Archive for februari, 2020

Boek naar aanleiding van 100ste verjaardag paus Johannes-Paulus II

22 februari 2020

In Rome is het boek San Giovanni Paolo Magno (Sint-Johannes Paulus de Grote) voorgesteld. De aanleiding voor de publicatie is de honderdste verjaardag van de Poolse paus (1978-2005) die op 18 mei 1920 als Karol Józef Wojtyła in Wadowice ten zuiden van Krakau geboren werd.

Het boek is geschreven door de Italiaanse priester Luigi Maria Epicoco (39), al staat paus Franciscus als auteur vermeld. Het boek telt 128 pagina’s en bevat passages uit persoonlijke gesprekken met paus Franciscus en Johannes Paulus II en gaat dieper in op de relatie tussen de Poolse paus en kardinaal Jorge Bergoglio.

Volgens auteur Epicoco is het boek gebaseerd op verschillende gesprekken die hij de voorbije maanden met paus Franciscus voerde. Ook al hebben de vragen meestal een brede horizon, de antwoorden die de paus geeft zijn veelzeggend, eerlijk en beknopt, luidt het in het voorwoord. Epicoco is priester van het aartsbisdom L’Aquila en heeft naam gemaakt als schrijver van theologische geschriften. In het nieuwe boek komen ook onderwerpen als celibaat, gendertheorie, huwelijk en gezin en grieven in de huidige samenleving aan de orde.

Voorts wordt vooral duidelijk dat de huidige paus een groot bewonderaar blijkt te zijn van Johannes Paulus II, die hij op 27 april 2014 heilig verklaarde. De titel De Grote (Magnus) heeft hij hem echter nog niet verleend, zoals de titel van het boek wel doet vermoeden.

Jorge Bergoglio werd door paus Johannes Paulus II achtereenvolgens benoemd tot hulpbisschop van Buenos Aires (1992), coadjutor-aartsbisschop van Buenos Aires (1997) en bisschop van de oosters-katholieken in Argentinië (1998). Hij werd in 2001 door de Poolse paus tot kardinaal verheven en benoemd tot kardinaal-priester van de San Roberto Bellarmino.

Archeologen brengen tunnels onder Pompeï in kaart

21 februari 2020

Net als in andere grotere Romeinse steden bevond zich ook onder de straten van Pompeï ooit een uitgebreid netwerk van afwateringskanalen. Een team van archeologen en speleologen heeft nu een groot deel van dit netwerk onderzocht. Het verhaal staat te lezen op Archeologie Online.

Hoewel bekend was dat onder Pompeï een netwerk van tunnels en kanalen lag, was dit netwerk de jongste decennia nauwelijks onderzocht. Onderzoeken beperkten zich meestal tot strikt noodzakelijke verkenningen die werden uitgevoerd om te kijken of er bijvoorbeeld elektra aangelegd kon worden, of er werden werkzaamheden verricht om verstoppingen tegen te gaan. Een uitgebreid archeologisch onderzoek had nog maar zelden plaatsgevonden.

In 2018 sloot het Parco Archeologico di Pompeï een overeenkomst met de speleologen van Cocceius Association. Vanuit het Forum van Pompeï zouden de speleologen het gangenstelsel gaan verkennen om uit te zoeken hoe het systeem is ontwikkeld, maar ook om na te gaan in welke toestand de gangen zich bevinden en hoe die als afwatering kunnen blijven functioneren terwijl de archeologische waarde van het bouwwerk bewaard blijft.

De speleologen onderzochten 457 m van het stelsel en brachten een deel van het afwateringssysteem in kaart. Vanuit grote opvangbassins onder het Forum liepen lange gangen onder de Via Marina en de Imperial villa in de richting van het Via Marina-kanaal, waar de tunnels in uitmondden. Via het kanaal werd overtollig regenwater afgevoerd richting zee.

In samenwerking met archeologen, kon ook een grove schatting worden gemaakt van de leeftijd van de verschillende delen van het afwateringssysteem. Het oudste deel dateert waarschijnlijk uit de hellenistische periode en is aangelegd in de late derde eeuw vóór Christus en de tweede eeuw vóór Christus.

Een nieuwer deel dateert uit de late Republikeinse periode, de laatste eeuw vóór Christus, en het jongste deel komt uit de periode van het begin van de jaartelling tot de stad in het jaar 79 werd verwoest.

Bekijk hier een filmpje over de ondergrondse verkenning van Pompeï

Schitterend beeldhouwwerk van Gian Lorenzo Bernini gerestaureerd

20 februari 2020

In de vierde kapel links, de zogenaamde Paluzzi-Albertoni-kapel, in de kerk San Francesco a Ripa in Trastevere, bevindt zich een prachtig maar minder bekend beeldhouwwerk van Gian Lorenzo Bernini (1598-1680). ‘De extase van de Gelukzalige Ludovica Albertoni’ uit 1674 is na een zes maanden durende restauratiebeurt opnieuw in volle glorie te bewonderen.

Het witte Carrara-marmer glanst alsof het pas uit de groeve komt. Het gezicht van de gezegende die al haar magie heeft herwonnen straalt als nooit voordien. De restauratie heeft 39.000 euro gekost.

Het beeld is één van de late meesterwerken van de grote kunstenaar. Het werk heeft een duidelijke band met de veel bekendere ‘De extase van de heilige Theresia’ uit 1646 in de Santa Maria della Vittoria (die pas echt druk werd bezocht na het boek en de film Angels & Demons van respectievelijk Dan Brown en Ron Howard).

Ook de sculpturen in Bernini’s dertig jaar jongere Raimondi-kapel in de San Pietro in Montorio doen enigszins denken aan deze Extase van Ludovica. Ook de Raimondi-kapel is minder bekend, ook al omdat hier minder toeristen in de buurt komen.

Ludovica geeft zich in de San Francesco a Ripa hartstochtelijk en haast willoos over aan haar religieuze extase. Ludovica Albertoni (1474-1533) die onder het altaar begraven ligt, behoorde tot de reguliere derde orde van Franciscus van Assisi. Tot deze orde traden mensen toe die geen priester of non wilden worden, maar wel de idealen van Franciscus (liefde, armoede en nederigheid) wilden naleven.

De weduwe Albertoni wijdde haar laatste levensjaren aan het verzorgen van de armen in Trastevere. Toen ze doodziek de communie kreeg, raakte ze in mystieke extase en overleed meteen daarna. Dat is het moment dat door Bernini werd uitgebeeld. In 1671 werd Ludovica zalig verklaard.

Haar rijke familie (de Santa Maria in Campitelli staat ongeveer op de plaats van hun vroegere paleis) bestelde de praaltombe bij Bernini. De kunstenaar vereeuwigde de dame op het moment dat ze zalig en verzadigd het goddelijke licht ontvangt.

Vandaag kijken bezoekers nog altijd vol verbazing naar deze ‘Estasi di Beata Ludovica Albertoni’, maar vreemd genoeg weten lang niet alle toeristen de weg naar dit beeld van de nochtans zeer populaire Bernini te vinden.

Het beeld ligt boven en achter het altaar en vormt door de lichtinval vanuit een verborgen zijvenster een frappant contrast met de schemerige kapel ervoor. Aan de zijkanten zijn twee zestiende-eeuwse fresco’s te zien met rechts de heilige Ludovica en links de heilige Clara.

Tijdgenoten verweten dit werk zijn overdreven pathetiek, een gebrek dat men verklaarde door Bernini’s ouderdom, hij was inderdaad reeds 76 jaar toen hij dit kunstwerk maakte. Laat duidelijk zijn dat het vooral reacties waren van jaloerse, gefrustreerde en veel jongere collega’s die nooit het niveau van de meester zouden bereiken.

L’estasi della Beata Albertoni
San Francesco a Ripa
Piazza di San Francesco d’Assisi 88, Rome
www.sanfrancescoaripa.it

Er worden steeds minder Italianen geboren

20 februari 2020

De kloof tussen overledenen en borelingen was in Italië sinds 1918 nooit zo groot. Per 100 sterfgevallen waren er het voorbije jaar slechts 67 geboortes. Tien jaar geleden verwelkomde Italië nog 96 baby’s per 100 overlijdens. De neerwaartse trend is al een hele tijd aan de gang, maar nu bereikt de Italiaanse demografische crisis stilaan de alarmfase.

Italië telde op 1 januari van dit jaar 60,317 miljoen inwoners. Dat zijn er 116.000 minder dan een jaar eerder. Het was het vijfde jaar op rij dat het inwoneraantal flink daalde. Dat heeft ook economische consequenties.

De snel verouderende Italiaanse maatschappij heeft dringend nood aan jonge arbeidskrachten, al was het maar om het pensioenstelsel betaalbaar te houden. Een instroom uit het buitenland kan dat probleem deels verhelpen. Maar die evolutie geeft de Italiaanse burger evenmin hoop. Vorig jaar zag Italië 143.000 migranten meer arriveren dan dat er buitenlanders vertrokken. In 2018 waren dat er nog 175.000.

Het recente demografische rapport doet dan ook alarmbellen afgaan in politieke kringen. “Gezinnen vormen de hoeksteen van onze maatschappij. We moeten deze trend snel keren, want het voortbestaan van ons land is in gevaar”, verklaart president Sergio Mattarella.

Flinke uitbreiding voor Palazzo Barberini

19 februari 2020

Palazzo Barberini in Rome is recent flink uitgebreid en bevat nu liefst 42 kamers boordevol meesterwerken. Bezoekers krijgen nu meer dan 400 kunstwerken te zien waardoor Palazzo Barberini tot de grotere musea van Rome behoort.

Concreet werden in de noordelijke vleugel van de zogenaamde adellijke verdieping tien extra kamers geopend voor het publiek. Ze zijn volledig gerestaureerd. Door de ingreep wijzigt ook het tentoonstellingsplan van Palazzo Barberini. De te volgen route is nu georganiseerd volgens een chronologische en geografische volgorde, van de late zestiende tot de zeventiende eeuw.

barberini

De restauratie omvatte de architecturale structuren, het verlichtingssysteem en het aanbrengen van nieuwe verklarende panelen en bijschriften. In totaal werd 550 m² extra tentoonstellingsruimte gecreëerd. Vanuit de nieuw gerestaureerde ruimtes krijg je vanuit de ramen een zicht op de binnentuin van het museum op een manier zoals dat al vele jaren niet meer mogelijk was voor het publiek.

Palazzo Barberini is vooral bekend omwille van zijn collectie Vlaamse meesters, de zogenaamde Fiamminghi. Net als in Palazzo Corsini vind je hier een schitterende verzameling kunst uit de Nederlanden. Het museum beschikt over kunstwerken van de middeleeuwen tot de achttiende eeuw. Samen maken ze deel uit van de Galleria Nazionale d’Arte Antica.

Ook architectonisch is het gebouw een lust voor het oog, al was het alleen al maar omwille van de indrukwekkende trappenpartijen van zowel Bernini als Borromini. In het enorme museumaanbod van Rome wordt Palazzo Barberini weleens over het hoofd gezien, maar dat is echt zonde. Zelfs los van de kunstcollectie die wordt getoond is een bezoek aan deze architecturale parel absoluut aan te bevelen.

Eén van de grotere veranderingen die werd doorgevoerd in de tentoonstellingsruimtes is dat het werk van Caravaggio niet langer verzameld is in één enkele kamer, maar voortaan interageren met de schilderijen van kunstenaars zoals Giovanni Baglione, Orazio Borgianni, José de Ribera, Bartolomeo Manfredi, Carlo Saraceni, Simon Vouet en Orazio Gentileschi.

Voor de nieuwe kamers werden in totaal 80 extra werken geselecteerd. Sommige zijn nooit eerder tentoongesteld, zoals de genrestukken van de Antwerpse kunstenaar Frans Francken de Jongere (1581-1642).

Een andere nieuwigheid is de opening van de voormalige kapel van het paleis die nu werd getransformeerd in een tentoonstellingshal waar een altaarstuk van Annibale Carracci wordt tentoongesteld.

De nieuwe cirkelvormige tentoonstellingsroute benadrukt ook de vormgeving van het gebouw zelf. Het begint met de zaal gewijd aan het maniërisme of de late renaissance met werken van onder meer Siciolante da Sermoneta, Pietro Francavilla, Girolamo Muziano, Marcello Venusti, Jacopo Zucchi, Jacob de Backer, Joseph Heintz en Jan Metsys, om slechts enkele kunstenaars te vermelden.

Dan volgt de kamer gewijd aan de Venetianen van de late zestiende eeuw met werken van Tintoretto, Palma il Giovane en een zeer interessant schilderij ‘Venere e Adone’ (Venus en Adonis) van de school van Titiaan, dat hier voor het eerst na een zorgvuldige restauratie opnieuw wordt getoond. In deze kamer bevinden zich ook twee werken van El Greco.

In de galerij, die volledig is opgefrist en nieuwe verlichting kreeg om de fresco’s beter tot hun recht te laten komen, zijn werken te zien van Bartolomeo Passerotti, een zeldzame ‘Universele zondvloed’ (Diluvio universale) uit de school van Jacopo Bassano en enkele werken van de voormelde Frans Francken Il Giovane, waarvan sommige rechtstreeks uit de bewaarplaats van het museum komen en al vele jaren niet meer te zien zijn geweest door het publiek.

Vlak naast de kamer met het altaar van Annibale Carraci bevindt zich nog een tweede nieuwe ruimte met fresco’s uit de late zestiende eeuw en landschapsschilderijen van onder meer Paul Bril. Het grootste spektakel speelt zich echter af in de drie volgende kamers die allen te maken hebben met Caravaggio.

In de eerste kamer wordt het bekende doek Judith en Holofernes (Giuditta e Oloferne) gecombineerd met werken van Giovanni Baglione, Orazio Borgianni, Bartolomeo Manfredi en Carlo Saraceni.

In de tweede kamer wordt het al even beroemde schilderij Narcissus (Narciso) geflankeerd door werken van José de Ribera en Simon Vouet en in de derde ruimte zien we Caravaggio’s San Francesco naast werken van Orazio Gentileschi, Bartolomeo Manfredi, Astolfo Petrazzi en Bernardo Strozzi.

De laatste kamers sluiten deze sectie af met schilderijen van Europese Caravaggisten (Trophime Bigot, Angelo Caroselli, Valentin de Boulogne, Giovanni Serodine, Lionello Spada, Matthias Stom, Michael Sweerts, Hendrick Terbruggen en Simon Vouet) en exponenten van de Bolognese schilderschool (Domenichino, Guercino, Giovanni Lanfranco, Pier Francesco Mola, Guido Reni en Simon Vouet).

Hoewel niets er vandaag nog op wijst, is het nog maar enkele decennia geleden dat je in de grote zaal, met het fresco van Pietro da Cortona, kon lunchen. Een officiersclub uit Ascoli had de ruimte ingepalmd en niet zelden hing er een irritante kooklucht die door het hele palazzo drong. Dat is gelukkig al lang verleden tijd.

Palazzo Barberini is bereikbaar langs de vroegere zij-ingang, de in 1875 afgebroken hoofdingang lag aan de huidige Piazza Barberini. De versierselen langs de straat zijn negentiende-eeuws. Paus Urbanus VIII Barberini (1623-1644) liet voor zijn familie dit barokpaleis optrekken.

Na Palazzo Farnese en Palazzo Borghese (1514-1589) is dit wellicht het meest imposante paleis van Rome. Zoals zijn opvolgers Innocentius X Pamphili en Alexander VII Chigi, was Urbanus VIII een zogenaamde ‘paus-bouwer’ en een bewonderaar van Bernini. Het palazzo staat in een grote tuin met pijnbomen, waar zich ook een beeld van de Deense kunstenaar Albert Thorwaldsen bevindt. De basis van het Barberini-complex werd gevormd door het bestaande palazzo Sforza dat de paus had gekocht. Bij opgravingen werden onder het gebouw woningen uit de keizertijd teruggevonden evenals een mithraeum met fresco’s.

De bouw van palazzo Barberini begon in 1627 onder leiding van Carlo Maderno maar Borromini, zijn neef, was reeds vanaf 1625 als tekenaar bij het ontwerp betrokken. Twee jaar later, na de dood van Carlo Maderno werd de jonge Bernini (1598-1680) architect. De even oude en dus sterk gefrustreerde Borromini (1599-1667) bleef tot 1633 zijn assistent, toen het paleis vrijwel voltooid was.

Er is menig woordje gediscussieerd over welk deel van het ontwerp aan Maderno moet worden toegeschreven en welk deel aan Bernini, terwijl ook voor Borromini het een en ander is weggelegd. Men neemt aan dat, hoewel het paleis verre van compleet was toen Bernini het overnam, deze zich grotendeels aan de plannen van Maderno heeft gehouden en slechts enkele wijzigingen heeft aangebracht.

Carlo Maderno opteerde voor een model gebaseerd op een open renaissance-villa in plaats van het klassieke gesloten stadspaleis. Bernini volgde dit idee en ontwierp een voorgevel volgens het schema van de villa’s in de omgeving van Rome. Zo werd de centrale porticus met de dubbele rij grote vensters erboven, het belangrijkste architectonische element van het paleis, door Bernini ontworpen.

Een aantrekkelijk en ongewoon kenmerk is dat deze porticus zich naar de ovale vestibule in het hart van het gebouw versmalt, van zeven bogen in de gevel, naar vijf en dan naar drie. Let ook op het ingenieuze valse perspectief van de omlijsting van de ramen op de bovenste verdieping, bedoeld om een evenwichtig uiterlijk te handhaven en toch rekening te houden met de kleinere vertrekken met kleine vensters op die etage.

Bernini heeft tevens zijn stempel gedrukt op twee kleine bovenramen met wonderlijke frontons in de verbindingsstukken tussen hoofdgebouw en zijvleugels. Let vooral op de versiering rond de vensters met bovenaan de schelp, een eerste toepassing van dit Michelangelo-motief, hier uitgewerkt met uitspringende zijelementen.

De Franse schrijver Marie-Henri Beyle, beter bekend als Stendhal (1783-1842) waardeerde dit niet, hij schreef dat het ‘een voorbeeld van de slechte smaak van Bernini’ was. Het linker rechthoekige trappenhuis is eveneens met zekerheid door Bernini ontworpen, terwijl de rechter ovale wenteltrap een ontwerp van Borromini is.

Het paleis werd in 1949 door de Italiaanse Staat aangekocht met de bedoeling er de Galleria Nazionale d’Arte Antica te huisvesten. Tot 2006 bezette het ministerie van Defensie nog een belangrijk deel van het gebouw. Vandaag bevindt zich in het paleis het Museo Barberini dat samen met de verzameling van palazzo Corsini deel uitmaakt van de Galleria Nazionale d’Arte Antica.

Deze bezit een verzameling van ruim 2.500 schilderijen waarvan er ongeveer 1.300 in palazzo Barberini en 700 in palazzo Corsini getoond worden. De rest werd ter verfraaiing ondergebracht in verschillende ministeries en in het parlement. Een aanzienlijk gedeelte van de collectie is niet te zien en bevindt zich in een geklimatiseerde opslagplaats.

Palazzo Barberini
Via delle Quattro Fontane 13, Rome
www.barberinicorsini.org

Nieuwe ledverlichting voor Santa Maria Maggiore-basiliek

18 februari 2020

Zopas kreeg de basiliek Santa Maria Maggiore in Rome nieuwe energievriendelijke ledverlichting. Eerder al waren de Sint-Pietersbasiliek en de basiliek van Sint-Jan van Lateranen aan de beurt.

Samen met de Sint-Paulus-buiten-de-Muren zijn dit de vier pauselijke basilieken van Rome. De belangrijkste eigenschap van deze basilieken is dat ze over een zogenaamde Heilige Deur beschikken. Elk van de vier basilieken wordt geassociëerd met een belangrijke stad in de geschiedenis van het Christendom.

De nieuwe buitenverlichting van de Maria Maggiore werd officieel in gebruik genomen door burgemeester Virginia Raggi van Rome, kardinaal Stanislaw Rylko (aartspriester van de Maria Maggiore) en de Barbara Jatta, de directeur van de Vaticaanse Musea. De Santa Maria Maggiore is de grootste van alle aan Maria gewijde kerken in Rome.

De voorbije weken werden 90 van de 130 bestaande ledlampen aan de gevels van de basiliek vervangen. Die waren beschadigd door regen en wind. Voor het eerst wordt ook de bronzen figuur van Maria met het kindje Jezus op de zuil van Vrede voor de kerk verlicht. Het verlichtingsproject werd gerealiseerd in samenwerking met het Romeinse energiebedrijf Acea.

Roma Intima – Liefde, lijf en lust

18 februari 2020

In het oude Rome waren orgieën toch dagelijkse kost? Rome was toch een waar paradijs voor mensen met grote seksuele appetijt? Na de ontdekking van de erotische afbeeldingen in Pompeï en Herculaneum werd ons in de literatuur, de beeld- en schilderkunst en vooral de hedendaagse film en televisie een nogal eenzijdig beeld van het ‘liederlijke’ Romeinse liefdesleven voorgehouden.

intima
De auteurs Bert Gevaert en Johan Mattelaer verwijzen dit beeld regelrecht naar het rijk der fabelen. In boek Roma intima dat vanaf morgen in de boekwinkels ligt gaan zij in op allerlei vragen en kwesties.

Wat was voor de Romein een mooi lichaam? Hoe zat het met de liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht? Hoe werden bad en toilet gebruikt? Welk ondergoed droegen ze? Bestond porno? Waren er voorbehoedsmiddelen beschikbaar? Welke obscene scheldwoorden gooiden ze elkaar naar het hoofd? De talrijke illustraties in dit boek die de teksten ondersteunen zijn afkomstig van verschillende archeologische Romeinse sites, musea, als privéverzamelingen.

“Wie aan de lectuur begint, zal algauw merken dat de auteurs op een speelse manier heel serieuze onderwerpen belichten. Voortdurend wordt de lezer erop gewezen dat wat herkenbaar en hedendaags lijkt, in de Romeinse oudheid heel anders (en zeker niet noodzakelijk beter) werd ingevuld.

Dat schijnbaar banale zaken heel relevant zijn om de antieke samenleving te doorgronden. Dat de oudheid steeds weer verrast, in een spel van herkenning en verbijstering, van verandering en continuïteit”, schrijft Christian Laes in het voorwoord van het boek.

“Op mijn beurt aarzel ik niet de lectuur van het eveneens intrigerende Roma Intima warm aan te bevelen. Meer dan eens zal wat herkenbaar lijkt, in werkelijkheid subtiel anders blijken te zijn. Op een uitdagende manier zetten Gevaert en Mattelaer hun lezers aan tot ontdekken en denken. “Kijk en lees maar, er staat niet wat je denkt dat er staat”, aldus nog Christian Laes.

In dit boek staat dus het intieme leven van de Romeinen centraal, waarbij de auteurs zich concentreerden op de periode tussen de eerste eeuw v. Chr. en de tweede eeuw na Chr., grofweg drie eeuwen geschiedenis. Ze kozen doelbewust voor deze eeuwen, niet alleen omdat ons voor die periode heel wat bronnen ter beschikking staan, maar ook omdat het Romeinse rijk toen op zijn hoogtepunt was.

In deze tijd schreven de grootste en belangrijkste auteurs uit de Romeinse geschiedenis, zoals de redenaar Cicero, de encyclopedist Plinius de Oudere, de historiografen Tacitus en Suetonius, de romanschrijvers Apuleius en Petronius, en uiteraard veel fantastische dichters als Catullus, Vergilius, Ovidius, Horatius en Martialis. Toch komen in dit boek ook een aantal christelijke auteurs aan bod, omdat zij hun visie geven op Romeinse gewoontes en daarin uiteraard niet mals zijn.

Het intieme leven van de Romeinen is natuurlijk een breed begrip. Net zoals de meeste lezers denken we hierbij spontaan aan wat de Romeinen tussen de lakens deden, maar volgens de auteurs mocht dit niet het enige aspect van dit boek zijn. Wat was voor de Romeinen een mooi lichaam, wat wond hen seksueel op en wat was afstotelijk, zijn vragen die in het eerste hoofdstuk aan bod komen.

In een tweede hoofdstuk concentreren de schrijvers zich op het mannelijk geslachtsorgaan, wat met een uroloog als auteur niet hoeft te verwonderen. In het derde hoofdstuk staat de liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht centraal, waarna in hoofdstuk vier het huwelijk aan bod komt.

Na dit voorspel komt dan de uiteindelijke climax, de Romeinen tussen de lakens. Na het bed horen echter het bad én het toilet, wat heel uitvoerig beschreven staat in het zesde hoofdstuk. Het boek eindigt met een hoofdstuk waarin een aantal kunstwerken te zien zijn die het intieme leven van de Romeinen in alle sensualiteit opnieuw tot leven brengen.

Daarnaast is dit boek doorspekt met korte ‘vluggertjes’ over deelaspecten van het intieme leven van de Romeinen. Zo passeren in onze zeven hoofdstukken ook evenzoveel korte items de revue: kenden de Romeinen afrodisiaca, welk ondergoed droegen ze, wie waren de seksmaniakken in de oudheid, bestond er in hun tijd porno, welke voorbehoedsmiddelen werden gebruikt? Tot slot werpen Bert Gevaert en Johan Mattelaer nog een blik op obscene scheldwoorden en komt thanatos aan bod.

Hoewel in dit boek vooral een periode bestreken wordt van drie eeuwen Romeinse geschiedenis, vonden de auteurs het toch interessant om kleine sprongetjes in de tijd te maken.

Zo laten ze elk hoofdstuk starten met een figuur, verhaal of anekdote uit een latere periode (meestal de renaissance) die sterk beïnvloed was door een – vaak vertekend – beeld en interpretatie van de Romeinse wereld.

Volgens Gevaert en Mattelaer kunnen die anekdotes ook onze hedendaagse fascinatie – en misvattingen – verklaren voor het intieme leven van de Romeinen.

Roma Intima
Liefde, lijf en lust
Auteurs: Bert Gevaert en Johan Mattelaer
Aantal pagina’s: 224
Formaat: 19,5 x 25 cm
Uitgever: Sterck & De Vreese
Eerste druk/uitgave: 19 februari 2020
EAN 9789056155827
ISBN 978 90 5615 582 7
NUR 680|683
Prijs: 29,90 euro

Naar aanleiding van dit boek pakt het Romeins Archeologisch Museum (RAM) in Oudenburg uit met een gelijknamige tentoonstelling. Deze is te bezoeken tot 30 augustus 2020. Je kon gisteren reeds meer lezen over deze expo.

Het Nederlands Klassiek Verbond afdeling West-Vlaanderen organiseert twee lezingen naar aanleiding van het boek Roma Intima. De lezing wordt gegeven door Bert Gevaert, één van de auteurs van het boek.

Deze hebben plaats op dinsdag 10 maart 2020 in het Hof van Watervliet, Oude Burg 27 in BRUGGE en op donderdag 12 maart 2020 in de Centrale Bibliotheek, Leiestraat 30 in KORTRIJK. Beide lezingen starten om 20 uur.

Spectaculaire ontdekking op het Forum Romanum

17 februari 2020

Archeologen hebben op het Forum Romanum een buitengewone ontdekking gedaan. Vlakbij de Lapis Niger, naast het Curia-complex, werd een hypogeum ontdekt, een ondergrondse ruimte voor godsdienstige rituelen of begravingen.

De wetenschappers geloven dat de tempelruimte gewijd was aan de cultus van Romulus, de legendarische stichter van de stad. Vrijdag geven de archeologen een persconferentie waarop meer details over de vondst zullen worden bekendgemaakt.

De graf- of tempelruimte lijkt een altaar te bevatten en zou ook een tufstenen sarcofaag herbergen van ongeveer 1,40 m lang. Die dateert volgens de eerste bevindingen uit de zesde eeuw v. Chr.  Over de mogelijke inhoud  is niets bekend, ook niet of de grafkist nog intact is.

Het hypogeum bevindt zich op een erg symbolische plek, vlak onder de ingangstrap naar de Curia, waar de Romeinse senatoren bijeenkwamen om te stemmen. Ook het vlakbij gelegen ondergrondse complex van de Lapis Niger wordt in de mythologie geassocieerd met de dood en begraving van Romulus.

Alfonsina Russo, de directeur van het Parco archeologico del Colosseo weigert verdere commentaar maar noemt het een spectaculaire ontdekking. Zij verwijst voor meer uitleg naar de persconferentie van vrijdag.

Oudenburg pakt uit met tentoonstelling over het intieme leven van de Romeinen

17 februari 2020

Het Romeins Archeologisch Museum (RAM) van Oudenburg duikt vanaf morgen 18 februari tussen de lakens met een tentoonstelling over het intieme leven van de Romeinen. De aanleiding voor deze tentoonstelling (die te bezoeken is tot en met 30 augustus 2020) is het verschijnen van het boek ‘Roma intima: liefde, lijf en lust’ dat geschreven werd door Bert Gevaert en Johan Mattelaer en uitgegeven wordt door Sterck & De Vreese. Over dat boek dat gisteren officieel werd voorgesteld in het RAM lees je meer in onze nieuwsbrief van morgen.

intimaaffiche
Over wat de Romeinen tussen de lakens deden, bestaan heel wat misverstanden. Strips, boeken, televisieseries en films presenteren de Romeinse wereld graag als een seksueel paradijs: een plek waar alles kon en alles mocht. Maar ging het er in de realiteit echt zo aan toe?

De tentoonstelling probeert een genuanceerd beeld te geven van dit populaire beeld van ‘intimiteit’ in de Romeinse wereld. Het kadert het gegeven in een ruimer geheel waarbij aandacht is voor de historische werkelijkheid. Als kers op de taart geven hedendaagse kunstenaars hun visie op de Romeinse erotische droom.

De bezoeker wordt meegevoerd langs uiteenlopende thema’s zoals het Romeinse schoonheidsideaal, de lichaamsverzorging, de fascinatie voor de fallus, de liefde voor hetzelfde geslacht en de heimelijke kanten van bordeelbezoek. Deze tot de verbeelding sprekende onderwerpen krijgen kleur door objecten, replica’s, foto’s en diorama’s.

Voor deze tentoonstelling werd beroep gedaan op collecties van privéverzamelaars en vermaarde archeologische musea én op werken van binnen- en buitenlandse hedendaagse kunstenaars.

Ter gelegenheid van de tentoonstelling, die loopt van dinsdag 18 februari tot en met zondag 30 augustus, organiseert het Romeins Archeologisch Museum ook een reeks van vier lezingen en een film gewijd aan de liefde, de erotiek of andere aspecten van het lichaam in het oude Rome.

Johan Mattelaer zal het hebben over Romeinse latrines, thermae en fullones. In ‘Geef me duizend zoenen’ brengt Tom Ingelbrecht een panorama van het Latijnse zoengedicht. Herbert Verreth zal het publiek doen blozen met zijn voordracht over Romeinse orgieën in de film en Bert Gevaert stelt de vraag of het oude Rome echt wel een paradijs was voor perverselingen en pedofielen.

Als afsluiter is er de openluchtfilm A Funny Thing Happened on the Way to the Forum, een muzikale komedie van Richard Lester uit 1966, waarin de slaaf Pseudolus probeert zijn vrijheid terug te winnen door zijn jonge meester te helpen het buurmeisje het hof te maken.

Ook kunstkring Roderick levert haar bijdrage aan de tentoonstelling ‘Roma Intima’ en laat zich inspireren door de liefde en de lust in het Oude Rome. Werken rond een thema blijft voor een kunstenaar een boeiende uitdaging. Hun creatieve uitspattingen kun je gedurende de zomermaanden bewonderen in de foyer van cultureel centrum ipso facto. Dit jaar wordt het in het RAM dus best pittig en lichtjes pikant.

Roma Intima. Liefde, lijf en lust
Romeins Archeologisch Museum Oudenburg
Marktstraat 25
8460 Oudenburg
Tel. 059 56 84 00
ram@oudenburg.be
Website

Geld en economie bij de Romeinen

17 februari 2020

Koen Verboven geeft op woensdag 19 februari om 19.30 uur een lezing met als thema ‘Geld en economie bij de Romeinen’. De lezing wordt georganiseerd door UPV en Het Geuzenhuis, het ontmoetingscentrum voor vrijzinnig humanisten in Gent (Kantienberg 9 in 9000 Gent). De toegangsprijs bedraagt 3 euro (leden) of 5 euro (niet-leden). Er wordt gevraagd vooraf in te schrijven via deze link.

Geld en kapitaal spelen vandaag een cruciale rol in onze samenleving. Koen Verboven verduidelijkt de gang van zaken in het Romeinse rijk. Hoe zag kapitaal er toen uit? Welke rol speelde de staat of religie? Kende men krediet? Had iedereen toegang tot de economie? Kende Rome ook devaluaties en bankencrisissen? Welke remedies kenden zij? Koen Verboven is professor Oude Geschiedenis en Economische Geschiedenis aan de UGent.