Archive for 19 maart 2020

Lockdown Italië wordt verlengd na 3 april

19 maart 2020

De Italiaanse regering maakte op 9 maart bekend dat het hele land met onmiddellijke ingang in quarantaine werd geplaatst tot 3 april. Het staat nu vast dat die totale lockdown wordt verlengd.

Het nieuws werd aangekondigd door premier Giuseppe Conte. Tot wanneer de verlengde quarantaine-periode zal duren is nog niet bekend. Het grootste deel van de bedrijven, winkels, bars, restaurants en scholen in Italië blijven dus ook na 3 april dicht.

In de omgeving van de premier valt off the record te horen dat de quarantaine zeker tot begin mei van kracht zal zijn. Er zouden ook plannen worden gemaakt om de scholen zelfs tot aan de zomervakantie dicht te houden.

Achter de schermen van het Vaticaan

19 maart 2020

Lezing door Tom Zwaenepoel

Donderdag 5 november 2020 om 20 uur

In deze lezing gaat auteur en Vaticaan-kenner dr. Tom Zwaenepoel in op wat er verborgen ligt aan de hoge, dikke muren van de kleinste staat te wereld: Vaticaanstad. Paus Franciscus is niet alleen het hoofd van de rooms-katholieke Kerk maar ook het staatshoofd van dit landje.

Tom Zwaenepoel geeft een kort overzicht van de belangrijkste gebouwen: de vier hoofdbasilieken, de Vaticaanse musea en tuinen, de Sixtijnse Kapel en het apostolisch paleis. Verder stelt hij de protagonisten van deze ministaat voor en bespreekt hij kort het leven in de Staat van Vaticaanstad. Zo komen ook het protocol en de veiligheidsdiensten van de paus aan bod.

Tot slot gaat hij ook in op het Argentijnse pontificaat. In welke mate is paus Franciscus een ‘revolutionaire’ paus? Wat heeft hij tot nu toe al gerealiseerd en wat zijn de grootste hindernissen in zijn plan om de Romeinse Curie te hervormen?

Dr. Tom Zwaenepoel (° Brugge 1970) is verbonden aan de Universiteiten Gent en Bayreuth en aan de Abdijschool van Zevenkerken; in het kader van de Erasmus-docentenuitwisseling geeft hij gastlezingen aan de Finse universiteiten van Oulu en Turku. Hij publiceerde bij uitgeverij Lannoo verschillende boeken over het Vaticaan en de paus.

PRAKTISCH

  • Donderdag 5 november 2020 om 20 uur
  • Lokaal A.1.3. in cultureel centrum Romaanse Poort,
    Brusselsestraat 63, 3000 Leuven.
  • Klik hier voor het routeplan
  • De toegang is gratis, iedereen is welkom.

Zoals altijd: heel graag tot dan!

Het clubbestuur van S.P.Q.R.

De christelijke aanwezigheid in Pompei

19 maart 2020

Als we volgens de gangbare normen aannemen dat Jezus in 33 na Chr. aan het kruis in Jeruzalem is gestorven en weten dat Pompei in 79 na Chr. door de eruptie van de Vesuvius werd bedolven, dan ligt er tussen deze twee jaartallen een periode van 46 jaar.

In 64 na Chr., twee jaar na de aardbeving in Pompei en 15 jaar vóór de eruptie van de Vesuvius, vond in Rome een verwoestende brand plaats, waarvan keizer Nero later de christenen de schuld gaf en hen liet terechtstellen door hen met pek in te strijken om als levende toortsen zijn circus op het Vaticaan ’s avonds te laten verlichten, tijdens de wedrennen die hij hier op dat ogenblik organiseerde en waaraan hijzelf deelnam.

pomfoto(8)

Er bestond op dat ogenblik in Rome een christengemeente, waarvan we mogen aannemen dat ze toen niet meer dan een honderdtal leden telde, gezien het prille stadium waarin deze godsdienst, na de dood van Jezus, dan nog verkeerde. Doch ook de apostelen Petrus en Paulus zouden aan deze eerste christenvervolging, die zich alleen tot de hoofdstad beperkte, niet ontsnappen.

Petrus werd na de marteldood begraven langs de Via Cornelia, op de plaats waar later de Basilica van Constantijn, de eerste Sint-Pietersbasiliek zou verrijzen; Paulus werd eerst begraven langs de Via Ostiensis, nabij de abdij van Tre Fontane aan de Via di Acque Salvie in de huidige EUR-wijk, en later op de plek waar nu de basilica van San Paolo fuori le Mura staat.

Toen auteurs als Tacitus, Plinius en Suetonius aan de alarmbel trokken om de keizers te wijzen op het gevaar dat van die om zich heen grijpende sekte uitging, waren we bijna een halve eeuw later en had de godsdienst zich inderdaad over een veel groter gebied kunnen verspreiden en er uiteraard ook heel wat meer aanhangers bij gekregen.

De keizers Trajanus en Hadrianus stelden zich evenwel heel begripvol op tegenover de christenen en verboden systematische vervolgingen: ‘conquirendi non sunt’ (ze mogen niet vervolgd worden).

Hadrianus ging hierbij nog verder en vond dat het gegeven ‘christen geweest te zijn’ niet langer met een ‘crimen’ of strafbaar feit mocht worden gelijkgesteld. Ook hun voorgangers, de Flavii, waaronder Vespasianus en Titus, hebben nooit actief aan christenvervolging hun vingers bevuild.

Uitzonderingen waren er wel onder keizer Domitianus, die zijn nicht Flavia Domitilla en haar man Flavius Clemens liet vervolgen. Hun nagelnieuwe Colosseum is dus nooit het decor van terechtstellingen van christenen geweest, althans niet tijdens hun regering; maar tevens ontbreekt elk historisch bewijs dat ook later in het Colosseum bewust christenen werden gemarteld en gedood.

pomfoto(13)

In wezen stonden de Romeinen en ook hun leiders zeer tolerant tegenover vreemde godsdiensten; wel heerste er argwaan tegenover de Kelten, die mensenoffers brachten, en tegenover de joden, wier land keer op keer problemen veroorzaakte in het rijk en met wie de christenen vaak over dezelfde kam geschoren werden, eerder door onwetendheid vanwege de bezetter. (Zie op dit vlak ook de redevoering van Marcus Cornelius Fronto, ‘In Christianos’, gehouden ten tijde van Antoninus Pius).

Het is pas onder de filosofenkeizer Marcus Aurelius dat een echte vervolging plaatsgreep, maar dan vooral in Lugdunum (het huidige Lyon), waar een veertigtal christenen in het amfitheater werd terechtgesteld.

In Rome beperkte de vervolging zich vooral tot individuele gevallen, zoals de terechtstelling van de uit Flavia Neapolis (Nablus) afkomstige filosoof Justinus Martyr.

De anders zo humane Marcus Aurelius was in zijn houding tegenover de christenen sterk beïnvloed door zijn leermeesters, zijnde Marcus Cornelius Fronto (vide supra) en Herodes Atticus, wiens vader als gouverneur van Judaea aldaar een christenvervolging had geleid.

Deze korte inleiding leek noodzakelijk om erop te wijzen dat in kleinere provinciesteden zoals Pompei de aanwezigheid van een christengemeente al niet veel groter, maar vermoedelijk veel kleiner zal zijn geweest dan in Rome. Dit weerspiegelt zich tevens in de schaarse resten die mogelijk aan de aanwezigheid van dergelijke godsdienstige gemeenschap kunnen gerelateerd worden.

pomfoto(12)

Zowat iedereen kent ondertussen de enigmatische inscriptie, ‘het magische vierkant’ genoemd, waarover archeologen en filologen zich nog steeds het hoofd breken. Het gaat om vijf Latijnse woorden, onder elkaar geschreven. In welke richting men ze ook leest, van onderen naar boven en omgekeerd, van links naar rechts en omgekeerd, steeds verkrijgt men terug één van de vijf woorden:

ROTAS
OPERA
TENET
AREPO
SATOR

De woorden op zichzelf hebben allemaal, op AREPO na, een bepaalde betekenis, die echter op het eerste gezicht vervalt als men ze in mekaars context leest. In Pompei werd dit vierkant tweemaal teruggevonden: in 1925 op een graffito, aangetroffen in het Huis van Paquius Proculus; een tweede maal in 1935 in de westelijke porticus van de grote palaestra naast het Amfitheater.

De formule kende een sterke verspreiding in het Romeinse Rijk, vermoedelijk dankzij de legioensoldaten. Men vond ze onder meer terug in Mesopotamië en meer bepaald in Dura Europos, in Groot-Brittannië in Chedworth Roman Villa te Cirencester in het graafschap Gloucestershire, in Egypte en Cappadocië.

Ook tijdens de Middeleeuwen, vanaf de zestiende eeuw, werd de formule gebruikt met duidelijke magische en propagandistische bedoelingen in de occulte wetenschappen, onder meer bij Cornelius Agrippa, Theophrastus Bombastus von Hohenheim, bijgenaamd Paracelsus, en bij Athanasius Kircher.

pomfoto(11)

Aangaande deze formule, die in de loop der eeuwen werd aangewend in het exorcisme en in de magische culten, lopen de meningen nogal uiteen: sommigen beschouwen ze als een eerste getuigenis van het christendom, anderen zijn dan weer van mening dat deze godsdienst er geen uitstaans mee heeft.

Grosser en Agrell zagen er, in 1927, een cryptogram van de uitdrukking Pater Noster in, geschreven in kruisvorm, tweemaal geflankeerd door de letters alfa en omega uit het Griekse alfabet, zoals ze staan gedefinieerd in de Apocalyps van Johannes: ‘Ego sum alpha et omega, principium et finis.’

P
A
A T O
E
R
PATERNOSTER
O
S
A T O
E
R

Deze bevinding wekte veel belangstelling, omdat men dacht vanaf nu zeker te zijn van een christelijke aanwezigheid in Pompei, terwijl men voordien van mening was dat het bidden van het Onze Vader alleen gebeurde in de oostelijke provincies en dan nog enkel in het Grieks.

Anderen daarentegen waren het met deze interpretatie niet eens en steunden eerder de uitleg van Cumont, de grote specialist in de Oosterse mysterieculten en het mithraïsme, als zouden de woorden van het magische vierkant uit een passus van de Bijbel komen en meer bepaald uit het Visioen van Ezechiël:

‘In mijn visioen zag ik hoe een storm uit het noorden kwam opzetten: een grote wolkenmassa waar vuur in opflitste en die omgeven was door een gloed: de wolkenmassa schitterde als blinkend metaal. In de wolken tekenden zich gestalten af die op vier levende wezens leken. Ze zagen er als volgt uit: ze leken op mensen maar hadden elk vier gezichten en vier vleugels; hun benen waren recht en hun voeten leken op de hoeven van een kalf. Onder de vleugels waren bij de vier op zij mensenhanden zichtbaar….

Terwijl ik naar de levende wezens keek, zag ik dat bij alle vier op de grond een wiel stond. De wielen glansden als chrysoliet en hadden alle vier dezelfde vorm en bouw. Ze zagen er zo uit en waren zo gebouwd alsof het ene wiel in het andere zat. Als ze zich verplaatsten, konden ze zich in de vier richtingen bewegen zonder dat ze zich hoefden om te draaien.’ (I, 4-6; 15-16).

‘Jawhe riep tot de man die in linnen gekleed was, met de inktkoker om zijn middel: “Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en zet een teken op het voorhoofd van de mannen die jammeren en klagen over alle gruweldaden die daar bedreven worden”. En tot de anderen zei Hij duidelijk hoorbaar: “Trek door de stad achter hem aan, en sla de inwoners meedogenloos en zonder erbarmen neer. Grijsaards, jongemannen en meisjes, zuigelingen en vrouwen moet ge onbarmhartig doden, maar raak niemand aan die het teken draagt.’ (IX, 4-6)

‘Ik keek toe en zag naast de kerubs vier wielen staan, naast elke kerub een wiel; de wielen glansden als chrysoliet…. De kerubs konden zich in alle vier de richtingen voortbewegen, zonder zich daarbij hoeven om te draaien. Waar de voorste zich heen wendde volgden ook de anderen, zonder zich bij de beweging om te draaien. Hun gehele lichaam, hun rug, hun handen en vleugels, waren bij alle vier met ogen bezet; elk van de vier had een eigen wiel. Wat de wielen betreft: ik hoorde dat men de wielen het wielwerk noemde.’ (X 9; 11-13).

pomfoto(10)

Ofschoon het visioen van Ezechiël weinig duidelijk is, herkent het grootste deel van de exegeten er toch de verheerlijking van de macht van Jawhe in; de wielen wijzen op zijn goddelijke aanwezigheid, die niet alleen zijn zetel heeft in de tempel te Jeruzalem, maar zich over de hele wereld uitstrekt.

Ter ondersteuning van deze interpretatie is er geen tekort aan argumenten, waaronder het voornaamste de schikking is van het woord ROTAS aan elke zijde van het vierkant, wat op geen klaardere wijze de tekst in de Bijbel kan weergeven, dat ze zich in alle richtingen konden bewegen, zonder zich hoeven om te draaien.

Tevens bemerken we in het magische vierkant de letter T, het teken van de rechtvaardigen, waarmee het woord TENET begint en eindigt; het is tevens een palindroom en vormt een kruis middenin het vierkant.

Bepaalde wetenschappers plaatsen het vierkant in een specifiek joods milieu, dat bijzonder gevoelig was voor de Messiaanse aansporingen en voor een soort mystieke-apologetische literatuur die precies in die periode bloeide.

Als we het cryptogram bekijken in het licht van het visioen van Ezechiël, kan AREPO een eigennaam zijn, de zaaier (SATOR) van het vuur, die van God het bevel kreeg tussen de wielen van de kar te gaan staan, de handen gevuld met brandende houtskool die hij op de stad moest werpen.

pomfoto(7)

Cumont daarentegen, aan wie de verdienste toekomt de elementen van het vierkant te hebben teruggevonden in de passus van Ezechiël, is geneigd te geloven dat de maker van dit vierkant een tot het christendom bekeerde jood moet geweest zijn, vermoedelijk in Italië wonend en Latijn sprekend, waarin hij onder vorm van een rebus de gedachte van de profeet wou vermommen.

Een gedachte die welbeschouwd het verloop van de goddelijke economie voorstelt, waarvan de continu draaiende wielen op het juiste ogenblik de voorhoofden der rechtvaardigen, die kreunen onder het onrecht, weten te voorzien van het teken, maar ook in de loop van hun omwentelingen hen bestraffen wier levenswandel afschuw heeft opgewekt.

pomfoto(2)

In de wijk van het Lupanar wordt heel de noordoostelijke hoek van Insula 13 van Regio VII ingenomen door het bekendste hotel van heel de stad. Het gaat om een twee verdiepingen tellend gebouw met een capaciteit van 25 bedden, een ruime en fraai versierde tuin met fresco’s en gracieuze pergola’s, die aan de gasten de mogelijkheid boden de maaltijd buiten te gebruiken. Het hotel had drie dependances, waaronder een herberg of caupona, waar men de bekende ‘lympha Romanensis ‘schonk.

Het hotel werd reeds tijdens de negentiende eeuw de ‘Albergo dei Cristiani’ genoemd; ook vandaag nog blijft het het onderwerp van diverse wetenschappelijke studies. In 1862 werd een inscriptie aangetroffen, uitgevoerd in houtskool, welke vandaag reeds sterk vervaagd is.

grafpom

vina
aaria
rdia a v
dec vicGiv di christianos
siivoso onis
X iuc p p.

Van deze tekst in Latijnse lettertekens is, op christianos na, niets te begrijpen. Volgens de Amerikaanse archeoloog Newbold ging het om een translitteratie in Latijnse lettertekens van een Aramese tekst en wel de volgende:

binà aharià redia a
shiihbusu enisch
udheq beggav di Christhianos
kishoq populo pompeiano.

In Nederlandse vertaling zou deze tekst dan als volgt luiden:

een vreemd individu
bracht A [een onbekende, aangeduid met die letter]
in contact met de christenen,
die de man gevangen zetten.
aan het Pompeiaanse volk.

Er heeft tientallen jaren lang een filologische discussie bestaan aangaande de bovenstaande tekst, in die mate dat de interpretatie van Newbold in twijfel werd getrokken. De Italiaanse archeologe Margherita Guarducci weigerde zich neer te leggen bij de Aramese tekst en zag in de inscriptie een Latijns opschrift:

Bovios audi(t) Christianos s(a)evos osores.

Bovios aanhoorde de christenen, de wrede haters.

Deze attributen werden oorspronkelijk door de Romeinen aan de joden toegekend, maar werden later ook op de christenen overgedragen, voor een deel ten onrechte.

Beide gegevens kunnen erop wijzen dat in Pompei een kleine christengemeenschap bestond, maar zijn in geen geval overtuigend.

pomfoto(5)

Als men weet hoe gering het aantal christenen op dat ogenblik in Rome maar was, is het niet verwonderlijk dat in een provinciestadje als Pompei zich nog geen georganiseerde geloofsgemeenschap had gevormd.

We zullen moeten wachten op verdere studies van de epigrafie en verdere opgravingen van de nog bedolven stadswijken om hiervan een bevestiging te krijgen.

Dit was een bijdrage van
clublid FRANS VEEVAETE