Archive for 30 maart 2020

Italië blijft tot minstens 12 april afgesloten van de buitenwereld

30 maart 2020

Italië verlengt de noodmaatregelen tegen het coronavirus voorlopig tot Pasen. Daardoor blijven het uitgaansverbod en alle opgelegde sluitingen van kracht tot minstens 12 april. De verlenging van de maatregel moet nog officieel worden bekendgemaakt, maar lekte vandaag uit na een vergadering van het wetenschappelijke en technische comité. Minister van Volksgezondheid Roberto Speranza ontkende het bericht niet maar gaf nog geen details. De totale quarantaine in Italië zou oorspronkelijk nu vrijdag 3 april aflopen.

Een wandeling door de Via Sistina in Rome

30 maart 2020

We hadden het recent over de culinaire hotspots Mosaico en Da Sistina in het vorig jaar heropende Hotel de la Ville in de Via Sistina, vandaag vertellen we iets meer over deze straat. In het verleden werd ze soms ook wel ‘strada Felice’ genoemd, dit naar de voornaam van paus Sixtus V (1585-1590, geboren als Felice Peretti da Montalto) die de weg in 1587 aanlegde. Ze maakt de verbinding tussen Piazza della Trinità dei Monti en Piazza Barberini.

Naar Romeinse normen gemeten is de hele buurt hier vrij recent, ze is niet meer dan 400 jaar oud. In tegenstelling tot zijn voorgangers die zich uitsluitend op de leefbaarheid van de oude stad hadden gericht, besloot Sixtus V de stadskern uit te breiden binnen de wijde omtrek van de Aureliaanse muur, met de oude woonwijken die sinds de vijfde eeuw braak lagen.

Sixtus V, de vader van de moderne stadsplanning ontwierp tevens een netwerk van wegen die stervormig van de Santa Maria Maggiore uitstraalden en de basiliek verbond met de andere basilica’s en voor pelgrims belangrijke plaatsen.

Laten we even de Via Sistina volgen. Op nr. 48 woonde de Deense classicistische beeldhouwer Bertel Thorwaldsen (1768-1844). Zijn sindsdien volledig herbouwde huis was de ontmoetingsplaats voor vele kunstenaars. Ook koning Ludwig I van Beieren kwam er ooit op bezoek.

Een eeuw eerder werd dit huis bewoond door Giambattista Piranesi (1720-1778), de auteur van de vele mooie etsen van Rome waarover heel wat boeken bestaan en waarvan kopieën vandaag nog overal in de boekenkraampjes verkocht worden. De etsen werden zelfs in dit huis gemaakt.

Het huis op nr. 59 was de woning van graaf Stroganoff en vóór hem werd het bewoond door de flamboyante etser, schilder en dichter Salvator Rosa. Het meesterwerk van Gabriele d’Annunzio (1863-1938) ‘Il Piacere’ uit 1889, in Nederlandse vertaling ‘Het kind van de lust’, heeft dit huis en het Palazzo Zuccari als setting.

In het boek wordt Rome op prachtige wijze in beeld gebracht, de zestiende-eeuwse hoven en weelderige barokpaleizen worden tot in detail beschreven zodat de stad bijna één van de hoofdpersonages wordt. Met deze roman werd de decadente estheticus d’Annunzio op slag een cultfiguur.

Links op nr. 72 woonde de bekende Zwitserse kunstschilderes Angelika Kauffmann (1741-1807). De woning is nu opgenomen in het Hotel de la Ville waarmee je eerder kennis kon maken. In de tuin plantte Angelika Kauffman dadelpalmen die Goethe gekweekt had uit pitten, de boompjes kwamen er tot volle groei.

Iets verder, op de hoek met de Via Francesco Crispi (de eerste straat die de Via Sistina kruist) staat links (nr. 104) het ongewijzigde huis waarin de Deense sprookjesverteller Hans Christian Andersen (1805-1875) een tijdlang verbleef. Hij vertelt onder andere (een foute versie van) het verhaal van het gestrande bootje dat aanleiding gaf tot de Fontana della Barcaccia voor de Spaanse Trappen.

Michelangelo, zo schrijft Andersen, die de ontwerptekening voor de fontein moest maken, koos het motief van het scheepje zodat nu in het ronde bekken een stenen boot ligt waaruit water spuit. Wij weten dat het ontwerp het werk was van Pietro Bernini (1562-1629) de vader van Gian Lorenzo (1598-1680) en dus niet van Michelangelo. Andersen verbleef vier keer in Rome en maakte er meer dan honderd pentekeningen.

De Via Crispi loopt ook rechts (dalend), daar bevindt zich links de bakstenen San Giuseppe a Capo le Case. In het bijhorende klooster van de Zusters van de Heilige Drievuldigheid bevindt zich een Scala Sancta, een heilige trap. Deze trap heeft echter niets te maken met Jeruzalem, Pontius Pilatus of met de heilige Helena.

Hij werd daar in 1717 geplaatst door Tommaso Mattei, een leerling van Bernini, op initiatief van zuster Serafina, de toenmalige kloosteroverste. Omdat haar medezusters het klooster niet mochten verlaten om naar de echte heilige trap bij de Lateraanbasiliek te gaan, verleende paus Clemens XI exclusief aan de zusters dezelfde aflaten voor hun trap. Achter het hoofdaltaar van de kerk is de trap door een glazen deur zichtbaar.

We keren terug naar de Via Sistina. Daar bevindt zich links op nr. 113 een klooster waar volgens bepaalde bronnen Franz Liszt in oktober 1861 twee kamers zou betrokken hebben, dit in afwachting van de uitspraak door de paus betreffende zijn huwelijksplannen met prinses Carolyne Sayn-Wittgenstein, een verhaal dat je hier nog eens kan nalezen.

Op nr. 126 woonde Luigi Rossini (1790–1857), een bekende artiest die bekend stond omwille van zijn fraaie etsen van de oude Romeinse architectuur. Zijn buurman op nr. 125 was de schrijver Nikolaj Vasiljevitsj Gogol (1809-1852), die hier zijn vaste stek had. Tussen 1837 en 1847 verbleef Gogol negen keer in Rome.

Op deze plek schreef hij het eerste deel van zijn meesterwerk ‘Dode Zielen’ dat in mei 1842 verscheen. Gogol wilde aanvankelijk een trilogie te schrijven, maar alleen deel 1 is volledig overgebleven.

De schrijver verbrandde heel wat pagina’s uit deel 2 omdat hij er niet tevreden over was, zodat daarvan slechts enkele fragmenten bewaard bleven. Achteraf had hij spijt van deze vernietiging. Gogol zag zijn Dode Zielen als een soort moderne Divina Commedia.

Hij tekende in het eerste deel het ‘inferno’ van het Russische leven in heel zijn verschrikking. De bedoeling was een tweede deel te bevolken met edele zielen om de lezer in het derde deel binnen te leiden in het paradijs. Dode Zielen wordt thans gerekend tot de grote werken uit de wereldliteratuur.

Iets verder, op nr. 129, vinden we het Teatro Sistina, dat humoristisch toneel brengt maar vooral gekend is voor de uitvoering van grote internationale musicals. Het gebouw werd in 1946 ontworpen door Marcello Piacentini op de voormalige locatie van het Pontificio Istituto Eclesiastico Polacco. Het werd ingehuldigd op 28 december 1949 als een bioscoop, maar werd later vooral gebruikt voor theater- en cabaretvoorstellingen.