Een caleidoscopische geschiedenis van een stad in het hart van de westerse beschaving

Net vóór de zomervakantie verscheen bij Karakter Uitgevers de Nederlandse vertaling van ‘Rome – Eternal City’ van Ferdinand Addis, een boek dat voor het eerst in november 2017 in het Engels werd uitgebracht. De titel is uiteraard niet bijster origineel en het is ook niet de eerste keer dat die voor een boek wordt gebruikt, maar dit nieuwe boek is een stevige publicatie van bijna zevenhonderd pagina’s waarin de eeuwenlange epische geschiedenis van Rome in een aantal verhalen wordt gebundeld en tot leven wordt gebracht.

Het intrigerende portret van onze lievelingsstad wordt tot leven gebracht in 22 hoofdstukken die pakweg 2500 jaar geschiedenis op een geheel nieuwe wijze beschrijven. Elk hoofdstuk is een essay van tot de verbeelding sprekende en verhalende autonome geschiedenis, of het nu de moord op Julius Caesar, de grootschalige verwoesting van de stad door de Galliërs en de heropbouw vanaf 387 v. Chr., de bouw van het Colosseum en het lot van de gladiatoren, Bernini’s werk aan de Sint-Pietersbasiliek, de brute verpulvering van de droom voor een republiek in 1849, de sinistere aftakeling van Mussolini’s eerste staat, of het betoverende maar corrupte Rome uit Fellini’s La dolce vita betreft. Clublid Jef Abbeel schreef een recensie.

De auteur van het boek, de jonge Britse classicus Ferdinand Addis, raakte gefascineerd door Rome sinds hij als tiener kennismaakte met het werk van Livius. Hij studeerde klassieke talen aan de Universiteit van Oxford, werkte daarna in de film- en journalistieke wereld en begon vervolgens over geschiedenis te schrijven. Hij woont met zijn vrouw en dochter in Oost-Londen.

Met veel enthousiasme vertelt hij in dit boek de geschiedenis van Rome vanaf 753 v. Chr. tot de Jodenvervolging van 1943 (en de naoorlogse films van Fellini). De jongste 75 jaar ontbreken dus helaas, alsof de eeuwige stad ophield te bestaan op 19 oktober 1943, samen met de verschrikkelijke dood van de duizend Italiaanse Joden die toen opgepakt werden.

Het Verdrag van Rome, waarbij in 1957 de Europese Gemeenschap werd opgericht, komt dus niet ter sprake. En ook niet wat er nadien in Rome en Italië gebeurde. Addis geeft ook geen volledige geschiedenis van de stad: hij pikt er 22 hoogtepunten uit die vaak voorspelbaar zijn.

Wolvin

Zijn verhaal begint dus met de mythische datum van de stichting van Rome: de heuvels, de Tiber, de wolvin, de culturele invloed van de Grieken, het conflict tussen Romulus en Remus, kortom: meer mythes dan geschiedenis.

Dan maakt de auteur meteen een sprong naar de vierde eeuw v. Chr.: de invallen van de Kelten/Galliërs. In 387/386 v. Chr. plunderden zij Rome en vertrokken ze met een afkoopsom van 327 kilo goud (nvdr.: de huidige waarde zou zowat 14 miljoen euro bedragen). Voor Rome was dit een vernedering. Maar zo volgden er nog.

Tweede Punische oorlog

Het derde hoofdstuk gaat over de Punische oorlogen en over het Grieks en Romeins theater. De Eerste Punische oorlog wordt nauwelijks vermeld, de Derde helemaal niet. Over de Tweede vertelt Addis alsof hij er zelf bij was en hij doet dit aan de hand van ‘Poenulus’, de kleine Carthager, een komedie van tijdgenoot Plautus (251-184 v. Chr.).

In hoofdstuk 4 worden de Gracchen (133-121 v. Chr.) geprezen. Zij werden allebei vermoord omwille van hun inzet voor het volk. Ook hier lijkt het alsof Addis getuige was van hun optreden en van de moordpartijen. En ook ditmaal lezen we een boeiend verhaal, voorzien van veel drama, empathie en pittige details. In het vijfde hoofdstuk krijgen we weer veel drama: de samenzwering van Catilina, de moord op Caesar die in geuren en kleuren beschreven wordt en het einde van de republiek.

Het volgende deel gaat over Augustus, maar dan wel met een kleine omweg: de dichter Ovidius en zijn Ars Amatoria/de kunst van het beminnen. Addis noemt Vergilius de grootste Romeinse dichter, maar zegt niet waarom hij toch voor Ovidius kiest. Wellicht omdat zijn leven pittiger, losser en minder conformistisch was en omdat hij door Augustus verbannen werd, wellicht om zijn zedeloos gedrag en zijn Ars Amatoria, alsof Augustus zich wel zedig gedroeg.

Nero

Keizer Nero is de held van hoofdstuk 7, waarin ook het Jodendom en christendom ter sprake komen. Ook Nero’s Domus Aurea en zijn muzikale ambities komen aan bod. Hij dwong zijn leermeester Seneca tot zelfmoord. De wrede vervolging van de christenen neemt meer plaats in dan de brand van 64 na Chr.

De inwijding van het Colosseum in 80 na Chr. is het thema van het volgende hoofdstuk. Addis beschrijft hoe het grootste amfitheater ter wereld gebouwd en nagevolgd werd, waar men de dieren haalde, hoe dieren en mensen genadeloos afgeslacht werden en hoe succesvolle gladiatoren door vrouwen bewonderd werden.

Vervolgens maakt de auteur een sprong van de eerste naar de derde eeuw: naar de excentrieke keizer Elagabalus, beter bekend als Heliogabalus (218-222). Op zijn veertiende werd hij al keizer. Door zijn losbandige leven werd hij snel gehaat en vermoord. In 193 waren er vijf keizers, een nieuw record en nog meer dan de vier van 69 na Chr. Ook mensen uit Noord-Afrika (Libië) en Klein-Azië (Syrië) konden keizer en keizerin worden.

Milvische brug

In hoofdstuk 10 zitten we al in de vierde e euw: de slag bij de Milvische brug (312 na Chr.). Sinds 271 werd het Romeinse Rijk bedreigd door Goten, Vandalen, Franken, Bourgondiërs en Alemannen. Verschillende keizers werden door hun eigen soldaten vermoord. Diocletianus verdeelde het rijk onder vier keizers.

Twee van hen, Constantijn en Maxentius, vochten aan de Tiber om de macht in het Westen. Maxentius verloor en kwam om in de Tiber. De auteur maakt hier een sprong terug in de tijd naar de eerste eeuw: de apostel Paulus en naar de christenvervolging tijdens de tweede en de derde eeuw. Constantijn maakte een einde aan deze vervolgingen na zijn overwinning van 312.

Belisarius

Daarna bevinden we ons in de zesde eeuw, met een terugblik op de Hunnen, Ostrogoten, Visigoten, Vandalen en Germanen die het Romeinse Rijk verder vernietigd hadden. In 537 werd in Rome hevig gevochten tussen de invallende Goten en Belisarius, generaal van Justinianus. Belisarius won, heroverde tijdelijk gans Italië, maar Rome was definitief in verval en werd tien jaar later toch door de Goten ingenomen.

In het volgende hoofdstuk komen we terecht in de periode van de achtste tot tiende eeuw. De Arabieren hebben dan een groot deel van het vroegere Romeinse Rijk in handen en islamitisch gemaakt. In 732 werd hun opmars stopgezet door de Franken (Karel Martel) bij Tours en Poitiers.

In 800 liet Karel de Grote zich tot keizer kronen in de Sint-Pietersbasiliek: het westen had weer een keizer, maar een Frankische. Van Rome bleven slechts ruïnes over. De pausen gedroegen zich decadent. Duitse koningen trokken nog wel naar Rome om er keizer gezalfd te worden van het Heilig Roomse Rijk.

Petrarca

Vervolgens heeft Addis het over de pelgrims die in de dertiende eeuw uit heel West-Europa en zelfs uit IJsland kwamen. En over processies waarbij de pausen geld uitdeelden aan de armen. Het Kerkelijk Recht nam definitief zijn vorm aan en de macht van de paus nam toe.

Met de dichter Petrarca belanden we in de veertiende eeuw. Paus Clemens V was in 1309 uitgeweken naar Avignon, waar het Palais des Papes, het grootste gotische gebouw uit de Middeleeuwen, nog aan deze tijd herinnert. Petrarca riep hem tevergeefs op om terug te keren en van Rome weer caput mundi/de hoofdstad van de wereld te maken.

Borgia’s

I n 1348 stierf de helft van de Europese bevolking aan de pest, die door een schip met ratten en vlooien overgebracht was van de Zwarte Zee. Bovendien werd Rome in 1349 getroffen door een zware aardbeving. De stad zou nooit meer de heerser van de wereld zijn. De Borgia’s zorgen voor amusement in hoofdstuk 15.

Rome krioelde in de vijftiende en de zestiende eeuw van de prostituees. Er woonden genoeg mannen zonder vrouw: pelgrims, diplomaten, juristen, priesters, soldaten, … De Borgia’s, afkomstig uit Catalonië, leverden kardinalen en pausen die vrouwen en kinderen hadden en hun kinderen al op hun vijftiende tot bisschop benoemden. In Rome werd veel gefeest, maar ook veel gemoord.

Michelangelo

Dan komen we bij Michelangelo. Napels was toen met 200.000 inwoners vier keer zo groot als Rome. Ook Milaan, Firenze en zelfs Palermo telden meer inwoners. Maar Rome had meer ruïnes en meer kunstenaars, onder wie Michelangelo, die van Firenze naar Rome was verhuisd en daar onder meer het indrukwekkende plafond van de Sixtijnse kapel schilderde en in 1506 toevallig aanwezig was bij de opgraving van de Laocoön-groep, één van de grootste meesterwerken uit de oudheid.

De plundering van Rome in 1527 is het hoofdthema van het volgende hoofdstuk, waarin de auteur ook vertelt over Luther, de bitsige strijd tussen Frans I van Frankrijk en keizer Karel V, andere andere om Milaan.

De Medici-paus had zijn sympathie betuigd voor Frans I en werd daarvoor bestraft: barbaarse troepen van de keizer trokken plunderend, moordend en verkrachtend door Rome. Van de ca. 90.000 inwoners bleven er slechts 30.000 over. Het was erger dan bij de Goten of Vandalen.

Bernini

Bernini is de centrale figuur van het volgende onderdeel in het boek. Hij maakte in Rome prachtige beelden en ook de colonnades rond het Sint-Pietersplein, in 1629 het duurste bouwproject van Europa. Ook de Vierstromenfontein (1651) in het midden van Piazza Navona is van hem.

Daarna belanden we in de achttiende en negentiende eeuw. Toeristen en historici uit vele landen bezochten en beschreven de stad en hadden vooral oog voor … de Cloaca Maxima, de grote, overdekte riolering. Enkele namen: Gibbon, Winckelmann, Goethe, Lord Byron, Shelley. Addis citeert fragmenten van hen.

Garibaldi

Garibaldi mocht in het boek niet ontbreken. Ook nu is zijn naam nog aanwezig in straten en pleinen van elke gemeente in Italië, net zoals die van zijn medestanders Mazzini, Cavour en Vittorio Emanuele II. Zij droomden van een eengemaakt Italië en verwezenlijkten dat ook tussen 1860 en 1870. Vervolgens gaat het over Mussolini. Zijn naam is niet meer te vinden in de straten en pleinen, enkel nog in zijn mausoleum in Predappio.

Addis heeft het hier opnieuw over de Joden, die sinds 63 v. Chr. in Italië woonden. De Joodse Margherita Sarfatti was de favoriete minnares van de Duce en had lange tijd veel invloed op hem. Zowel Mussolini als de pausen kozen Joden als hun arts. Vele minnaressen passeren de revue, waaronder Clara Petacci: zij was 21, hij 50. Op 16 oktober 1943, na de val van Il Duce (25 juli 1943),vond een razzia plaats, waarbij duizend Joden opgepakt en nadien gedood werden. 15.000 Joden konden ontsnappen in schuilplaatsen van paus Pius XII, nog eens duizenden zaten elders ondergedoken.

Fellini

Federico Fellini en zijn films mogen het boek afsluiten. Dit hoofdstuk begint met het einde van Mussolini en van het fascisme. De armoede na de oorlog ging gepaard met de opbloei van de Italiaanse film, die deels met Marshallhulp gefinancierd werd. Addis bespreekt de schoonheid van de films van Fellini en hun achtergronden. De laatste, La Dolce Vita, is van 1960. In dat jaar eindigt het boek dus helaas. Er volgt nog een uitgebreide bibliografie en een register.

Conclusie

Addis heeft een knap en veelzijdig werk geleverd. Hij kent niet enkel de geschiedenis van Rome door en door, maar ook de literatuur, de kunst, het dagelijks leven, de zeden, enz. Hij schrijft een meeslepend barok epos, prachtig proza met veel literaire omwegen zoals de komedie van Plautus om over Hannibal te vertellen en de subversieve liefdesgedichten van Ovidius om Augustus te beschrijven.

Het is geen exhaustieve historiografie, maar een selectie en zeker zozeer een boek voor liefhebbers van literatuur en poëzie als voor historici: die vinden teveel lacunes en onvoldoende structuur. De chronologische volgorde wordt geregeld doorbroken door sprongen terug in de tijd: bij de Gracchen bv. gaat het ook over gebeurtenissen en fabels van 400 jaar eerder. De lezer moet dus soepel kunnen omspringen met deze schrijfstijl en heeft best al wat voorkennis over de geschiedenis van Rome.

In de bibliografie mis ik Matthew Kneale, ‘Rome. Een geschiedenis van de stad in zeven plunderingen’. Ik mis ook een kaart met de vele plaatsnamen van de veldslagen: de lezer moet er zijn historische atlas bij nemen. De foto’s zijn heel mooi, maar in de tekst wordt er niet naar verwezen. Het woord ‘taal’ is in de meeste talen vrouwelijk, dus niet ‘hij’ (p. 25). Hier en daar staat een drukfout: vertelde(n) de bondgenoten (p. 456), verwelkomende (p. 463) i.p.v. verwelkomden. En als Rome in 1506 maar 50.000 inwoners telde, kon het er in 1527 geen 90.000 hebben …

Rome – Eeuwige stad
Een caleidoscopische geschiedenis van een stad in het hart van de westerse beschaving¨
Auteur: Ferdinand Addis
Taal: Nederlands.
Vertaling van ‘Rome – Eternal City’, door Joost Zwart
Aantal pagina’s: 672, plattegronden, foto’s, bibliografie, register
Afmetingen: 24 x 16 x 6 cm, hardcover
Eerste druk: 26 juni 2019
Uitgever: Karakter Uitgevers bv
ISBN 978 90 452 1842 7
Prijs: 39,99 euro

Deze recensie is een bijdrage van clublid JEF ABBEEL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.