Archive for augustus, 2019

Een caleidoscopische geschiedenis van een stad in het hart van de westerse beschaving

31 augustus 2019

Net vóór de zomervakantie verscheen bij Karakter Uitgevers de Nederlandse vertaling van ‘Rome – Eternal City’ van Ferdinand Addis, een boek dat voor het eerst in november 2017 in het Engels werd uitgebracht. De titel is uiteraard niet bijster origineel en het is ook niet de eerste keer dat die voor een boek wordt gebruikt, maar dit nieuwe boek is een stevige publicatie van bijna zevenhonderd pagina’s waarin de eeuwenlange epische geschiedenis van Rome in een aantal verhalen wordt gebundeld en tot leven wordt gebracht.

Het intrigerende portret van onze lievelingsstad wordt tot leven gebracht in 22 hoofdstukken die pakweg 2500 jaar geschiedenis op een geheel nieuwe wijze beschrijven. Elk hoofdstuk is een essay van tot de verbeelding sprekende en verhalende autonome geschiedenis, of het nu de moord op Julius Caesar, de grootschalige verwoesting van de stad door de Galliërs en de heropbouw vanaf 387 v. Chr., de bouw van het Colosseum en het lot van de gladiatoren, Bernini’s werk aan de Sint-Pietersbasiliek, de brute verpulvering van de droom voor een republiek in 1849, de sinistere aftakeling van Mussolini’s eerste staat, of het betoverende maar corrupte Rome uit Fellini’s La dolce vita betreft. Clublid Jef Abbeel schreef een recensie.

De auteur van het boek, de jonge Britse classicus Ferdinand Addis, raakte gefascineerd door Rome sinds hij als tiener kennismaakte met het werk van Livius. Hij studeerde klassieke talen aan de Universiteit van Oxford, werkte daarna in de film- en journalistieke wereld en begon vervolgens over geschiedenis te schrijven. Hij woont met zijn vrouw en dochter in Oost-Londen.

Met veel enthousiasme vertelt hij in dit boek de geschiedenis van Rome vanaf 753 v. Chr. tot de Jodenvervolging van 1943 (en de naoorlogse films van Fellini). De jongste 75 jaar ontbreken dus helaas, alsof de eeuwige stad ophield te bestaan op 19 oktober 1943, samen met de verschrikkelijke dood van de duizend Italiaanse Joden die toen opgepakt werden.

Het Verdrag van Rome, waarbij in 1957 de Europese Gemeenschap werd opgericht, komt dus niet ter sprake. En ook niet wat er nadien in Rome en Italië gebeurde. Addis geeft ook geen volledige geschiedenis van de stad: hij pikt er 22 hoogtepunten uit die vaak voorspelbaar zijn.

Wolvin

Zijn verhaal begint dus met de mythische datum van de stichting van Rome: de heuvels, de Tiber, de wolvin, de culturele invloed van de Grieken, het conflict tussen Romulus en Remus, kortom: meer mythes dan geschiedenis.

Dan maakt de auteur meteen een sprong naar de vierde eeuw v. Chr.: de invallen van de Kelten/Galliërs. In 387/386 v. Chr. plunderden zij Rome en vertrokken ze met een afkoopsom van 327 kilo goud (nvdr.: de huidige waarde zou zowat 14 miljoen euro bedragen). Voor Rome was dit een vernedering. Maar zo volgden er nog.

Tweede Punische oorlog

Het derde hoofdstuk gaat over de Punische oorlogen en over het Grieks en Romeins theater. De Eerste Punische oorlog wordt nauwelijks vermeld, de Derde helemaal niet. Over de Tweede vertelt Addis alsof hij er zelf bij was en hij doet dit aan de hand van ‘Poenulus’, de kleine Carthager, een komedie van tijdgenoot Plautus (251-184 v. Chr.).

In hoofdstuk 4 worden de Gracchen (133-121 v. Chr.) geprezen. Zij werden allebei vermoord omwille van hun inzet voor het volk. Ook hier lijkt het alsof Addis getuige was van hun optreden en van de moordpartijen. En ook ditmaal lezen we een boeiend verhaal, voorzien van veel drama, empathie en pittige details. In het vijfde hoofdstuk krijgen we weer veel drama: de samenzwering van Catilina, de moord op Caesar die in geuren en kleuren beschreven wordt en het einde van de republiek.

Het volgende deel gaat over Augustus, maar dan wel met een kleine omweg: de dichter Ovidius en zijn Ars Amatoria/de kunst van het beminnen. Addis noemt Vergilius de grootste Romeinse dichter, maar zegt niet waarom hij toch voor Ovidius kiest. Wellicht omdat zijn leven pittiger, losser en minder conformistisch was en omdat hij door Augustus verbannen werd, wellicht om zijn zedeloos gedrag en zijn Ars Amatoria, alsof Augustus zich wel zedig gedroeg.

Nero

Keizer Nero is de held van hoofdstuk 7, waarin ook het Jodendom en christendom ter sprake komen. Ook Nero’s Domus Aurea en zijn muzikale ambities komen aan bod. Hij dwong zijn leermeester Seneca tot zelfmoord. De wrede vervolging van de christenen neemt meer plaats in dan de brand van 64 na Chr.

De inwijding van het Colosseum in 80 na Chr. is het thema van het volgende hoofdstuk. Addis beschrijft hoe het grootste amfitheater ter wereld gebouwd en nagevolgd werd, waar men de dieren haalde, hoe dieren en mensen genadeloos afgeslacht werden en hoe succesvolle gladiatoren door vrouwen bewonderd werden.

Vervolgens maakt de auteur een sprong van de eerste naar de derde eeuw: naar de excentrieke keizer Elagabalus, beter bekend als Heliogabalus (218-222). Op zijn veertiende werd hij al keizer. Door zijn losbandige leven werd hij snel gehaat en vermoord. In 193 waren er vijf keizers, een nieuw record en nog meer dan de vier van 69 na Chr. Ook mensen uit Noord-Afrika (Libië) en Klein-Azië (Syrië) konden keizer en keizerin worden.

Milvische brug

In hoofdstuk 10 zitten we al in de vierde e euw: de slag bij de Milvische brug (312 na Chr.). Sinds 271 werd het Romeinse Rijk bedreigd door Goten, Vandalen, Franken, Bourgondiërs en Alemannen. Verschillende keizers werden door hun eigen soldaten vermoord. Diocletianus verdeelde het rijk onder vier keizers.

Twee van hen, Constantijn en Maxentius, vochten aan de Tiber om de macht in het Westen. Maxentius verloor en kwam om in de Tiber. De auteur maakt hier een sprong terug in de tijd naar de eerste eeuw: de apostel Paulus en naar de christenvervolging tijdens de tweede en de derde eeuw. Constantijn maakte een einde aan deze vervolgingen na zijn overwinning van 312.

Belisarius

Daarna bevinden we ons in de zesde eeuw, met een terugblik op de Hunnen, Ostrogoten, Visigoten, Vandalen en Germanen die het Romeinse Rijk verder vernietigd hadden. In 537 werd in Rome hevig gevochten tussen de invallende Goten en Belisarius, generaal van Justinianus. Belisarius won, heroverde tijdelijk gans Italië, maar Rome was definitief in verval en werd tien jaar later toch door de Goten ingenomen.

In het volgende hoofdstuk komen we terecht in de periode van de achtste tot tiende eeuw. De Arabieren hebben dan een groot deel van het vroegere Romeinse Rijk in handen en islamitisch gemaakt. In 732 werd hun opmars stopgezet door de Franken (Karel Martel) bij Tours en Poitiers.

In 800 liet Karel de Grote zich tot keizer kronen in de Sint-Pietersbasiliek: het westen had weer een keizer, maar een Frankische. Van Rome bleven slechts ruïnes over. De pausen gedroegen zich decadent. Duitse koningen trokken nog wel naar Rome om er keizer gezalfd te worden van het Heilig Roomse Rijk.

Petrarca

Vervolgens heeft Addis het over de pelgrims die in de dertiende eeuw uit heel West-Europa en zelfs uit IJsland kwamen. En over processies waarbij de pausen geld uitdeelden aan de armen. Het Kerkelijk Recht nam definitief zijn vorm aan en de macht van de paus nam toe.

Met de dichter Petrarca belanden we in de veertiende eeuw. Paus Clemens V was in 1309 uitgeweken naar Avignon, waar het Palais des Papes, het grootste gotische gebouw uit de Middeleeuwen, nog aan deze tijd herinnert. Petrarca riep hem tevergeefs op om terug te keren en van Rome weer caput mundi/de hoofdstad van de wereld te maken.

Borgia’s

I n 1348 stierf de helft van de Europese bevolking aan de pest, die door een schip met ratten en vlooien overgebracht was van de Zwarte Zee. Bovendien werd Rome in 1349 getroffen door een zware aardbeving. De stad zou nooit meer de heerser van de wereld zijn. De Borgia’s zorgen voor amusement in hoofdstuk 15.

Rome krioelde in de vijftiende en de zestiende eeuw van de prostituees. Er woonden genoeg mannen zonder vrouw: pelgrims, diplomaten, juristen, priesters, soldaten, … De Borgia’s, afkomstig uit Catalonië, leverden kardinalen en pausen die vrouwen en kinderen hadden en hun kinderen al op hun vijftiende tot bisschop benoemden. In Rome werd veel gefeest, maar ook veel gemoord.

Michelangelo

Dan komen we bij Michelangelo. Napels was toen met 200.000 inwoners vier keer zo groot als Rome. Ook Milaan, Firenze en zelfs Palermo telden meer inwoners. Maar Rome had meer ruïnes en meer kunstenaars, onder wie Michelangelo, die van Firenze naar Rome was verhuisd en daar onder meer het indrukwekkende plafond van de Sixtijnse kapel schilderde en in 1506 toevallig aanwezig was bij de opgraving van de Laocoön-groep, één van de grootste meesterwerken uit de oudheid.

De plundering van Rome in 1527 is het hoofdthema van het volgende hoofdstuk, waarin de auteur ook vertelt over Luther, de bitsige strijd tussen Frans I van Frankrijk en keizer Karel V, andere andere om Milaan.

De Medici-paus had zijn sympathie betuigd voor Frans I en werd daarvoor bestraft: barbaarse troepen van de keizer trokken plunderend, moordend en verkrachtend door Rome. Van de ca. 90.000 inwoners bleven er slechts 30.000 over. Het was erger dan bij de Goten of Vandalen.

Bernini

Bernini is de centrale figuur van het volgende onderdeel in het boek. Hij maakte in Rome prachtige beelden en ook de colonnades rond het Sint-Pietersplein, in 1629 het duurste bouwproject van Europa. Ook de Vierstromenfontein (1651) in het midden van Piazza Navona is van hem.

Daarna belanden we in de achttiende en negentiende eeuw. Toeristen en historici uit vele landen bezochten en beschreven de stad en hadden vooral oog voor … de Cloaca Maxima, de grote, overdekte riolering. Enkele namen: Gibbon, Winckelmann, Goethe, Lord Byron, Shelley. Addis citeert fragmenten van hen.

Garibaldi

Garibaldi mocht in het boek niet ontbreken. Ook nu is zijn naam nog aanwezig in straten en pleinen van elke gemeente in Italië, net zoals die van zijn medestanders Mazzini, Cavour en Vittorio Emanuele II. Zij droomden van een eengemaakt Italië en verwezenlijkten dat ook tussen 1860 en 1870. Vervolgens gaat het over Mussolini. Zijn naam is niet meer te vinden in de straten en pleinen, enkel nog in zijn mausoleum in Predappio.

Addis heeft het hier opnieuw over de Joden, die sinds 63 v. Chr. in Italië woonden. De Joodse Margherita Sarfatti was de favoriete minnares van de Duce en had lange tijd veel invloed op hem. Zowel Mussolini als de pausen kozen Joden als hun arts. Vele minnaressen passeren de revue, waaronder Clara Petacci: zij was 21, hij 50. Op 16 oktober 1943, na de val van Il Duce (25 juli 1943),vond een razzia plaats, waarbij duizend Joden opgepakt en nadien gedood werden. 15.000 Joden konden ontsnappen in schuilplaatsen van paus Pius XII, nog eens duizenden zaten elders ondergedoken.

Fellini

Federico Fellini en zijn films mogen het boek afsluiten. Dit hoofdstuk begint met het einde van Mussolini en van het fascisme. De armoede na de oorlog ging gepaard met de opbloei van de Italiaanse film, die deels met Marshallhulp gefinancierd werd. Addis bespreekt de schoonheid van de films van Fellini en hun achtergronden. De laatste, La Dolce Vita, is van 1960. In dat jaar eindigt het boek dus helaas. Er volgt nog een uitgebreide bibliografie en een register.

Conclusie

Addis heeft een knap en veelzijdig werk geleverd. Hij kent niet enkel de geschiedenis van Rome door en door, maar ook de literatuur, de kunst, het dagelijks leven, de zeden, enz. Hij schrijft een meeslepend barok epos, prachtig proza met veel literaire omwegen zoals de komedie van Plautus om over Hannibal te vertellen en de subversieve liefdesgedichten van Ovidius om Augustus te beschrijven.

Het is geen exhaustieve historiografie, maar een selectie en zeker zozeer een boek voor liefhebbers van literatuur en poëzie als voor historici: die vinden teveel lacunes en onvoldoende structuur. De chronologische volgorde wordt geregeld doorbroken door sprongen terug in de tijd: bij de Gracchen bv. gaat het ook over gebeurtenissen en fabels van 400 jaar eerder. De lezer moet dus soepel kunnen omspringen met deze schrijfstijl en heeft best al wat voorkennis over de geschiedenis van Rome.

In de bibliografie mis ik Matthew Kneale, ‘Rome. Een geschiedenis van de stad in zeven plunderingen’. Ik mis ook een kaart met de vele plaatsnamen van de veldslagen: de lezer moet er zijn historische atlas bij nemen. De foto’s zijn heel mooi, maar in de tekst wordt er niet naar verwezen. Het woord ‘taal’ is in de meeste talen vrouwelijk, dus niet ‘hij’ (p. 25). Hier en daar staat een drukfout: vertelde(n) de bondgenoten (p. 456), verwelkomende (p. 463) i.p.v. verwelkomden. En als Rome in 1506 maar 50.000 inwoners telde, kon het er in 1527 geen 90.000 hebben …

Rome – Eeuwige stad
Een caleidoscopische geschiedenis van een stad in het hart van de westerse beschaving¨
Auteur: Ferdinand Addis
Taal: Nederlands.
Vertaling van ‘Rome – Eternal City’, door Joost Zwart
Aantal pagina’s: 672, plattegronden, foto’s, bibliografie, register
Afmetingen: 24 x 16 x 6 cm, hardcover
Eerste druk: 26 juni 2019
Uitgever: Karakter Uitgevers bv
ISBN 978 90 452 1842 7
Prijs: 39,99 euro

Deze recensie is een bijdrage van clublid JEF ABBEEL

Paolo Sorrentino werkt aan miniserie The New Pope

30 augustus 2019

De Italiaanse regisseur Paolo Sorrentino (La Grande Bellezza) is bezig met een vervolg voor zijn miniserie The Young Pope, een fictiereeks waarin Jude Law gestalte gaf aan eerste Amerikaanse paus uit de geschiedenis van het Vaticaan. Law keert tevens terug in het volgende seizoen van The New Pope, waarin John Malkovich te zien zal zijn als de nieuwe paus.

The New Pope bevat gastrollen van onder andere Sharon Stone en de zelfbenoemde antichrist Marilyn Manson. De serie werd opnieuw geschreven door Paolo Sorrentino en Umberto Contarello, waarbij Sorrentino, die vorig jaar met Loro een op het leven van Silvio Berlusconi geïnspireerde bioscoopfilm maakte, alle acht afleveringen ook weer zelf regisseerde. The New Pope heeft voorlopig nog geen premièredatum.

Bekijk hier de teaser van The New Pope, seizoen 2.

De teaser onthult John Malkovich als nieuwe paus, terwijl we zijn voorganger Jude Law op het strand aantreffen.

Doorstart Italiaanse regering in de maak

28 augustus 2019

Er moeten nog wat hindernissen worden genomen, maar er lijkt een doorstart van de Italiaanse regering in de maak. Twee onwaarschijnlijke partners, de MoVimento 5 Stelle (M5S) of de Vijfsterrenbeweging en de Partito Democratico (PD) hebben elkaar gevonden. Al blijft het afwachten hoe hecht die eventuele coalitie zal zijn. De voorbije jaren gunden beide partijen elkaar helemaal niets en vlogen de verwijten en kritieken heen en weer. De voornaamste drijfveer voor de frontvorming lijkt het schaakmat zetten van Matteo Salvini (Lega) te zijn.

Salvini wordt verantwoordelijk geacht voor de recente val van de regering en krijgt het verwijt nieuwe verkiezingen te willen uitlokken voor persoonlijk gewin. Omdat Lega het bijzonder goed doet in de peilingen en ook bij de voorbije Europese verkiezingen een meer dan behoorlijk resultaat neerzette, zijn nieuwe parlementsverkiezingen het laatste wat alle andere partijen willen. Als de doorstart van de nieuwe regering slaagt, is Salvini de grote verliezer en wordt zijn partij naar de oppositie verbannen.

Naar verluidt gingen aan het voorlopige akkoord keiharde onderhandelingen vooraf.  De M5S en de PD zijn al jaren elkaars aartsrivalen. Voor de anti-establishmentpartij M5S van Luigi Di Maio staat de centrumlinkse PD symbool voor de oude politieke cultuur waartegen ze reeds sinds haar ontstaan in 2009 fors vecht. Dat beide linkse rivalen nu toch de handen in elkaar slaan, is enigszins te begrijpen omdat ze veel te verliezen hebben indien er dit najaar nieuwe verkiezingen zouden komen. Dat was dus het scenario waarop Matteo Salvini aanstuurde, maar het resultaat van die gok lijkt nu helemaal anders uit te pakken.

De toenadering tussen de Vijfsterrenbeweging en de Democratische Partij is ook goed nieuws voor ontslagnemend premier Giuseppe Conte die nu weer in beeld komt. President Sergio Mattarella verwacht de partijloze professor morgenochtend in Palazzo Quirinale. Waarschijnlijk krijgt Conte dan meteen de opdracht een nieuwe regering te vormen.  De regering-Conte II kan dan in principe volgende week een feit zijn, al moeten de leden van de M5S zich online nog uitspreken over de samenwerking met de PD. Volgens partijleider Luigi Di Maio hebben de partijleden altijd het laatste woord. Het akkoord kan dus nog worden afgeschoten. In dat geval volgen onherroepelijk nieuwe verkiezingen en krijgt Salvini alsnog zijn zin. Op politiek vlak worden het spannende dagen in Rome.

Problemen op het Forum Romanum

28 augustus 2019

Avonturen met opschriften – IV

Enkele weken geleden publiceerden we voor het eerst een bijdrage in onze nieuwe reeks ‘Avonturen met opschriften’. Die is speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici onder onze leden (maar uiteraard ook bijzonder leerrijk voor alle anderen). Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Deel I en Deel II kreeg je net als Deel III al te lezen. Dit is de vierde bijdrage in deze reeks.

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval. Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard. Op verzoek van S.P.Q.R. zal ik enkele van deze teksten voorstellen. Op zoek naar het verhaal dat er achter zit… Vandaag deel 4.

Het zou eigenlijk allemaal zo simpel kunnen zijn. Je richt een gebouw op, je zet er een opschrift op en klaar is kees, alles is duidelijk. Dus niet. Eigenlijk weten we maar zelden echt wat we zouden willen weten. En soms weten we zelfs nauwelijks iets. En wat we dan weten is niet noodzakelijk wat we zouden willen weten. Dit blijkt zelfs het geval te zijn op het hart van Rome zelf, het Forum Romanum. In deze bijdrage komen drie opschriften op gebouwen (of wat er op het moment van overschiet) aan bod. En in alle drie is er iets mis.

Dit hangt natuurlijk met twee fundamentele dingen samen. Ten eerste zijn opschriften vaak uiterst lapidair. Daar komt ook het woord ‘lapidair’ vandaan, omdat het op steen = lapis gehouwen was. Sommige opschriften bevatten wetteksten of zijn kopieën van volledige akten. Andere opschriften zijn aangebracht op gebouwen, bases van standbeelden of grafmonumenten.

Wat ik nu vertel, geldt met name voor deze tweede groep. Lapidair wil zeggen ‘kort’, ‘beknopt’. Dat hangt samen met de beperktheid van het materiaal en met de vereiste leesbaarheid. Als je op een architraaf van een tempel een lang opschrift met letters van drie cm hoogte zet, leest niemand dat. Bovendien: een lang opschrift leest sowieso niemand, want dat kost te veel tijd. Het is de wet van een tekst die maar één computerscherm lang mag zijn.

Tweede element is dat wat er zo lapidair op het gebouw of monument gezet wordt, wordt bepaald door degene die dat er op zet. Met andere woorden: de inhoud van de mededeling wordt bepaald door de auteur, niet door degene die tweeduizend jaar later van alles zou willen weten. Dat betekent dus ook dat we ons altijd moeten afvragen waarom juist die bepaalde informatie wordt gepresenteerd, wat het belang van juist die inhoud is.

Zo valt op dat op nogal wat bouwopschriften juist niet gezegd wordt wat het voor een gebouw is. Dat blijkt dus vaak irrelevante informatie te zijn geweest voor de mensen in de oudheid zelf. Dat dit archeologen tot wanhoop zou drijven, was de Romeinen een zorg. Ze schreven wel voor de eeuwigheid, maar toch vooral voor hun eigen tijd.

Een mooi voorbeeld hiervan is de tempel van Saturnus tussen de Basilica Iulia en het Capitool of liever de Clivus Capitolinus. Zoals algemeen bekend rest van deze tempel nog het fronton op zes zuilen.

Op de architraaf staat het volgende opschrift:

(CIL, VI, nr. 937; http://www.manfredclauss.de/: EDCS-17301056)

SENATVS POPVLVSQVE ROMANVS
INCENDIO CONSVMPTVM RESTITVIT

Senatus populusque Romanus / incendio consumptum restituit

‘De senaat en het volk van Rome hebben (dit) hersteld nadat het door een brand verwoest was.’

Wat leert ons dit nu eigenlijk? Niet wat het voor een tempel is, niet wanneer en door wie het gebouwd is, alleen dat het ooit na een brand door de Senatus PopulusQue Romanus is hersteld. Maar welke brand dat geweest is, blijft ook onduidelijk. Gezien het feit dat gebouwen op het Forum (en tempels in het algemeen) met enige regelmaat afbrandden, is die informatie maar beperkt nuttig.

Elke Romein wist natuurlijk dat het om de tempel van Saturnus ging, dus die vermelding was volstrekt overbodig. Op het Leuvense stadhuis staat ook geen bordje ‘stadhuis’, om maar iets te noemen, en zeker geen oude aanduiding, want toeristische diensten plaatsen bordjes voor andere lieden dan de mensen voor wie de gebouwen eigenlijk bedoeld zijn.

Waar het in dit opschrift om ging was dat het initiatief voor de herbouw duidelijk genomen was door de Senaat en het Volk van Rome, met andere woorden: door de goeie ouwe senaat en dus niet in opdracht van een keizer.

Dat past op zich perfect in de derde-vierde eeuw, wanneer de keizers steeds vaker buiten de hoofdstad resideren en de senaat – net als de senatoriale adel – zich opnieuw opwerpen bij restauraties, nieuwe monumenten enz. Na een duidelijk keizerlijke fase, waarin de keizer bepaalde wat er gebouwd werd op het Forum, doet zich een nieuwe senatoriale fase voor.

Dat lost het probleem van de datering natuurlijk niet op en daar is dan inderdaad nog steeds enige discussie over. Het opschrift helpt niet alleen de archeologen niet, omdat er eigenlijk geen tastbare informatie in staat, maar het zadelt hen zelf met bijkomende problemen op.

De rest van de geschiedenis van dit complex dat uiteindelijk teruggaat tot het begin van de vijfde eeuw vóór Christus, blijft epigrafisch volledig buiten beeld. We zien alleen hoe de senaat met de bekende formule SPQR zijn autoriteit weer doet gelden.

Niet alle opschriften zijn zo lastig. Schuin tegenover de tempel van Saturnus staat het heiligdom voor Antoninus Pius en Faustina. Met een opschrift dat a) duidelijk zegt aan wie het heiligdom is toegewijd, en b) wie dat heeft opgericht, en c) dat nog volledig is ook.

(CIL, VI, nr. 1005; http://www.manfredclauss.de/: EDCS-17400007):

DIVO ANTONINO ET
DIVAE FAVSTINAE EX S. C.

Divo Antonino et / Divae Faustinae ex s(enatus) c(onsulto)

‘Aan de goddelijke Antoninus en de goddelijke Faustina op grond van een besluit van de senaat.’

Er lijkt geen vuiltje aan de lucht. Dat de naam van het keizerspaar hier vermeld is, heeft natuurlijk te maken met het feit dat het om een nieuw heiligdom gaat waarvan de toewijding niet per definitie sinds eeuwen al bekend was.

Bovendien helpt het om de herinnering aan een persoon te bewaren, als de naam vermeld wordt: een tempel voor de keizercultus zonder de naam des keizers schiet schromelijk te kort.

Aangezien het aan de senaat was voorbehouden een keizer(in) te vergoddelijken, is ook de vermelding van de senaat vanzelfsprekend en zonder bijbedoelingen.

Zoals gezegd: er lijkt geen vuiltje aan de lucht. Alleen schijn bedriegt, want dit is niet één opschrift, het zijn er twee. In de literatuur is steeds opnieuw te vinden dat de tempel in 141 werd opgericht voor Faustina die toen net gestorven is en dat na Antoninus’ dood de tempel ook aan hem werd toegewijd.

Dat wil zeggen dat de tweede regel ruim twintig jaar ouder is dan de eerste. Wie heel goed toekijkt, ziet kleine verschillen in de letters tussen de eerste en de tweede regel. Zo is met name de I in de tweede regel net iets langer en steekt deze ook boven de andere letters uit, terwijl dat in de eerste regel niet het geval is.

Enig probleem: hoe voor de hand liggend is het dat men dat eerste opschrift op het onderste stuk van de architraaf heeft gezet? Esthetisch is een plaatsing op de balk daarboven veel mooier. Is het Faustina-opschrift dan van plaats gewisseld of heeft men al vanaf het begin een mogelijke uitbreiding tot Antoninus Pius voorzien?

De archeologen mogen het zeggen. Dat is het heerlijke van classicus-zijn: als dit soort problemen echt onduidelijk of te ingewikkeld wordt, kunnen we het gewoon aan collega’s doorschuiven!

We steken het plein weer kriskras over en gaan naar de tempel van Vespasianus met het heerlijke opschrift:

(CIL, VI, nr. 938; http://www.manfredclauss.de/: EDCS-17301057):

[…]ESTITUER

r]estituer(unt/e)

‘hebben gerestaureerd.’

Dit opschrift is in alle onderdelen het tegendeel van het vorige, want a) het zegt niet aan wie het gebouw is toegewijd, b) of wie het heeft toegewijd en c) het is absoluut niet volledig.

Het is in strikte zin ook geen bouwopschrift; maar een restauratie-opschrift, net als dat op de Saturnustempel. Als we geen geluk hadden gehad, hadden we aan dit opschrift nu eens echt niets gehad, want dat een niet-genoemd gebouw eens ooit door onbekenden op een onbekend moment hersteld is, is weinig informatief.

Maar we hebben geluk. Ik weet dat ik als ik op het Forum rondwandel met mijn aantekenboekje waarin ik vlijtig opschriften noteer, voor de meeste bezoekers nogal als een zonderling moet overkomen, maar ik ben niet alleen.

Eén van de eerste toeristen in Rome van wie we een spoor hebben, deed dat al. Het gaat om de zogenaamde Anonymus Einsidlensis, de anonieme van Einsiedeln, waarbij dat laatste verwijst naar de Zwitserse abdij waar het handschrift dat deze Anonymus heeft vervaardigd bewaard wordt.

Deze man (vermoedelijk?) heeft in de negende eeuw een Romereis gemaakt en bij die gelegenheid allerlei opschriften genoteerd. Voor ons een geluk, omdat er toen veel meer rechtstond dan nu het geval is. En zo lezen we de volledige tekst:

(Einsiedeln, Stiftsbibliothek, ms. 326, f. 72v; zie https://www.e-codices.unifr.ch/de/description/sbe/0326):

diuo uespasiano augusto S.P.Q.R.
imp(eratores) caes(ares) seuerus (et) antoninus pii felic(es) aug(usti) restituerunt

‘De senaat en het volk van Rome voor de goddelijke keizer Vespasianus.
De keizers Severus en Antoninus hebben (dit) hersteld.’

Het ziet er zowaar naar uit dat we alles weten wat we weten moeten behalve het jaar waarin de bouw plaats had. Bovendien vermelden sommige klassieke teksten ook nog een wijding aan Titus die niet door het opschrift geschraagd werd. We weten ook niet of het opschrift vernieuwd is of wat de restauratie onder Septimius Severus inhield.

Dat laatste is overigens de archeologen sowieso niet duidelijk. Bevatte een oorspronkelijke tekst eventueel wel de naam van Titus? Gelukkig, ik werd al bang, maar er is nog genoeg te doen voor archeologen, oud-historici, classici en epigrafisten…

Maar in vergelijking met andere gevallen vertelt het opschrift relatief veel.

Eén klein punt nog. De afwezigheid van het slot van de uitgang van restituerunt is niet aan materiaalverlies te wijten: het gaat om een afkorting. Vandaar ook het gebruik van de haakjes zoals boven.

Vermoedelijk heeft men uit esthetische redenen beslist om deze uitgang –unt (of eventueel: -e) niet voluit te schrijven. Dat betekent dus ook dat de Anonymus Einsidlensis die uitgang spontaan heeft aangevuld en dat zijn transcriptie niet conform onze moderne standaarden was. Geen verwijt aan de Anonymus, maar het betekent wel dat zijn transcriptie niet noodzakelijk 100% getrouw is.

Nog een punt. (Anders maak ik mijn reputatie van iemand die het beter weet, niet waar…!). De aanduiding van Septimius Severus en Caracalla (= Antoninus) is ongewoon kort voor hun doen.

Voor Geta lijkt in de formule geen plaats, maar of dat het gevolg is van een verwijdering na de broedermoord of dat het nooit bedoeld was om dit te vermelden, blijft in het midden. Niets garandeert ons dat de Anonymus een weggebeitelde regel als een damnatio memoriae zou hebben herkend…

Zoals in het opschrift op de boog van Septimius Severus duidelijk te zien is (maar ook op nog tenminste drie andere plaatsen in de stad), hadden ze eigenlijk drie regels nodig voor hun titulatuur. Hier zijn ze uitermate bescheiden. Dat kan te maken hebben met het feit dat ze min of meer in hetzelfde register wilden blijven als Vespasianus.

Het contrast (en de lengte van het opschrift) mocht niet te groot zijn, anders schoot de interventie haar doel voorbij: een exuberant lange titulatuur van Septimius en Co zou ten voordele van Vespasianus werken. Bovendien leidt een lange tekst noodzakelijk tot kleine letters. En dan werd er ook een contrast geschapen, eveneens ten nadele van Severus.

De interventie van Septimius Severus had vooral tot doel zich op een centrale plaats in de stad, op het Forum, onder de aandacht te brengen, en door de verbinding met de positief te boek staande Flavische keizers, meer bepaald met Vespasianus, diens goede reputatie op zichzelf te doen afstralen.

Uit wat we van dit (dubbel)opschrift weten, is duidelijk dat de vermelding van Severus en Caracalla zeker even belangrijk was als die van Vespasianus. Voeg daarbij nog dat de expliciete vermelding van Caracalla ook dynastieke aspiraties vertoont – net zoals Vespasianus opgevolgd werd door zijn zoon, en er ontspint zich een betekenisvol verband.

Of zie ik nu te veel? Classici zijn uiteindelijk heel bekwaam in het te veel in een tekst lezen…

Via Francigena genomineerd als werelderfgoed

27 augustus 2019

Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Zwitserland en Italië dragen de bekende bedevaartroute Via Francigena bij de VN-cultuurorganisatie UNESCO voor als Werelderfgoed van de Mensheid. De route loopt doorheen vier landen en 650 kleine steden. Ze is al duizend jaar een van de belangrijkste bedevaartwegen in Europa. Vorig jaar werden 45.000 mensen officieel geregistreerd, die minstens gedurende zes of zeven dagen een deel van de route aflegden.

De ministeries van Cultuur uit de vier landen zullen de bedevaartweg in september gezamenlijk voordragen bij de UNESCO, de VN-organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. In Italië loopt de pelgrimsroute door de regio’s Emilia-Romagna, Lombardije, Piemonte, Ligurië, Lazio, Toscane en Valle d’Aosta. Vooral Toscane drong aan op de erkenning van de pelgrimsroute. Recent gaf ook het Italiaanse ministerie voor Cultuur groen licht voor die voordracht.

De Via Francigena werd tijdens de middeleeuwen druk gebruikt door de vele pelgrims op weg naar de Sint-Pietersbasiliek in Rome en al wie via Italiaanse havens zoals die van Puglia naar de heilige plaatsen in het Heilige Land op bedevaart gingen. Hij deed ook dienst als commerciële handelsroute voor goederen tussen Noord-Europa en het Oosten. Historisch vervulde de oude weg ook een brugfunctie tussen Angelsaksisch en Latijns Europa.

De rijke collectie in de bibliotheek van de Società Geografica Italiana

26 augustus 2019

Op de Caelius, Celio in het Italiaans, bevindt zich een zestiende-eeuwse villa omgeven door een weelderig park, de Villa Celimontana. Hier huist sinds 1926 de Società Geografica Italiana. Overal in Europa werden in de negentiende eeuw geografische instituten opgericht om nieuw ontdekte gebieden te exploreren en om de aardrijkskundige kennis te vergroten. Zo ook in Italië, waar het Italiaanse geografisch instituut werd opgericht in Firenze na de eenmaking van het land in 1867. In 1872 werd de Società Geografica Italiana naar Rome overgeheveld, waar ze nu nog steeds haar hoofdzetel heeft. Vandaag bezoeken we het park en het gebouw.

Het instituut heeft vandaag als doel wetenschappelijk onderzoek te promoten en bekend te maken bij een ruim publiek en de rijke collectie aan documenten te beheren. De Società Geografica Italiana bezit een schat aan documenten en beheert de belangrijkste gespecialiseerde collectie in Italië en één van de belangrijkste in Europa. De bibliotheek van het instituut telt ongeveer 40.000 boeken en 2.000 tijdschriften, duizenden zeldzame uitgaven, honderden oude landkaarten en atlassen. In de cartotheek worden ongeveer 250.000 landkaarten bewaard, antieke en moderne, waaronder een zeldzame collectie Chinese en Japanse handgetekende kaarten. In het fotografisch archief zijn meer dan 400.000 fotografische documenten opgeslagen die zowat alle gebieden ter wereld beslaan.

In het historisch archief bewaart men brieven, reisdagboeken en tekeningen van ontdekkingsreizigers. Zo bezit het archief onder meer originele documenten van ontdekkingsreiziger Giacomo Bove, die in 1878 deelnam aan de expeditie naar de noord-oostelijke doorvaart, en van Pietro Savorgnan di Brazzà, die in 1880 Brazzaville stichtte. Met het oog op politieke en economische expansie zette het instituut zelf ook expedities op naar Afrika in 1869-1870, naar de grote meren rond de evenaar in 1876 en later naar Centraal-Azië en Zuid-Amerika.

Het terrein waarop de villa staat, bestond in de middeleeuwen uit moestuinen en wijngaarden. Omstreeks 1550 kocht Giacomo Mattei het domein als bruidsschat voor zijn dochter Claudia, de echtgenote en nicht van Ciriaco Mattei. Deze telg van de familie Mattei begon met een grootschalige herinrichting van de tuinen die 30 jaar duurde. Hij legde drie geheime tuinen aan met antieke beelden en fonteinen, bosjes met beschilderde dierenbeelden, nymphaea en paviljoenen met volières, daarbij diep in de buidel tastend.

De werkzaamheden begonnen in 1572, maar met de bouw van het casino werd pas enkele jaren later gestart, in 1577, door Jacopo Del Duca, een leerling van Michelangelo. Uit die periode dateren ook de terrassen met de hangende tuinen en het ‘amfitheater’, eigenlijk meer een klein ‘circus’, met zitplaatsen en een grasveld. In het centrum van het amfitheater stond een obelisk, waarover zo meteen meer. Er werd ook een tweede gebouw opgetrokken, een loggia, om de rijke kunstcollectie van de eigenaar in onder te brengen. Vôôr de loggia lag een labyrint.

Bij de dood van Ciriaco Mattei erfde zijn zoon Gian Battista het domein. Hij breidde het gebouw uit met vijf nieuwe zalen en maakte er zijn privéresidentie van. Hij kocht tevens de aanpalende terreinen om de tuin te vergroten. De plafonds van de nieuwe vertrekken liet hij met fresco’s beschilderen door kunstenaars die lid waren van de Accademia di San Luca. De werken waren klaar in 1623. Na de dood van Gian Battista ging het domein over op de broer van Ciriaco en daarna op zijn zoon Girolamo, die op zijn beurt aanpalende terreinen kocht en twee fonteinen liet aanleggen. Van deze fonteinen, ontworpen door Bernini, is helaas niets bewaard gebleven.

In 1552 werd de villa voor het eerst opengesteld voor het publiek ter gelegenheid van de bedevaartstocht langs de zeven kerken (Sint-Pieters, Sint-Paulus-buiten-de-muren, Sint-Jan van Lateranen, Santa Maria Maggiore, San Lorenzo, San Sebastiano aan de Via Appia en Santa Croce in Gerusalemme). Halverwege de tocht, na het bezoek aan de San Sebastiano, hielden de gelovigen halt in het amfitheater van de villa waar ze konden uitrusten en eten.

De picknick werd aangeboden door paters die de bedevaarders voorzagen van een homp brood, wijn, een ei, twee plakjes salami, een stuk kaas en twee appels per persoon. Het opvangen van maximaal 3.530 bedevaarders vroeg een grondige voorbereiding en organisatie. De hiërarchie tussen de gelovigen werd strikt nageleefd, het amfitheater zelf was voorbehouden aan kardinalen en prelaten, op minder goede plaatsen zat de adel en op het grasveld en de paden alle anderen. De verschillende zones waren afgesloten met een rieten hekwerk, dat werd gesloten nadat iedereen binnen was en met paaltjes met genummerde bordjes. De traditie van de pelgrimstocht langs de zeven kerken werd nieuw leven ingeblazen door Filippo Neri en bleef bestaan tot de jaren 1800.

Op het grasveld voor het palazzo Mattei in het midden van het amfitheater stond een Egyptische obelisk van Ramses II (1290-1233 v. Chr.), een kadootje dat Ciriaco Mattei in 1582 van de senaat kreeg voor zijn verdiensten. Het was deze obelisk die tot de jaren 1500 op de grond lag bij de Santa Maria in Aracoeli op Piazza di Campidoglio. Prins Manuel Godoy (waarover straks meer) verplaatste de obelisk naar haar huidige positie.

Volgens een gruwelijk verhaal, gepubliceerd door Costantino Maes in 1885, zouden tijdens die verplaatsing onder de obelisk twee geamputeerde mensenhanden achtergebleven zijn… Bij het neerlaten van de obelisk op haar sokkel zou één van de touwen waaraan de obelisk hing, gebroken zijn waarna de handen van een arbeider geplet en afgerukt werden. In 2008-2009 werden de obelisk en de sokkel echter gerestaureerd en werden er … geen handen gevonden. Volgens nog een andere legende zou de bol op de top van de obelisk de as van keizer Augustus bevatten. Ook dat is een verhaal dat volledig aan de fantasie ontsproten is.

Vanaf de jaren 1800 veranderde de villa verschillende keren van eigenaar en werden de tuinen meermaals heraangelegd. De Spaanse prins Manuel Godoy y Alvàrez de Faria, die de villa bezat van 1813 tot 1830, richtte de tuinen opnieuw in en legde een Engelse tuin aan, waarbij helaas wel de originele zeventiende-eeuwse inrichting verloren ging. Daarna kwam het domein in handen van de Nederlandse prinses Marianne van Oranje-Nassau, de jongste dochter van Willem I, die er woonde met haar partner en zoontje.

De prinses was de kunst genegen, ze liet zich omringen door Nederlandse schilders en artiesten en ze legde een grote kunstcollectie aan. Ze had ook veel belangstelling voor de oudheid. Zo liet ze opgravingen uitvoeren op de hellingen van de villa, waarbij verschillende graven werden blootgelegd. Toen de prinses de villa verliet om zich terug te trekken in haar kasteel aan de Rijn, nam ze haar kunstcollectie mee.

In 1857 ging de villa over naar prinses Laura di Bauffremont die er een landschapspark liet aanleggen. In 1869 kocht de Beierse baron Riccardo/Richard Hoffmann het domein, hij woonde er samen met zijn Amerikaanse vrouw en hun zoon. Hij liet de fruitbomen van de zeventiende-eeuwse Italiaanse tuin verwijderen om plaats te maken voor een romantische tuin.

Op het terrein voor het gebouw werd een Romeinse mozaïek uit de derde eeuw na Christus ontdekt. Die werd tijdens de verbouwingen in de negentiende eeuw ingewerkt in de vloer. In de mozaïekzaal werd het plafond in 1621 beschilderd door Andrea Lilli. In het middendeel is de Lente afgebeeld, die de vaas van Apollo krijgt in het bijzijn van Juno, geflankeerd aan de zijkanten door de Herfst en de Lente

Maar omdat de baron de Duitse nationaliteit had, werd de villa in de Eerste Wereldoorlog geconfisqueerd en ging ze over naar de Italiaanse staat. De stad Rome stelde Villa Mattei Celimontana open voor het publiek als openbaar park. De oppervlakte van het park is 110.000 m². Met het oog op de openstelling werden de belangrijkste beeldhouwwerken in 1923 weggehaald en naar het Museo Nazionale Romano gebracht. In 1926 werd het palazzo aan de Società Geografica Italiana geschonken. De toegangspoort die de ingang vormt van Villa Celimontana is die van de in 1885 verwoeste villa Giustiniani Massimo. .

Società Geografica Italiana

Palazzetto Mattei in Villa Celimontana

Ingang: Via della Navicella 12, Rome

Ga op virtueel bezoek in het gebouw: www.observo360.com

Dit artikel is een bijdrage van clublid ANN DE LATTER

Italië wint Internationaal Vuurwerkfestival in Knokke-Heist

26 augustus 2019

Italië is door de jury uitgeroepen tot winnaar van het 40ste Internationale Vuurwerkfestival van Knokke-Heist. Het beroemde vuurwerkbedrijf Giuliani Fireworks uit Rome maakte een hoogstaande indruk met hun show Fantasy World. De muziek van de show was gedurfd, een artistieke keuze van filmische muziek. Hun gevoel voor synchronisatie, afwisseling en prachtige vuurpijlen waren volgens de jury doorslaggevend. Naar schatting 150.000 mensen bezochten dit jaar het Internationaal Vuurwerkfestival. Volgend jaar vindt het evenement plaats op 17, 19, 21, 23 en 25 augustus, telkens om 22 uur op het strand aan de Meerlaan in Knokke-Heist.

Piazza del Popolo wordt verlicht telkens een baby wordt geboren

24 augustus 2019

Een openbaar straatkunstproject van Alberto Garutti in samenwerking met het Museo Nazionale delle Arti del XXI secolo (MAXXI) laat op Piazza del Popolo alle straatlampen ontbranden en gedurende een aantal seconden pulseren telkens in het Gemelliziekenhuis in Rome een kindje wordt geboren. De opflakkerende lampjes staan symbool voor de plotselinge en oprechte emotie die de geboorte van een baby opwekt.

Het kunstproject Ai Nati Oggi (aan wie vandaag geboren is) van Alberto Garutti verbindt de straatlantaarns van het plein met de kraamafdeling van de Policlinico Universitario Agostino Gemelli IRCCS. Elke keer dat het licht pulseert, betekent dit dat een kindje werd geboren.

Concreet wordt bij elke geboorte op een knop gedrukt, waarbij het lampensysteem op Piazza del Popolo in werking treedt. De lichtintensiteit zal geleidelijk verhogen, pulseren en na ongeveer dertig seconden terugkeren naar het normale niveau. Met grote geprojecteerde letters in reliëf wordt meer uitleg over het project gegeven.

Garutti haalt zijn kunstprojecten vaak vanuit musea naar de stedelijke context om een publieke betrokkenheid te creëren. De kunstenaar verkocht zijn installatie die in 1998 werd gebouwd al aan verschillende materniteiten in het buitenland. Onder meer de ziekenhuizen in Gent pakten er reeds in 2011 mee uit. De installatie is ook te zien in Istanbul en Moskou. Het kunstproject op Piazza del Popolo werd vorige maand ingehuldigd door burgemeester Virginia Raggi en blijft nog tot 1 december actief.

Voor wie zich afvraagt hoelang er moet gewacht worden om de installatie in werking te zien: dat zou in principe niet te lang mogen duren. In het Gemelli-ziekenhuis worden ieder jaar ruim vierduizend kinderen geboren, dat zijn er gemiddeld elf per dag. Wanneer je een wandeling maakt op Piazza del Popolo is er dus een redelijke kans dat je een “geboorte” kan meemaken.

President Mattarella koopt tijd tot dinsdag

23 augustus 2019

In een poging om de ontslagnemende regering een doorstart te laten maken koopt de Italiaanse president Sergio Mattarella wat tijd. De partijleiders krijgen tijd tot dinsdag 27 augustus om op zoek te gaan naar een nieuwe parlementaire meerderheid.  Dinsdag volgt een nieuwe consultatieronde tussen de president en de politici. Daarna beslist Mattarella of de installatie van een tijdelijke regering bestaande uit een nieuwe coalitie mogelijk is of dat er nieuwe verkiezingen moeten komen. Wellicht kan ook een tijdelijke regering bestaande uit technocraten worden gevormd, dat zorgde in het recente verleden ook al eens voor een oplossing. De regering van Giuseppe Conte, die nu net als de Belgische regering in lopende zaken is, was al de 65ste sinds Italië in 1946 een republiek werd.

De actuele regeringscrisis ontstond toen premier Giuseppe Conte dinsdag het ontslag van zijn  regering indiende. De voorbije dagen sprak de president met alle betrokkenen, maar tot dusver zonder veel resultaat. In een poging om Matteo Salvini van Lega schaakmat te zetten probeerden de MoVimento 5 Stelle of de Vijfsterrenbeweging en de Partito Democratico of de Democratische Partij de voorbije dagen uit te zoeken of ze samen een coalitie kunnen vormen.

De kans dat dit zal lukken is echter zeer klein. Het water tussen beide partijen is zeer diep. De voorbije jaren lieten ze geen van beiden een kans onbenut om zware kritiek te leveren op elkaar. Een toenadering tussen de aartsrivalen ligt dus zeker niet voor de hand. Maar om Salvini buitenspel te zetten, de man die verantwoordelijk wordt geacht voor het opblazen van de onwaarschijnlijke coalitie tussen Lega en de  Vijfsterrenbeweging is misschien veel mogelijk. Het zou Matteo Salvini degraderen van één van de leidende figuren in de regering tot oppositieleider.

Er is alleszins een spannende week op komst in Italië, temeer omdat er weinig tijd rest. Italië moet half oktober de begroting voor 2020 voorleggen aan Europa. Het land moet liefst 23 miljard extra bezuinigen. Als dat niet lukt treedt automatisch een btw-verhoging van 22 naar 25 procent in werking, een maatregel die de Italianen financieel pijn zou doen en een heleboel ontevreden kiezers zou opleveren. Dat scenario wil men dus in ieder geval proberen te vermijden. Daarom is de komst van een overgangsregering niet ondenkbaar: een neutrale groep technocraten die Italië moet behoeden voor financiële rampen tot nieuwe verkiezingen op een gunstiger moment mogelijk zijn.

Reconstructie van de uitbarsting van de Vesuvius in 79

23 augustus 2019

In het nieuwe nummer van het magazine Kijk dat vanaf vandaag tot en met 18 september in de winkel ligt, staat een reconstructie van de vulkaanuitbarsting in Pompeï die bijna 2000 jaar geleden de hele omgeving rond de Romeinse stad onder een dikke laag vulkanische as bedekte. Daarbij vielen zeker 20.000 doden, deels door een regen van as en brokstukken en deels door levensgevaarlijke ‘gloedwolken’. Nog steeds stuiten wetenschappers op nieuwe aanwijzingen over het verloop van deze klassieke catastrofe.

Een doodnormale zomerdag op de Vesuvius. In het pittoreske Romeinse stadje Pompeï stallen bakkers hun broden uit op de markt en leiden priesteressen een mis op het altaar voor de tempel van Apollo. In het amfitheater vechten gladiatoren tijdens de zoveelste spelen, de badhuizen zitten stampvol rijke Romeinen. Niks aan de hand – totdat de grond weer eens trilt. Mensen kijken even op, maar ach, aardbevingen zijn in de vulkaanrijke regio Campanië niet ongewoon, dus iedereen gaat weer over tot de orde van de dag, onwetend van de rampspoed die hen nog dat etmaal zal treffen.

De grote uitbarsting van de Vesuvius, waarbij de stadjes Pompeï en het nabijgelegen Herculaneum onder een laagas en lava bedekt werden, spreekt nog steeds tot de verbeelding. Het geweld waarmee de vulkaan de vallei in Campanië overrompelde, is tot vandaag voer voor schrijvers en filmregisseurs. Het drama intrigeert ook wetenschappers; geologen en anderen doen nog steeds onderzoek naar de grote klap. Over wat we de afgelopen jaren te weten zijn gekomen over deze beruchte eruptie lees je meer in Kijk nummer 9/19.