Archive for 14 februari 2020

Nieuwe tentoonstelling in Rijksmuseum Amsterdam: Caravaggio-Bernini. Barok in Rome

14 februari 2020

In de Philipsvleugel van het Rijksmuseum in Amsterdam begint vandaag de nieuwe tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Barok in Rome. De tentoonstelling is elke dag te bezoeken van 9 tot 17 uur en dit tot en met 7 juni 2020. De expo vertelt het verhaal over het enorme artistieke elan in Rome en de radicale vernieuwingen in de kunst die zich ruwweg tussen 1600 en 1640 situeerde.

Op de tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Barok in Rome zijn ruim zeventig kunstwerken te zien van tijdgenoten van Caravaggio en Bernini en uiteraard ook een aantal werken van de twee beroemde meesters zelf. De schilderijen en beeldhouwwerken zijn afkomstig uit internationale musea en uit particuliere collecties.

In de eerste decennia van de zeventiende eeuw  schudde een nieuwe generatie ambitieuze kunstenaars, aangevoerd door de briljante schilder Caravaggio en de geniale beeldhouwer Bernini, de enigszins ingedutte Eeuwige Stad Rome wakker. Zij introduceerden een nieuwe kunsttaal, waarbij niet langer elegantie de norm was, maar het oproepen van emoties centraal stond: de barok.

Theatrale kunst met drama, dynamiek en bravura. Een kunst waarbij schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur innig samenwerkten. Een revolutie in de westerse kunst, die in Rome begon en in heel Europa zijn sporen naliet. Het is echter ook de kunst die aan Nederland voorbijging, de joyeuze Italiaanse tegenhanger van de ingetogen en sobere cultuur van de protestantse zeventiende eeuw.

De Romeinse barok bracht een artistieke revolutie mee die in heel rooms-katholiek Europa werd gevoeld. Gangmakers waren de schilder Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610) en de beeldhouwer Gian Lorenzo Bernini (1598-1680). Rond deze twee genieën schaarden zich veel andere artistieke talenten.

Rome was in de eerste decennia van de zeventiende eeuw op artistiek vlak ‘booming’. De Eeuwige Stad werd in korte tijd een internationale snelkookpan vol nieuwe artistieke ideeën en initiatieven. Dit bruisende klimaat vormde de voedingsbodem voor een nieuwe stijl, die pas veel later de barok zou worden genoemd, naar het woord barocco voor de grillige vorm van een natuurlijke parel.

Bovendien trokken schilders en beeldhouwers meer dan ooit gezamenlijk op. De hoofdpersonen van de tentoonstelling (Caravaggio, Bernini en hun geestverwanten) belichamen deze artistieke verbroedering. Hun werken vertellen samen het verhaal over het enorme artistieke elan in Rome en de radicale vernieuwingen in de kunst, ruwweg tussen 1600 en 1640. De leidraad zijn de voornaamste termen uit het artistieke vocabulaire van die tijd, begrippen als verwondering (meraviglia), levendigheid (vivezza), beweging (moto), scherts (scherzo) of afschuw (terribilità).

De barok begint op het moment dat Caravaggio omstreeks 1600 in de Tiberstad furore maakte door zijn schilderijen met een volkomen nieuw, indringend naturalisme en een krachtig clair-obscur. Zijn radicale kunst zette een beweging in gang met vele volgelingen, later Caravaggisti genoemd, onder wie vader en dochter Gentileschi, Borgianni, Bartolomeo Manfredi, Guercino, Baglione en Mattia Preti maar ook Nederlanders als Ter Brugghen, Honthorst van Van Baburen.

Enkele jaren na Caravaggio’s dood in 1610, manifesteerde het multitalent Bernini zich met een reeks indrukwekkende en technisch virtuoze beelden vol beweging, dramatiek en natuurlijke levendigheid. Bernini gaf in de navolgende decennia met zijn sculptuur Caravaggio’s erfenis een nieuwe richting, die het aanzien van Rome compleet veranderde: zijn vernieuwingen zijn nog steeds voelbaar op tal van terreinen, van levensechte portretten tot imposante grafmonumenten, van gebeeldhouwde fonteinen tot kerkarchitectuur.

De hoogtepunten van de tentoonstelling in Amsterdam zijn Caravaggio’s betoverende Narcissus, Jongen gebeten door een hagedis, zijn Doornenkroning, en werken van Bernini, zoals zijn zelden getoonde jeugdwerk Bacchus, zijn ontroerende Sebastiaan, de buste van Medusa, maar ook rake marmeren portretten van Thomas Baker, kardinaal Richelieu, en een geschilderd Zelfportret.

Daarnaast worden schilderijen getoond van onder andere Ludovico en Annibale Carraci, Guido Reni, Giovanni Baglione, de Gentileschi’s, Nicolas Poussin, Simon Vouet, en de excentrieke Tanzio da Varallo. Beeldhouwwerken van Alessandro Algardi, waaronder zijn zwart-marmeren Sonno (Slaap), de dansende Rondinini Faun van de Romeinse Vlaming François du Quesnoy, en een nooit eerder getoond bronzen paard in volle draf van Francesco Mochi.

De tentoonstelling wordt vormgegeven door het in Amsterdam gevestigde bureau Formafantasma, bestaande uit het duo Simone Farresin en Andrea Trimarchi. Deze Italiaanse vormgevers hebben voor een elegante, ingetogen stijl gekozen die de barokke taal van de kunstwerken alle ruimte laat. Door subtiel kleur- en materiaalgebruik – onder meer door toepassing van Kvadrat-stoffen in warme tinten – wordt een eigentijdse omgeving gecreëerd voor de krachtige zeventiende-eeuwse kunst.

De tentoonstelling kwam tot stand in nauwe samenwerking met het Kunsthistorisches Museum in Wenen waar deze tentoonstelling reeds van 15 oktober 2019 tot 19 januari 2020 te zien was.

BAROK – ACHTERGROND

In de tentoonstelling staat vooral de opkomst van de barok centraal. Maar wat zijn belangrijke dingen die je moet weten over de vroege barok? De belangrijkste taak van kustenaars was om emoties (‘affetti’) op te roepen. Kunstenaars verleidden hun publiek met kunstwerken waar veel emotie in zit. Hiermee wilden ze dezelfde emotie oproepen bij de kijker en de (vaak religieuze) boodschap beter binnen laten komen.

De barok ging grotendeels aan Nederland voorbij omdat het te katholiek was. In het overwegend protestantse land vond de barok nauwelijks weerklank. Het zou te bombastisch, dramatisch of overdadig zijn.  De naam barok werd eerst gebruikt om grillige wilde parels te omschrijven. Pas in de late achttiende eeuw wordt ‘barok’ ook als naam voor de kunststroming gebruikt die in Rome omstreeks 1600 ontstond en in de zeventiende eeuw bijna heel Europa in haar ban kreeg.

De vroege barok was ook van invloed op het werk van Rembrandt en zijn tijdgenoten. Ondanks het protestantisme dat overheerste in de Nederlanden zijn de werken van meesters zoals de schilders Rubens, Rembrandt en beeldhouwer Quellinus ondenkbaar zonder hun barokke vakbroeders.

Voor het eerst gingen schilders, beeldhouwers en architecten nauw samenwerken. Zo ontstonden zogenoemde totaalkunstwerken waarbij bouwkunst, beeldhouwkunst en schilderkunst één grootse, theatrale eenheid vormen. De schilderkunst wordt veel naturalistischer en indringender Caravaggio was de meester van clair-obscur (licht-donker effecten) en de dramatische vertelling. Hij is meester van de essentie, van het alledaagse naturalisme en van de indringende boodschap, direct gericht op een schokeffect bij de kijker.

Daarnaast wordt ook steen voor het eerst echt “tot leven gebracht”. Bernini was de geniale alleskunner die de grenzen van de beeldhouwkunst tot het uiterste oprekte. Hij maakte het bijna schilderachtig, ‘levend’ en natuurlijker dan ooit. Bernini ontwierp ook gebouwen, fonteinen, meubels, toneeldecors, hij schilderde (vooral zichzelf) en schreef daarnaast gedichten en toneelstukken.

Rome is dé culturele plek to be in Europa aan het begin van de zeventien eeuw. Vanuit heel Europa kwamen kunstenaars naar de Eeuwige Stad. Ze werden aangetrokken door de resten van de Oudheid, het nieuwe elan van de katholieke kerk en de vernieuwende kunst van Caravaggio en Bernini. Bovendien kreeg het begrip ‘schoonheid’ een nieuwe betekenis: ook het lelijke en gruwelijke werd mooi gevonden. De invloedrijke dichter Giambattista Marino noemde dat horror va col diletto, het gruwelijke en het aangename gaan samen.