Archive for 17 april 2020

Geldstroom Trevifontein is stilgevallen

17 april 2020

Los van het menselijke leed heeft de viruscrisis in Rome ook onverwachte gevolgen voor de lokale afdeling van de hulporganisatie Caritas.

Die ziet opeens vele duizenden euro’s inkomsten per maand wegvallen omdat er nauwelijks nog muntjes in de Trevifontein worden gegooid.

De opbrengst daarvan is samen met de miljoenen verdwenen toeristen grotendeels weggevallen. Caritas gebruikt het geld, bijna 1,5 miljoen euro per jaar, om gezinnen in moeilijkheden, kansarmen en daklozen te helpen.

trevigeld(6)

Het jaar was nochtans goed gestart. Toen de viruscrisis in maart in alle hevigheid uitbrak stond de teller reeds op 190.000 euro.

De opbrengst van de muntjes die in de Trevifontein worden gegooid stijgt bovendien nog elk jaar. De fontein levert meer op dan sommige musea.

Vorig jaar werd meer dan 1,4 miljoen euro uit de Trevifontein gevist. Door het losbarsten van de viruscrisis en het massaal wegblijven van de toeristen, ziet Caritas die inkomsten nu grotendeels wegvallen.

In maart werd amper 1.000 euro uit het water gehaald. Begin vorige maand waren er nog een aantal toeristen, nu zijn ze allemaal verdwenen.

“Er gebeuren momenteel natuurlijk ergere drama’s. Italië stevent stilaan af op 22.000 bevestigde virusdoden, dat is pas erg. Maar wij proberen jaarlijks met de middelen die we hebben duizenden mensen in moeilijkheden te helpen. Velen rekenen op ons”.

“Het geld uit de Trevifontein is dus erg welkom, ook al bedraagt het slechts 15 procent van ons werkingsbudget.”

“We proberen dit momenteel enigszins te compenseren met een inzamelingsactie”, maar dat is niet gemakkelijk, aldus een woordvoerder van Caritas.

trevigeld(8)

De vereniging gebruikt de middelen in overleg met de overheid en andere instellingen voor allerlei projecten. Zo worden ongeveer tweeduizend behoeftige families geholpen met de aanschaf van voeding en basismiddelen.

Er gaat ook geld naar opvangcentra, medische zorg voor kansarmen, het installeren van slaapplaatsen voor daklozen en het verstrekken van maaltijden. Ook de kosten voor de begrafenis of de repatriëring van gestorven migranten worden er soms mee bekostigd.

In het verleden ging het geld van de Trevifontein onder meer ook al naar sociale woningbouw en het Rode Kruis. Tevens werden er de huurwoningen van enkele minder begoede families mee betaald en diende het Trevigeld in het verleden ook al eens een paar jaar  voor de exploitatie van een sociaal café.

Ook een sociale winkel voor minder welstellende gepensioneerden deelde al in de opbrengst, evenals nog enkele andere kleinere sociale werken of initiatieven voor het goede doel.

trevigeld(2)

In normale omstandigheden wordt het geld in de Trevifontein twee keer per week (en in het drukke seizoen soms drie tot vier keer) in de vroege ochtend onder streng politietoezicht door arbeiders uit de Trevifontein gevist.

Dat gebeurt met een speciale machine, die de muntjes letterlijk opzuigt nadat die door arbeiders in de fontein (die tijdelijk wordt stilgelegd) grofweg bij elkaar worden geveegd.

Het geld wordt vervolgens in grote zakken gedeponeerd. Die worden ook gewogen om een ruwe raming te hebben van de waarde.

trevigeld(8)

Vóór de invoering van de euro bestond de opbrengst uit ongeveer evenveel lires als vreemde valuta, tegenwoordig bestaat het overgrote deel van de buit uit euromuntjes, al zitten er bij iedere opruimbeurt toch nog wel wat geldstukken van andere continenten.

Sinds de introductie van euro is de opbrengst vrijwel ieder jaar gevoelig gestegen, net als het aantal toeristen in Rome trouwens.

Omdat in Rome de meeste bezoekers doorgaans betalen met euro’s moeten tegenwoordig veel minder verschillende munten gesorteerd worden dan vroeger.

Vergeleken met de vrijwel waardeloze liremunten van weleer is de totale waarde van het bijeengesprokkelde geld flink omhoog gegaan.

trevigeld(4)

De viruscrisis heeft ook het aantal bedelaars in de stad grotendeels doen verdwijnen. Ook naar die reden moet niet lang worden gezocht: er is nauwelijks iemand op straat om bij te bedelen.

De talrijke daklozen worden dan wel weer steeds zichtbaarder. De meesten zijn voor elke hulp en voeding volkomen afhankelijk van hulpverleners.

Velen begrijpen nauwelijks wat hen deze dagen overkomt en dwalen door de lege stad. De politie kan hen niet van straat halen en naar huis sturen want dat hebben ze niet.

In gewone tijden konden daklozen in Rome zich op sommige openbare plekken nog een tijdje opwarmen of in een bar een gratis warm drankje krijgen. Maar alles is nu gesloten waardoor velen nergens meer terechtkunnen.

Ze kunnen alleen maar hopen ergens in één van de opvangcentra een maaltijd te kunnen vinden en, met een beetje geluk, een slaapplek voor de nacht. Anders zijn ze gedwongen om buiten te overnachten en daar is het nog net niet warm genoeg voor.

Rome telt ongeveer 8.000 geregistreerde daklozen, maar het werkelijke aantal ligt veel hoger. Een juiste schatting maken is moeilijk, concrete cijfers zijn er niet. Welzijnswerkers ramen dat in Rome wellicht tienduizenden mensen op straat leven.

Ze kamperen in de bossen en het struikgewas langs de Tiber of slapen in verlaten loodsen en gebouwen in de buitenwijken. Velen van hen zijn uitgeprocedeerde asielzoekers die werden uitgewezen maar het land nooit verlaten hebben.