Archive for 26 maart 2020

Romeinen mogen niet meer naar de kust

26 maart 2020

Met een nieuwe en zopas getekende verordening verbiedt burgemeester Virginia Raggi van Rome haar inwoners per onmiddellijke ingang om nog uitstapjes naar de kust te maken. Ook verplaatsingen naar een eventueel tweede verblijf of buitenhuis zijn voor de Romeinen voortaan verboden.

Het nieuwe verbod zal niet op gejuich worden onthaald. Een uitstapje naar zee maken is iets wat de Romeinen bijzonder graag doen, maar volgens Raggi is de ingreep nodig om nieuwe virusbesmettingen te beperken.

Eerder werd ook al de toegang tot openbare parken, villa’s en tuinen verboden, waardoor de Romeinen ook niet langer recreatieve activiteiten kunnen uitoefenen of zelfs gaan joggen in de parken. Fysieke buitenactiviteiten kunnen enkel nog gebeuren in de buurt van de eigen woning, voor zover voldoende afstand van andere mensen wordt gehouden.

De inwoners zijn nu eigenlijk volledig geïsoleerd. Voor verplaatsingen is een doorgangsbewijs nodig. De politie controleert op straat. Veel vrijheid is er niet meer bij. Het geluksgevoel van de Romeinen is ver weg.

Luchthaven Fiumicino Rome sluit vanaf morgen ook instapzone E

26 maart 2020

Nadat de luchthaven Leonardo da Vinci (Fiumicino) in Rome op 17 maart Terminal 1 voor alle passagiersverkeer sloot en alle activiteiten verhuisde naar Terminal 3, gaat vanaf morgen ook instapzone E dicht. Sinds 14 maart is ook de passagiersterminal voor lijnvluchten op de kleinere luchthaven Ciampino gesloten. Voor het cargovervoer wijzigt niets.

De reden voor de nieuwe ingreep in Fiumicino is de systematische daling van het vliegverkeer op de grootste Romeinse luchthaven. Het aantal vluchten dat nog wordt uitgevoerd bedraagt momenteel nog slechts 10% van de normale trafiek. De meeste luchtvaartmaatschappijen hebben hun passagiersvluchten van en naar Rome stopgezet.

Vanaf vrijdag 27 maart worden alle incheckoperaties, veiligheidscontroles en afhandelingen van bagage uitgevoerd in Terminal 3. Pier B is gereserveerd voor binnenlandse en Schengen-vluchten en Pier D is beschikbaar voor extra Schengen-vluchten. De l’Area di Imbarco of Boarding Area E wordt vanaf morgen dus niet meer gebruikt.

Streng en druk: de Severi

26 maart 2020

Avonturen met opschriften – IX

Vorig jaar begonnen we met de rubriek ‘Avonturen met opschriften’, een reeks bijdragen speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici onder onze leden (maar uiteraard ook bijzonder leerrijk voor alle anderen). Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit is de negende bijdrage in deze reeks.

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval. Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard. Op verzoek van S.P.Q.R. stel ik enkele van deze teksten voor. Vandaag deel IX. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen.

Het mag niet, laat ik dat voorop stellen, maar áls u op een onbewaakt ogenblik inderdaad een steen werpt vanaf de Lapis Niger, hebt u een goede kans dat deze tegen de boog van Septimius Severus botst, want die staat inderdaad op een erg letterlijke steenworp afstand van het beroemde zwarte plaveisel.

severi(3)

Over het opschrift op deze boog is heel wat te vinden, want zelfs veel reisgidsen (en bij uitbreiding zowat alle wandelende gidsen) vermelden dat er in deze tekst geknoeid is en dat de naam van Geta is uitgewist. Gedelgd. Deletum. En dat klopt. Maar er is nog heel wat meer over dit opschrift te vertellen. Bovendien staat het niet alleen (of wat dacht u?). Tijd om een Severusronde te gaan maken…

Laat ik eveneens voorop stellen dat ik geen fan ben van de Severi. Van vader Septimius niet, van zoonlief Caracalla nog minder, van Macrinus en van Eliogabalus nóg minder (zo dat al mogelijk is).

Op zich hebben ze een mooie carrière gemaakt, maar dat zegt niet alles. Ik ben ook geen fan van George W. Bush of van Trump. Alexander Severus ging nog het beste, al komt de eigenlijke schoonheidsprijs toe aan de twee dames, Iulia Domna en Iulia Mamaea die verreweg het meeste verstand en het nobelste karakter hadden.

Van de andere kant valt niet te ontkennen dat de Severi nadrukkelijk aanwezig zijn in het straatbeeld van Rome. Septimius breidde het paleis op de Palatijn flink uit. De boog die in 203 op het Forum werd neergeplant, vermeldde ik al.

Vlak in de buurt herstelde hij ook nog de tempel van Vespasianus. Op het Forum Boarium richtten de handelaars een kleine boog voor hem op, de Boog van de Geldwisselaars. Ten slotte voltooide Caracalla het immense thermencomplex dat zijn naam draagt. Kortom: de Severi hadden het druk met bouwen.

Druk? Nog drukker zelfs, want er zijn twee monumenten in de stad die eveneens gerenoveerd werden door de Severi, maar die men zelden met hen in verband brengt. Maar laat ons beginnen met de grote boog op het Forum.

Deze boog wordt gekenmerkt door drie doorgangen, sterk verweerde reliëfs en een enorme attiek met lang, lang, lang opschrift. Aan dat laatste zult u moeten wennen: dit is een familie van lange adem. Gelukkig is het opschrift op de boog nagenoeg onbeschadigd en goed leesbaar.

severi(4)

Er zit weliswaar een klein gat aan voor- en achterkant, maar dat heeft geen wezenlijke gevolgen ({{ duidt aan dat er op de boog geen nieuwe regel begint, maar dat de regel nog doorloopt):

IMP CAES LVCIO SEPTIMIO M FIL SEVERO PIO PERTINACI AVG PATRI PATRIAE {{PARTHICO ARABICO ET
PARTHICO ADIABENICO PONTIFICI MAXIMO TRIBVNIC POTEST XI IMP XI COS III {{PROCOS ET
IMP CAES M AVRELIO L FIL ANTONINO AVG PIO FELICI TRIBVNIC POTEST VI COS {{PROCOS P P
OPTIMIS FORTISSIMISQVE PRINCIPIBVS
OB REM PVBLICAM RESTITVTAM IMPERIVMQVE POPVLI ROMANI PROPAGATVM
INSIGNIBVS VIRTVTIBUS EORVM DOMI FORISQVE S P Q R

Oftewel:

Imp(eratori) Caes(ari) Lucio Septimio M(arci) fil(io) Seuero Pio Pertinaci Aug(usto) Patri Patriae Parthico Arabico et / Parthico Adiabenico pontifici maximo tribunic(ia) potest(ate) XI imp(eratori) XI co(n)s(uli) III proco(n)s(uli) et / Imp(eratori) Caes(ari) M(arco) Aurelio L(ucii) fil(io) Antonino Aug(usto) Pio Felici tribunic(ia) potest(ate) VI co(n)s(uli) proco(n)s(uli) P(atri) P(atriae) / optimis fortissimisque principibus / ob rem publicam restitutam imperiumque populi Romani propagatum / insignibus uirtutibus eorum domi forisque S(enatus) P(opulus)Q(ue) R(omanus).

Het is nagenoeg onmogelijk hier een ‘vlotte’ Nederlandse vertaling van te geven. Van de andere kant: het Staatsblad is ook niet bekend om zijn ‘vlot’ taalgebruik. Een poging om althans leesbaar te zijn:

‘Voor Imperator Caesar Lucius Septimius Severus, zoon van Marcus, Pius Pertinax Augustus, Vader des Vaderlands, Parthicus Arabicus en Parthicus Adiabenicus, pontifex maximus, voor de 11de maal bekleed met de tribunicia potestas, voor de 11de maal imperator, voor de 3de maal consul, proconsul, en voor Imperator Caesar Marcus Aurelius Antoninus, zoon van Lucius, Pius Felix, voor de 6de maal bekleed met de tribunicia potestas, consul en proconsul, Vader des Vaderlands, aan de beste en sterkste vorsten vanwege het herstel van de staat en de uitbreiding van de macht van het Romeinse volk door hun opvallende kwaliteiten in binnen- en buitenland, (hebben) de senaat en het volk van Rome (deze boog opgericht).’

Dat is meer dan een mond vol. Septimius en Caracalla lieten zich deze kans niet ontnemen om met al hun titels te pronken. Na het gebruikelijke Imperator Caesar volgt de eigenlijke naam, aangevuld met Pius (een erfenis van de Antonijnen) en Pertinax (Septimius claimde de wreker te zijn van de kort regerende Pertinax, die trouwens door een landgenoot vermoord is, de Tunger Thausio). Bij Caracalla is dat Felix, een epitheton dat Sulla ook al gebruikte.

Na de uitgebreide namen volgen dan de eretitels van Septimius. De boog werd opgericht na een dubbele overwinning tegen de Parthen in het Oosten, vandaar Parthicus Arabicus (waarbij Arabia meer het huidige Jordanië is dan het schiereiland) en Parthicus Adiabenicus (Adiabene ligt in het noorden van het huidige Irak).

De gemiddelde Romein wist uiteraard evenmin als de gemiddelde lezer van deze bijdrage waar Adiabene lag en evenmin waar Arabia lag (dat is door latere ontwikkelingen inmiddels wel bekend), maar waar de Parthen zaten en vooral dát ze daar zaten, wist hij wel.

Nu we zover zijn, worden dan nog de ambtstitels opgesomd. Septimius was Pontifex maximus (opperpriester, hoofd van de Romeinse staatsgodsdienst) en voor de elfde maal bekleed met de macht van de volkstribunen en voor de elfde maal uitgeroepen tot imperator, voor de derde maal consul en hij was ook nog eens proconsul. Oef, men kan nooit te veel titels hebben, uiteindelijk.

Caracalla (die natuurlijk niet Caracalla heet, maar Marcus Aurelius Antoninus) was voor de zesde maal bekleed met de tribunicia potestas en verder alleen maar consul en proconsul. Onderscheid moet er zijn.

De tribunicia potestas was een erfenis van Augustus en hield concreet in dat de drager sacrosanct was en het vetorecht had tegen elke handeling van elke andere magistraat. Handig als je alleenheerser bent uiteraard.

Omdat deze waardigheid elk jaar vernieuwd moest worden, levert dat het beste dateringsmiddel op voor de regering van een Romeinse keizer. Septimius begon in 193 en was dus in 203 aan zijn elfde mandaat toe.

Om de opvolging binnen zijn familie te verzekeren, had hij zijn zoons al geassocieerd. Caracalla was Caesar vanaf 195 en Augustus vanaf 198, terwijl de onfortuinlijke Geta vanaf dat jaar Caesar was.

SPQR is helemaal achteraan geplaatst en daarmee letterlijk gemarginaliseerd. Volk en senaat waren onder de Severi niet in tel.

Wat iedereen in de reisgidsen kan lezen, is dat de vierde regel optimis fortissimisque principibus in de plaats is gekomen voor een regel die aan Geta gewijd was, maar die Caracalla nadat hij zijn broer vermoord had, had laten delgen: ET GETAE NOBILISSIMO CAESARI ‘en voor Geta de edelste Caesar’.

Wat niet in de meeste gidsen staat, is dat ook in de derde regel iets is weggehaald. Wie goed kijkt, ziet duidelijk dat de vierde regel iets verdiept is, maar ook het einde van regel 3 is ‘verdiept’: P P staat op de plaats van iets wat niets anders kan zijn geweest dan ET ‘en’.

Maar daarmee verraadt Caracalla zich. Want de titel Pater Patriae ‘Vader des Vaderlands’ werd normaal door de senaat toegekend aan de regerende keizer. Met andere woorden: Caracalla was helemaal geen Pater Patriae in 203, dat werd hij pas na de dood van Septimius in 211. De titulatuur zoals die op de boog staat, klopt dus eigenlijk niet helemaal.

Want toen Caracalla eindelijk P P was, was hij al veel meer met de tribunicia potestas bekleed geweest dan maar een povere zes keer. En daarmee ontsnapt Caracalla niet aan de loerende ogen van schrijver dezes…

Maar hiermee is het verhaal nog niet gedaan. En het jaar 203 ook niet. Blijkbaar hadden de Severi er zin in. Of hadden ze last van acute bouwwoede. Ik weet het niet, maar ik heb al gezegd: ik mag deze lui eigenlijk niet.

severi(1)

Op enige afstand van het forum bevindt zich een ander belangrijk archeologisch complex, dat van de zone van het Forum Boarium tot en met de Porticus van Octavia. Van de laatste is met name de grote toegang overgebleven en daar staat een opschrift op, dat helaas moeilijker leesbaar is en sterker beschadigd:

IMP CAES L SE[.]T[.]MIVS SEVERVS P[..]S PERTINAX AVG [.]RABIC ADIABENIC {{[…]THIC MAXIMVS
TRIB POT[..]T XI IMP XI COS […] P[ ]T[ ]
IMP CAES M AVRELIVS ANTONIN[..] PI[.]S FELIX AV[ ] S PROCOS
INCENDIO CO[….]PTAM REST[….]

Met de kennis van het vorige opschrift in het achterhoofd, kunnen we gemakkelijk een aantal letters aanvullen, zodat een perfect duidelijke tekst ontstaat:

Imp(erator) Caes(ar) L(ucius) Se[p]t[i]mius Seuerus P[iu]s Pertinax Aug(ustus) [A]rabic(us) Adiabenic(us) [Par]thic(us) Maximus / Trib(unicia) pot[es]t(ate) XI imp(erator) XI co(n)s(ul) [III] p(roco(n)s(ul) e]t / Imp(erator) Caes(ar) M(arcus) Aurelius Antonin[us] Pi[u]s Felix Au[g(ustus) tr(ibunicia) pot(estate) VI co(n)]s(ul) proco(n)s(ul) / incendio co[nsum]ptam rest[ituer(unt)].

‘Imperator Caesar Lucius Septimius Severus Pius Pertinax Augustus, Arabicus Adiabenicus Parthicus Maximus, voor de 11de maal met de tribunicia potestas bekleed, voor de 11de maal imperator, voor de derde maal consul, proconsul, en Imperator Caesar Marcus Aurelius Antoninus Pius Felix Augustus, voor de zesde maal met de tribunicia potestas bekleed, consul, proconsul, hebben (deze porticus) die door brand verwoest was, hersteld.

Op enkele cruciale plaatsen is de tekst op het gebouw net weggevallen, maar door de vergelijking met het Forumopschrift is het aantal consulaatsjaren en het merendeel van de functies van Caracalla te herstellen.

Het gaat om het elfde jaar van de tribunicia potestas van Septimius, net als op het Forum: Septimius had, zoals gezegd, de smaak te pakken en herstelde de porticus van Octavia in hetzelfde jaar 203. Hiermee is dit een mooi voorbeeld hoe de lezing van één opschrift kan worden aangevuld door vergelijking met een ander.

Essentieel daarbij zijn natuurlijk ook twee typische eigenschappen van veel heersers, managers en politici: carrièrelust en gebrek aan fantasie. Oeps, het grote woord is er uit. Al die grote heren en dames willen hun kwaliteiten duidelijk aangegeven hebben en ze vallen gemakkelijk in herhaling.

Het epigrafisch voordeel hiervan is duidelijk. Heb je één opschrift van een hoge heer of dame, dan kun je daar bij een parallelopschrift je voordeel bij doen.

Want dit spelletje kunnen we nog een derde keer spelen. Wat dacht u…

Weer even stappen. Langs de Largo Argentina met de vier tempels, verder naar het noorden, langs Bernini’s olifant, tot aan de Piazza della Rotonda. Halve draai. Daar, boven op de gevel van het Pantheon, zien we geval nr. 3.

severi(14)

Niet het opschrift van Agrippa met de gerestaureerde bronzen letters, nee, daaronder bevindt zich het echte werk. Twee regels. Met veel hiaten, veel beschadigingen. Een lange tekst. Het voelt al Severisch aan:

1: IMP CAES L SEPTIMIVS SE[…] PIVS PE[…….]BIC[…….]NICVS PARTH[…..]A[….]VS PONTIF MAX TRIB POTE[….] IMP XI COS III PROCOS
2: IMP CAES M AVRELIVS ANTONIN[…….] POTEST VI COS PROCOS [.]AN[..] VETVSTA[..] CORRVPTVM CVM OMNI [ ] CVLTV RESTITVERVNT

Ondanks de horden toeristen die voorbij sjokken en vaak min of meer stomverwonderd kijken naar wat schrijver dezes eigenlijk deed, is hij er in geslaagd om dit op het eerste zicht lastige en vooral moeilijk zichtbare opschrift (want hoog, dus ver weg, dus kleine lettertjes en dan nog eens sterk beschadigd) te noteren.

Door de getallen XI voor IMP en III voor COS (om het even zo kort te zeggen), is het mogelijk om het meeste probleemloos aan te vullen, want we zitten nog steeds in hetzelfde jaar 203. De Severi hebben dat jaar werkelijk niet stilgezeten…

De tekst van regel 1 luidt dan ook:

Imp(erator) Caes(ar) L(ucius) Septimius Se[uerus] Pius Pe[rtinax Ara]bic[us Adiabe]nicus Parth[icus M]a[xim]us Pontif(ex) Max(imus) trib(unicia) pote[st(ate) XI] imp(erator) XI co(n)s(ul) III proco(n)s(ul).

‘Imperator Caesar Lucius Septimius Severus Pius Pertinax Arabicus Adiabenicus Parthicus Maximus, pontifex maximus, voor de 11de maal bekleed met de tribunicia potestas, voor de 11de maal imperator, voor de 3de maal consul, proconsul’.

U ziet nu waarom epigrafisten soms zonder verpinken hele stukken tekst kunnen aanvullen. Bij deze reconstructie is niets hypothetisch en u kunt er waarschijnlijk vergif op innemen dat dit de juiste tekst is.

severi(16)

Regel 2 is iets problematischer. Er zitten namelijk gaten in de tekst die in eerste instantie onverklaarbaar lijken. Het begin van de aangevulde tekst is duidelijk en gaat als volgt:

Imp(erator) Caes(ar) M(arcus) Aurelius Antonin[us trib(unicia)] potest(ate) VI co(n)s(ul) proco(n)s(ul)

‘Imperator Caesar Marcus Aurelius Antoninus, voor de 6de maal met de tribunicia potestas bekleed, consul, proconsul’

Maar dan komt het. Na PROCOS is een grote leemte. Tegelijk is de titel gedaan. Uiteindelijk volgen dan de twee letters AN na én voor een beschadiging. Dat het om een onzijdig woord moet gaan blijkt uit corruptum, zodat fanum ‘tempel’ een goede kans maakt.

Het is natuurlijk een voordeel dat de aard van het monument waarop het opschrift staat; bekend is: men mag nooit uit het oog verliezen dat het monument zelf in zekere zin het lijdend voorwerp van de zin kan zijn….

Maar even verderop is er tussen OMNI en CVLTV opnieuw een relatief grote leemte, terwijl daar inhoudelijk niets weg lijkt. Schrijver dezes begon al onzeker van het ene been op het andere te springen, toen hij ineens zag dat deze leemten steeds net boven het kapiteel van een zuil staan: zou het inderdaad kunnen dat men bij het opschrift rekening heeft gehouden met deze zuilen en dat men dus bewust een stuk heeft opengelaten om de leesbaarheid te bevorderen? Als we deze lacunes wegdenken, ontstaat er namelijk een perfect duidelijke zin:

[f]an[um] uetusta[te] corruptum cum omni cultu restituerunt

‘hebben dit heiligdom dat door ouderdom beschadigd was, met alle eerbied hersteld’.

(Cultus kan diverse dingen betekenen: ook ‘opschik, versiering, eredienst’ zijn mogelijk.)

Schrijver dezes knikte eens even. Dat moest het zijn…

Tot nog toe heeft schrijver dezes in Rome geen andere opschriften gevonden die de Severi in het jaar 203 hebben laten aanbrengen, maar dit is zonder claim op volledigheid. Het restauratieopschrift op de tempel van Vespasianus (zie deel IV) bevat geen elementen die een datering toestaan.

Dat neemt niet weg dat de familie dat jaar een druk programma afwerkte. Net terug uit het altijd complexe Oosten na zegevierende veldtochten tegen de Parthen in noord en zuid, herstelde de familie twee belangrijke gebouwen. Septimius liet nadrukkelijk zijn zoon en mede-Augustus Caracalla delen in de eer.

Opmerkelijk is dat Geta (die een minder hoge status had) niet vermeld wordt: in de opschriften op de porticus van Octavia en het Pantheon is het ontbreken van zijn naam niet een gevolg van een damnatio memoriae. U kunt er zeker van zijn dat broertje Caracalla dat echt wel gedaan zou hebben als het nodig was.

Geta kwam blijkbaar alleen voor op de triomfboog (die door de senaat was opgericht) en de geldwisselaarsboog (die door een ‘vakgroep’ was opgesteld), dus steeds als het monument én de tekst van het opschrift van buiten de familie kwam.

Tegelijk bieden deze drie opschriften met hun sterke gelijkenissen en kleine variaties een mooi voorbeeld van hoe de ene inscriptie door de andere kan worden aangevuld. En tegelijk van de reden waarom epigrafisten soms duizelingwekkende aanvullingen durven voor te stellen en daar ook nog voor 99% zeker van zijn.

Van de andere kant worden de keizerlijke opschriften wel wat eentonig. Literair genot is er niet echt aan te beleven en de intimiteit van opschriften uit de privésfeer is ook ver te zoeken. Tegelijk zien we in vergelijking met eerdere keizerlijke opschriften ook dat de namen en de titulatuur steeds langer worden, zodanig zelfs dat de tekst bijna onleesbaar wordt.

Het is net als met teksten op het internet: als het langer dan één scherm is, begint iedereen door te scrollen… De verschillende afleveringen van deze reeks vormen uiteraard eveneens een uitermate irritant voorbeeld van veel te lange teksten…

Schrijver dezes houdt niet van de Severi. Ze zijn hem te streng. Maar hij kan niet ontkennen dat ze vlijtig bezig waren. Vooral in 203.