Middeleeuwse pelgrimsgraven ontdekt in de Via del Governo Vecchio

In de Via del Governo Vecchio in hartje Rome hebben arbeiders tijdens het vervangen van een gasleiding twee middeleeuwse graven ontdekt. Voorwerpen die zich vlakbij de skeletten bevonden maken duidelijk dat het om pelgrims gaat. De Via del Governo Vecchio was destijds één van de hoofdstraten van Rome en behoorde tot de zogenaamde ‘Via Papalis’.

De omtrek van de huidige Via dei Banchi Nuovi en de Via del Governo Vecchio kwam overeen met de Via Papalis. Die werd zo genoemd omdat deze de traditionele route markeerde die de paus tijdens festiviteiten en religieuze ceremonies volgde.

Deze weg verbond het Lateraanse paleis met het Vaticaan en voerde onder meer langs Largo di Torre Argentina, de Campidoglio en het Colosseum. Pausen volgden niet altijd dezelfde route, maar op enkele afwijkingen na kozen ze altijd de handelsstraten voor ceremoniële en ook representatieve doeleinden.

Het eerste graf dat zopas ontdekt werd in de Via del Governo Vecchio was reeds gedeeltelijk vernietigd door eerdere riolerings- en leidingwerken. Het bevatte twee menselijke skeletten. Het eerste is van een vrouw van 25 tot 30 jaar met een schelp in haar hand en het tweede van een man van 30 tot 40 jaar. Naast het vrouwelijke skelet werd ook een bronzen munt gevonden uit de late elfde, begin twaalfde eeuw en andere fragmenten van schelpen.

Ook het tweede graf was beschadigd door moderne infrastructurele werken, uitgevoerd in een periode dat men nog nonchalant omsprong met archeologische vondsten. Hier gaat het om een gedeelte van een soort grafkamer bestaande uit delen van bakstenen muren en gemetste scheidingswanden. De grafresten dateren eveneens uit de middeleeuwen.

De grafkamers behoorden waarschijnlijk tot de middeleeuwse kerk van Santa Cecilia in Monte Giordano, waarvan de oorsprong teruggaat tot 1123, maar die in de eerste helft van de zeventiende eeuw werd afgebroken om plaats te maken voor het Oratorio dei Filippini, ontworpen door Francesco Borromini. Bij de aanleg van dat oratorium werden destijds soortgelijke structuren ontdekt.

De schelpen die naast de skeletten werden gevonden, bevatten twee gaten, waardoor ze met zekerheid kunnen geïdentificeerd worden als behorend tot de kettingen met Sint-Jakobsschelpen die in de middeleeuwen traditioneel door de pelgrims werden gedragen en die we vandaag vooral kennen van de bedevaarders naar Santiago de Compostela in Spanje.

Door al de ontdekte elementen geloven archeologen dat zich hier destijds een begraafplaats voor pelgrims bevond, niet onlogisch omdat dit de oude pelgrimsroute naar de Sint-Pietersbasiliek was. Talrijke pelgrims kwamen na een maandenlange voetreis ziek en ondervoed in Rome aan. Het valt aan te nemen dat veel van hen het op de valreep niet meer haalden en bezweken van uitputting en ontbering.

Onder de twee graven werden twee ossuaria gevonden waarvan eentje een stempel draagt uit de tijd van keizer Trajanus. Het gaat vermoedelijk om knekelhuizen die in de vroege middeleeuwen of zelfs eerder werden hergebruikt voor hetzelfde doel als in de oudheid.

De ontdekking maakt nog maar eens duidelijk hoezeer de ondergrond in Rome letterlijk gevuld is met historische resten en hoeveel archeologische artefacten zich amper een meter tot anderhalve meter onder de voeten bevinden van de vele toeristen die dagelijks Rome doorkruisen.

De ontdekte graven in de Via del Governo Vecchio onthullen een stukje van het middeleeuwse leven in de stad, in een tijdperk waarin Rome de eindbestemming was van grote bedevaarten en worden daarom door archeologen als behoorlijk belangrijk omschreven. De vondst maakt ook duidelijk hoezeer de Romeinen in de late oudheid en de middeleeuwen bezig waren met de cultus van Sint-Cecilia, aan wie ze in totaal zes kerken wijdden.

Nadat de vindplaats werd bestudeerd en in kaart gebracht en de resten werden verwijderd, is het gat in de straat inmiddels alweer opnieuw dichtgegooid. De gevonden resten worden verder bestudeerd en kunnen later nog aanvullende informatie opleveren.

De term ‘pellegrinus’ werd tot de twaalfde eeuw voorbehouden voor hen die naar Santiago de Compostella trokken, een Romereiziger werd ‘romano’ genoemd, een bedevaart naar Rome was een ‘romeria’, zij die naar Jeruzalem trokken noemde men ‘palmieri’.

Het motto van de pelgrim was ‘nulla mihi patria nisi Christus nec nome aliud quam Christiamus’, of ‘ik heb geen ander vaderland dan Christus en geen andere naam dan christen’ een uitspraak die wordt toegeschreven aan de vijfde-eeuwse heilige martelaar-bisschop met de toepasselijke naam Pellegrinus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.