Rome opent eerste keukenmuseum

Romekenners en trouwe bezoekers weten dat onze lievelingsstad naast ruim honderd klassieke musea ook een heleboel ongewone en soms zelfs ronduit bizarre musea telt. In het verleden hebben we er daarvan al een aantal onder de aandacht gebracht.

Ze zijn opgebouwd rond minder voor de hand liggende thema’s of tonen collecties die afwijken van de ‘normale verzamelingen’. Niettemin zijn ze een bezoek vaak meer dan waard. Nu krijgt Rome er nog eentje bij: het Museo della Cucina.

Je kan het bijna niet zo gek bedenken of het is hier aanwezig en doorgaans nog in verschillende versies en uit verschillende tijdsperiodes. Koperen potten, speciale bakvormen voor taarten, puddingen, chocolade en koekjes en honderden antieke keukengereedschappen, het ene al wat vreemder dan het andere.

Het geheel wordt gecombineerd met kookapparaten en een heleboel culinaire boeken en gidsen, waarvan sommige heel oud. Het is slechts een kleine greep van wat je kan aantreffen in het eerste privémuseum in Rome dat volledig aan de keuken is gewijd. Liefhebbers gaan hier heel wat tijd kunnen doorbrengen.

Het idee om een Museo della Cucina te openen komt van de banketbakker en kok Rossano Boscolo (64) die besloot om zijn enorme privécollectie die hij gedurende zijn hele carrière in zowat alle werelddelen verzamelde te tonen aan het publiek.

Boscolo is niet de eerste de beste. Zijn naam is in Italiaanse gastronomische kringen legendarisch en zijn carrière is zonder meer indrukwekkend. De zaken waarmee de man zich allemaal heeft beziggehouden passen niet op een paar bladzijden.

Het nieuwe keukenmuseum in Rome wordt gevestigd in en bij het Hotel Boscolo Circo Massimo. Dat is geen toeval. Bruno Boscolo, de vader van Rossano en zelf een voormalige restauranthouder, stortte zich meer dan veertig jaar geleden op de hotelsector. Na de opening van een eerste succesvol hotel zouden er vele anderen volgen in heel Italië.

Nog niet zo lang geleden streek de Boscologroep ook neer in Rome en biedt tegenwoordig overnachtingsmogelijkheden op de Aventijn, aan Villa Borghese, in Trastevere en misschien wel op de meest prestigieuze plek van Rome: aan de voet van de Palatijn.

Het Boscolohotel vinden we inderdaad aan de Via dei Cerchi, uitgebouwd in de hellingen van de Palatijn en een voormalig klooster van de benedictijnen dat hier vlak tegen de nabijgelegen Sant’Anastasia was gebouwd. Een aantal gangen en muren en sommige structuren en enkele zalen behoren tot het artistieke en culturele erfgoed van de Palatijn.

Onder de Sant’Anastasiakerk werden overigens twee complexen uit de eerste eeuw opgegraven. Ze zijn door een steegje van mekaar gescheiden. Het ene complex ligt tegen de Palatijnse heuvel aan, het andere kijkt uit op het Circus Maximus. Het wegje bestaat uit enkele muren waarop halfronde gewelven rusten. Wellicht was dit een uitbreiding van het Circus Maximus of een deel van een ‘ondergrondse’ doorgang naar de Palatijn.

Links daarvan bevindt zich een porticus waaraan verschillende ruimtes naast elkaar liggen. Dit was wellicht een insula met winkeltjes. Het is niet ondenkbaar dat dit ondergrondse gedeelte deel uitmaakte van of doorliep tot de ruimtes die vandaag deel uitmaken het Boscolohotel bevinden. Wat nog allemaal diep in de Palatijnse heuvel verborgen zit is tot dusver onbekend.

In ieder geval kan je nauwelijks dichter bij de keizerlijke oudheid logeren dan in dit boetiekhotel, al is die uitspraak in Rome natuurlijk relatief. Het is hier dat chef-kok Rossano Boscolo geïnteresseerde bezoekers, zoals hij het zelf uitdrukt, “een culturele reis naar de culinaire wortels van ons land” wil laten beleven. Er zijn musea in Rome die het met een iets minder mooie plek moeten doen.

Behalve het tentoonstellen van voorwerpen, schenkt het museum veel aandacht aan de oorsprong van wat we vandaag kennen als ‘de Italiaanse keuken’. De Italiaanse voedsel- en wijncultuur heeft immers een radicale verandering ondergaan na de introductie van vele producten die geleidelijk in Europa arriveerden na de ontdekking van Amerika.

Aardappelen en tomaten natuurlijk, maar ook de basis voor onze chocolade. Columbus zou de eerste cacaozaden ontvangen hebben van een groep inheemse mensen op het eiland Guanaja voor de kust van Honduras. Het was echter Hernán Cortés die experimenteerde met de drank die met die zaden was gemaakt.

Ruim honderd jaar later introduceerde Anna van Oostenrijk (1601-1666), die naar verluidt een grote zoetebek was, warme chocolademelk in de Europese vorstenhuizen. Anna was koningin van Frankrijk van 1615 tot 1643 en van Navarra van 1615 tot 1620 en de moeder van Lodewijk XIV.

In de vitrines van het museum, opgesteld in zalen die door het hotel soms ook worden gebruikt voor privé-evenementen en dus wellicht niet altijd allemaal toegankelijk, ontdek je onder meer ook hoe de oude Grieken hun desserts creëerden. De ingrediënten waren klassiek: eieren, bloem, haver, melk en honing. Maar ze voegden er steevast ook wijn aan toe.

Wie oprecht geinteresseerd is in koken en eten kan zijn of haar hartje pas echt ophalen op de tweede verdieping. Daar bevindt zich een collectie culinaire handleidingen en recepten uit de vijftiende en de zestiende eeuw.

Deze vaak unieke en zeer zeldzame exemplaren worden aangevuld met oude kookboeken van de Franse keuken en met negentiende-eeuwse edities van recepten die destijds de Italiaanse gerechten meer identiteit wilden geven. Opvallend is, ook toen al, de grote aandacht voor de regionale en streekgebonden keuken.

Je vindt hier onder andere ook het eerste recept voor tomatensaus. Het staat in een boekje dat in 1692 werd geschreven door Antonio Latini. De eerste druk van dat werk wordt eveneens bewaard en getoond in dit nieuwe Museo della Cucina.

Een andere befaamde eerste editie is wellicht het beroemdste en zeker het meest gelezen kookboek van Italië: La Scienza in Cucina e l’Arte di Mangiar Bene (De wetenschap in de keuken en de kunst om goed te eten), in 1891 geschreven door Pellegrino Artusi (1820-1911).

Artusi was een Italiaanse literaire criticus, schrijver en gastronoom. Zijn kookboek behoorde samen met Pinokkio van Carlo Collodi, De Verloofden van Alessandro Manzoni en Jeugdleven van Edmondo De Amicis vele jaren tot de meest gelezen boeken in Italië.

Ook vandaag is het boek nog steeds één van de meest internationaal verspreide Italiaanse werken. Het is onder meer vertaald in het Engels, Spaans, Duits, Nederlands, Frans, Portugees en Japans.

artusi

De eerste editie van ‘La Scienza in Cucina …’ werd in 1891, bij gebrek aan een uitgever, op kosten van Artusi zelf gepubliceerd bij drukker Salvadore Landi in Firenze. Het gebrek aan een uitgever was meteen merkbaar: het duurde liefst vier jaar vooraleer Artusi zijn eerste oplage had verkocht.

De uitgave kreeg wisselende kritieken van de specialisten, maar het oordeel van de Italianen was duidelijk: het boek werd zodra het enige bekendheid kreeg een groot succes.

Dat was mee te verklaren doordat het kookboek was geschreven in het Italiaans, dit in tegenstelling tot de meeste kookboeken van die tijd die vooral werden geschreven door chefs die een Franse opleiding hadden genoten en waarvan de terminologie doordrenkt was met Franse woorden of die zelfs volledig in het Frans werden geschreven. Daar hadden de Italianen geen boodschap aan.

Daarnaast doorspekte Artusi het boek met verschillende anekdotes en weetjes, die ervoor zorgden dat de recepten, naast hun bruikbaarheid, ook leuk waren om te lezen.

Een andere belangrijke factor die het boek anders maakte dan andere kookboeken was het feit dat vele lezers hun recepten naar Artusi begonnen op te sturen. Die voegde een aantal hievan toe aan de volgende uitgaven van zijn boek.

Dat was een geniale zet die de populariteit van het boek fors deed stijgen. Mensen waren immers bijzonder fier dat de grote Artusi hun recept had opgenomen in zijn boek en vertelden dat maar wat graag rond aan vrienden en kennissen.

Die ingreep zorgde er ook voor dat L’Artusi, zoals het boek gaandeweg bekend werd, zich ontwikkelde van een kookboek met aanvankelijk vooral recepten uit de regio Emilia-Romagna (de geboortestreek van Artusi) tot een kookboek met een nationaal karakter dat zowat heel Italië omvatte. Met dit boek legde Pellegrino Artusi in feite de basis voor de Italiaanse keuken zoals we die tegenwoordig kennen.

Het boek bevatte ook een overzicht van de maanden van het jaar en de gerechten die het beste bij die maand passen. Daarnaast waren er afzonderlijke recepten voor eters met een zwakke maag en begint het boek met hygiënevoorschriften en een overzicht van de in het boek gebruikte culinaire termen. Vandaag lijkt dat misschien niet zo ongewoon, maar ook dat was allemaal nieuw en ongezien in die tijd.

De auteur bleef zijn boek bijwerken en opnieuw uitbrengen tot aan de vijftiende editie in 1911, het jaar dat hij stierf. De eerste editie van het boek had 475 recepten, bij het uitbrengen van de vijftiende editie was dit reeds uitgebreid tot 790.

Museo della Cucina
Via dei Cerchi 87, Rome

www.circomassimoexclusivesuite.com

www.rossanoboscolo.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.