Archive for 6 september 2019

Fontein van de Najaden hersteld en opnieuw in gebruik genomen

6 september 2019

De Fontein van de Najaden op Piazza della Repubblica was lange tijd buiten gebruik en dat had alles te maken met de restauratie van het monument. De fontein uit 1885 kampte met allerlei problemen. Zo kreeg het metrostation Repubblica af rekenen met insijpelend water. Ook de fraaie beelden van de fontein die in 1897 werden voltooid door de Siciliaanse kunstenaar Mario Rutelli hebben het in de loop der tijd zwaar te verduren gehad. De toenemende vervuiling door uitlaatgassen en smog heeft de Najadenfontein ondanks een paar eerdere opknapbeurten geen goed gedaan.

Vandaag staan de sculpturen van de waternimfen er weer stralend bij. De figuren vertegenwoordigen de nimfen van de meren, rivieren, oceanen en ondergrondse waterbronnen, terwijl Rutelli in 1913 ook nog de zeegod Glaucus toevoegde met een dolfijn uit wiens mond de centrale waterstraal van de fontein komt. De fontein kreeg ook een nieuwe en aangepaste ledverlichting. De renovatie werd uitgevoerd door het nutsbedrijf Acea.

Het overvloedige water van de Fontana delle Naiadi komt uit de Sabijnse heuvels via een aquaduct, de Aqua Marcia uit 144 v. Chr. De huidige fontein vervangt de eenvoudige Acqua Pia-fontein die Pius IX (1846-1878) hier destijds liet plaatsen. Dat was meteen het laatste monument in Rome dat door een paus werd onthuld. Dit gebeurde op 10 september 1870, dus slechts tien dagen voordat de nationalistische troepen de stad binnentrokken.

Net als een aantal van zijn voorgangers was ook paus Pius IX bezig met de reconstructie en de financiering van een oud Romeins aquaduct, dit om het heerlijke heldere water net zoals in de oudheid terug naar de stad te brengen. De Aqua Marcia was in de zesde eeuw zwaar beschadigd door de Goten en bleef sindsdien ongebruikt. Pius IX herstelde het aquaduct opnieuw in ere.

Het beheer van het nieuwe aquaduct werd in 1868 toevertrouwd aan het speciaal hiervoor opgerichte bedrijf Acqua Pia Antica Marcia SpA, waarvan het opschrift en het logo nog steeds terug te vinden zijn op sommige fonteinen en riooldeksels. De nieuwe firma zou lange tijd één van de belangrijkste waterleidingbedrijven van de stad blijven.

De oorspronkelijke fontein werd ongeveer 80 m dichter bij het station Termini gebouwd dan de plek waar de Najadenfontein zich vandaag bevindt, ongeveer op de plaats waar vandaag het Monumento ai Caduti di Dogali staat, op de Via Luigi Einaudi. Deze fontein was eigenlijk niet meer dan een grote ronde kuip, met een uit rotsen bestaande rand waaruit een aantal waterstralen naar het midden sproeiden. Vanuit het centrum van de fontein spoten vijf waterstralen verticaal omhoog. De middelste straal kwam een stuk hoger dan de rest. De Aqua Pia-fontein beperkte zich echter tot een bescheiden beeldengroep, wat de leiders van het nieuwe Italië, met Rome als hoofdstad, voor een dergelijk centraal punt toch wat minnetjes vonden.

Daarom kreeg de Siciliaanse beeldhouwer Mario Rutelli (1859-1941) opdracht een nieuwe fontein te ontwerpen. Eerder, in 1888, was het in het kader van een stadsontwikkelingsproject eigenlijk nodig om de fontein enkele meters te verplaatsen. Architect Alessandro Guerrieri ontwierp toen een nieuwe fontein met drie concentrische ronde koppen die op verschillende hoogtes moesten geplaatst worden op een achthoekige basis met afwisselend rechte en concave zijden en een centrale bassin. Vier leeuwen fungeerden als versiering. Het project werd echter afgekeurd en het ontwerp van Guerrieri werd nooit gerealiseerd.

Mario Rutelli verwijderde de beeldengroep (fritto misto genaamd) van de Aqua Pia. Die beelden zijn vandaag terug te vinden op Piazza Vittorio Emanuele, zuid-oostelijk van de Santa Maria Maggiore. Rutelli ontwierp vervolgens een indrukwekkend en vooral sierlijk geheel. Het centrale deel dat de Romeinen ‘uomo con il pesce in mano’ noemen, toont de visser Glaucus uit Boëtië, waarvan Ovidius vertelt dat hij na het eten van toverkruiden in zee sprong en door Oceanus onsterfelijk werd gemaakt.

Glaucus viste bij Anthedon en wierp zijn gevangen vissen in het gras. “De vis die op het gras gesmakt was begon te spartelen, zich om te wippen en op het land gelijk in het water te zwemmen”. Daarna springen al de vissen weer het water in, de kracht van een daar groeiend kruid had dat bewerkstelligd. Glaucus plukte het en kauwde erop, hij kreeg de vreemde trek van het land naar het water, hij duikelde in de zee en sprak negenmaal een ‘bezweer vers’ uit om zijn zondige vlees te reinigen en werd honderdmaal met verse rivieren overstelpt, hij viel in bezwijming en hierna had hij een groene baard, haarlokken die hij over de zee nasleepte, hoge schouders en blauwe armen, ineen gekrulde dijen en benen, met een gevinde vissenstaart. Hij was door de kracht van het wonderkruid in een zeegod herschapen. Vrij naar de Metamorfosen XXII, 5.

De visser op de fontein symboliseert de mens die de natuur in bedwang probeert te houden. De overige, meer suggestieve beelden, tonen vier bronzen najaden die op diverse ‘monsters’ rusten die symbool staan voor de verschillende wateren. Zo worden de zeeën voorgesteld door een zeepaard, de rivieren door een waterslang, de meren door een zwaan en de onderaardse rivieren en bronnen door een hagedis.

Najaden zijn waternimfen of in het algemeen vrouwen die het voorwerp zijn van erotische belangstelling of seksuele begeerte, en met zo’n thema moest je in het Italië van die tijd wel problemen krijgen. De onthulling van de fontein zorgde destijds dan ook voor heel wat opschudding. Het waren niet zozeer de naakten die de autoriteiten stoorden (de Romeinen waren sinds de oudheid wel wat gewoon) maar volgens een gemeenteraadslid uit die tijd was vooral de inderdaad nogal wellustige houding en uitdrukking van de najaden schokkend.

Conservatieven omschreven de beeldengroep openlijk als erotisch en immoreel, maar de gemeenteraad negeerde oproepen om de nimfen te verwijderen die konden rekenen op de bewondering van talrijke jonge Romeinse mannen. Journalisten uit die tijd smulden van het verhaal. Er verschenen veelzeggende commentaren in buitenlandse kranten, zoals ‘a new fountain in Rome, so spicy’ en ‘the gambolling nymphs which seem drawn from a naughty ‘belle epoque’ magazine’, …

Twee Romeinse zussen, die in hun tijd enige naam hadden gemaakt als zangeres, stonden model voor de najaden. Toen de voluptueuze vormen van de twee dames aan de openbaarheid zouden worden prijsgegeven, zorgde dat voor verontwaardigde reacties en moest de plechtigheid worden uitgesteld. We lezen in een artikel uit die tijd: ‘quattro signorine piuttosto in deshabillé per non dire in costume adamitico, e questo causo qualche piccolo problema con la pruderie dell’ epoca’.

De conservatieve vleugel in Rome, die de pauselijke wetten nog erg genegen was, slaagde erin om houten panelen rond de fontein te laten plaatsen, zodat de wellust uitstralende beelden niet langer zichtbaar zouden zijn. Dat wekte natuurlijk nog meer nieuwsgierigheid. Al gauw was het een komen en gaan van doorgaans jonge mannen die stonden aan te schuiven om tussen de kieren van de planken even naar de fontein te gluren. ‘Fatsoenlijk’ Rome stond op zijn kop. Enkele weken later braken jongeren die in Rome op stap waren de houten schutting gewoon af en gaven daarmee de fontein voorgoed terug aan de inwoners. Ook het beschermende hek dat in 1901 door de stad was geplaatst werd uiteindelijk verwijderd en daarmee kwam een einde aan alle ophef.

Al die gebeurtenissen hadden ervoor gezorgd dat de controversiële fontein in zowat heel Italië behoorlijk bekend was geworden. Koningin Margherita was zelfs zo benieuwd om de fontein in het echt te zien dat ze haar koetsier de opdracht gaf driemaal rond het kunstwerk te rijden zodat ze alles rustig kon bekijken. De koningin toonde daarbij openlijk haar waardering en keerde voldaan naar huis terug. Na die officiële blijk van goedkeuring heeft niemand ooit nog enige aanstoot genomen aan de beelden.

Als oudere dames bezochten de twee zussen die model hadden gestaan voor de waternimfen vrijwel dagelijks de fontein, volgens de verhalen mijmerend en op zoek naar hun verloren jeugd. Beeldhouwer Mario Rutelli kwam lange tijd elk jaar minstens één keer uit Sicilië naar Rome om zijn fontein nog eens te bezoeken en om met de beide dames te tafelen.

Mario Rutelli maakte ook het monument van Anita Garibaldi op de Gianicolo-heuvel. Francesco Rutelli, die van 1993 tot 2001 burgemeester van Rome was, en later als minister nog een rol zou spelen in de Italiaanse nationale politiek, is de achterkleinzoon van deze beeldhouwer.