Archive for 12 december 2019

Inwoners Sagalassos waren bierbrouwers

12 december 2019

Jeroen Poblome, directeur van het Sagalassos Archaeological Research Project, meldt een recente ontdekking in de Romeinse stad Sagalassos (Turkije) waar archeologen van de KU Leuven al vele jaren opgravings- en onderzoekswerk verrichten. De Leuvense wetenschappers hebben resten geïdentificeerd waaruit blijkt dat er meer dan waarschijnlijk bier werd gemaakt in Sagalassos.

Dat lijkt misschien niet zo spectaculair, maar het aantreffen van bier, en zeker het procedé om het maken, is een zeer zeldzaam gegeven is in de Klassieke Archeologie. Niet alleen wordt algemeen aangenomen dat wijn de alcoholische drank bij uitstek is, zeker in de gebieden rond de Middellandse Zee, maar ook zijn in de archeologie vrijwel geen brouwinstallaties bekend.

In de Romeinse wereld staan Egypte, Spanje en Gallië bekend omwille van hun bier. In de lange geschiedenis van Klein-Azië zijn de Hettieten uit de Bronstijd en het Phrygische Gordion uit de IJzertijd dan weer bekend omwille van hun bierproductie. Maar het betreft hier vooral indicaties uit geschreven bronnen en heel weinig archeologie. Gelukkig is dr. Elena Marinova, een wereldvermaarde specialiste in de studie van archeologische plantenresten, sinds jaar en dag lid van de Sagalassosploeg. Zij mag de recente ontdekking bijschreven op haar palmares.

Waar gaat het nu concreet over? De jongste jaren gebeuren grootschalige opgravingen in de zone onmiddellijk ten oosten van de Boven Agora. Hier hebben de archeologen een zogeheten Marktgebouw ontdekt, dat met zijn datering in de eerste helft van de tweede eeuw v. Chr. meteen één van de oudste monumentale gebouwen is in Sagalassos.

“Zoals dat gaat met grote gebouwen krijgen die na verloop van tijd al eens een andere invulling. In dit geval zien we dat het oorspronkelijke Marktgebouw in de loop van de eerste eeuw na Chr. grondig verbouwd is geweest en feitelijk een onderdeel werd van een Gymnasium. Waar het Marktgebouw een eenvoudige rechthoekige structuur was, met verschillende verdiepingen, was het Gymnasium veel groter, met vier portieken geschikt rond een binnenplein”, vertelt Jeroen Poblome.

“Dat het Gymnasium in de tweede helft van de vierde eeuw vernield en in brand gestoken is geweest helpt de studie van het gebouw niet vooruit, zeker omdat met de restanten ervan in de Late Oudheid een nieuw stuk agora en een lange stoa ingericht werden; kwestie van de zaken nog wat ingewikkelder te maken. Waar we als archeoloog wel geluk mee hebben is dat, op het moment van de vernieling van het Gymnasium, de kamers op de onderste verdieping quasi ongemoeid zijn gelaten. Het is te zeggen, heel veel van de inhoud van bepaalde kamers is blijkbaar blijven staan en die is bedolven geweest onder het puin van de in brand gestoken bovenbouw van het Gymnasium” vervolgt Poblome.

Zo werd in ruimte 1A een kleine archeologische schatkamer teruggevonden, met verschillende volledig bewaarde grote voorraadpotten, honderden andere borden, kommen en kruiken, veel vaatwerk in glas en allerlei metalen voorwerpen. Ook na grondige studie blijft het moeilijk uit te maken welke voorwerpen er bij de oorspronkelijke functie van deze ruimte horen en welke er eventueel zijn ingegooid ten tijde van het opgeven ervan. Toch blijft de hypothese overeind dat we hier te maken hebben met een ruimte, gelegen achter een vermoede winkelruimte, waar een en ander werd geprepareerd. Teveel van het vaatwerk vertoont immers sporen van gebruik of van aanpassing door bijvoorbeeld zorgvuldig de nekken van keramieken kruiken eraf te snijden.

“Vanzelfsprekend hebben we in deze kamer ook tal van grondstalen genomen en is het met deze dat dr. Elena Marinova aan de slag is gegaan. Het merendeel van de stalen leverde zeer goed bewaarde plantenresten op. Naast redelijke hoeveelheden graan, linzen en fruit, die wellicht als voorraad waren opgeslagen, werd haar aandacht getrokken door de inhoud van één van de grote voorraadpotten. Hier zaten graankorrels in van voornamelijk gerst die duidelijk gebroken waren vooraleer ze verkoold werden in de grote brand, wat kaf en stukken stengel van gerst en zemelen”.µ

“Bepaalde graankorrels vertoonden spruiten. Ze identificeerde ook vloeistof die verkoold was tot korsten, en de vorm van de korsten deed haar denken aan een verhitte zetmeel oplossing. Met deze ingrediënten kan je brood maken, maar de spruitende graankorrels en de zetmeeloplossing suggereren in dit geval eerder dat we te maken hebben met de productie van bier. Er moeten nog verdere analyses en microscopische observaties van de plantenresten gebeuren vooraleer dit een vaststaand wetenschappelijk betoog kan worden, maar ondertussen zijn er ook andere aanwijzingen in dezelfde richting”, schrijft Jeroen Poblome in een bericht aan het thuisfront.

Immers, ook in andere voorraadpotten werden gelijkaardige verkoolde korsten teruggevonden, waarvan sommige poreus bleken en andere dan weer stukjes gesponnen draad of stoffen bevatten. Hun staat van bewaring gaf aan dat deze stukken stof niet echt verkoold zijn geweest in de grote brand, maar eerder tot een temperatuur van ongeveer 200°C zijn verhit geweest in een omgeving zonder zuurstof.

“We gaan er hierbij van uit dat deze stof, zeg maar doeken, als zeef voor een vloeistof werden gebruikt, dan wel om de inhoud van de voorraadpotten, ons bier, af te dekken om te verhinderen dat er vuil of beesterij in kon vallen, en dat bij de grote brand stukken van die doeken in het bier zijn gevallen, dat wellicht aan de kook is geraakt door de omgevende hitte. Zonde van het bier, maar zo zijn zeldzame materialen voor ons bewaard gebleven. Wat minder aangenaam, maar ook duidend op de rijke organische inhoud van deze voorraadpotten was de identificatie van verkoolde maden of larven van vliegen. In ons bier begot!”, lacht Poblome.

In alweer een andere voorraadpot zat dan weer een fijn gesneden kruidenmix, met voornamelijk een hoeveelheid zaadjes, bloemen, blaadjes en andere stukjes van bergbonenkruid, zuring, lipbloemen en bilzekruid. Alvast in de middeleeuwen zijn dit typische kruiden die gemengd werden bij, jawel, bier.

“De archeologische en macrobotanische resten samen lijken er dus inderdaad op te wijzen dat we hier te maken hebben met de installatie van een brouwer. We hebben geen enkele andere historische of iconografische aanduiding over het belang van bier in Sagalassos of de wijde omgeving. En toch kunnen we deze ontdekking enigszins plaatsen, gezien het relatieve belang van graanteelten voor Sagalassos. Aan een frisse pint met een schoon kolleke mogen we wel niet denken. Hop kwam er bij de bereiding immers niet kijken. Denk eerder aan een typisch Engelse ale of aan boza dat vandaag nog in de Balkan, Turkije en Centraal-Azië geserveerd wordt. Wellicht met een laag alcoholpercentage, en eerder op kamertemperatuur waardoor het bier van Sagalassos niet lang kon bewaren. Maar het blijft wel bier dat we ontdekt hebben, en zoals gezegd, is dit zowel eenvoudig als spectaculair nieuws!”, besluit de directeur van het Sagalassos Archaeological Research Project.

Wie interesse heeft in het ontvangen van allerlei archeologisch nieuws uit het antieke Sagalassos en de voortdurende studie van een heuse brok antieke cultuur de moeite waard, kan overwegen om weldoener te worden van het Sagalassosproject.

https://www.arts.kuleuven.be/sagalassos/nl