Viruscrisis vormt weer een mooie buitenkans voor de Italiaanse maffia

De actuele viruscrisis zorgt in Italië, naast de inmiddels al bijna 20.000 bevestigde sterfgevallen, voor nog een ander verontrustend effect. Nu het land steeds dieper afglijdt naar een financiële afgrond, dreigen nog meer dan in het verleden grote delen van de Italiaanse economie in handen te komen van de maffia.

De hoofdrolspelers zijn gekend: de Cosa Nostra en de Stidda in Sicilië, de Camorra in Napels, de Sacra Corona Unita in Puglia en de ‘Ndrangheta in Calabrië.

Alle misdaadorganisaties zijn inmiddels echter ook elders in het land actief. Sommige werken samen en hebben zich ook internationaal verspreid. Wat hen allemaal aanbelangt en verbindt is het verwerven van zoveel mogelijk geld en de daarbij horende macht en invloed.

De Italiaanse economie verkeerde reeds vóór de viruscrisis in een belabberde toestand en zal de komende maanden in een nog veel dieper dal belanden. Duizenden bedrijven en zelfstandigen dreigen failliet te gaan. Velen gaan smeken om leningen die banken ook niet meer kunnen of willen geven. Uit wanhoop zullen vele ondernemers uiteindelijk aankloppen bij de maffiabazen.

De maffia zit op een berg van miljarden euro’s cash en zal in ruil voor enorme woekerrentes of liever nog een meerderheidsaandeel in het bedrijf, altijd bereid zijn om geld te verstrekken aan noodlijdende ondernemingen.

Op die manier halen de misdaadorganisaties een dubbele bonus binnen. Ze krijgen op een goedkope manier alweer een firma in handen waarmee economische invloed kan verworven worden en tegelijk ontstaat een nieuwe mogelijkheid om geld wit te wassen.

Het ergste is dat de overheid wel beseft wat er gebeurt, maar daar voorlopig weinig aan kan doen. De regering heeft momenteel andere prioriteiten en de bodem van de Italiaanse staatskas is al lang bereikt. Bovendien blijven vooral lokale politici niet ongevoelig voor de massale stroom cash die in bepaalde sectoren wordt gepompt.

Het gaat weliswaar om misdaadgeld maar het laat bedrijven toe om te overleven. Wie daar vragen over stelt wordt omgekocht of gechanteerd. Als dat niet lukt wordt de betrokkene op een andere manier duidelijk gemaakt dat hij of zij zich beter met de eigen zaken kan bemoeien.

Vooral in het zuiden van Italië is de maffia tegenwoordig diep doorgedrongen in onder meer de private zorg en de voedseldistributie, sectoren die in de virusrealiteit van vandaag meer dan ooit cruciaal zijn.

Wie controleert wat daar gebeurt heeft de macht. Wie snel en goed geholpen wordt in een privéziekenhuis ligt niet wakker van wie de instelling exploiteert. Een hongerige bevolking maakt het niet uit wie hen en hun kinderen voedt, als het maar gebeurt.

Ook vóór de viruscrisis leefden in Zuid-Italië al miljoenen mensen in armoede, zonder de mogelijkheid om aan voldoende voedsel, fatsoenlijke kleding en onderdak te geraken. De zuidelijke regio’s tellen vele duizenden werklozen en wie toch werkt is doorgaans nergens geregistreerd.

Dat is soms, maar zeker niet altijd, hun eigen keuze. Hun bazen zien het niet zitten om extra personeelsbelasting te betalen, ofwel vermijden werknemers zelf liever dat de fiscus op de hoogte is van hun inkomsten.

De meeste jobs die in het zwart worden uitgevoerd situeren zich in de bouw, in de horeca, in de straatverkoop en op markten. Er wordt geschat dat ongeveer 15 procent van de beroepsbevolking of ongeveer 3,3 miljoen Italianen in dit illegale economische circuit actief zijn.

Door de actuele maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus en de lockdown zijn die mensen nu bijna allemaal hun job kwijt, maar omdat ze officieel niet actief zijn kunnen ze dus ook niet terugvallen op een uitkering of een tegemoetkoming van de overheid.

Dat zorgt stilaan voor grote problemen en familiale drama’s. Mensen kunnen hun boodschappen niet meer betalen en gaan op zoek naar alternatieven. Die zijn schaars. Soms biedt de overheid bepaalde tegemoetkomingen en meestal zijn er ook wel voedselbanken of humanitaire hulporganisaties actief, maar deze volstaan absoluut niet om iedereen te helpen.

De volgende fase, met name het stelen van voedsel, plunderingen en zelfs geweld, is dan niet meer ver weg. Ook de Italiaanse binnenlandse veiligheidsdienst waarschuwde al voor spontane of georganiseerde opstanden van de bevolking.

Ook hier komt de maffia weer om de hoek kijken. Niet alleen beschikken de misdaadorganisaties volop over wapens, ze zijn ook meesters in het manipuleren van mensen die arm en wanhopig zijn en slechts een klein duwtje nodig hebben om zich op het criminele pad te begeven en zo op een illegale manier aan geld te komen.

Nu al deelt de maffia in sommige wijken in Zuid-Italiaanse steden volop gratis voedsel uit. Zij doen wat de overheid niet kan of wil doen en creëert op die manier goodwill bij de bevolking.

Situaties zoals de viruscrisis, een natuurfenomeen waartegen de overheid machteloos staat en waardoor een hoop problemen ontstaan die niet meteen op te lossen zijn en het gemeenschappelijke lijden van de bevolking, worden door de maffia dan ook met evenveel plezier verwelkomd als een zware aardbeving of een vulkaanramp.

Dergelijke gebeurtenissen, natuurrampen of een virusuitbraak zoals die zich nu manifesteert, vormen voor de maffia altijd dankbare kansen om zich nog wat dieper in te graven in het maatschappelijke systeem, invloed te verwerven en er vooral veel geld aan te verdienen.

Aardbevingen zijn doorgaans altijd geschikte gebeurtenissen om minderwaardige hulpgoederen en bedorven producten aan de getroffen gebieden te leveren, om het materiaal en het voedsel dat wel in orde is zelf in beslag te nemen en opnieuw te verkopen en, het meest lucratieve, met het overheidsgeld van de wederopbouw aan de haal te gaan.

Bij de huidige viruscrisis en vooral in de nasleep ervan, zal dat niet anders zijn. De maffia heeft in het verleden meermaals bewezen dat ze creatief is en zich bliksemsnel aan bepaalde situaties kan aanpassen.

Toeval of niet: de jongste jaren heeft de maffia vooral zwaar geïnvesteerd in crematoria, verzorgingsinstellingen en privéziekenhuizen. Daarnaast spelen ze al veel langer een belangrijke rol in de voedseldistributie.

De grote vraag naar beschermingsmiddelen zoals medisch hulpmateriaal, handgels, speciale kledij zoals schorten, handschoenen en mondmaskers zorgt ongetwijfeld nu al voor heel wat extra bedrijvigheid in de illegale textielateliers en productiefaciliteiten.

De maffia is dus zeker klaar om de actuele problemen aan te pakken, maar niet zonder dat ze er grof aan zullen verdienen. De strenge overheidsmaatregelen en het beperken van de essentiële verplaatsingen in heel Italië zetten overigens geen enkele rem op de gewone dagelijkse bezigheden van de maffia. Activiteiten zoals drugshandel worden gewoon voortgezet, met dit verschil dat de maffiosi nu aan huis leveren.

ACHTERGROND

De Cosa Nostra is waarschijnlijk de meest bekende maffiagroep. Ze is vooral actief in Sicilië en gaf er de jongste jaren de voorkeur aan om zich wat uit de openbaarheid terug te trekken, ook al omdat verschillende kopstukken opgepakt werden. De organisatie die al sinds het begin van de negentiende eeuw bestaat, is betrokken bij tal van illegale activiteiten maar gaat nu doorgaans minder zichtbaar te werk.

Dat maakt ze niet minder gevaarlijk, maar wel effectiever. De Cosa Nostra heeft bovendien nog steeds contacten in alle geledingen van de maatschappij, ook in de politieke wereld en soms tot op de hoogste niveaus. Het is een publiek geheim dat heel wat burgemeesters en regionale bestuurders schatplichtig zijn aan de Cosa Nostra. Wie niet meewerkt wordt bij de volgende verkiezingen vervangen.

De ‘Ndrangheta ontstond in Calabrië maar is tegenwoordig actief in heel Italië, ook in het noorden van het land, met een concentratie in de regio Lombardije. De organisatie werkt ook internationaal. Aanvankelijk hield ze zich bezig met het innen van beschermingsgeld en ontvoeringen (spraakmakend was de ontvoering van Paul Getty jr. in 1973), maar tegenwoordig behoren naast afpersing, vooral cocaïne- en wapenhandel tot de populaire activiteiten. De organisatie controleert naar verluidt het grootste deel van de drugstrafiek vanuit Colombia naar Europa en zou ook nauw samenwerken met het beruchte Mexicaanse drugskartel. De invoer van de drugs gebeurt doorgaans via Spanje en Rotterdam. Ook inzake wapensmokkel en -handel loopt de ‘Ndrangheta voorop.

Deze activiteiten leveren tientallen miljarden euro’s op en maakt van de ‘Ndrangheta één van de rijkste en machtigste criminele organisaties ter wereld. Om het geld wit te wassen wordt het geïnvesteerd in alles wat meer geld kan opleveren, zoals in bouwprojecten en ondernemingen in heel Europa. Doorgaans gebeurt dat in landen waar de economie sterker staat of waar het gemakkelijker werken is zoals in België, Nederland of Duitsland. Maar ook overzee, in Australië en Canada, werden al witwasoperaties van de ‘Ndrangheta opgemerkt.

Ook in Italië zelf wordt geld witgewassen door te investeren in bouwprojecten (die vaak nooit worden afgewerkt) en in bedrijven waar voortdurend veel geld wordt omgezet, zoals hotels, casino’s, restaurantketens, voedingsbedrijven, bioscopen, crematoria en begrafenisondernemingen. Doordat de economie permanent wordt ondermijnd, kan de maffiagroep haar macht behouden en blijven talrijke mensen in armoede leven. Zo blijven hele streken arm en raken de inwoners niet uit de greep van de maffiosi.

De Camorra is genesteld in alle Napolitaanse gemeenten. De maffiosi hebben zich vrijwel overal meester gemaakt van de plaatselijke besturen en beheersen zo de openbare uitgaven. In heel Napels en omgeving worden aanbestedingen meestal in de eerste plaats toegewezen aan maatschappijen die in handen zijn van de Camorra of die bevriend zijn met de organisatie.

De voornaamste bronnen van inkomsten zijn drugs- en wapenhandel, afpersing, verduistering van overheidsfondsen, het op industriële schaal namaken en verkopen van luxeproducten, de massale en illegale productie van cd’s en dvd’s en vooral de handel in huisvuil en industrieel en chemisch afval. Ook illegale loterijen en gokwedstrijden brengen flink wat geld op. Zo heeft de Camorra zelfs illegale paardenrenbanen aangelegd op de hellingen van de Vesuvius.

Het meeste geld wordt echter verdiend met de grootschalige en wereldwijde smokkel van sigaretten. Ook de bouwsector zorgt voor aanzienlijke inkomsten omdat de Camorra aan zowat elke fase van het bouwproces geld verdient. De organisatie levert het beton, ze zijn (al dan niet achter de schermen) baas van de aannemingsbedrijven die de werken uitvoeren en weten dankzij gulle steekpenningen en omkooppraktijken steevast grote projecten binnen te halen. 

Ook de afvalverwerking is een belangrijke sector. De vele vuilstortplaatsen in het zuiden van Italië zijn dankzij de Camorra gevuld met zowat al het afval dat in het land wordt geproduceerd. Wat dit betreft zijn de Napolitaanse maffiosi actief van noord tot zuid. Het zuiden van Italië is daardoor uitgegroeid tot de illegale vuilnisstortplaats van het geïndustrialiseerde Italië, namelijk het noorden en het centrum van het land.

Ook bij de afvalverwerking wordt in alle fasen van het proces veel geld verdiend. Het begint bij de ondernemers en bedrijven van de Camorra die bijna alle afvalcontracten binnenhalen omdat ze het vuilnis afvoeren tegen zeer lage prijzen. Geen stad of gemeente die daaraan kan weerstaan. Ook de transporteurs en vuilnisverwerkers staan doorgaans op de loonlijst van de Camorra. Het opgehaalde vuilnis gaat naar afgelegen gebieden en opslagcentra die eigendom zijn van de maffia en wordt daar verwerkt en vervolgens illegaal gedumpt. Chemisch en gevaarlijk industrieel afval wordt eerst gemengd met gewoon huisvuil en dan begraven. 

Dan is er nog de kleinere en iets minder bekende Sacra Corona Unita, een maffiagroep met de regio Puglia als belangrijkste werkterrein, en die vooral actief is in Bari, Brindisi, Lecce, Foggia en Taranto. De organisatie is echter ook aanwezig in andere delen van Italië, vooral in Modena, Mantova en Reggio Emilia. Buiten Italië is de Sacra Corona Unita ook te vinden in Albanië, Spanje, Duitsland, de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk. 

De groep hield zich aanvankelijk bezig met zich in te kopen in de wijn- en olijfolie-industrie in de regio Puglia, maar schakelde al gauw over op veel winstgevender bezigheden zoals sigarettensmokkel, wapen- en drugshandel, mensensmokkel, het witwassen van geld, afpersing, woeker en het corrumperen van politici. 

De Stidda is de minst bekende organisatie van de Italiaanse maffia en tevens de meest recente. Daarom worden ze zelden genoemd als het gaat over de georganiseerde misdaad in Italië, iets wat de leden ervan wel goed uitkomt. De organisatie is actief in het zuiden van Sicilië, vooral in Agrigento, Catania, Gela, Vittoria en Syracuse. Leden van de groep zijn echter ook al elders in het land gesignaleerd, met name in Puglia en in de noordelijke steden Genua, Turijn en Milaan. Sommige leden zouden ook in Zuid-Frankrijk actief zijn.

De Stidda houdt zich vooral bezig met de klassieke maffiapraktijken zoals afpersing, economische infiltratie en het corrumperen van politici. De leden noemen zichzelf stiddari of stiddarolli en zijn herkenbaar aan een vijfpuntige tatoeage tussen duim en wijsvinger.

De Stidda is ontstaan als een soort federatie van kleinere lokaal opererende criminele bendes, uitsluitend met het doel meer winst te maken. Naar verluidt maakten verschillende leden vroeger deel uit van de Cosa Nostra maar begonnen ze een eigen groepering omdat ze de bijzonder gewelddadige campagnes van Salvatore ‘Totò’ Riina, de capo dei capi van de Cosa Nostra, niet langer konden aanvaarden. Die acties zorgden immers voor teveel ongewenste aandacht van misdaadbestrijders.

Riina en zijn maffiafamilie, de Corleonesi, voerde in de jaren ’80 en het begin van de jaren ’90 van de vorige eeuw een meedogenloze en bloedige campagne tegen zowel rivaliserende maffiafamilies als de Italiaanse staat. Een onderdeel daarvan waren de geruchtmakende moorden op de antimaffia-aanklagers Giovanni Falcone en Paolo Borsellino. Die aanslagen veroorzaakten een enorme publieke afkeer van de maffia en resulteerden in nog veel meer aandacht voor de organisatie en een hardhandig optreden door de autoriteiten.

De inspanningen van de politiediensten leidden in 1993 uiteindelijk tot de arrestatie van Riina en tal van zijn medewerkers. Riina, bijgenaamd La Belva (Het Beest), had vele jaren ondergedoken geleefd en was bij verstek al twee keer tot levenslang veroordeeld. Nadat hij was opgepakt volgde een nieuwe rechtszaak en kreeg hij nog eens levenslang voor zijn betrokkenheid bij meer dan honderd moorden. In werkelijkheid zou La Belva de opdracht hebben gegeven voor in totaal meer dan duizend liquidaties. Riina stierf in 2017 in de gevangenis van Parma.

Eén reactie to “Viruscrisis vormt weer een mooie buitenkans voor de Italiaanse maffia”

  1. Leo De Brabandere Says:

    Zeer goed gedocumenteerd en waarschijnlijk ook hier in beperkte mate van toepassing omdat de informele economie kleiner is. Maar toch, de verleidingen in Italië zijn groot tot zeer groot, alhoewel de meerderheid van de Italianen in face to face gesprekken dit meestal gaan minimaliseren laat staan ontkennen. Men zet zijn vaderland niet graag in zijn blootje.

    Maar ook bij ons zitten sommigen niet verlegen om het systeem uit te buiten. Wie kent niet enkele KMO’s of zelfstandigen die enerzijds hun personeel op technische werkloosheid zetten en tegelijkertijd datzelfde personeel thuiswerk laten doen. Er zal dan wel later een financiële mouw aan gepast worden in de informele economie.

    De arbeidsinspectie zit toch in zijn kot.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.