Archive for 4 december 2019

Rome was een genetisch kruispunt tussen Europa en het Middellandse Zeegebied

4 december 2019

Uit een grootscheeps DNA-onderzoek op oude Romeinse botten blijkt dat de bevolking van de stad Rome in de vroege keizertijd (de eerste drie eeuwen van onze jaartelling) ingrijpend van samenstelling veranderde. Een groot deel van de inwoners van Rome in de keizertijd was waarschijnlijk afkomstig uit Griekenland of het Midden-Oosten. Dat schrijft het NRC Handelsblad op basis van een artikel dat een groot team van archeologen publiceerde in het wetenschappelijke blad Science.

Twee derde van de 48 onderzochte skeletten uit die tijd had een DNA-signatuur uit het (Griekse) oostelijke Middellandse Zeegebied en het (Syrische) Midden-Oosten. Dat was een grote breuk met de tijd daarvoor, toen die signaturen vrijwel volledig ontbraken. In de late keizertijd en daarna verdween de oostelijke invloed weer.

De archeologen baseerden zich op 127 genomen (complete DNA-sets) uit 29 begraafplaatsen in en rond Rome, van kort na de ijstijd tot aan het recente verleden. Het ­betreft een relatief brede doorsnee van de bevolking. In Romeinse necropolissen werden niet alleen mensen van de elite begraven.

In iedere periode werden sporen van migratie gevonden. Maar in de keizertijd lijkt die migratie extreem: een ruime meerderheid komt uit het oosten, 32 van de 48 paleogenomen. Uit de periode van vóór de keizertijd (900 v. Chr. tot het jaar 0) valt daarentegen maar een drietal van de elf onderzochte paleogenomen buiten de te verwachten Europese signatuur.

Die bestaat dan overigens ook al uit een menging van een klein beetje oud jager-verzamelaars-DNA, een flinke schep Anatolische vroege landbouwers en inmiddels ook ongeveer 30% ‘steppe’-DNA, afkomstig uit een eerdere migratiegolf.

Twee van deze pre-keizertijd-genomen vertonen daarentegen een andere signatuur die ook is teruggevonden in het Armenië van de kopertijd (circa 3000 v. Chr.). En een derde, uit een Etruskisch grafveld, vertoont duidelijk Afrikaanse invloeden: ‘ruim 50% laat-neolithisch Marokkaans’.

De andere twee onderzochte Etrusken vertonen overigens geen genetisch verschil met mensen uit ‘Latijnse’ graven, zodat een enkele Afrikaanse invloed niet wijst op een bijzondere herkomst van het héle volk der Etrusken, die leefden ten noorden van ­Rome.

De ingrijpende wijzingen in de gevonden DNA-signaturen uit de keizertijd, waarbij nog maar twee van de 48 genomen een (centraal-)Europese signatuur hebben, komen overeen met historische gegevens.

Want van een op zich al grote stad van 100.000 inwoners in de Republiek, groeide Rome in de keizertijd tot één miljoen inwoners, als hoofdstad van een rijk over drie continenten, dat liep van de Donau tot de Sahara en van Gibraltar tot de Eufraat. Overal in de stad doken nieuwe tempels op voor oostelijke goden. Grieks werd de tweede taal op inscripties in de stad Rome, maar ook Hebreeuws en Aramees verschenen.

Helemáál vanzelfsprekend is het hoge aandeel van ‘Grieken’ en ‘Syriërs’ in de Eeuwige Stad niet. Want ­zoals de onderzoekers schrijven, in dezelfde tijd werden uit de westelijke gebieden (Spanje, Gallië, Germanië) veel slaven aangevoerd, en er was ook veel handel. Maar het oostelijke rijksdeel was wel veel dichter bevolkt.

Een duidelijke enkelvoudige herkomst van de ‘oosterlingen’ in Rome is niet vast te stellen, schrijven de ­onderzoekers, die spreken van ‘een complexe menggebeurtenis’. De nieuwe DNA-signaturen in de keizertijd komen overeen met die van de huidige inwoners van Griekenland, Malta, Cyprus en Syrië. Ook zijn er gelijkenissen met Jordaniërs en Libanezen uit de bronstijd.

Bij negen paleogenomen uit de necropolis Isola Sacra, bij de vroegere haven Portus ­Romae, bleek uit isotooponderzoek van het botmateriaal dat allen ter plaatse waren opgegroeid, maar hun voor­ouders kwamen – zo bleek uit het DNA – uit het (Griekse) oostelijke Middellandse Zeegebied (vier) het Midden-Oosten (vier) of Europa (één).

In de late keizertijd, als Rome minder belangrijk wordt en het oostelijke deel van het Rijk bestuurd wordt vanuit Constantinopel, verdwijnt de oostelijke invloed weer uit de genomen van de inwoners. De Griekse invloed blijft het langst ­hangen: een derde van de 24 paleogenomen tussen 300 en 700 vertoont nog een oostelijke mediterrane signatuur, maar de Syrische Midden-Oostensignatuur is al weg.

Bijna 70% van de stoffelijke resten heeft dan weer een Europese signatuur, vergelijkbaar met de pre-keizertijd, maar met grotere invloed uit Noord- en Centraal-Europa. De onderzoekers vermoeden dat de militaire campagnes van en bezettingen door de Centraal-Europese Visigoten en Vandalen in het vijfde- en zesde-eeuwse Italië hun genetische sporen hebben achtergelaten. Ook is er invloed van de Germaanse Longobarden die toen Rome bestuurden.