Archive for oktober, 2019

Palazzo Canova, het voormalige atelier van de beeldhouwer

31 oktober 2019

Gisteren kon je lezen over een nieuwe tentoonstelling die in Rome begonnen is en werd opgebouwd rond de Italiaanse neoclassicistische beeldhouwer Antonio Canova. De kunstenaar besloot in 1779 van zijn geboorteplek Possagno, vlakbij Venetië, naar Rome te verhuizen.

Nadat Canova op een paar plekken had kennisgemaakt met het stadsleven (dankzij bemiddeling van de ambassadeur van Venetië woonde hij zelfs een tijdlang in het Palazzo Venezia) kocht hij in 1803 een gebouw op Campo Marzio, vlakbij de inmiddels verdwenen Ripetta-haven.

Hij bouwde er niet alleen zijn hoofdkwartier uit vanwaar talloze bestellingen vertrokken, maar ook zijn atelier waar hij met zijn medewerkers jarenlang actief was. Het gaat om het gebouw in de Via delle Colonette 26A-27. Canova kende al gauw veel succes en het duurde niet lang vooraleer hij ook de aanpalende panden kocht en die verbouwde die tot één geheel.

In 1806 voegde hij ook de aangrenzende huizen van een kloostergemeenschap toe aan zijn inmiddels tot een heus complex uitgegroeid verblijf, waardoor hij nog steeds op dezelfde plek een enorme studio kon uitbouwen, zijn ‘beeldhouwwerkplaats’, zoals Canova’s vriend en erfgenaam Antonio D’Este, het atelier omschreef.

Als hobby verzamelde Canova ook een heleboel archeologische artefacten die hij bestudeerde en die ook allemaal een plaatsje kregen in het gebouw. Een aantal van die fragmenten van beelden, architraven en sculpturen uit de oudheid zijn vandaag nog altijd te zien, ze zijn ingemetseld in de buitenmuren van het gebouw.

Bij de dood van de kunstenaar werd het pand zoals blijkt uit de plaquette die werd aangebracht op de gevel aan de huidige Via Canova, in 1822 als erfenis samen met het gereedschap van Canova, overgelaten aan Antonio D’Este, eveneens een beeldhouwer en naaste medewerker van Canova, en aan zijn zoon Alessandro.

In 1875 werd het huis geveild. Aanvankelijk werden er geen kopers gevonden, tot het ten slotte in 1880 toch gekocht werd door de schilder Archimede Tranzi. De volgende eigenaar was Lattanzi Leonida Arnaldo en daarna erfde zijn dochter het pand.

In 1912 vestigde de Unie van Kunstenaars zich in het gebouw en ook daarvan getuigt een plaquette. Let op de datum, 1 januari 2670, berekend vanaf de stichting van Rome (753 v. Chr.), wat overeenkomt met 1917.

De plaquette, ontworpen door architect Cesare Bazzani en uitgevoerd door Ettore Ferrari, wordt gedomineerd door de bronzen buste van Canova, gemaakt door Giuseppe Guastalla naar het model van het zelfportret van Canova dat bewaard wordt in de Accademia di San Luca.

Het gebouw aan de Via delle Colonnette is tegenwoordig eigendom van de familie Vitale-Giuliani, maar is omwille van zijn historische en artistieke verleden sinds 1953 beschermd door de Italiaanse Staat.

In 1978 opende in het pand een kunstgalerij. Tegenwoordig is het de thuisstudio van de kunstenaar Luigi Ontani en de thuisbasis van Loft Canova – Studio di Architettura van Pasquale Piroso en het communicatiebureau Pixell.

In de aanpalende straat, de Via Antonio Canova, bevindt zich op nummer 22 het gebouw waar de oven van de kunstenaar staat. Op die plek bereidde Canova zijn modellen in klei voor.

Sinds januari 2015 bevindt zich hier de culturele vereniging Canova22 die er een ontmoetingsplaats gewijd aan de hedendaagse kunst in Rome van maakte. De oven van Canova heeft een ronde vorm met drie laterale nissen en een centraal omhooglopend deel.

* Palazzo Canova, Via delle Colonnette 26A-27, Rome

* Canova 22, Via Antonio Canova 22, Rome

Antonio Canova palmt Palazzo Braschi in

30 oktober 2019

In Palazzo Braschi Museo di Roma is een grote tentoonstelling begonnen over de Italiaanse beeldhouwer en schilder Antonio Canova en zijn speciale band met de stad Rome. Tot zijn bekendste werken behoren Amor en Psyche, Theseus en de Minotaurus, Adonis en Venus, Hebe, De drie Graziën, het grafmonument van Maria Christina van Oostenrijk en het fantastische beeld van Paolina Borghese-Bonaparte als Venus Victrix. De tentoonstelling is te bezoeken tot 15 maart 2020.

Canova (1)

Het is niet de eerste keer dat in Rome een tentoonstelling over Antonio Canova te zien is, zelfs in Palazzo Braschi zijn werken van deze kunstenaar al eerder getoond geweest. Het is echter wel de eerste keer dat het beursgenoteerde evenementenbureau Arthemisia uitpakt met een expo rond Canova en dat is er aan te zien.

Arthemisia pakt de zaken doorgaans groot aan en dat is ook hier niet anders. Verspreid over liefst dertien zalen worden meer dan 170 kunstwerken van Canova en door hem geïnspireerde kunstenaars getoond, waarvan velen tijdelijk uitgeleend zijn door belangrijke Italiaanse en buitenlandse musea. De opstelling van de werken is soms oogstrelend.

De bruiklenen komen onder meer uit de Hermitage in Sint-Petersburg, de Vaticaanse en Capitolijnse Musea, het Gypsotheca – Museo Canova in Possagno, het Museo Civico di Bassano del Grappa, het Museo Correr di Venezia, het Museo Archeologico Nazionale di Napoli, de Accademie di Belle Arti di Bologna e di Ravenna, de Accademia Nazionale di San Luca, het Musée des Augustins di Toulouse, de Musei di Strada Nuova-Palazzo Tursi di Genova en het Museo Civico di Asolo, om er slechts enkele te vermelden. Dit enkel om te zeggen dat je hier een heleboel kunstschatten te zien krijgt die, nadat Canova ze maakte, nooit meer in Rome te zien waren.

Canova (3)

Canova. Eterna Bellezza is een erg rijke en informatieve tentoonstelling geworden, een absolute must voor de liefhebber. Hoewel de verlichting in Palazzo Braschi doorgaans nogal schaars is (de informatiebordjes zijn soms nauwelijks leesbaar) wordt ditmaal wel veel aandacht besteed aan een uitgekiende verlichting van de kunstwerken.

Sommige beelden staan op een langzaam ronddraaiend platform zodat je ze rustig langs alle zijden kan bekijken zonder zelf rond het beeld te moeten lopen. Ook leuk is dat je een beeld met (kunstmatig) kaarslicht kan verlichten, zodat je het kunstwerk kan bekijken zoals Canova het moet gezien hebben.

Je neemt gewoon een ‘kaarsje’ uit de rek (eigenlijk een staafvormig gloeilampje) en je kan daarmee rustig alle details van het beeld van naderbij belichten. Deze eenvoudige maar eigenlijk geniale ingreep dwingt je om tijd te maken om het beeldhouwwerk rustig te bekijken.

Antonio Canova (1757-1822 ) was een Italiaanse beeldhouwer en schilder en wordt algemeen beschouwd als de grootste exponent van neoclassicisme in de beeldhouwkunst. Zijn werken zijn wereldwijd verspreid in talrijke musea. Hij werd geboren in 1757 in Possagno, in de buurt van Venetië. Zijn vader Pietro was een steenhouwer, maar Antonio verloor zijn ouders op jonge leeftijd en werd opgevoed door zijn grootouders.

Zijn hele familie was artistiek. Canova is begonnen als schilder. Hij heeft ook naaktstudies gedaan om het menselijk lichaam te bestuderen. Hij werkte in zijn schetsen ook met licht en donker. Canova deed zijn stage in Venetië, waar hij zijn eerste werken maakte met de hulp van zijn leraar en beste vriend Simone Meoni (1731-1800).

Canova trad vervolgens in dienst als leerling bij Giuseppe Bernardi, beter bekend als Torretti, die eveneens in Venetië werkzaam was. De leerling bleek de meester al gauw te overtreffen. Toen Canova 16 was kreeg hij zijn eerste beeldhouwopdracht: Orpheus en Eurydice.

Op 18-jarige leeftijd begon hij zijn eigen atelier. Reeds in zijn vroege tekeningen en ontwerpen was het talent zichtbaar dat in de latere meesterwerken van de beroemde kunstenaar tot ontplooiing zou komen.

Canova’s werk is neo-classistisch, een stijl waarbij goed werd gekeken naar de klassieken. Canova is bekend geworden door de tederheid van zijn beelden, die fluwelig en gevoelig worden genoemd. Volgens veel mensen lijken zijn beelden gemaakt van echte huid in plaats van marmer. Canova probeerde niet zozeer de werkelijkheid af te beelden, maar een ideaal. Hij wilde door middel van zijn naaktstudie terugkeren naar de eenvoud van de natuur.

Eerst maakte Canova schetsen. Zodra hij dan een concreet idee had maakte hij een bozetto. Dat is een klein beeldje van klei. Volgens sommigen waren deze heel levendig en vol vitaliteit, terwijl de definitieve werken veel uitdrukkingslozer en gesloten zijn. Pas wanneer de kunstenaar het idee helemaal in zijn hoofd had maakte hij een gipsmodel. Dit deed Canova nog allemaal zelf. Vervolgens brachten leerlingen de maten van het gipsmodel over op het marmer.

Dit deden ze met een puncteermachine en technieken waarvan je in deze tentoonstelling schitterende voorbeelden te zien krijgt. Ze vergroten alleen maar het respect voor Canova. Zijn leerlingen maakten het grove werk af. Canova zelf maakte daarna het beeld glad met kleine steentjes en puimsteen.

Canova (5)

Antonio Canova kan als één der belangrijkste beeldhouwers van het neoclassisisme worden beschouwd. Zijn gladde, veelal geïdealiseerd werk werd zeer bewonderd en betekende een terugkeer naar de klassieke verfijning na de theatrale barokke beeldhouwkunst.

Hij vervaardigde onder meer kolossale grafmonumenten voor de pausen Clemens XIII en Clemens XIV, een portretbuste van Napoleon en portretteerde diens zuster Paulina Borghese-Bonaparte als rustende Venus. Dat laatste beeld is één van de pronkstukken in de Galleria Borghese in Rome. Tot zijn bekendste werken behoren Icarus en Daedalus, Amor en Psyche en de voormelde Paolina Borghese. De invloed van Canova op de negentiende-eeuwse salonkunst is zeer groot geweest.

De idealisering van het realistische en de rigoreuze verheerlijking van de Griekse en Romeinse kunst behoorden tot de principes van het classicisme, die door Canova in de praktijk werden gebracht door werken af te leveren van zeer grote perfectie, zowel in vorm als compositie.

Canova werd verliefd op Rome en verhuisde in 1779 naar de eeuwige stad. Hij heeft er lange tijd gewoond. Hoewel Canova veel reisde, naar het buitenland of om tijdelijk terug te keren naar zijn geboortestreek, vormde Rome voor hem altijd een essentieel referentiepunt. In 1802 werd hij door Napoleon naar Parijs gehaald met als opdracht de creatie van een persoonlijke buste van de latere Franse keizer.

In 1815 stuurde paus Pius VII Canova terug naar Parijs, naar het Louvre, ditmaal om de door Napoleon geroofde Vaticaanse kunst op te eisen in uitvoering van het Verdrag van Parijs (1815). De Vaticaanse en Italiaanse kunstwerken waren immers ondertussen ondergebracht in de door Vivant Denon samengestelde collectie in het Musée Napoleon.

In 1819 ontwierp Canova een tempel, geïnspireerd op het Pantheon, als geschenk aan zijn geboortedorp Possagno en daar is hij na zijn dood (Venetië, 13 oktober 1822) ook bijgezet. Nochtans was Canova’s ontwerp was oorspronkelijk bedoeld als grafmonument voor Titiaan. Na zijn dood hebben zijn leerlingen het echter aangewend voor het graf van hun leraar. Het graf van Canova in de Santa Maria Gloriosa dei Frari in Venetië is een bekend neoclassicistisch kunstwerk. Het opmerkelijke beeldhouwwerk is een grote marmeren piramide.

Canova (6)

Ten slotte nog dit. Als je de tentoonstelling in Rome verlaat, kom je terug op het binnenplein van Palazzo Braschi. Aan de overzijde wordt een film getoond over hoe een robot het kunstwerk Amore e Psiche van Antonio Canova op schaal 1:1 vanuit een gipsen model in marmer wist te reproduceren.

Canova (4)

De robot hakte ongeveer 270 uur in op het enorme marmeren blok. Het kunstwerk zelf staat opgesteld op het binnenplein. Het is een sterk staaltje 3D-printing. De beeldengroep is zeker geslaagd maar mist het unieke menselijke gevoel dat Canova in zijn werk wist te leggen. Kunstenaars hoeven zich nog niet meteen zorgen te maken.

Canova (2)

Canova. Eterna bellezza
Amore e Psichi. L’Arte incontra la tecnologia

Tot 15 maart 2020
Museo di Roma – Palazzo Braschi
Piazza San Pantaleo 10, Rome
museodiroma@comune.roma.it
www.museodiroma.it

Van dinsdag tot zondag van 10 tot 19 uur (loketten sluiten om 18 uur)

Uitnodiging voor een unieke lezing met filmfragmenten

28 oktober 2019

Giulio Cesare in Egitto
Georg Friedrich Haendel (1685-1759)

door Prof. Em. Musicologie Ignace Bossuyt

Donderdag 21 november 2019 om 19 uur

We zijn blij onze trouwe clubleden en sympathisanten een unieke lezing te kunnen aanbieden, verzorgd door Prof. Em. Musicologie Ignace Bossuyt.

Dertig jaar lang, van 1711 tot 1741, domineerde Georg Friedrich Haendel het operatheater in Londen. Maar eerst was hij in Rome gepasseerd, waar hij in 1707 als jonge protestantse Duitser onmiddellijk in de gunst kwam van de katholieke Italiaanse hogere standen: aan het pauselijk hof en bij de adel. Zijn roeping lag echter in Londen, waar hij de Italiaanse opera invoerde, vaak op thema’s uit de klassieke oudheid. Een absolute topper is Giulio Cesare in Egitto, waarin de Romeinse generaal Julius Caesar Egypte verovert… en koningin Cleopatra, zij het met vallen en opstaan. Het is een meesterwerk, waarin drama, politiek, liefde en humor grandioos worden vermengd. De muziek is onweerstaanbaar.

Op het programma van de lezing staan uitgebreide fragmenten uit de dvd-opname van de schitterende uitvoering op het Glyndebourne Festival van 2005, onder leiding van William Christie, met een uitstekende cast (met onder meer Sarah Connolly als Giulio Cesare en Danielle De Niese als Cleopatra). Daarnaast wordt een korte schets gegeven van Haendels verblijf in Rome.

Deze lezing wordt gratis aangeboden door S.P.Q.R. en vindt plaats in Museum M, Leopold Vanderkelenstraat 28 in 3000 Leuven. Klik hier voor de website van het museum.

Vooraf inschrijven via e-mail is verplicht via dit mailadres: muziek@spqr.be en met vermelding van de naam van de deelnemers en of je lid bent van S.P.Q.R. of niet. Bij een teveel aan inschrijvingen hebben clubleden voorrang.

Er zijn slechts 200 plaatsen beschikbaar en de namen worden gecontroleerd bij de ingang. Je inschrijving zal via e-mail worden bevestigd.

Als extraatje krijgen alle inschrijvers voor deze muzikale lezing een gratis ticket voor een bezoek aan het museum en de actuele tentoonstelling(en). Dit ticket is de hele dag geldig, als je wil kan je er op 21 november dus een cultureel daguitstapje naar Leuven van maken.

BELANGRIJK: Wie zich inschrijft, maar onverwacht verhinderd is op 21 november, vragen we om dit zo snel mogelijk te laten weten, zodat we de zitplaats opnieuw kunnen vrijgeven aan iemand anders.

Zoals altijd: heel graag tot dan!

Wreed en bloederig fresco van gladiator ontdekt in Pompeï

28 oktober 2019

De archeologische site van Pompeï nabij Napels blijft in een hoog tempo geheimen prijsgeven. De stad werd in het jaar 79 van onze tijdrekening in een mum van tijd bedolven onder as van de vlakbij gelegen vulkaan Vesuvius. In de ruïnestad is recent een bijzonder hyperrealistische afbeelding van twee gladiatoren blootgelegd, compleet met wrede en bloederige details. Dat schrijft VRTNws.

De nieuwe ontdekkingen volgen elkaar snel op dit jaar. Dat komt omdat de jongste jaren met Europese middelen doorgedreven onderzoek wordt gedaan in Pompeï. Dat leverde recent al wondermooie vondsten op: fresco’s van Narcissus en een sensuele Leda en de zwaan. Ook stoffelijke resten van mensen en paarden zijn aangetroffen.

Nu is een bijzonder fresco gevonden met twee gladiatoren, een overwinnaar en een verliezer. De vondst gebeurde in wat vermoedelijk een taverne was, waar gladiatoren beneden dronken en boven prostituées bezochten, in de directe nabijheid van hun barakken.

Het gaat om een erg brutale afbeelding. De winnende gladiator is een murmillo. Hij draagt een helm met een gedetailleerde verenbos en gezichtsbedekking, een lendendoek met riem, arm- en beenbeschermers van linnen, een rechthoekig schild en een kort recht zwaard. De verliezer is van het Thracische type, met grote beenbeschermers en gewapend met een soort gebogen dolk.

Vooral de hyperrealistische stijl met al het bloed is nooit eerder gezien. Massimo Osanna, de directeur van het archeologisch park van Pompeii, noemt het ‘bijna trash’. Hij ziet er ook iets wrang-komisch in, omdat de overwonnen gladiator een vinger opsteekt om genade af te smeken. Of blaast hij toch zijn laatste adem uit?

Pompeï is één van de beroemdste archeologische sites ter wereld en ontvangt elk jaar vier miljoen bezoekers. Na jaren van verwaarlozing dreigde de Unesco er in 2013 mee om de site op de lijst van bedreigd erfgoed te plaatsen. Sindsdien wordt er meer geïnvesteerd, onderzocht, blootgelegd en worden regelmatig nieuwe archeologische schatten ontdekt.

Zwitserse gardist rijdt met paard 1.000 km van Rome naar huis

27 oktober 2019

Matthias Gisler is na twee jaar afgezwaaid als lid van de Zwitserse Garde in Vaticaanstad en keerde op een originele manier terug naar zijn thuisdorp Gunzwil in de buurt van het Zwitserse Luzern. De meeste jonge Zwitsers gaan na hun diensttijd terug naar huis, maar Gisler kocht in Rome een paard en reed daarmee in een periode van ruim twee maanden zowat 1.000 km tot in zijn kleine dorp. Het opmerkelijke verhaal is te lezen in het Friesch Dagblad.

De voormalige gardist verklaarde vooral genoten te hebben van de vrije natuur en de ontmoetingen en gesprekken met mensen onderweg. Bij zijn thuiskomst werd Gisler begroet door het hele dorp en talrijke belangstellenden. De Zwitserse televisie volgde hem op zijn rit zodat de man al gauw bekend raakte in heel Zwitserland. Daar komt nog bij dat Matthias Gisler een ruiter zonder ervaring was en hij voortdurend moest zoeken naar een goede route omdat een autokaart waardeloos is als je met een paard reist. Ook het verkeer en de eindeloze asfaltwegen maakten de tocht soms moeilijk.

Bijna halverwege, bij de Italiaanse stad Piacenza, werd zijn paard Brio ziek en moest het ter verzorging enkele dagen in een stal worden ondergebracht. Een dierenarts constateerde een koliek, misschien door verkeerde voeding. Maar Brio herstelde en kon de tocht voortzetten. Matthias overnachtte meestal bij maneges of boerderijen met paardenstallen maar sliep ook in boomgaarden en in kloosters. De man werkt nu in de detailhandel in zijn geboortestreek en heeft zijn paard inmiddels verkocht.

Alleen het Zwitserse paardenmagazine Kavallo was minder enthousiast over de tocht. Het blad vond het een ‘onverantwoord avontuur’, maar dan vooral voor Brio, het paard. Dat zou onvoldoende getraind geweest zijn voor zo’n lange tocht. Ook de Zwitserse televisie kreeg een veeg uit de pan omdat de zender meer oog had moeten hebben voor het paard en de inspanningen die het dier twee maanden lang moest leveren.

www.guardiasvizzera.ch

Een corpus van een godin

26 oktober 2019

Avonturen met opschriften – VI

Enkele maanden geleden begonnen we met de nieuwe rubriek ‘Avonturen met opschriften’, een reeks bijdragen speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici onder onze leden (maar uiteraard ook bijzonder leerrijk voor alle anderen). Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België (foto hieronder). Dit is de zesde bijdrage in deze reeks. Vandaag verlaten we Rome even en nemen we een kijkje in Gallia Belgica.

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval. Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard. Op verzoek van S.P.Q.R. stel ik enkele van deze teksten voor. Vandaag deel VI. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen .

Voor één keer laten wij de stad in haar gouden licht, vol oud puin soezend onder de zon in de geur van pijnbomen, ons dierbaar Rome, liggen. Vandaag leidt ons pad ons noodgedwongen naar onherbergzame streken, vol donkere ondoordringbare wouden en moerassen, waar de zee tweemaal per dag tot ontzaglijke hoogten stijgt en diep het land binnendringt, waar nevelslierten de dingen hun vorm ontnemen en ze herleiden tot vage schaduwen, schimmen slechts van hun wezen, waar het regent, stormt en hagelt, sneeuwt ook van tijd tot tijd en waar de eeuwig waaiende wind altijd grijze wolken stuwt over de schaarse inwoners, woest en wild. Kortom, wij gaan naar de Nederlanden, naar Gallia Belgica.

Daar, in de grenszone tussen Germania Inferior en Belgica Secunda, bevond zich eens een veengebied waardoor de Schelde en de Maas zich naar zee begaven. De Maas mondde uit in een diepe inham, het Helinium; de Schelde liep recht naar zee. Eeuwen later zou op het strand van de zuidoever van dezelfde (Ooster)schelde die sindsdien wel wat breder geworden was, schrijver dezes ijverig zijn zandkastelen bouwen, vol ingewikkelde kanalen die het water moesten afleiden (maar de zee won toch altijd), toen hij met zijn ouders en zijn broers elke zomer drie weken in het vakantiehuisje in Kamperland verbleef.

In die tijd (en schrijver dezes herinnert zich dat nog) kwam diezelfde Oosterschelde plotseling in het nieuws door een wonderbare visvangst. In 1970 vond een visser uit Tholen brokstukken van een Romeins altaar in zijn net. Het bleek te gaan om delen van een altaar voor de godin Nehalennia die tot dan toe alleen bekend was uit een andere vondst in Zeeland.

In 1647 was bij duinafslag bij Domburg van onder de duin een reeks altaren voor deze godin te voorschijn gekomen. Ze waren in de kerk in Domburg geplaatst voor het publiek, maar bij de brand van deze kerk in 1848 ernstig beschadigd. Nu dook deze godin ineens weer uit zee op, net als ooit die andere godin, Venus, verschenen was uit het schuim van de zee.

Bij systematische visoperaties haalde men in het begin van de jaren 1970 tal van brokstukken uit de Oosterschelde op. Er bleek iets ten noorden van Colijnsplaat op het eiland Noord-Beveland, aan de oever van de toenmalige (Ooster)schelde, een tempel van Nehalennia te hebben gestaan. Buiten Domburg en Colijnsplaat was deze godin niet bekend. Geen enkele klassieke auteur vermeldt haar. Maar de vondsten waren wonderbaarlijk.

Voor zover wij weten stamt geen enkele klassieke Latijnse auteur uit het territorium van de huidige Benelux. Wij moeten het doen met middeleeuwse klassiekers zoals de Vita van de H. Albert van Leuven (leest overigens als een detective) of de grote klassieker De imitatione Christi toegeschreven aan Thomas a Kempis, met humanisten zoals Erasmus, Janus Secundus, Justus Lipsius en latere figuren zoals Michael Pratensis, maar uit de Oudheid rest ons niets.

Buiten opschriften en een enkel contract dat in een Friese terp bewaard is gebleven. Van alle Romeinse opschriften die in onze contreien zijn gevonden, vormen die voor Nehalennia het bijzonderste – en het belangrijkste – corpus, een corpus voor een godin (dus iets anders dan u als lezer waarschijnlijk dacht bij het lezen van deze titel!). Ze vormen dus de voornaamste klassieke tekstenverzameling uit onze gewesten.

Nehalennia was een inheemse godin die (onder meer?) aanroepen werd voor een voorspoedige overtocht vanuit onze gewesten naar Brittannia. In hoeverre zij na de Brexit opnieuw nuttig kan zijn, laat ik wijselijk in het midden. Er zijn twee heiligdommen van haar bekend, allebei op een geschikte plaats om de altijd risicovolle oversteek te wagen.

Na de veilige terugkeer liet menigeen ter inlossing van gedane gelofte een zogenaamd wijaltaar opstellen. Vaak staat daar een afbeelding van de godin op, vaak ook een opschrift. Uit de Oosterschelde bij Colijnsplaat kwamen ca. 330 altaren (waarvan ca. 110 volledige) boven water daterend uit het eind van de tweede en de eerste helft van de derde eeuw.

De Epigraphische Datenbank Clauss / Slaby (EDCS; http://db.edcs.eu/epigr/epi.php?s_sprache=de) telt 162 opschriften voor Colijnsplaat. Dat betekent een goudmijn voor de oud-historici: zelden – zeker niet in Noord-Gallië – werd er zo’n omvangrijke verzameling opschriften rond één thema en van één vindplaats aangetroffen.

In het noordwesten van het Imperium is dit ensemble wellicht enkel te vergelijken met de brieven op de wastafeltjes uit Vinolanda tegen de Muur van Hadrianus aan in de enige streek van het imperium die nog mistiger en troostelozer was dan Gallia Belgica.

Nehalennia wordt meestal zittend afgebeeld, met een karakteristiek schoudermanteltje. Meestal heeft ze een mand met vruchten in haar hand, terwijl ze geflankeerd wordt door een hond. Ze is duidelijk een vruchtbaarheids- of voorspoedgodin. Welke volksstam haar in het pantheon had staan, weten we niet: de Menapii misschien of de Marsaci?

De verering die haar te beurt viel, was in ieder geval zuiver Romeins. Do ut des, ‘ik geef met de bedoeling dat jij mij zult geven’: in deze context: ik beloof een altaar als jij me een veilige thuisreis bezorgt. En blijkbaar werkte het. Nehalennia’s tempel werd omringd door wijaltaren.

De opschriften zelf zijn vrij stereotiep. Ze beginnen meestal met DEAE NEHALENNIAE ‘voor de godin Nehalennia’, waarna de naam van de dedicant volgt, afsluitend met de geijkte formule V S L M Votum Soluit Libens Merito ‘heeft zijn gelofte ingelost, met graagte en met reden’.

Het leuke zit nu net in de naam van de dedicanten. Behalve de naam noteerde men vaak ook de herkomst en de beroepsactiviteit. Daardoor ontstaat een populatie, daardoor ook leeft een heel commercieel netwerk voor onze ogen. Een paar voorbeelden. De eerste tekst komt nog uit Domburg (CIL, XIII, nr. 8783 = EDCS-11100873):

DEAE
NEHALENNIAE
DACINVS LIFFIONIS
FILVS V S L M

‘Voor de godin Nehalennia heeft Dacinus, zoon van Liffio, zijn gelofte ingelost, met graagte en met reden.’

Van Dacinus weten we verder niet heel veel meer dan dat zijn vader Liffio heette. Het gaat daarbij om een inheemse naam, al is Dacinus wel wat gelatiniseerd, o.m. door de uitgang. Eveneens is duidelijk dat Dacinus geen Romeins burger was, want anders had hij ongetwijfeld de tria nomina wel genoteerd.

In andere gevallen komen we meer te weten. Zo bijvoorbeeld de klassieker onder de Nehalennia-altaren, de tekst die als eerste op 14 april 1970 boven water kwam (L’Année épigraphique, 1973, nr. 362 = EDCS-09401487):

DEAE
NEHALENIAE
M EXGINGIVS
AGRICOLA
CIVES TREVER
NEGOTIATOR
SALARIVS
C C A A V S L M

Deae / Nehaleniae / M(arcus) Exgingius / Agricola / cives Trever / negotiator / salarius / C(oloniae) C(laudiae) A(rae) A(grippinensium) V(otum) S(oluit) L(ibens) M(erito)

‘Voor de godin Nehalennia heeft Marcus Exgingius Agricola, burger van de Treveri, zouthandelaar in Keulen, zijn gelofte ingelost, met graagte en met reden.’

Buiten dat CIVES normaal gespeld wordt als CIVIS (maar deze afwijking komt wel vaker voor op de Nehalenniastenen en we moeten in deze verre contreien niet op alle slakken zout leggen) is deze Marcus Exgingius Agricola een modelburger.

Alles wat we zouden willen weten (goed, bijna alles) heeft hij vermeld. Hij blijkt afkomstig te zijn uit het land van de Treveri (dus de omgeving van Trier), was Romeins burger met zijn tria nomina en was als zouthandelaar actief in Keulen.

Overigens gaat het hier vermoedelijk eerder niet om een transport naar Brittannia, maar om iemand die aan de Menapische kust zout kwam halen en dat naar het Rijnland transporteerde.

Zijn bizarre nomen gentilicium doet vermoeden dat het gaat om (een afstammeling? van) een man van inheemse afkomst die het burgerrecht gekregen heeft. Exgingius is in ieder geval alles behalve Latijn. Marcus en Agricola zijn daarentegen keurige Romeins-Latijnse namen.

Nog eentje (L’Année épigraphique, 1973, nr. 372 = EDCS-09401497):

DEAE NEHALENNIAE
VEGISONIUS MAR
TINVS CIVES
SECVANVS NAVTA
V S L M

Als u weet dat Vegisonius Martinus burger (weer CIVES) van de Sequani was en schipper of reder (nauta), dan kunt u de rest onderhand zelf wel aanvullen. Deze Vegisonius kwam uit het huidige Noordoost-Frankrijk (Franche-Comté).

De meeste dedicanten komen uit dichterbij gelegen streken, vooral uit het Rijnland (Keulen en Trier). Professioneel treffen we veelvuldig reders en/of schippers aan naast handelaren in zout of vissaus (alec) (L’Année épigraphique, 1973, nr. 365 = EDCS-09401490):

DE
NEHALENNIAE L SECVNDIVS
SIMILIS ET T CARINIVS
GRATVS NEGOTIATORES
ALLECARI V S L M

DE(ae) bevindt zich hoger op de steen, maar niet in het eigenlijke schriftveld. Lucius Secundius Similis en Titus Carinius Gratus identificeren zich hier als negotiatores allecari ‘handelaars in vissaus’.

De allec was een variant van de garum. Deze pittige saus gebaseerd op gefermenteerde vis(ingewanden) werd ook hier in de kuststreek zelf vervaardigd. Het zou dus hier kunnen gaan om handelaars die een streekproduct naar het Rijnland en elders vervoerden, maar het hoeft in dit geval niet per se om handelaars op Brittannia te gaan.

Eén (licht beschadigd) opschrift zou volgens de gangbare interpretatie de naam van de Romeinse nederzetting onthullen (L’Année épigraphique, 1973, nr. 380 = EDCS-23400626):

DEAE NEHA[
NIAE
GIMIO GA[
NVENT CONS
V S L M

Dit wordt dan gelezen als Deae Neha[len]/niae / Gimio Ga/nuent(ae) cons(istens) / V S L M.

Ganuentae consistens betekent dan ‘verblijvend in Ganuenta’. Zo bestaat er een opschrift uit Vechten bij Utrecht aan de Rijn waar Tungri vermelden dat ze Fectione consistunt ‘in Fectio verblijven’. Overigens zijn juist de Tungri in de Nehalennia-opschriften opvallend afwezig zonder dat daar snel een verklaring voor gegeven kan worden.

De rest van deze opschriften laat ik aan uw eigen devotie over. U vindt Nehalenniastenen in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel, het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, het Zeeuws Museum in Middelburg en het Gemeentelijk Archeologisch Museum in Aardenburg, waar de Vegisonius-steen staat.

In principe is het lezen van deze stenen voor een deel vrij eenvoudig: begin en eind zijn gegarandeerd, al begint een enkel opschrift met de afkorting IN H D D = in h(onorem) d(omus) d(iuinae) ‘ter ere van het goddelijk huis’. Spannend wordt het pas om de naam te ontcijferen, alsmede de toegevoegde gegevens.

U vindt een goed overzicht van het onderwerp in Nehalennia. Documenten in steen van P. Stuart (Goes, 2013).

Het enige andere opschrift dat in vakantieprovincie Zeeland gevonden is, komt uit het castellum in Aardenburg (Rodanum) dat tussen ca. 175 en 275 in gebruik was en dat nauwe verwantschap vertoont met dat van Oudenburg.

Hier werd een stuk steen gevonden met de tekst (EDCS-74200338): ]MO[ / ]RMA[ / […]. Het bloedstollend relaas van schrijver dezes die een hypothetische lezing van dit opschrift voorstelt waarbij het gaat om een bouwopschrift op naam van keizer Commodus (180-192) uit het jaar 185 kunt (in PDF-formaat) via de hiernavolgende link. Alleen voor wie echt gezond van hart is:

Een Romeins opschrift in Aardenburg

Ja, schrijver dezes. Het is lang geleden dat hij zandkastelen bouwde op de oever van de Oosterschelde op het strand van Kamperland… En toch. Die altaren van Nehalennia die enkele kilometers oostelijk uit zee werden opgevist: hij weet het nog. Sterker zelfs: die Nehalennia-altaren zijn waarschijnlijk één van de dingen geweest die schrijver dezes naar de Oudheid en de Romeinen hebben gestuurd. Samen met het Suske-en-Wiske-album Het geheim van de gladiatoren dat hij ook daar in Kamperland voor het eerst las. Deze bijdrage is een ereschuld…

Kom, het moet er één keer van komen (niet in CIL of in EDCS):

DEAE
NEHALENNIAE
MICHAEL PRATEN
SIS TAXANDER
LIBRORVM CVSTOS
POETA
V S L M

Impressionisti Segreti in Palazzo Bonaparte

25 oktober 2019

In de gloednieuwe tentoonstellingsruimte van Palazzo Bonaparte, op de hoek van de Via del Corso en Piazza Venezia is de tentoonstelling Impressioniste Segreti begonnen. De ruim vijftig schilderijen van bekende impressionististen komen uit vrijwel nooit eerder ontsloten privécollecties en de meeste doeken waren nooit eerder publiek te zien, vandaar de titel ‘Geheime impressionisten’.

impressionisti (1)

Voor wie minder van dit kunstgenre houdt is een toegangsticket geen weggegooid geld. Palazzo Bonaparte is immers voor het eerst in vele jaren geopend voor het publiek en het fraaie gebouw is een bezoek zeker waard. Ook het legendarische balkon waar Maria Laetizia Ramolino, de moeder van Napoleon, vele jaren zat te treuren terwijl ze naar de voorbijgangers op straat loerde kan worden bezocht.

Bij de toppers van de tentoonstelling bevindt zich werk van onder meer Monet, Renoir, Cézanne, Pissarro, Sisley, Caillebotte, Morisot, Gonzalès, Gauguin, Signac, Van Rysselberghe en Cross. Niet alle kunstwerken maar toch een aanzienlijk deel is privébezit. Het is dus een unieke kans om deze zelden of nooit getoonde schilderijen te zien.

impressionisti (8)

Het gerestaureerde Palazzo Bonaparte is op zich natuurlijk ook een bezoek meer dan waard. Het is een gebouw met zowat 3.000 m² fraaie mozaïeken, schitterende fresco’s en stucwerk, samengebald in een barokke omgeving met renaissance-trekjes, ontworpen door Giovanni Antonio De Rossi. De architect heeft er twintig jaar aan gewerkt, van 1657 tot 1677.

Een bezoek aan Palazzo Bonaparte is dan ook een ontdekking. Het begint al met het grote atrium, de trap en de fraaie vloer met het monument van Canova, die overigens ook de open haarden van de negen kamers ontwierp. Als je rondzwerft in de fraaie ruimtes, vergeet dan zeker niet om ook regelmatig even omhoog te kijken, naar de prachtig versierde plafonds.

impressionisti (2)

Sinds 1972 is Palazzo Misciatelli/Bonaparte eigendom van verzekeringsmaatschappij Assitalia (later INA Assitalia) waarvan de activiteiten in 2013 volledig werden opgenomen in Generali Italia SpA. De naam Bonaparte op het dakgedeelte bleef doorheen de jaren tot vandaag bewaard. Het gebouw kreeg deze naam omdat Letizia Ramolino, de moeder van Napoleon Bonaparte, na de val van het Franse keizerrijk in dit gebouw ging wonen. Ze is er in 1836 ook gestorven.

Palazzo Bonaparte werd zoals verteld gebouwd door Giovanni Antonio De Rossi voor markies Giuseppe Benedetto. Het gebouw kwam achtereenvolgens in handen van de familie d’Aste, de familie Rinuccini en de familie Misciatelli. Het was in die tijd zeer rijk aan kunst.

impressionisti (7)

De Franse kardinaal Joseph Fesch kocht het gebouw van de familie Misciatelli en liet er zijn halfzus Maria Laetitia Ramolino (1751-1836) wonen, de moeder van Napoleon Bonaparte (1769-1821). Zij was namelijk verbannen uit Frankrijk na de Slag bij Waterloo in 1815 (in het latere België), waarbij haar zoon Napoleon het onderspit moest delven.

Ze woonde er vanaf de val van het Franse keizerrijk tot aan haar dood. Ondanks haar hoop om ooit terug te kunnen keren naar haar vaderland, stierf Laetitia in 1836 in Rome. Ze was de (groot)moeder van keizers, koningen en prinsen maar toch had ze zelf geen adellijke of keizerlijke status overgehouden aan het avontuur van haar zoon. Als Corsicaanse had ze ook nooit de moeite genomen om Frans te leren, ze sprak wel een beetje Italiaans.

impressionisti (5)

Het drie verdiepingen tellende paleis heeft een behoorlijk elegante architectuur met gevelramen. Op de eerste verdieping bevindt zich een typisch uit die tijd overdekt balkon, één van de weinige nog overgebleven dergelijke balkons in Rome. Kronieken uit die tijd beschrijven dat Laetizia Romalino gewoonlijk met een treurig gezicht achter de jaloezieën van deze loggia op de eerste verdieping naar de drukte op straat zat te kijken.

impressionisti (3)

De Romeinse dialect-dichter Giuseppe Gioacchino Belli noemde haar ‘de moeder van de grote kolos, hangend op een sofa, geheel ineengeschrompeld, niet dikker dan een dijbeen’. Overigens kregen alle verbannen leden van de keizerlijke familie asiel van paus Pius VII die ondanks alles ogenschijnlijk geen wrok koesterde. Zo konden ook Lucien en Jerome Bonaparte en Lodewijk Napoleon, de voormalige koning van Holland, hun moeder gezelschap houden.

impressionisti (4)

In aanwezigheid van Jerome en kardinaal Joseph Fesch, de fameuze halfoom van Napoleon, stierf de keizerin-moeder hier in Palazzo Bonaparte op 2 februari 1836, ze was 85 en nagenoeg blind. Terwijl het Romeinse carnaval in volle gang was, werd ‘madame mère Laetitia, de mater regum die vijf vorsten baarde’ (dixit Jeroen Brouwers) in alle stilte 200 m verderop begraven in de Santa Maria in Via Lata.

Kardinaal Fesch werd tijdens de Italiaanse veldtocht van 1796-1797 door Napoleon als politiek commissaris toegevoegd aan de Franse strijdmacht. Zijn optreden tijdens deze Italiaanse campagne was doorspekt met schandalen. Zo zou hij zich schuldig hebben gemaakt aan plunderingen, vooral van schilderijen.

De machtsovername van Napoleon in 1799 bood weer mogelijkheden voor de carrière van Fesch. In 1802 werd hij aartsbisschop van Lyon. In 1803 verhief Pius VII hem tot kardinaal-priester en werd hij de Franse gezant aan het pauselijk hof.

Een jaar later begeleidde Joseph Fesch de paus naar de kroning van Napoleon in Parijs. Op de avond van de kroningsdag voltrok Fesch tevens het huwelijk van Napoleon met Joséphine de Beauharnais. Fesch werd vervolgens nog groot-aalmoezenier van het keizerrijk, graaf en senator.

impressionisti (6)

In 1806-1807 kwam Napoleon in aanvaring met de paus over een aantal politieke en religieuze kwesties. Fesch trachtte de twee tevergeefs met elkaar te verzoenen maar Napoleon betichtte de kardinaal van zwakte en ondankbaarheid. In 1808-1809 werd de Kerkelijke Staat door Frankrijk geannexeerd.

Napoleon bood in dezelfde periode Fesch de aartsbisschopzetel van Parijs aan. Fesch bedankte echter voor de eer. Na de val van Napoleon keerde de kardinaal terug naar Rome en stierf er in 1839.

Zijn fameuze schilderijenverzameling, die meer dan 20.000 doeken zou hebben geteld, is na zijn dood geleidelijk geveild. In het atrium dat toegankelijk is vanaf de Via del Plebescito bevindt zich een gedenkplaat voor Maria Laetitia (Letizia) Ramolino.

Impressionisti Segreti
Tot 8 maart 2020
Palazzo Bonaparte
Piazza Venezia 5, Rome
Boeking en informatie: +39 06 871 51 11

Tickets

Open tickets

Italië leent De Vitruviusman toch uit

24 oktober 2019

Er gingen lange discussies, verhitte debatten en zelfs rechtszaken aan vooraf, maar Italië zal De Vitruviusman, de wereldberoemde tekening van Leonardo Da Vinci, nu toch uitlenen aan het Louvre. Eerder had een Italiaanse rechtbank beslist dat de tekening uit 1490 te kwetsbaar was om te worden vervoerd en om te worden getoond in een publieke ruimte.

De tekening zal slechts gedurende de eerste zes weken te zien zijn op een tentoonstelling over Leonardo da Vinci die vandaag opent in het Louvre. Als tegenprestatie zal Frankrijk volgend jaar kunstwerken van de schilder Rafaël uitlenen voor de grote tentoonstelling Rafaello in de Scuderie del Quirinale in Rome. Dat wordt voor Rome vermoedelijk één van de belangrijkste tentoonstellingen van het jaar. Ze wordt opgezet naar aanleiding van de 500ste verjaardag van het overlijden van de beroemde kunstschilder uit Urbino.

Dit jaar is het 500 jaar geleden dat Leonardo da Vinci overleed. Rome presenteerde al eerder een tentoonstelling over de beroemde wetenschapper en uitvinder, maar overmorgen pakt ook het Louvre in Parijs uit met een overzichtstentoonstelling met topwerken van de Italiaanse renaissancemeester. Het Louvre bezit zelf vijf originele schilderijen en 22 tekeningen van da Vinci omdat hij een tijdje in Frankrijk woonde en daar ook stierf.

Het museum wilde graag ook enkele originelen van da Vinci uit Italië laten overkomen, waaronder De Vitruviusman, een werk dat wordt bewaard in de Gallerie dell’Accademia in Venetië. In 2017 sloten Frankrijk en Italië reeds een akkoord om een aantal werken uit te lenen.

Maar in 2018 kreeg Italië een nieuwe regering, gevormd door een coalitie tussen de Vijfsterrenbeweging en Lega. Vooral Matteo Salvini, de partijleider van Lega die intussen ook minister van Binnenlandse Zaken was geworden, wilde de kunstwerken plots niet meer uitlenen “omdat Leonardo een Italiaan was” en “de Fransen niet moesten denken dat ze zomaar een boodschappenlijstje konden afgeven met wat ze zoal allemaal willen”.

Sommige Italianen zijn al jaren misnoegd dat de wereldberoemde Mona Lisa in het Louvre hangt in plaats van in Rome. Nationalistische politici spelen in op die onvrede. Lega-politicus Lucia Borgonzoni beschuldigde Frankrijk er zelfs van zich de sterfdag van da Vinci toe te eigenen. Maar inmiddels kreeg Italië alweer een nieuwe regering, vloog Salvini naar de oppositie en kreeg Frankrijk opnieuw de toezegging dat ze de da Vinci’s toch konden lenen.

Maar intussen had ook de erfgoedvereniging Italia Nostra een officiële klacht ingediend omdat ze vreesde dat de fragiele tekening van De Vitruviusman blijvende schade zou oplopen. De originele prent wordt bewaard in een speciale afgesloten ruimte, waar ze beschermd wordt tegen licht en waar ook de temperatuur permanent gecontroleerd wordt. De tekening wordt slechts uiterst zelden tentoongesteld.

Italia Nostra haalde ook een Italiaanse wet aan die verbiedt dat topstukken uit musea, galeries of bibliotheken het land verlaten. De Vitruviusman is onmiskenbaar zo’n topstuk. De rechtbank gaf de erfgoedvereniging aanvankelijk gelijk, maar in beroep oordeelde de regionale administratieve rechtbank in Veneto zopas dat de tekening toch mocht worden uitgeleend.

Volgens het vonnis van de rechtbank zijn in het verleden al andere delicate prenten uitgeleend aan het buitenland. De rechters stellen ook dat de overzichtstentoonstelling in het Louvre een “uitzonderlijke wereldwijde relevantie” heeft en dat Italië zijn “kunsthistorisch potentieel wil maximaliseren”.

De Vitruviusman is één van de meest bekende kunstwerken uit de geschiedenis. De tekening in inkt toont een man in een stelsel van allerlei lichaamsverhoudingen. Ze werd omstreeks 1490 getekend door de Italiaanse kunstenaar en wetenschapper Leonardo da Vinci. Zowel het kunstwerk als de artiest is voor velen het symbool van de renaissance en het humanisme, waarbij de mens en niet langer religie, centraal staat.

Leonardo da Vinci baseerde zich op het werk van de Romeinse architect en ingenieur Vitruvius die leefde van ongeveer 85 tot 20 v. Chr. Zijn ‘De architectura’, opgedragen aan zijn beschermheer keizer Augustus, is een gids voor bouwprojecten en zowat de belangrijkste bron over klassieke bouwkunde die er bestaat.

Het werk is één van de belangrijkste bronnen van de moderne kennis van de Romeinse manier van bouwen, de planning en het ontwerp van constructies, zowel grote (aquaducten, gebouwen, baden, havens) als kleine (machines, meetapparatuur, instrumenten). In  hetzelfde werk beschrijft Vitruvius ook de verhoudingen en de bouw van het menselijk lichaam. Volgens hem kan het lichaam precies in een omgeschreven cirkel of vierkant passen, met de navel als middelpunt. Er zijn in de loop der eeuwen verschillende afbeeldingen van een Vitruviusman gemaakt, maar de bekendste is ongetwijfeld die van Leonardo da Vinci.

Hij gebruikte twee perfecte vormen, de cirkel en het vierkant, die de hemel en de aarde voorstellen en plaatste de mens in het centrum. Leonardo plaatste de navel niet meer in het middelpunt van de cirkel, zodat het geheel klopte en dat was voordien nog niet op zulke overtuigende wijze gedaan. Perfectie en eenheid maken dit één van de meest belangrijke kunstwerken van de Italiaanse renaissance.

De Vitruviusman was één van de ongeveer zestig illustraties die Leonardo da Vinci maakte voor ‘De divina proportione’, een traktaat van de Italiaanse wiskundige en franciscaner broeder Luca Bartolomeo de Pacioli (1445-1517), ook wel Luca di Borgo genoemd en soms ook wel Paciolo. De tekening van 345 bij 245 mm maakte deel uit van een verzameling grafische kunst van Giuseppe Bossi die in 1822 door de Gallerie dell’Accademia van Venetië werd gekocht.

Vele mensen krijgen vrijwel dagelijks te maken met een Vitruviusman. De kans is zelfs groot dat u er eentje op zak hebt. Leonardo’s tekening staat immers ook afgebeeld op de achterzijde van het Italiaanse muntstuk van 1 euro.

Pompei e Santorini – L’eternità in un giorno

23 oktober 2019

Nieuwe tentoonstelling in de Scuderie del Quirinale

Het is altijd extra heerlijk om half oktober in Rome rond te wandelen omdat dit de periode is dat heel wat interessante najaarstentoonstellingen de deuren openen. De komende dagen zetten we enkele belangrijke expo’s even in de kijker.

In de Scuderie del Quirinale is vorige vrijdag de tentoonstelling ‘Pompei e Santorini – L’eternità in un giorno’ begonnen. Deze expo loopt tot 6 januari 2020 en handelt over de gevolgen en gelijkenissen van twee historische en beruchte vulkaanuitbarstingen.

santorinipompei (1)

De geschiedenis van Pompei, begraven door de uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Christus is met zijn klassieke en stille grandeur de hoofdrolspeler, maar even ongelooflijk is de geschiedenis van Akrotiri, een Minoïsche nederzetting op het oude eiland Thera (tegenwoordig Santorini), die 1628 jaar vóór Pompei eveneens verloren ging onder het geweld van een vulkaanuitbarsting die voor altijd de geografie van de Middellandse Zee opnieuw vorm gaf.

De tentoonstelling ‘Pompei e Santorini – L’eternità in un giorno’ toont vooral kostbare schatten en materiaal uit de opgravingen van Pompei en Akrotiri, een bloeiende havenstad op het Griekse eiland Santorini die net als de oude Romeinse stad nabij Napels werd begraven door een vulkaanuitbarsting in 1628 v. Chr.

De Hellenistische vondsten worden getoond samen met enkele van de meest opmerkelijke overblijfselen van Pompei, de stad die in 79 na Chr. op vrijwel dezelfde manier verdween. Het zijn twee steden die in een periode van enkele uren begraven werden door dezelfde vulkanische woede die hun resten echter ook gedurende vele eeuwen heeft bewaard, weliswaar bedekt met as, maar net daardoor perfect geconserveerd.

Hoewel de vulkaanuitbarsting op Thera/Santorini heviger moet geweest zijn dan deze in Pompei (er werd zoveel lava uitgespuwd dat de oude stad Akrotiri onder een laag van liefst 50 m puimsteen verdween) is het echter vooral de verwoesting van Pompei die nog steeds tot de verbeelding spreekt. Dat komt omdat de geschiedenis van de Romeinse stad in vele boeken wordt verteld en ook het onderwerp vormt van heel wat films.

Daar komt nog bij dat weinig gebeurtenissen de geschiedenis van het moderne denken en de archeologie meer gemarkeerd hebben dan de herontdekking van Pompei in 1748, bijna 1700 jaar nadat een stortregen van vulkanische as de Romeinse stad en tegelijk ook het dagelijkse leven van de inwoners letterlijk bewaarde.

santorinipompei (2)
Pompei groeide voor latere onderzoekers uit tot een soort tijdscapsule. Nooit eerder was het mogelijk geweest om het dagelijkse leven in het oude Rome en al zeker niet in een stedelijke omgeving, zo nauwkeurig te bestuderen. Archeologen kregen dankzij de studie van rituelen, het huiselijke leven, het gebruik van bepaalde ruimtes, … nieuwe visies over de Romeinse oudheid. Pompei zou uitgroeien tot de belangrijkste historische vindplaats ter wereld.

De Romeinse stad bleef letterlijk bewaard in de ruïnes. Complete huizen, met baden, meubels, organische vondsten van zowel dieren als mensen vertellen verhalen uit een andere tijd, een andere wereld, maar brengen tegelijk de Romeinse oudheid erg dichtbij. Met moderne archeologische technieken worden ook vandaag nog alsmaar nieuwe ontdekkingen gedaan en ontstaan nog steeds nieuwe inzichten.

In een radicaal ander cultureel klimaat, ondergedompeld in de wetenschappelijke gedachte van de twintigste eeuw, heropende de herontdekking van de nederzetting van Akrotiri in Santorini in 1967 de discussie over natuurrampen en ontdekkingen. Ongeveer een tiende van deze site is opgegraven.

Het oude Minoïsche centrum, verwoest door een angstaanjagende uitbarsting in het midden van het tweede millennium voor Christus – een uitbarsting die het sociale en politieke evenwicht van de Middellandse Zee diepgaand heeft gemarkeerd – was nadien net als Pompei begraven onder een dikke laag vulkanische as.

Net als in Pompei bleven gebouwen, fresco’s, keramiek en zelfs voedselvoorraden perfect bewaard. En ook hier stellen deze kostbare vondsten onderzoekers in staat een rijke en complexe beschaving te doen herleven, op dezelfde manier als de catastrofe die een einde maakte aan zijn geschiedenis. De uitbarsting veroorzaakte immers niet alleen de instorting van de huizen, maar maakte een einde aan een compleet tijdperk.

De tentoonstelling in de Scuderie del Quirinale biedt een buitengewone en nog niet eerder getoonde vergelijking tussen deze twee sites uit de oudheid, die door de geschiedenis een identieke lotsbestemmling kregen. Het waren twee heel menselijke nederzettingen, compleet met hun idealen, hun overtuigingen, hun culturen, plots begraven en verwoest door een vulkaan. Het waren natuurrampen die geen mens kon voorspellen.

Hoewel op twee verschillende manieren, onthullen de twee oude steden het moment van hun einde onder een mantel van as die, bizar genoeg, een element van inspiratie voor kunst wordt. De prachtige originele fresco’s uit Pompei, met hun perspectivische uitzichten, beeltenissen van goden en fabelachtige dieren, weelderige planten, de eetkamers versierd met bronzen lantaarns, juwelen, keramiek, meubels en alledaagse voorwerpen, tonen hoe het dagelijkse leven in de oude Romeinse stad eruit zag en hoe daar plots een einde aan kwam.

santorinipompei (3)

Het thema van catastrofe en wedergeboorte zal de bezoekers dan ook vrijwel permanent vergezellen op een verrassende reis terug in de tijd die hen onderdompelt in de geschiedenis en in duisternis, maar die ook borg staat voor verrassing en schoonheid. Het paard dat de bezoeker aan het begin van de tentoonstelling te zien krijgt zet meteen de toon. Het paardenskelet werd pas vorig jaar ontdekt in Pompei. Liggend op de grond, met de achterpoten uitgestrekt in een laatste pijnlijke kramp, presenteert het dier helemaal hoe pure kracht door een ingreep van de natuur kan omslaan tot dood en vergankelijkheid.

Het paard is zichtbaar gemaakt op dezelfde manier zoals dat bij vele resten van mensen in Pompei is gebeurd. De holte die in de dikke laag vulkanische as achterbleef nadat het lichaam van het paard is vergaan, werd gevuld met vloeibaar gips, zodat de contouren van het dier zichtbaar werden. De resten van het paardenskelet wijzen erop dat het paard een schofthoogte had van ongeveer 1,5 m. Dat is naar huidige standaarden vrij klein, maar gezien het feit dat paarden in de Romeinse tijd een stuk kleiner waren, was het paard voor Romeinse begrippen waarschijnlijk behoorlijk groot.

Bij het paard werden tevens de resten van een duur leidsel van ijzer en brons gevonden. Dat, en het formaat van het paard, wijzen er volgens archeologen op dat het een duur paard was, wellicht speciaal gefokt voor speciale, ceremoniële gelegenheden.

Op de tentoonstelling zijn ook werken te zien van moderne en hedendaagse kunstenaars, waaronder JMW Turner, Renato Guttuso, Andy Warhol, Alberto Burri, Giuseppe Penone en Damian Hirst. Zij benadrukken hoe de herontdekking van begraven steden de artistieke verbeelding hebben gevoed.

Pompei e Santorini – L’eternità in un giorno
Scuderie del Quirinale
Via XXIV Maggio 16, Rome
+39 02 928 977 22

info@scuderiequirinale.it

Groepen en begeleide bezoeken:

gruppi@vivaticket.com | gruppi@scuderiequirinale.it

Praktische informatie: www.scuderiequirinale.it

Roma Metropolitane houdt ermee op

22 oktober 2019

Roma Metropolitane, het stedelijke bedrijf dat namens de stad Rome toezicht houdt op de bouw van de metrolijn C in Rome, kiest voor een ‘gecontroleerde vereffening’. Roma Metropolitane staat dus aan de rand van het faillissement en bouwt de activiteiten af. Het bedrijf slorpt niet alleen jaarlijks vele miljoenen op maar maakt ieder jaar ook nog eens zes miljoen euro verlies. Dat is niet langer houdbaar in een stad die zelf al een schuldenlast van 13 miljard euro torst.

Een direct gevolg is dat de opening van het Metro C-station Fori Imperiali – Colosseo alweer drie jaar opschuift, naar 2024. Ook de verdere uitbouw van metrolijn C richting Piazza Venezia is opgeschort en verdwijnt wellicht voor jaren of zelfs voor eeuwig in de koelkast. De volledige afwerking van de nieuwe lijn tot aan de halte Clodio-Mazzini is tot nader order helemaal afgevoerd. Het ziet er dus naar uit dat het verhaal van metrolijn C eindigt aan het Forum Romanum.

metrowerken (1)

Tijdens een woelig debat in het stadhuis van Rome verklaarde burgemeester Virginia Raggi dat de financiële balans van Roma Metropolitane absoluut niet in orde is en dat het management blijkbaar niet opgewassen is tegen zijn taken. In de loop der jaren moest de overheid herhaaldelijk extra geld pompen in het bedrijf of was een zoveelste herkapitalisatie nodig. Roma Metropolitane blijkt echter een bodemloze put en blijft aan een hoog tempo geld verliezen, zowat zes miljoen euro per jaar.

Het blijven financieren van de bouw van de nieuwe metrolijn, waarvan de aanbesteding in februari 2006 werd toegewezen, maar waarvoor reeds in het begin van de jaren ’90 van de vorige eeuw de eerste plannen werden gemaakt, is een vicieuze cirkel die alleen maar zorgt voor steeds meer kosten. De bouw van Metro C is daardoor uitgegroeid tot een hallucinant en ingewikkeld verhaal en een nachtmerrie voor de stad. Bovendien kampt Rome zelf al met een torenhoge schuldenlast.

Virginia Raggi zei dat werknemers van Roma Metropolitane geen risico lopen en werk zullen aangeboden krijgen in andere stedelijke bedrijven. De burgemeester verduidelijkte dat alle infrastructuurwerken voor de nieuwe metrolijn die momenteel aan de gang zijn in ieder geval zullen voortgezet worden. De bouwwerken zullen echter opnieuw vertraging oplopen.

De aanleg van het nieuwe metrostation aan het Forum Romanum, een onderdeel dat al meermaals enorme vertraging opliep en tot nog toe was ingepland voor december 2022 (oorspronkelijk september 2020) wordt al meteen veschoven naar 2024. Momenteel wordt gewerkt aan de verbinding van dit nieuwe station in aanbouw met het bestaande station Colosseo op de B-lijn.

Door die werkzaamheden sluiten dertien metrostations elke nacht tot 7 december reeds om 21 uur, blijven ze een aantal weekends helemaal gesloten en zal ook in de toekomst nog vaker met aangepaste dienstregelingen worden gereden. De nieuwe halte Fori Imperiali – Colosseo wordt net als San Giovanni C een erg belangrijke draaischijf in het openbaar vervoersnet omdat de nieuwe C-lijn hier de bestaande metrolijn B zal kruisen.

metrowerken (5)

Doordat Roma Metropolitane de activiteiten stopzet komt er ook een einde aan de voortzetting van de nieuwe lijn richting Piazza Venezia. Aan dit plein was de eerstvolgende halte gepland, waarna achtereenvolgens ook nog de haltes Chiesa Nuova (Santa Maria in Vallicella), San Pietro, Risorgimento, Ottaviano (een knooppunt met lijn A) en Clodio-Mazzini moesten worden aangelegd. De geplande halte aan Largo di Torre Argentina werd al veel eerder definitief geschrapt wegens een overdadige aanwezigheid van archeologische artefacten in de ondergrond.

Het effectief graven van de metrotunnels gaat dankzij de moderne bouwtechnologie overigens relatief snel: de enorme boormachines doen er, uiteraard afhankelijk van de afstand, per traject tussen twee stations slechts 30 tot 40 dagen over. De aannemer kan dagelijks gemiddeld 8 tot 10 m boren en haalt soms zelfs pieken van 25 tot 30 m per dag.

De boorsnelheid hangt vooral af van de dichtheid en de samenstelling van het bodemmateriaal. Afhankelijk van de indeling van de ondergrondse stations en de bijhorende perrons en galerijen, kunnen de tunnels aan de verschillende haltes verbreed worden tot ongeveer 49 m.

Na het ruwe boor- en graafwerk volgt natuurlijk nog het grootste karwei: de beveiliging en de afwerking van het geheel. Omdat de boormachines zeer diep kunnen gaan (ze kunnen vlot werken tot ruim 50 meter diepte, al is dat in Rome meestal niet nodig) is de kans op verstoring van archeologische lagen nihil.

Op de plaatsen waar de stations en ventilatieschachten moeten komen is uiteraard wel graafwerk nodig. Voorafgaand aan de eigenlijke werkzaamheden werden op het hele metrotraject meer dan 400 gaten geboord, waarbij met gespecialiseerde apparatuur de ondergrond zo goed mogelijk in kaart werd gebracht.

metrowerken (4)

Het feit dat als gevolg van de vereffening van Roma Metropolitane de twee enorme tunnelboormachines zullen worden achtergelaten in de diepe ondergrond van het Forum Romanum zorgde recent voor nogal wat spectaculaire krantenkoppen, maar dat werd al in maart vorig jaar beslist. De kostprijs om dergelijke enorme machines te ontmantelen en naar opnieuw naar boven te halen ligt gewoon te hoog.

Precies omwille van de enorme kostprijs en de grote vertraging die het metroproject opliep werden reeds in het voorjaar van 2018 talrijke discussies gevoerd om de nieuwe C-lijn te laten eindigen op Piazza Venezia of er zelfs aan het Colosseum al mee op te houden. Dat zou Rome weliswaar gezichtsverlies opleveren, maar liever een afgang dan een totale financiële neergang, klonk het toen in het stadhuis van Rome.

Zelfs de grootste optimisten twijfelden toen al of de aanleg van de nieuwe lijn C dwars door het historische centrum wel zo’n goed idee was en of de huidige metroplannen (met ongetwijfeld nieuwe archeologische ontdekkingen in het vooruitzicht) nog wel realistisch zijn.

De neergang van Roma Metropolitane heeft het de stadsbestuurders ongetwijfeld eenvoudiger gemaakt om uit te leggen waarom de voortzetting van het project richting Piazza Venezia tot nader order wordt stopgezet en waarschijnlijk voorgoed zal worden afgevoerd. De vertraging die de aanleg van de nieuwe metrolijn heeft opgelopen is niet alleen te wijten aan de talrijke belangrijke archeologische vondsten waarmee de bouwers regelmatig werden geconfronteerd en waardoor de werkzaamheden soms lange tijd moesten worden stilgelegd.

metrowerken (7)

Er waren ook financiële malversaties en beschuldigingen van het verspillen van overheidsgeld. In Rome is al meer dan één onderzoek gevoerd naar de fors oplopende kosten en de bouwtijd van de derde metrolijn. In 2014 verklaarde de Rekenkamer dat het bouwconsortium ongeoorloofde en onverantwoorde kostenoverschrijdingen in de boeken had staan. De rechtbank kwam tot de conclusie dat alleen al in de periode tussen 2006 en 2010 meer dan 360 miljoen euro aan openbare middelen was verspild en “dat er blijkbaar een systeem was ontworpen om vertragingen te belonen”. In 2012 verklaarde rechtbankvoorzitter Luigi Giampaolino dat Metro C “het duurste en langzaamste openbare werkenproject in Europa en zelfs van de wereld leek te worden”.

Sinds de bouw van metrolijn C begon zijn de kosten van het project al opgelopen tot meer dan 5 miljard euro. Het totale kostenplaatje van het project werd oorspronkelijk geraamd op 3,047 miljard euro voor het volledige 25,6 km lange traject. Dat bedrag is nu al met meer dan 2 miljard euro overschreden terwijl nog maar iets meer dan twee derde van de route is afgewerkt. In theorie had het volledige metronet C, inclusief het station Clodio-Mazzini in 2024 moeten voltooid zijn.

Meteen na de aanvang van de bouw werden ‘aanvullende economische verzoeken’ ingediend, waarmee het de bedoeling was alvast de reservekas van de bouwheer aan te spreken. Zo werd er bovenop de oorspronkelijk ingediende kostprijsraming minstens 363 miljoen euro extra binnengehaald. Vervolgens liepen de werkzaamheden systematisch vertraging op. Dat had allerlei oorzaken, waarvan archeologische vondsten nog tot de meest onschuldige behoorden.

metrowerken (2)

In de daaropvolgende jaren kregen de metrowerken af te rekenen met steeds meer vertragingen. In 2011 was de kostprijs van het metropoject al opgelopen tot 1,4 miljard euro, terwijl er volgens de planning tot dan slechts 1 miljard euro had gespendeerd mogen worden. Daarna begon het pas echt mis te lopen.

Na een periode van inactiviteit, extra controles door de Rekenkamer en een speciaal samengestelde commissie, waarbij ondertussen 115 miljoen euro aan ‘lopende bouwkosten’ werd uitgegeven terwijl er in de praktijk nauwelijks werd voortgewerkt, begon het stadsbestuur zich in juni 2013 uiteindelijk toch vragen te stellen.

Maar het bouwconsortium Metro C SCpA, gevormd door Astaldi (34,5%), Vianini Lavori (34,5%), Ansaldo STS (inmiddels de nieuwe naam van een in 2008 ontstane fusiemaatschappij gevormd door Ansaldo Trasporti Sistemi Ferroviari en Ansaldo Segnalamento Ferroviario) (14%), de Cooperativa Muratori e Braccianti di Carpi (10%) en het Consorzio Cooperative Costruzioni of CCC (7%), had geen zin en tijd om lastige vragen te beantwoorden en startte een soort chantage-actie: het dreigde ermee om alle arbeiders voor onbepaalde duur te ontslaan, waardoor de verschillende bouwplaatsen op de metrotrajecten volledig zouden stilvallen. In Palazzo Senatorio volgden dagenlange crisisvergaderingen.

Lijnrecht tegen de mening van de door de rechtbank aangestelde begrotings- en boekhoudexperts in, die in hun schriftelijke verslagnota melding maakten van ontwettige betalingen voor een bedrag van honderden miljoenen euro, werd uiteindelijk beslist dat het duidelijk aantoonbare wanbeheer en de vermoedelijk aanwezige corruptie louter hypothetisch waren en dat het onmogelijk was om ondubbelzinnig te bewijzen dat de vertragingen en de oplopende kosten bij het bouwen van metrolijn C moedwillig werden veroorzaakt. Alles bleef dus bij het oude en het consortium mocht gewoon voortwerken. Crisis opgelost.

metrowerken (3)

Maar de oppositie had intussen bloed geroken. Na nieuwe klachten stelde naast de financiële inspectie nu ook het gerecht een onderzoek in. De officier van Justitie nam al snel het woord ‘samenzwering’ in de mond. Hij stelde vast dat de economische overeenkomsten ten onrechte werden opgedreven en dat het inzetten van de financiële reserves ‘ongegrond’ was en ‘op basis van fictieve gronden’ gebeurde. Het Mafia Capitale-schandaal moest toen nog in alle hevigheid losbarsten.

Samen met de Rekenkamer en boekhoudkundige experts berekende Justitie uiteindelijk dat er tenminste 221 miljoen euro onrechtmatig verdwenen was, wellicht een te lage raming. Als schuldigen werden 25 personen geviseerd, voornamelijk om stads- en federale ambtenaren, maar ook Gianni Alemanno, de voormalige burgemeester van Rome, evenals de directeur van de stedelijke dienst Infrastructuur en de voormalige commissaris van Mobiliteit.

Ze worden ervan verdacht onrechtmatige handelingen te hebben verricht waardoor de aanbestedende dienst en de algemene aannemer in onderling overleg en samenzwering, overeenkomsten hebben gemanipuleerd die hebben geleid tot onnodige en dure aanpassingen van de gunningsopdracht.

metrowerken (6)

Op het reeds afgewerkte gedeelte van metrolijn C (ongeveer 19 km) rijden metrostellen zonder bestuurder volgens een zeer klokvast schema. Er zijn geen noemenswaardige klachten van de reizigers. Op de lijn bevinden zich momenteel 22 stations, vertrekkend van Pantano tot aan San Giovanni, waar een verbinding wordt gemaakt met Metro A (centraal station Termini).

De stations Amba Aradam en Fori Imperiali – Colosseo zijn in aanbouw. Dit laatste station moet de verbinding maken met Metro B. Zoals het er nu naar uitziet ten vroegste in 2024, al zal het op een jaartje extra niet meer aankomen. Dat zal dus in ieder geval het voorlopige einde worden van Metrolijn C, al is het mogelijk dat de werkzaamheden ooit nog eens worden voortgezet. Al zal dan eerst de stadskas van Rome flink moeten worden aangevuld.

www.romametropolitane.it