Archive for februari, 2020

Economische impact coronavirus wordt nu al merkbaar in Rome

29 februari 2020

De uitbraak van het coronavirus in Italië heeft, los van de gezondheidsproblemen en de maatregelen die daarvoor moeten worden genomen, vooral ook economische gevolgen.

De toeristische sector in Rome (en bij uitbreiding in heel Italië) trok al eerder aan de alarmbel na het massaal wegblijven van toeristen uit Aziatische landen, maar deze week werd de situatie nog een beetje erger. De impact van het virus begint nu al financieel zwaar te wegen.

sfeerbeeld2

Tientallen Nederlandse scholen schrappen de komende weken hun traditionele Rome- en Italiëreis; in België lijkt het voorlopig nog niet zo’n vaart te lopen, al kan dat natuurlijk snel veranderen als het coronavirus in Italië nog uitbreidt.

Niet alleen het virus wordt gevreesd, ook het feit dat openbare gebouwen en musea plots kunnen worden gesloten en dat groepen wekenlang in quarantaine zouden kunnen worden vastgehouden, doen schooldirecties toch even nadenken.

De luchtvaartmaatschappijen Brussels Airlines en easyJet beperken de komende weken wegens talrijke annulaties hun vluchten naar Rome en Italië. Tot minstens half maart vermindert Brussels Airlines het aantal vluchten naar Italië met 30%. Allicht volgen de komende dagen of weken nog andere maatschappijen dat voorbeeld.

Verschillende Amerikaanse universiteiten hebben hun buitenlandse studie- en uitwisselingsprogramma’s in Rome en elders in Italië vervroegd afgesloten en halen hun studenten terug naar de Verenigde Staten.

Talrijke Italiaanse apotheken hebben geen mondmaskers of handdesinfecterende middelen meer beschikbaar. Sommige zaken hangen een briefje voor hun raam om dat duidelijk te maken.

Wie al die maskers koopt is niet duidelijk, want virologen lieten al weten dat die weinig zinvol zijn en een vals gevoel van veiligheid geven. Ze zijn wel nuttig voor wie de ziekte al heeft en uiteraard ook voor hulpverleners. In de praktijk zie je in het centrum van Rome niet veel mensen lopen die effectief een mondmasker dragen.

sfeerbeeld3

In Rome zelf zien we al een paar weken het aantal reservaties in restaurants fors dalen. Hotels krijgen te maken met talrijke annulaties. Taxi’s wachten in ellenlange rijen op passagiers die maar met mondjesmaat opdagen.

De activiteiten van bedrijven die actief zijn in de toeristische of verhuursector staan op een laag pitje. Economisch gaat Rome (en bij uitbreiding natuurlijk heel Italië), dat nog maandenlang moeten uitzweten.

Burgemeester Virginia Raggi van Rome en Nicola Zingaretti, de president van de regio Lazio, benadrukten zopas in een persconferentie dat er geen problemen zijn in Rome of in de regio Lazio. Tot nog toe zijn in de hoofdstad geen gevallen bekend van lokaal overgedragen infecties van het coronavirus, ook bekend als Covid-19.

De vier mensen die met succes werden behandeld voor het virus in het Lazzaro Spallanzani-ziekenhuis aan de Via Portuense in Rome waren twee Chinese toeristen en twee Italianen die vanuit China naar Italië waren teruggevlogen. Eén van de Italianen is al beter en ontslagen uit het ziekenhuis, de andere Italiaan volgt in principe de komende dagen.

Het Chinese echtpaar, de eerste gevallen van het coronavirus op Italiaans grondgebied, zijn uitstekend hersteld en lopen geen gevaar meer. Bovendien zijn alle tests die tot nog toe zijn uitgevoerd op vermoedelijke coronavirus-gevallen in het Spallanzani-ziekenhuis negatief gebleken.

Desondanks zijn de autoriteiten in Rome toch begonnen met het systematisch desinfecteren van stadsbussen en treinstations. Stadskantoren en openbare diensten zijn uitgerust met handdesinfectiemiddel en medewerkers mogen handschoenen dragen wanneer ze met het publiek omgaan.

De maandelijkse Domenica al Museo, waarbij je in heel Italië elke eerste zondag van de maand gratis toegang krijgt tot de Italiaanse staatsmusea en archeologische sites, is voor 1 maart geannuleerd. Rome heeft van dat principe een eigen versie, met gratis toegang tot de stadsmusea, en die gaat vooralsnog op 1 maart wel gewoon door.

Een beetje pervers voordeel van de heisa rond het coronavirus is dat het in de musea in Rome plots een heel stuk rustiger is en dat bezoekers in alle rust kunnen genieten van de aanwezige kunst.

Het Vaticaan sluit alle catacomben in Rome en elders in Italië voor bezoekers wegens de uitbraak van het coronavirus. Volgens de Pontificia Commissione di Archeologia Sacra is het een voorzorgsmaatregel om zowel de gidsen als het publiek te beschermen.

De verzameling van groepen mensen in de smalle en vochtige onderaardse gangen, de hoge vochtconcentratie en de beperkte ventilatie in de gesloten ruimtes zouden de verspreiding van het virus vergemakkelijken.

sfeerbeeld1

Zowel Raggi als Zingaretti willen graag de boodschap overbrengen dat, ondanks het uitbreken van coronavirus en de problemen die er in het noorden van het land zijn, de situatie in de hoofdstad normaal is. Op gezondheidsvlak zal dat zeker zo zijn, economisch gezien is het dus een ander verhaal.

De impact van het virus op de toeristische sector van Rome zal de komende maanden verwoestend zijn. De bui was al eerder merkbaar, maar nu het aantal annulaties voor de maand maart blijven oplopen worden de gevolgen pas echt zichtbaar.

Met die (voorlopige) cijfers van maart voor ogen spreekt de toeristische sector in Rome over een geraamd verlies van minstens 1,5 miljard euro, waarbij alleen al de restauratiesector ongeveer 3 miljoen euro per dag verliest.

Burgemeester Raggi en vertegenwoordigers van de toeristische sector hebben al overlegd om de toeristenbelasting van de stad tijdelijk af te schaffen om de geplaagde horecasector te helpen. Maar gezien de enorme belangen die op het spel staan is dat slechts een druppeltje op de hete plaat.

Zonder bijkomende maatregelen gaan velen in de sector het niet redden en zullen onvermijdelijk faillissementen volgen. Voor een land dat – zacht uitgedrukt – economisch niet al te schitterend presteert, is dat zonder meer een ramp. Minister van Financiën Roberto Gualtieri, kondigde reeds aan dat Italië 3,6 miljard euro uittrekt voor extra maatregelen ter ondersteuning van de economie wegens de gevolgen van het coronavirus.

Vaticaan sluit alle catacomben voor publiek

28 februari 2020

Het Vaticaan sluit alle catacomben in Rome en elders in Italië voor bezoekers wegens de uitbraak van het coronavirus. Volgens het Vaticaan is het een voorzorgsmaatregel om zowel de gidsen als het publiek te beschermen. De verzameling van groepen mensen in de smalle en vochtige onderaardse gangen, de hoge vochtconcentratie en de beperkte ventilatie in de gesloten ruimtes vergemakkelijken de verspreiding van het virus.

De beroemdste catacomben bevinden zich in Rome, maar ook elders in de regio’s Lazio, Campania, Toscane, Sicilië en Sardinië zijn catacomben te bezoeken. Deze onderaardse begraafplaatsen dateren uit de eerste twee eeuwen van het christendom en bestaan vaak uit kilometers lange onderaardse gangen. Het Vaticaan, dat al deze catacomben bezit en beheert, hoopt ze zo spoedig mogelijk weer te kunnen openen.

Sinds deze week zijn ook in Vaticaanstad zelf extra veiligheidsmaatregelen van kracht om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Zo is onder meer beslist dat audiënties en andere publieke ontmoetingen van de paus met een grote mensenmassa niet langer in gesloten ruimtes zoals de Paus Paulus VI-zaal bijvoorbeeld zullen plaatsvinden. De publieke ontmoetingen met de paus worden echter niet afgelast.

In kerken worden de bakjes met wijwater verwijderd of afgesloten om besmetting langs deze weg te voorkomen. Enkele bisdommen in Noord-Italië hebben de erediensten geschrapt.

Paus Franciscus (83) is zelf al een paar dagen onwel en heeft ook vandaag al zijn afspraken afgezegd. Woensdag tijdens de eucharistieviering moest hij hoesten en niezen en sprak hij met een hese stem. Er is op dit moment geen link met het coronavirus, maar meer details over zijn ziekte zijn niet bekend.

Brussels Airlines schrapt tientallen vluchten van en naar Rome en Noord-Italië

28 februari 2020

Omwille van de snel teruglopende vraag naar vluchten in Europa, een direct gevolg van het oprukkende coronavirus, verlaagt Brussels Airlines  haar vluchtfrequenties op een aantal routes  om de negatieve economische impact op haar activiteiten te beperken.

De Belgische luchtvaartmaatschappij stelt een algemene negatieve boekingstrend vast op bijna alle Europese markten, maar Noord-Italië is het meest getroffen.

Daarom zal Brussels Airlines de frequentie van haar vluchten naar Milaan Linate en Milaan Malpensa, Rome, Venetië en Bologna voor de komende twee weken met 30% verminderen.

Passagiers van wie de vlucht werd geannuleerd, worden momenteel op de hoogte gebracht en omgeboekt naar andere beschikbare vluchten. Indien ze niet meer willen reizen, kunnen ze ook kiezen voor een volledige terugbetaling.

Voor vluchten van en naar Noord-Italië die nog worden uitgevoerd zoals gepland, biedt de Lufthansa Group, de moedermaatschappij van Brussels Airlines, een gratis omboeking aan.

Als je in het bezit bent van een ticket van of naar Bologna, Milaan, Turijn, Verona, Venetië, Triëst of Genua voor vluchten tot en met 9 maart 2020, kan je je vlucht uitstellen naar een latere datum, uiterlijk op 30 april 2020, en/of je bestemming wijzigen naar een andere bestemming binnen Europa, als de beschikbaarheid dat toelaat. De tickets moeten uitgegeven zijn vóór of op 26 februari door Austrian, Lufthansa, SWISS, Brussels Airlines of Air Dolomiti.

Ook de Britse lowcostmaatschappij easyJet schrapt vluchten van en naar Noord-Italië. EasyJet voelt niet alleen de vraag naar vluchten van en naar Italië afnemen, maar ziet ook in andere landen wat minder belangstelling om te vliegen. Vanaf Brussels Airport vliegt easyJet enkel naar bestemmingen in Duitsland, Zwitserland en Frankrijk.

Dit is het lijstje met de vluchten die tot nog toe door Brussels Airlines werden geannuleerd:

2 maart

SN3151 – Brussel – Milaan Linate
SN3207 – Brussel – Venetië
SN3183 – Brussel – Rome
SN3184 – Rome – Brussel

3 maart

SN3149 – Brussel – Milaan Linate
SN3150 – Milaan Linate – Brussel
SN3151 – Brussel – Milaan Linate
SN3152 – Milaan Linate – Brussel
SN3208 – Venetië – Brussel
SN3207 – Brussel – Venetië
SN3153 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3154 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3157 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3158 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3183 – Brussel – Rome
SN3184 – Rome – Brussel

4 maart

SN3149 – Brussel – Milaan Linate
SN3150 – Milaan Linate – Brussel
SN3151 – Brussel – Milaan Linate
SN3152 – Milaan Linate – Brussel
SN3208 – Venetië – Brussel
SN3207 – Brussel – Venetië
SN3153 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3154 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3157 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3158 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3183 – Brussel – Rome
SN3184 – Rome – Brussel
SN3125 – Brussel – Bologna
SN3126 – Bologna – Brussel

5 maart

SN3151 – Brussel – Milaan Linate
SN3152 – Milaan Linate – Brussel
SN3208 – Venetië – Brussel
SN3153 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3154 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3157 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3158 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3183 – Brussel – Rome
SN3184 – Rome – Brussel

6 maart

SN3151 – Brussel – Milaan Linate
SN3152 – Milaan Linate – Brussel
SN3153 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3154 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3183 – Brussel – Rome
SN3184 – Rome – Brussel

7 maart

SN3152 – Milaan Linate – Brussel

8 maart

SN3151 – Brussel – Milaan Linate
SN3207 – Brussel – Venetië

9 maart

SN3151 – Brussel – Milaan Linate
SN3152 – Milaan Linate – Brussel
SN3208 – Venetië – Brussel
SN3207 – Brussel – Venetië
SN3157 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3158 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3187 – Brussel – Rome

10 maart

SN3149 – Brussel – Milaan Linate
SN3150 – Milaan Linate – Brussel
SN3151 – Brussel – Milaan Linate
SN3152 – Milaan Linate – Brussel
SN3208 – Venetië – Brussel
SN3207 – Brussel – Venetië
SN3153 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3154 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3157 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3158 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3175 – Brussel – Rome
SN3176 – Rome – Brussel
SN3183 – Brussel – Rome
SN3184 – Rome – Brussel
SN3187 – Brussel – Rome
SN3188 – Rome – Brussel

11 maart

SN3149 – Brussel – Milaan Linate
SN3150 – Milaan Linate – Brussel
SN3151 – Brussel – Milaan Linate
SN3152 – Milaan Linate – Brussel
SN3205 – Brussel – Venetië
SN3206 – Venetië – Brussel
SN3208 – Venetië – Brussel
SN3207 – Brussel – Venetië
SN3153 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3154 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3157 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3158 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3175 – Brussel – Rome
SN3176 – Rome – Brussel
SN3183 – Brussel – Rome
SN3184 – Rome – Brussel
SN3187 – Brussel – Rome
SN3188 – Rome – Brussel

12 maart

SN3149 – Brussel – Milaan Linate
SN3150 – Milaan Linate – Brussel
SN3151 – Brussel – Milaan Linate
SN3152 – Milaan Linate – Brussel
SN3208 – Venetië – Brussel
SN3153 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3154 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3157 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3158 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3188 – Rome – Brussel

13 maart

SN3151 – Brussel – Milaan Linate
SN3152 – Milaan Linate – Brussel
SN3153 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3154 – Milaan Malpensa – Brussel
SN3157 – Brussel – Milaan Malpensa
SN3158 – Milaan Malpensa – Brussel

14 maart

SN3152 – Milaan Linate – Brussel

Rome opent eerste keukenmuseum

28 februari 2020

Romekenners en trouwe bezoekers weten dat onze lievelingsstad naast ruim honderd klassieke musea ook een heleboel ongewone en soms zelfs ronduit bizarre musea telt. In het verleden hebben we er daarvan al een aantal onder de aandacht gebracht.

Ze zijn opgebouwd rond minder voor de hand liggende thema’s of tonen collecties die afwijken van de ‘normale verzamelingen’. Niettemin zijn ze een bezoek vaak meer dan waard. Nu krijgt Rome er nog eentje bij: het Museo della Cucina.

Je kan het bijna niet zo gek bedenken of het is hier aanwezig en doorgaans nog in verschillende versies en uit verschillende tijdsperiodes. Koperen potten, speciale bakvormen voor taarten, puddingen, chocolade en koekjes en honderden antieke keukengereedschappen, het ene al wat vreemder dan het andere.

Het geheel wordt gecombineerd met kookapparaten en een heleboel culinaire boeken en gidsen, waarvan sommige heel oud. Het is slechts een kleine greep van wat je kan aantreffen in het eerste privémuseum in Rome dat volledig aan de keuken is gewijd. Liefhebbers gaan hier heel wat tijd kunnen doorbrengen.

Het idee om een Museo della Cucina te openen komt van de banketbakker en kok Rossano Boscolo (64) die besloot om zijn enorme privécollectie die hij gedurende zijn hele carrière in zowat alle werelddelen verzamelde te tonen aan het publiek.

Boscolo is niet de eerste de beste. Zijn naam is in Italiaanse gastronomische kringen legendarisch en zijn carrière is zonder meer indrukwekkend. De zaken waarmee de man zich allemaal heeft beziggehouden passen niet op een paar bladzijden.

Het nieuwe keukenmuseum in Rome wordt gevestigd in en bij het Hotel Boscolo Circo Massimo. Dat is geen toeval. Bruno Boscolo, de vader van Rossano en zelf een voormalige restauranthouder, stortte zich meer dan veertig jaar geleden op de hotelsector. Na de opening van een eerste succesvol hotel zouden er vele anderen volgen in heel Italië.

Nog niet zo lang geleden streek de Boscologroep ook neer in Rome en biedt tegenwoordig overnachtingsmogelijkheden op de Aventijn, aan Villa Borghese, in Trastevere en misschien wel op de meest prestigieuze plek van Rome: aan de voet van de Palatijn.

Het Boscolohotel vinden we inderdaad aan de Via dei Cerchi, uitgebouwd in de hellingen van de Palatijn en een voormalig klooster van de benedictijnen dat hier vlak tegen de nabijgelegen Sant’Anastasia was gebouwd. Een aantal gangen en muren en sommige structuren en enkele zalen behoren tot het artistieke en culturele erfgoed van de Palatijn.

Onder de Sant’Anastasiakerk werden overigens twee complexen uit de eerste eeuw opgegraven. Ze zijn door een steegje van mekaar gescheiden. Het ene complex ligt tegen de Palatijnse heuvel aan, het andere kijkt uit op het Circus Maximus. Het wegje bestaat uit enkele muren waarop halfronde gewelven rusten. Wellicht was dit een uitbreiding van het Circus Maximus of een deel van een ‘ondergrondse’ doorgang naar de Palatijn.

Links daarvan bevindt zich een porticus waaraan verschillende ruimtes naast elkaar liggen. Dit was wellicht een insula met winkeltjes. Het is niet ondenkbaar dat dit ondergrondse gedeelte deel uitmaakte van of doorliep tot de ruimtes die vandaag deel uitmaken het Boscolohotel bevinden. Wat nog allemaal diep in de Palatijnse heuvel verborgen zit is tot dusver onbekend.

In ieder geval kan je nauwelijks dichter bij de keizerlijke oudheid logeren dan in dit boetiekhotel, al is die uitspraak in Rome natuurlijk relatief. Het is hier dat chef-kok Rossano Boscolo geïnteresseerde bezoekers, zoals hij het zelf uitdrukt, “een culturele reis naar de culinaire wortels van ons land” wil laten beleven. Er zijn musea in Rome die het met een iets minder mooie plek moeten doen.

Behalve het tentoonstellen van voorwerpen, schenkt het museum veel aandacht aan de oorsprong van wat we vandaag kennen als ‘de Italiaanse keuken’. De Italiaanse voedsel- en wijncultuur heeft immers een radicale verandering ondergaan na de introductie van vele producten die geleidelijk in Europa arriveerden na de ontdekking van Amerika.

Aardappelen en tomaten natuurlijk, maar ook de basis voor onze chocolade. Columbus zou de eerste cacaozaden ontvangen hebben van een groep inheemse mensen op het eiland Guanaja voor de kust van Honduras. Het was echter Hernán Cortés die experimenteerde met de drank die met die zaden was gemaakt.

Ruim honderd jaar later introduceerde Anna van Oostenrijk (1601-1666), die naar verluidt een grote zoetebek was, warme chocolademelk in de Europese vorstenhuizen. Anna was koningin van Frankrijk van 1615 tot 1643 en van Navarra van 1615 tot 1620 en de moeder van Lodewijk XIV.

In de vitrines van het museum, opgesteld in zalen die door het hotel soms ook worden gebruikt voor privé-evenementen en dus wellicht niet altijd allemaal toegankelijk, ontdek je onder meer ook hoe de oude Grieken hun desserts creëerden. De ingrediënten waren klassiek: eieren, bloem, haver, melk en honing. Maar ze voegden er steevast ook wijn aan toe.

Wie oprecht geinteresseerd is in koken en eten kan zijn of haar hartje pas echt ophalen op de tweede verdieping. Daar bevindt zich een collectie culinaire handleidingen en recepten uit de vijftiende en de zestiende eeuw.

Deze vaak unieke en zeer zeldzame exemplaren worden aangevuld met oude kookboeken van de Franse keuken en met negentiende-eeuwse edities van recepten die destijds de Italiaanse gerechten meer identiteit wilden geven. Opvallend is, ook toen al, de grote aandacht voor de regionale en streekgebonden keuken.

Je vindt hier onder andere ook het eerste recept voor tomatensaus. Het staat in een boekje dat in 1692 werd geschreven door Antonio Latini. De eerste druk van dat werk wordt eveneens bewaard en getoond in dit nieuwe Museo della Cucina.

Een andere befaamde eerste editie is wellicht het beroemdste en zeker het meest gelezen kookboek van Italië: La Scienza in Cucina e l’Arte di Mangiar Bene (De wetenschap in de keuken en de kunst om goed te eten), in 1891 geschreven door Pellegrino Artusi (1820-1911).

Artusi was een Italiaanse literaire criticus, schrijver en gastronoom. Zijn kookboek behoorde samen met Pinokkio van Carlo Collodi, De Verloofden van Alessandro Manzoni en Jeugdleven van Edmondo De Amicis vele jaren tot de meest gelezen boeken in Italië.

Ook vandaag is het boek nog steeds één van de meest internationaal verspreide Italiaanse werken. Het is onder meer vertaald in het Engels, Spaans, Duits, Nederlands, Frans, Portugees en Japans.

artusi

De eerste editie van ‘La Scienza in Cucina …’ werd in 1891, bij gebrek aan een uitgever, op kosten van Artusi zelf gepubliceerd bij drukker Salvadore Landi in Firenze. Het gebrek aan een uitgever was meteen merkbaar: het duurde liefst vier jaar vooraleer Artusi zijn eerste oplage had verkocht.

De uitgave kreeg wisselende kritieken van de specialisten, maar het oordeel van de Italianen was duidelijk: het boek werd zodra het enige bekendheid kreeg een groot succes.

Dat was mee te verklaren doordat het kookboek was geschreven in het Italiaans, dit in tegenstelling tot de meeste kookboeken van die tijd die vooral werden geschreven door chefs die een Franse opleiding hadden genoten en waarvan de terminologie doordrenkt was met Franse woorden of die zelfs volledig in het Frans werden geschreven. Daar hadden de Italianen geen boodschap aan.

Daarnaast doorspekte Artusi het boek met verschillende anekdotes en weetjes, die ervoor zorgden dat de recepten, naast hun bruikbaarheid, ook leuk waren om te lezen.

Een andere belangrijke factor die het boek anders maakte dan andere kookboeken was het feit dat vele lezers hun recepten naar Artusi begonnen op te sturen. Die voegde een aantal hievan toe aan de volgende uitgaven van zijn boek.

Dat was een geniale zet die de populariteit van het boek fors deed stijgen. Mensen waren immers bijzonder fier dat de grote Artusi hun recept had opgenomen in zijn boek en vertelden dat maar wat graag rond aan vrienden en kennissen.

Die ingreep zorgde er ook voor dat L’Artusi, zoals het boek gaandeweg bekend werd, zich ontwikkelde van een kookboek met aanvankelijk vooral recepten uit de regio Emilia-Romagna (de geboortestreek van Artusi) tot een kookboek met een nationaal karakter dat zowat heel Italië omvatte. Met dit boek legde Pellegrino Artusi in feite de basis voor de Italiaanse keuken zoals we die tegenwoordig kennen.

Het boek bevatte ook een overzicht van de maanden van het jaar en de gerechten die het beste bij die maand passen. Daarnaast waren er afzonderlijke recepten voor eters met een zwakke maag en begint het boek met hygiënevoorschriften en een overzicht van de in het boek gebruikte culinaire termen. Vandaag lijkt dat misschien niet zo ongewoon, maar ook dat was allemaal nieuw en ongezien in die tijd.

De auteur bleef zijn boek bijwerken en opnieuw uitbrengen tot aan de vijftiende editie in 1911, het jaar dat hij stierf. De eerste editie van het boek had 475 recepten, bij het uitbrengen van de vijftiende editie was dit reeds uitgebreid tot 790.

Museo della Cucina
Via dei Cerchi 87, Rome

www.circomassimoexclusivesuite.com

www.rossanoboscolo.com

Villa uit de derde eeuw v. Chr. ontdekt in natuurpark Marcigliana in Rome

27 februari 2020

In het Marcigliana-park in het noordoosten van Rome zijn tijdens werkzaamheden voor de plaatsing van een hoogspanningsleiding voor San Basilio de resten van een grote Romeinse villa uit de derde eeuw v. Chr. ontdekt. Het natuurreservaat van Marcigliana wordt doorkruist door de Via della Marcigliana en de Via della Cesarina en is 4.696 ha groot.

In het hele grotendeels agrarische gebied zijn in het verleden al meermaals Romeinse overblijfselen aangetroffen. De meeste sites kunnen nooit worden bezocht omdat het grootste deel van het reservaat in particulier bezit is. In de landelijke omgeving bevinden zich voornamelijk boerderijen.

In het gebied waar de villa werd ontdekt (vermoedelijk gaat het om een boerderij uit de Republikeinse periode) bevond zich vroeger de oude stad Crustumerium. Het gebied werd in 499 v. Chr. veroverd door de Romeinen. Plinius noemt het één van de verloren steden van Latium.

Titus Livius heeft het over Crustumeria en Crustumerium, terwijl Vergilius de naam Crustumeri en Crustumium gebruikt. De oude stad heeft alleszins zijn naam gegeven aan het toen al zeer vruchtbare omliggende platteland, dat zelfs lange tijd na het verdwijnen van de stad ager Crustuminus werd genoemd.

De site van Crustumerium werd omstreeks 1970 na langdurig archeologisch onderzoek geïdentificeerd als de plaats Marcigliana Vecchia, ten noorden van Rome langs de Via Salaria, niet ver van Settebagni. De eerste onderzoekingen gebeurden pas in 1982 terwijl de inmiddels ontdekte necropolis in de buurt werd onderzocht vanaf 1987.

De opgravingen in het gebied brachten een monumentale wegindeling aan het licht die de stad doorkruiste, overblijfselen van vestingwerken en, volledig verspreid rond de nederzetting, vele graven uit de vroege ijzertijd met voorwerpen en aardewerk van een opmerkelijke kwaliteit.

In 2010 ontving het Groninger Instituut voor Archeologie (GIA) financiering van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) om hun onderzoek naar de nederzetting uit de ijzertijd in Crustumerium uit te werken.

De nu ontdekte villa is een gebouw dat gedurende zeer lange tijd op deze plaats heeft bestaan en in de loop der tijd vele uitbreidingen en renovaties heeft ondergaan. Het huis werd gebouwd in de derde eeuw v. Chr. en pas volledig verlaten in de zesde eeuw. Het gaat dus om een periode van ongeveer 800 jaar, wat ruwweg overeenkomt met de opkomst en de groei van de Romeinse macht en met het einde van het Romeinse Rijk.

Rome was tot de derde eeuw na Christus een stad met meer dan een miljoen inwoners die bloeiende handelscontacten onderhield met het hele Middellandse Zeegebied. De aanvoer van vers voedsel zoals fruit, groenten en zelfs vlees was problematisch en kon omwille van de houdbaarheid niet vanuit verder gelegen streken worden aangevoerd.

Daarom werd op het hele omliggende Romeinse platteland een complex systeem van boerderijvilla’s opgezet, centrale eenheden van waaruit complete landbouwzones werden bestuurd. Die waren uitgerust met alle mogelijke middelen zoals bijvoorbeeld irrigatiebekkens en -kanalen om landbouwgewassen zo snel en efficiënt mogelijk te doen groeien als mogelijk was en de oogsten zoveel mogelijk te optimaliseren.

Op iedere boerderij waren tientallen slaven aan het werk. De eigenaars-beheerders van deze villa’s werden door hun landbouwactiviteiten (de afname van hun producten was verzekerd door de nabijheid van Rome) zo rijk dat hun boerderijen vanaf de tweede eeuw de allures kregen van enorme villa’s. Tussen de tweede en de derde eeuw werden dergelijke woningen zelfs voorzien van privéthermen.

De heuvel waar de nu ontdekte villa zich situeert, was één van de meest vruchtbare en strategische plekken, in de oudheid al beroemd om de intensieve tarweteelt en de zeer kwalitatieve olijfgaarden. Deze laatste kenmerken vandaag nog steeds het voormalige Sabijnse landschap en leveren ook nu nog steeds uitstekende en zeer lekkere olijfolie.

De opgravingen en het onderzoek van de villa zijn voltooid, maar aan het bestuderen van de ontdekte materialen en archeologische vondsten zal nog heel wat tijd worden besteed. De villa is voorlopig overdekt met een speciale beschermingslaag tegen weersinvloeden. Of er nog een nieuwe studie komt en of de plek in de toekomst kan worden opengesteld voor het publiek is nog niet duidelijk.

Sinds mei 2018 werkt aannemer Areti in het gebied in opdracht van energiegroep ACEA aan een nieuwe 150 kV-stroomlijn. Het gaat om de vervanging van de huidige elektriciteitslijn van 16 km door een nieuwe bovenleiding met een totale lengte van 8 km. De werkzaamheden zijn zopas afgerond.

Het natuurreservaat Marcigliana ligt ten noordoosten van de hoofdstad, buiten de Grande Raccordo Anulare (GRA) of de ring rond Rome. Het gebied strekt zich uit over een groep heuvels direct ten oosten van de Tiber en wordt in het westen begrensd door de snelweg Rome-Firenze en de Via Salaria, in het noorden door de gemeentegrenzen Monterotondo, Fonte Nuova en Guidonia, ten oosten van de Via Nomentana en ten zuiden van de Grande Raccordo Anulare.

Het echte hart van het park is echter het heuvelachtige gebied dat in het westen wordt begrensd door de vlakte, in het zuiden door de Fosso della Bufalotta en in het noorden door de Rio del Casale, die ook de grens van de stad Rome markeert.

Het vele eeuwen oude agrarische karakter van de omgeving bleef op haast magische wijze onveranderd. Het park van Marcigliana is een typisch voorbeeld van het landschap dat bekend staat als de Campagna Romana met enorme weidelandschappen, karakteristieke diepe insnijdingen bestaande uit steile hellingen en grenzend aan smalle en platte dalbodems en kleine valleien gekruist door beekjes, sloten en kleine watervalletjes. Het gebied heeft doorheen de eeuwen talrijke kunstenaars maar ook vele gewone Romereizigers betoverd.

marcigliana

Het natuurreservaat is openbaar toegankelijk langs de Via di Tor Giovanni 301, waar ook de parkwachter woont. De plek is met enig kunst- en vliegwerk ook bereikbaar met het openbaar vervoer .

Er zijn talrijke andere toegangen tot het park, onder meer aan de Via Nomentana/Via della Cesarina, de Via Salaria/Via della Marcigliana, de Via Salaria/Via di Vallericca, de Via della Marcigliana/Via della Bufalotta en de Via di Settebagni.

De meeste geven echter toegang tot privébezit. Wie daar wil wandelen moet aan de eigenaar op een beleefde en correcte toegang tot de parkzone vragen. Wandelaars worden verondersteld zich ‘correct en met respect voor het milieu te gedragen’. Geen enkele vorm van beschadiging van het domein wordt getolereerd.

Het spreekt vanzelf dat je niet op akkers of doorheen landbouwgewassen moet wandelen. Op het achterlaten van vuilnis, plantjes plukken of (zelfs ongewild) iets beschadigen staan strenge boetes.

Hier kan je een filmpje over het Marciglianapark bekijken of downloaden

(en laat je niet afschrikken door de eerste 30 seconden van het filmpje!)

www.marciglianainrete.it

http://romanatura.roma.it/i-parchi/r-n-marcigliana/

http://www.parks.it/riserva.marcigliana/

Voorbereiding metrowerken zorgt voor extra verkeersdrukte op Piazza Venezia

26 februari 2020

Piazza Venezia en de onmiddellijke omgeving worden momenteel ingepalmd door bouwarbeiders. Heikranen, betonsilo’s en andere apparatuur staan op verschillende plekken opgesteld waardoor de verkeerschaos in en om het altijd drukke plein alleen maar groter wordt. De Romeinen blijven er nog relatief rustig onder, ze zijn wat dit betreft wel meer gewoon.

veneziametro (17)

Gespecialiseerde arbeiders zijn op en in de omgeving van Piazza Venezia begonnen met het testen van de algemene stabiliteit van de ondergrond en het nemen van grondstalen. Dat gebeurt ter voorbereiding van de toekomstige werkzaamheden voor de aanleg van de nieuwe metrolijn C.

veneziametro (16)

Dergelijke voorbereidingen gebeurden jaren geleden ook al eens, maar door het trage tempo waarmee metrolijn C vordert, moeten een aantal testen opnieuw worden uitgevoerd. Destijds zorgden de voorbereidingen voor de metrowerken op Piazza Venezia voor een archeologische verrassing van formaat.

veneziametro (14)

Het zag er na het stopzetten van de activiteiten van Roma Metropolitane een tijdlang naar uit dat de treinen van Metro C nooit verder zouden rijden dan tot aan het Colosseum. Roma Metropolitane is het stadsbedrijf dat toezicht houdt op de bouw van de derde metrolijn en dat eind vorig jaar in gecontroleerde vereffening ging. Alleen de nieuwe halte Fori Imperiali – Colosseo zou nog worden gebouwd.

veneziametro (11)

De aanleg van de derde metrolijn heeft al jaren vertraging opgelopen en het budget is al met met meer dan een miljard euro overschreden. Het Ministero delle Infrastrutture e dei Trasporti (MIT) kwam echter met extra geld over de brug en een paar maanden geleden is het doortrekken van de metrolijn C vanaf het Colosseum tot aan Piazza Venezia definitief goedgekeurd en wettelijk vastgelegd.

veneziametro (8)

Daardoor kon ook de enorme tunnelboormachine in gebruik blijven. Ondanks het feit dat de afwerking van het nieuwe metrostation Colosseo – Fori Imperiali enorme vertraging heeft opgelopen en niet zal openen vóór 2024, werd toch beslist om ook de doorsteek naar Piazza Venezia alvast te maken.

veneziametro (1)

Onder dat plein worden binnenkort de laatste meters van de metrotunnel gegraven. Die ligt dan klaar om later te worden aangesloten op het nog te bouwen metrostation Venezia.

Piazza Venezia is een belangrijke schakel in het openbaar vervoernetwerk van Rome omdat vanaf hier zowel talrijke bussen als de belangrijke tramverbinding richting Trastevere vertrekken. Het plein vormt voor vele voetgangers bovendien een toegangspoort naar de winkelgebieden in de kernstad.

veneziametro (3)

Piazza Venezia is één van de drukste verkeersknooppunten in het historische centrum. Met voortrazende auto’s en bussen en alomtegenwoordige voetgangers die zich van of naar het Capitool of het Vittoriano begeven, is het er altijd druk. De actuele werkzaamheden en de hindernissen op de weg verhogen de chaos nog.

veneziametro (19)

Vroeger was Piazza Venezia veel kleiner, maar sinds de aanleg van het Vittoriano in 1911 (het witte enorme monument voor koning Vittorio Emanuele II, dat zowat het hele plein domineert) verdrievoudigde de oppervlakte van Piazza Venezia.

Bij een nieuwbouw in 1941 verdween op dit plein zelfs het huis waarin Michelangelo gedurende zijn laatste levensjaren woonde en waar hij op 18 februari 1564 stierf. Het bevond zich aan de huidige Piazza Loreto, dat is de groene oppervlakte voor de rechterzijgevel van het Palazzo delle Assicurazioni Generali di Venezia, het bankgebouw dat tegenover het middeleeuwse Palazzo Venezia ligt.

veneziametro (18)

Aan deze zijgevel bevindt zich een vrij hoog geplaatste herdenkingsplaat die de juiste plaats van het huis van Michelangelo aanduidt. De gevel van het huis van Michelangelo werd hergebruikt voor een gebouw van de watermaatschappij op de Gianicolo-heuvel. Dat staat er vandaag nog altijd.

veneziametro (15)

De zuidelijke zijde van Piazza Venezia, de kant van het Vittoriano dus, was destijds afgesloten door Palazzetto Venezia uit de vijftiende eeuw, dat zich oorspronkelijk bevond ter hoogte van de voet van de toren van Palazzo Venezia (vrijwel in het midden van de huidige Piazza Venezia) en waarmee het ook met een boog verbonden was.

veneziametro (11)

Omdat het palazzetto het vrije zicht op het monument voor Vittorio Emanuele II belemmerde, waarnaar het met zijn achtergevel gekeerd stond, werd het tussen 1909 en 1913 afgebroken en op de huidige plaats weer opgebouwd, naast het verweerde antieke Isisbeeld dat we vandaag kennen als het sprekende standbeeld ‘Madama Lucrezia’.

Naast de binnentuin van Palazzo Venezia, heeft ook de palazetto een (kleinere) binnentuin. Dit was destijds de privétuin van de renaissancepaus Paulus II (1417-1471) maar is tegenwoordig niet meer toegankelijk voor het publiek.

veneziametro (6)

Paulus II werd in Venetië geboren als Pietro Barbo en door zijn oom Eugenius IV in 1440 tot kardinaal benoemd. Naast zijn Romeinse titelkerk San Marco liet hij voor zichzelf vanaf 1455 een paleis bouwen dat de eerste profane renaissancebouw in Rome werd: het Palazzo Venezia. De komst van de Venetiaanse paus zorgde ook voor de latere naam van Piazza Venezia.

veneziametro (4)

Het schrappen van een aantal goed betaalde humanistenbaantjes aan de curie (in 1464) en zijn optreden tegen de Accademia Romana onder Pomponio Leto bezorgde Paulus II bittere vijanden onder de humanisten, waarbij hij weleens wordt afgeschilderd als barbaars en als vijand van de kunsten. Dat is zeker ten aanzien van de bouwkunst onjuist: de paus besteedde veel geld aan stadsverfraaiing.

veneziametro (9)

De anti-Turkse politiek van Pius II zette hij, in zwakke vorm, voort, onder andere door zijn steun aan de Albanese vorst Skanderbeg en aan Matthias Corvinus in Hongarije. Voor de dringend nodige kerkhervorming was zijn pontificaat van geen betekenis, hoewel daarover tijdens het conclaaf van 1464 bindende afspraken waren gemaakt.

Mino da Fiesole en Giovanni Dalmata ontwierpen zijn grafmonument in de Sint-Pietersbasiliek.

veneziametro (5)

Wil je al onze Romenieuwsjes ontvangen met foto’s en beeldmateriaal?

Word dan nu lid van S.P.Q.R.!

Meer informatie: https://www.spqr.be/ik-word-lid/

Aziatische toeristen blijven weg uit Rome

25 februari 2020

De toeristische sector in Rome trekt aan de alarmbel. De jongste weken werden liefst 70% van de aanvragen voor georganiseerde reizen geannuleerd. Dat gebeurt naar aanleiding van het coronavirus. Niet alleen de Chinese toeristen blijven weg uit Rome, maar ook Koreanen en Japanners laten zich veel minder zien.

Vanuit de Aziatische landen zitten de vliegtuigen richting Italië niet langer vol, als de toestellen al vliegen, want verschillende maatschappijen hebben hun vluchten voorlopig opgschort. Eerder al spraken ook toeristische restaurants in Rome van een omzetdaling van 20 tot 30% als gevolg van het wegblijven van toeristen uit China en Japan.

Vooral de bedrijven die gespecialiseerd zijn in het begeleiden van toeristen die Rome bezoeken zien momenteel hun omzet vrijwel stilvallen. Het zijn immers vooral Chinezen, Japanners en Koreanen die gebruik maken van bussen om Italië te bezoeken.

Zodra ze landen worden ze op een bus gezet en rijden dan van stad naar stad om telkens zoveel mogelijk bezienswaardigheden te bekijken. Aziatische toeristen willen dat alles vanaf de eerste dag van aankomst kant en klaar wordt georganiseerd, inclusief vervoer.

De activiteiten in die sector staan momenteel op een bijzonder laag pitje. De toeristische bedrijven maken zich vooral zorgen omdat ook in het laagseizoen heel wat reizen geannuleerd werden. 

Doorgaans worden de rustiger maanden januari, februari en maart commercieel nog enigszins goedgemaakt door de Aziatische toeristen. Die toevoer is nu bijna helemaal gestopt. De sector vreest voor heel wat faillissementen als de situatie nog enkele maanden aanhoudt.

Dat is uiteraard niet alleen in Rome zo, de situatie laat zich voelen in heel Italië, zeker nu de eerste dodelijke slachtoffers van het coronavirus een feit zijn. Maar Rome is een stad die hoe dan ook op de wenslijst van alle georganiseerde buitenlandse groepsreizigers aan Italië staat. Aziatische toeristen overnachten doorgaans ook één of meer nachten in Rome, om van daaruit dagtrips te maken naar steden zoals Napels (met Pompei).

Casa degli Amanti heropent na 40 jaar in Pompei

24 februari 2020

Het Casa degli Amanti, één van de beroemdste gebouwen in Pompei, opent na 40 jaar opnieuw de deuren. De domus, die in 1933 werd herontdekt liep tijdens de krachtige aardbeving in het Zuid-Italiaanse Irpinia in 1980 grote schade op en was vele jaren niet meer toegankelijk. Op een bepaald moment was de toestand van de domus zodanig slecht dat zelfs technici en restaurateurs om veiligheidsredenen niet meer in het gebouw mochten komen.

De domus, de enige in Pompei waarvan de tweede verdieping van de zuilengalerij bijna in zijn geheel werd bewaard, kreeg de voorbije jaren een uitgebreide restauratiebeurt. Het gebouw uit de eerste eeuw v. Chr., vermoedelijk een bordeel, is versierd met afbeeldingen van het leven, landschappen en vissen, daterend tot na 62 v. Chr.

De domus dankt zijn naam aan een Latijnse inscriptie naast de ingang: ‘mantes, ut apes, vita (m) mellita (m) exigunt. Velle.’ wat zich vertaalt als ‘Geliefden leiden zoals bijen een leven zo zoet als honing. Ik wou dat het zo was.’

Sommige van de oorspronkelijke objecten uit het huis, waaronder een komfoor, een bassin en een bronzen lamp, worden getoond in een vitrine in het atrium. Deze mini-tentoonstelling maakt deel uit van het wijdverbreide museumproject dat al enige tijd in verschillende opgravingsgebouwen aan de gang is. De bedoeling is om de vondsten te tonen in de kamers waar ze werden gevonden.

Zojuist zijn drie gerenoveerde villa’s geopend voor het publiek: de Casa degli Amanti, de Casa del Fruttelo en het Casa delle nave Europa. Het Casa degli Amanti  (Huis van de Geliefden) bevindt zich aan de Via Villa dei Misteri 2 en is gerestaureerd samen met twee andere gebouwen in Pompei, het Casa del Frutteto  (Huis van de Boomgaard) en de Casa della Nave Europa (Huis van het Europese schip) die al eerder werden opengesteld.

Dat gebeurde dankzij het door de Europese Unie gefinancierde Grande Progretto Pompei-project. Daardoor kregen de archeologen meer dan 100 miljoen euro tot hun beschikking (waarvan zo’n driekwart afkomstig is van de Europese Unie) om gebouwen te renoveren en de site veiliger te maken. De investering verklaart ook de verschillende nieuwe vondsten die de jongste tijd gebeurden.

Het Casa della Nave Europa dateert uit de derde eeuw v. Chr. en is genoemd naar een fresco van een schip met de naam Europa. het beeldt waarschijnlijk het verhaal uit van prinses Europa die door de Griekse God Zeus, vermomd als stier, werd ontvoerd. De meeste fresco’s in de villa zijn verloren gegaan. Wel is er nog een volledig intacte pers voor olijven en druiven te zien.

Daaraan en aan de tuin valt af te leiden dat de villa in ieder geval in de laatste jaren voor de vulkaanuitbarsting een agrarische functie had. Archeologen zijn erin geslaagd om in de tuin die bij de villa hoort, de planten te selecteren die hier van oudsher al groeiden. De inwoners kweekten destijds onder andere perziken, citroenen, bonen, uien en druiven die allemaal ook gebruikt werden als geneesmiddel. Ook werden er 28 terracotta plantenpotten gevonden en stallen achterin de tuin

Nieuwe publicatie over Romeins thermencomplex in Heerlen

23 februari 2020

Archeologen hebben de leeftijd van de Romeinse thermen in Heerlen vastgesteld. In een publicatie die volgende maand zal verschijnen, stellen zij dat het badhuis is gebouwd tussen 63 en 74 na Christus. Die vaststelling bevestigt eerdere vermoedens.  Daarmee is het badhuis vrijwel zeker het oudst bekende stenen gebouw binnen de Nederlandse landsgrenzen. De website Archeologie Online publiceerde recent het verhaal.

Een internationaal team van wetenschappers uit Frankrijk, België, Duitsland en Nederland onderzocht de restanten van het Romeinse badhuis in Heerlen. Daarnaast onderzochten ze vondsten die rondom het badhuis zijn gedaan. Uit dat onderzoek blijkt nu dat het badhuis ouder was dan tot nu toe werd aangenomen en dat het bovendien een imposant bouwwerk is geweest. Daaruit concluderen zij dat het badhuis, en daarmee ook de nederzetting eromheen, een belangrijkere status had dan tot nu toe vaak werd aangenomen.

Het thermencomplex werd gebouwd door militairen, voor wie Heerlen, of in de Romeinse periode Coriovallum, een belangrijke ontmoetingsplek werd. Het badhuis vervulde dus een belangrijke functie in de regio en dat was te zien. Toen het badhuis op haar grootst was, stond er een gevel van 48 meter en 8 tot 10 m hoog.

Dat Coriovallum een belangrijke functie had, blijkt uit het feit dat een stenen zuil waarvan werd gedacht dat die bij het badhuis hoorde, geen deel van het badhuis was, maar van een ander stenen gebouw. Uit dat gegeven trekken de archeologen de conclusie dat er dus twee stenen publieke gebouwen dicht bij elkaar hebben gestaan.

Meerdere grote stenen gebouwen op een kleine oppervlakte zou volgens de archeologen een indicatie zijn dat Coriovallum een belangrijke status had. Bijkomend onderzoek in de omgeving van het badhuis moet daarover meer aanwijzingen opleveren.

Het badhuis in Heerlen werd in de jaren ’40 van de vorige eeuw ontdekt, toen een boer een stenen zuil raakte tijdens het ploegen. Toen archeologen de zaak verder onderzochten, bleken er veel meer Romeinse resten in de grond te zitten. Bij verder onderzoek werden de resten van het badhuis blootgelegd.

Op de plek waar het thermencomplex werd gevonden, werd in de jaren ’70 het Thermenmuseum opgericht, met een grote hal die over de opgraving heen werd gebouwd.

De publicatie bij het nieuwe onderzoek verschijnt in maart 2020. Aan het onderzoek werd gewerkt door een team van dertig wetenschappers, die voor het eerst in decennia weer aan het werk gingen in en rond het badhuis, onder leiding van het Thermenmuseum. Het onderzoek werd gesteund door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de Provincie Limburg.

Geen Romulusgraf, maar gedenkteken opgegraven op het Forum Romanum

22 februari 2020

Na de bekendmaking van de recente spectaculaire ontdekking op het Forum Romanum, waarover tot gisteren nauwelijks concrete details werden vrijgegeven, namen geleidelijk aan ook de internationale media het nieuwsje over. Daarbij werden de verschillende krantenkoppen alsmaar sensationeler terwijl ze tegelijk steeds verder afweken van de waarheid.

Graf van Romulus ontdekt. Sarcofaag van de stichter van Rome gevonden. Tombe van Romulus blootgelegd. Botten van Romulus opgegraven. Eerste koning van Rome geeft geheim prijs. Prettig om lezen, dat wel, maar onwaar. Tijdens een persconferentie werd gisteren meer informatie verschaft over de vondst.

Eerst voor alle duidelijkheid: het gaat niet om het graf van Romulus, de legendarische stichter van Rome. Het ontdekte hypogeum, een ondergrondse ruimte voor godsdienstige rituelen of begravingen, was wel gewijd aan de cultus van Romulus.

De site rond de Curia Julia werd eigenlijk reeds in 1898 ontdekt door de bekende archeoloog Giacomo Boni (1859-1925) aan wie we een heleboel belangrijkste ontdekkingen op het Forum Romanum te danken hebben, van de Lapis Niger tot het Comitium.

Ook het hypogeum werd door Boni beschreven, maar zonder er een interpretatie aan te geven. In zijn onderzoek beschreef hij dezelfde ruimte als die nu is teruggevonden, hij hechtte er echter weinig waarde aan, ondanks de symbolische plek waar deze zich bevond; aan de rand van het Comitium de plek waar de Romeinen in de oudheid samenkwamen voor religieuze bijeenkomsten, precies onder de ingang van de Senaat.

Het onderzoek van Boni vormde de basis van het huidige onderzoek dat een jaar geleden begon. Patrizia Fortini, de archeologie die verantwoordelijk is voor de actuele opgraving, begon de documentatie van haar negentiende-eeuwse voorganger uitgebreid te bestuderen en kwam tot de conclusie dat Boni zich had vergist. Ze legde een link tussen de beschrijvingen van Boni, de plattegrond van het Forum Romanum en de antieke geschriften die beweerden dat Romulus achter de Rostra begraven lag.

Een 3D-scan van deze plek waar ooit de tribunes stonden waarop de senatoren spraken, bevestigde de aanwezigheid van een ruimte onder de Senaat. In november zijn de opgravingen begonnen, met de sloop van een trap uit de jaren ’30 van de vorige eeuw, met als resultaat de spectaculaire ontdekking van de ondergrondse kamer.

Het hypogeum situeert zich dus net onder het grote portaal van de Curia. De funderingen van de Curia Julia zijn rond het heiligdom gebouwd, waardoor de ondergrondse ruimte goed bewaard is gebleven. Het is een heel kleine kamer waarin zich een cirkelvormig element bevindt dat mogelijk de basis van een altaar is geweest, al is dat nog niet helemaal duidelijk.

Wat eerst werd aanzien als een grafkist of sarcofaag zijn eigenlijk de resten van een cenotaaf, een grafteken, die al sinds de oudheid worden opgericht ter nagedachtenis aan overledenen van wie het stoffelijk overschot elders verkeert of onvindbaar is.

Bij de mytische Romulus kan dat zeker kloppen: hij zou tijdens een hevig onweer als de god Quirinus hemelwaarts gestegen zijn. Al zijn er ook versies van de legende die vertellen dat hij vermoord zou zijn of zelfs aan stukken werd gescheurd.

Het gaat dus meer dan waarschijnlijk om een (deel van een) monumentale tempelruimte of een schrijn ter nagedachtenis van de mytische stichter van Rome. In dat opzicht is het zeker een belangrijke vondst.

Alfonsina Russo, de directeur van het Parco archeologico del Colosseo die de persconferentie leidde, moest zich voor de talrijk aanwezige journalisten een kwartier bezighouden met het relativeren van het nieuws dat meteen na de eerste resultaten van de opgravingen werd verspreid.

Het betreft inderdaad een voor Rome zeer symbolische vondst, maar van de ontdekking van de laatste rustplaats van Romulus is geen sprake. Het graf van Romulus werd gisteren dus niet geopend, zoals ook nu nog sommige media blijven beweren.

Archeologe Patrizia Fortini is van mening dat de vondst, precies omwille van de locatie vlakbij de Lapis Niger of de zwarte steen, door oude bronnen ook al verbonden met de dood van Romulus, altijd belangrijk is geweest voor de bevolking van Rome.

Ook het feit dat het hypogeum al die tijd is bewaard gebleven, wat eigenlijk alleen maar kan omdat de latere keizers dat hebben toegestaan, wijst op het belang van de plek voor de geschiedenis van de stad.

Het onderzoek op de site is nog niet afgerond. Russo kondigde wel aan dat de onderzoeksgegevens die nu al beschikbaar zijn, spoedig allemaal toegankelijk zullen zijn voor wetenschappers.

Ondertussen is het wachten op de eerste wetenschappelijke publicatie over deze ontdekking, al kan dat nog even duren. Het duurt immers een tijd vooraleer de wetenschappers de bevindingen van hun opgravingen kunnen publiceren.

Russo meldde dat in de loop van dit jaar de resultaten worden gepubliceerd van de opgravingscampagnes die in de loop van 2014 op het Forum Romanum werden uitgevoerd.

Zodra het wetenschappelijk onderzoek op de site helemaal is afgerond, wordt het wandelpad op het Forum Romanum uitgebreid, zodat bezoekers ook de cenotaaf kunnen bekijken.

Ook dat zal nog wel minstens een paar jaar duren. In april start op dezelfde plek een nieuwe opgravings- en onderzoekscampagne. De onderzoekers sluiten niet uit dat er nog verrassende ontdekkingen volgen.