennen Del Monte als opdrachtgever en eerste beschermheer van Caravaggio, maar hij was behalve kunstliefhebber ook wetenschapper en alchemist, en had op de eerste verdieping van het Casino een alchemiekamer met distilleerapparatuur geïnstalleerd.

Om het plafond van zijn kabinet te verfraaien vroeg hij niemand minder dan de jonge Caravaggio (1571-1610). Caravaggio beschilderde het plafond, niet met een fresco, maar met olieverf. Deze plafondschildering is een unicum, het is de enige muurschildering die Caravaggio ooit maakte. Caravaggio zou hier gewerkt hebben tussen november 1596 en september 1597. In de loop der eeuwen bedekten dikke lagen roet de schildering en raakte ze vergeten. Pas bij een restauratie in 1990 werd de plafondschildering toevallig herontdekt.

Zoals verteld gaat het om een olieverfschildering en niet om een fresco. Het voordeel van olieverf ten opzichte van de frescotechniek was dat Caravaggio niet verplicht was te werken met schetsen, zoals bij fresco’s het geval is, want schetsen maken deed de schilder nooit; er zijn van Caravaggio’s schilderijen geen voorstudies bekend. We bekijken het schilderij even van dichtbij. We zien drie figuren, drie naakte mannen. Het gaat driemaal om Caravaggio zelf: het zijn allemaal zelfportretten. De schilder beeldt zichzelf af als de drie oppergoden van de kosmos: Jupiter, god van de aarde, Neptunus, god van het water, en Pluto, god van de onderwereld, met hun respectievelijke attributen.

Deze goden zijn niet willekeurig gekozen. De drie elementen die ze symboliseren, water, aarde en lucht, komen overeen met de drie stadia van de alchemie: vast, vloeibaar en vluchtig. Het is met deze drie elementen dat de kardinaal in dit kabinet probeerde het vierde element te bekomen: vuur. We zien dus drie keer een zelfportret van de naakte Caravaggio maar dan van onder naar boven gezien, een op zijn minst opmerkelijk perspectief. Men veronderstelt dat hij bij het schilderen een spiegel gebruikte om het perspectief weer te geven, de spiegel zou op de stelling gestaan hebben en de schilder rechtop of gehurkt boven de spiegel.

Caravaggio wilde hiermee bewijzen dat hij de allernobelste kunst beheerste, namelijk die van het perspectief. Het effect van het verkort perspectief in deze kleine ruimte, die niet meer is dan een doorgang tussen twee kamers, is indrukwekkend. De drie goden worden telkens afgebeeld met een dier: Jupiter met een arend, Neptunus met een paard met vinnen in plaats van met poten, en Pluto met de driekoppige hond Cerberus. Ook deze hond zou geschilderd zijn naar levend model, namelijk Cornacchia, de zwarte poedel van Caravaggio.

In het midden van het schilderij zien we een hemelsfeer, de kosmos, en daarin onderscheiden we twee planeten en vier tekens van de dierenriem. Ook deze afbeelding is niet willekeurig gekozen. Caravaggio zou hiermee een hommage hebben gebracht aan een bekende van kardinaal Del Monte, namelijk de wetenschapper Galileo Galilei (1564-1642) en aan zijn toen revolutionaire theorieën. Op het plafond van de grote salon van het Casino wacht ons nog een ander meesterwerk: l’Aurora (1621-1623) van Giovanni Francesco Barbieri (1591-1666), ook bekend als (Il) Guercino (de schele). Ook hier gaat het niet om een fresco, maar om schildering met tempera.

L’Aurora vertelt het verhaal van de Dageraad die, gezeten op een wagen, bloemen uitstrooit in het hemelgewelf en de zon aankondigt. De wagen van de godin wordt getrokken door twee vliegende gevlekte paarden, het lichte van kleur symboliseert de dag, het donkere de nacht, onderaan zien we een weergave van de tuin en de villa.

De Dageraad laat haar slaapplaats achter die ze deelde met haar oudere minnaar Tithonus en, voorafgegaan door de Uren, doorklieft ze de duisternis om de nieuwe dag aan te kondigen. Het schilderij, gemaakt in opdracht van kardinaal Ludovisi, heeft een allegorische betekenis: het kondigt een nieuwe dageraad aan voor de familie Ludovisi, het begin van een glorieus tijdperk.

Links en rechts van het plafondschilderij zien we de Dag en de Nacht verbeeld: de Dag wordt voorgesteld als een gevleugelde jongeman met een toorts in de hand, de Nacht is een vrouw gekleed in het wit, naast haar twee slapende kinderen die de Slaap en de Dood symboliseren, en op de achtergrond een uil en een vleermuis.

De eerste werken van Il Guercino herinneren aan Ludovico Carracci maar met toevoeging van Caravaggio-toetsen. Daarna kwam hij tot de soms dramatische, soms speelse belichting, heftige kleuren en breed, krachtig borstelwerk. Het plafondfresco in het Casino dell’ Aurora wordt als zijn meesterwerk beschouwd, het is één van de mooiste barokdecoraties ooit.

Dit schilderij moest een antwoord bieden op en wedijveren met de gelijknamige schildering l’Aurora van 1613 van Guido Reni (1575-1642) in het Casino Rospigliosi-Pallavicini op de Quirinaalheuvel. Vergeleken met het fresco van Reni is de versie van Guercino duidelijk meer ‘barok’. Waar we in het Casino Rospigliosi-Pallavicini de Dageraad in zijaanzicht zien, toont Il Guercino een sterk staaltje perspectief schilderen: hij beeldt de figuren en paarden af van onderuit bekeken.

In een gids lezen we over het fresco van Il Guercino: ‘it is a dizzying work creating the impression that the Casino has no roof, but lies open to a cloudy sky, across which horses pull Aurora’s carriage from the darkness of night towards the light of day’. En zo is het. Eigenaardig is dat Guercino in 1642 in Bologna het atelier overnam van de overleden Guido Reni die hem bij leven vaak van plagiaat had beschuldigd. Het werk van Il Guercino werd met de tijd kalmer en lichter van kleur, zodat het steeds meer op het werk van Reni ging lijken. Guercino was ook de meest briljante etser van zijn tijd.

De indrukwekkende trompe-l’oeileffecten van muren en zuilen, waardoor het plafond veel hoger lijkt dan het is, zijn van de hand van Agostino Tassi. Agostino Tassi was de medewerker van Orazio Gentileschi en is berucht omdat hij diens dochter Artemisia Gentileschi (1593-1652), aan wie hij schilderles gaf, aanrandde.

Na een glorieus verleden vallen de villa en de tuinen na de eenmaking van Italië ten prooi aan bouwspeculatie: er was immers ruimte nodig voor de stijgende bevolkingsaangroei en voor administratieve gebouwen in de nieuwe hoofdstad. Uit op geldgewin verkoopt prins Rodolfo Boncompagni-Ludovisi onder algemeen protest, het domein. In 1883 wordt het terrein verkaveld. 200.000 m² van de 247.000 m² worden verkocht aan de Società Generale Immobiliare. In mei 1885 worden de tuinen en de villa leeggehaald en wordt alles verwoest: de standbeelden, de gebouwen en zelfs de bomen moeten eraan geloven. Alleen het Casino dell’Aurora blijft gespaard.

In 1901 laat prins Boncompagni-Ludovisi de collectie kunstwerken veilen. De Italiaanse staat koopt de belangrijkste stukken. 104 beelden krijgen een plaats, eerst in het Museo Nazionale Romano alle Terme di Diocleziano, nu in het Museo Nazionale Romano di Palazzo Altemps. Een klein aantal beelden bleef ter plaatse, andere werden ondergebracht in de vlakbij gelegen Amerikaanse ambassade, mindere werken gingen naar Villa Ada of werden te koop aangeboden.

In de Via Lombardia bevond zich vroeger het Hotel du Sud waar de Nederlandse schrijver Louis Couperus (1863-1923) vele malen logeerde. Louis Couperus was één van de grote figuren van de Nederlandse letteren, we herinneren ons vooral zijn ‘Eline Vere’ uit 1889. In zijn Reis-impressies, een bundeling brieven die voor het eerst in boekvorm verscheen in 1894 op ongeveer 1.500 exemplaren, bevindt zich ook een ‘Brief uit Rome’. Met een beetje geluk kan je nog een origineel exemplaar van deze Reis-Impressies op de kop tikken bij een antiquariaat.

In zijn ‘Brief uit Rome’ geeft Couperus flink wat kritiek op het nieuwe Palazzo Piombino en de in zijn ogen goedkope huisvesting van de Boncompagni-Ludovisi-collectie. Palazzo Piombino heet tegenwoordig Palazzo Margherita maakt deel uit van de Amerikaanse ambassade. Sinds 1946 is het eigendom van de Amerikaanse regering.

Casino Boncompagni Ludovisi (dell’Aurora Ludovisi)
Via Lombardia 46, Rome

Bezoek na reservatie
(groep van minimum 15 personen, aansluiten bij anderen is mogelijk)

Kostprijs: 20 euro per persoon

Reserveren verplicht:
Tel. +39 06 483 942 (maandag, woensdag en vrijdag van 9 tot 14 uur)
Email: tatiana@principedipiombino.com

Praktische informatie

Dit artikel is een bijdrage van clublid ANN DE LATTER

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.