Archive for april, 2020

Gallo-Romeins Museum Tongeren zet audiotours tijdelijk online

25 april 2020

Het Gallo-Romeins Museum van Tongeren is net zoals alle andere publieke instellingen sinds 13 maart gesloten om de verspreiding van het gevreesde coronavirus zoveel mogelijk te beperken.

Zowel de permanente tentoonstelling als de tijdelijke tentoonstelling Dacia Felix (die op 26 april zou eindigen) zijn sindsdien niet meer toegankelijk. Beide tentoonstellingen konden bezocht worden met audiogidsen. Die biedt het museum nu tijdelijk online aan. Je kan ze raadplegen via de website van het museum.

De permanente tentoonstelling van het Gallo-Romeins Museum vertelt het verhaal over het leven van de mens in de Limburgse regio, van in de prehistorie tot de vroege middeleeuwen. Het museum presenteert onder meer vuurstenen vuistbijlen van neanderthalers, aardewerken potten van de eerste boerengemeenschappen, een unieke Keltische goudschat en uiteraard een groot gamma aan voorwerpen uit de Romeinse tijd.

Tongeren was de eerste stad in de regio, door de Romeinen gesticht omstreeks 10 v. Chr. De meest interessante voorwerpen komen aan bod in de audiotour. Die staat nu online. Je kijkt naar een foto van het object en je kan de bijhorende teksten lezen én beluisteren.

Van 19 oktober 2019 was in het Gallo-Romeins Museum tevens de tentoonstelling Dacia Felix – Het roemrijke verleden van Roemenië te bezoeken. Het museum organiseerde deze expo in samenwerking met Europalia. Ze werd bezocht door bijna 25 000 mensen, maar moest dus helaas vroegtijdig sluiten.

Roemenië was van oudsher een kruispunt van culturen. Contact en uitwisseling tussen deze cultuurgroepen was het centrale thema van de tentoonstelling. Er waren topstukken te zien van Romeinen, Daciërs en Geten, Grieken, Scythen en Kelten. Ook bij deze tentoonstelling konden bezoekers genieten van een audiogids. Die staat nu eveneens tijdelijk online.

“Uiteraard gaat niets boven de échte ervaring om naar een authentiek object te kijken, zeker als dat vele duizenden jaren oud is. Dat neemt niet weg dat het fijn en leerrijk is om deze audiotours te beluisteren vanuit je thuisbasis. Hopelijk zet het mensen aan om binnenkort een volwaardig bezoek te brengen”, aldus waarnemend burgemeester en schepen van Cultuur An Christiaens.

Het museum onderzoekt momenteel de mogelijkheden om de tentoonstelling Dacia Felix gedurende een korte periode opnieuw te openen, van zodra dit mogelijk is.

Je vindt de audiotours op de website van het museum

Tijdens een korte test merkten we dat het geluid van de online audiogidsen niet in alle webbrowsers perfect wordt weergegeven. Het beste resultaat in beeld en geluid haalden we met een Firefox-browser op het Windows-platform. Indien de toepassing niet werkt, probeer dan gewoon even een andere browser te gebruiken.

Van Neanderthaler tot Gallo-Romein
(audiogids permanente tentoonstelling)

Dacia Felix
(audiogids tijdelijke tentoonstelling)

Gallo-Romeins Museum
Kielenstraat 15
3700 Tongeren
www.galloromeinsmuseum.be

Nationale Romeinenweek Nederland begint vandaag

25 april 2020

Vanaf vandaag 25 april tot en met 3 mei 2020 vindt in Nederland de jaarlijkse Nationale Romeinenweek plaats. Dat wordt even wennen, want door de actuele viruscrisis werd noodgedwongen en voor de eerste keer een digitale editie uitgewerkt. Het wordt dus een Online Romeinenweek, maar dat mag de pret niet drukken.

Want ook nu kan je weer, zij het vanuit je huiskamer, heel wat interessante weetjes en tips ontdekken over de Romeinse tijd in Nederland. Het thema van de Online Romeinenweek is archeologie. Onder onze voeten liggen de resten van een wereldrijk. Wapens, tempels, aardewerk en zelfs hele schepen: de Nederlandse bodem is een ware schatkamer. Al die voorwerpen vertellen het verhaal van de Lage Landen in de Romeinse tijd.

Door recente onderzoeken naar restanten uit de Romeinse tijd, door nieuwe vondsten en door de toenemende aandacht die de Romeinse limes, de grens van het Romeinse Rijk, krijgt in het kader van de gewenste nominatie als UNESCO Werelderfgoed, leren we steeds meer over Nederland in de Romeinse tijd.

In het behoorlijk uitgebreide online dossier vind je, naast het volledige programma van deze unieke Nationale Romeinenweek, ook columns, artikels en archeologische topstukken.

Download hier het Romeinenweek Magazine
(PDF-formaat)

www.romeinen.nl

Rome wil per bus slechts twintig passagiers aan boord

24 april 2020

In Rome werkt vervoersmaatschappij ATAC aan een plan om het openbaar vervoer ook na de versoepeling van de maatregelen tegen het gevreesde coronavirus veilig te houden.

Zo is de regel ingesteld dat de trams en bussen in Rome voorlopig slechts plaats zullen bieden aan maximaal twintig passagiers per voertuig: zestien zitplaatsen en vier staanplaatsen. Maar het water tussen preventie en veiligheid is behoorlijk diep.

De directie en managers van ATAC, het grootste openbaar vervoersbedrijf in Rome, werkten de voorbije dagen aan een plan om het verlaten van de strenge lockdown in de nabije toekomst op een veilige manier te laten verlopen, zowel voor de passagiers als de chauffeurs en het loketpersoneel.

atac2

De verplaatsingen per bus en tram zijn in Rome flink afgenomen. Vooral het woon- en werkverkeer staat op een laag pitje, wat gezien de vele bedrijfssluitingen uiteraard geen verwondering mag wekken.

Dat heeft bij ATAC geleid tot het inzetten van heel wat minder voertuigen. Doordat ook een groot deel van het dagelijkse autoverkeer is weggevallen rijden de bussen bovendien veel stipter, iets wat de Romeinen al lang niet meer gewoon zijn.

Zodra de versoepeling van de maatregelen een feit is en de mensen zich opnieuw op straat gaan begeven, zal volgens verwachting ook het gebruik van het bus-, tram- en metroverkeer weer flink toenemen.

ATAC voert nu al simulaties uit om daarop te kunnen inspelen en maakt daarvoor onder meer gebruik van anonieme verkeers- en passagiersgegevens om het aantal ritten op de drukste lijnen in kaart te brengen.

Medewerkers van ATAC houden nu al toezicht aan de bus- en tramterminals en bij de drukkere bushaltes. Er wordt nagegaan of reizigers voldoende afstand bewaren en het aantal passagiers dat op de bus wil stappen wordt ook in de gaten gehouden. Dat zijn er dus twintig per voertuig, zestien zittend en vier rechtstaand.

Maar in de praktijk blijkt dat de zogenaamde sociale afstand al vanaf vijftien passagiers niet meer kan bewaard worden. Chauffeurs voelen zich soms ook geviseerd omdat ze weleens boze reacties krijgen wanneer ze de spreekwoordelijke 21ste passagier de toegang tot hun voertuig weigeren.

Dat leidt tot verbale agresse en soms zelfs fysiek geweld. Ook klagen chauffeurs dat ze niet kunnen voorkomen dat mensen aan boord stappen zonder mondkapje. Maar het is onmogelijk om bij iedere bushalte ATAC-personeel te laten patrouilleren. Rome telt ongeveer 8.500 haltes, het is onmogelijk om die allemaal te overzien.

ATAC laat reeds sinds 25 februari al haar trams en bussen die in gebruik geweest zijn op regelmatige tijdstippen ontsmetten. Vooral de stoelen, handgrepen en palen in de voertuigen worden dan aangepakt. De desinfectie omvat ongeveer 1.500 bussen en trams en meer dan 110 metrotreinen, goed voor ongeveer 600 wagons.

Maar de schoonmaak van de voertuigen (wat in theorie na de afloop van elke rit en dus meermaals per dag zou moeten gebeuren) verloopt niet altijd zoals het hoort. Bovendien rijdt het openbaar vervoer in Rome zoals verteld momenteel nog lang niet op kruissnelheid. Heel wat ritten zijn afgeschaft of ingekort. De interne administratieve molen van ATAC draait langzaam, wat in de praktijk zorgt voor een behoorlijk onoverzichtelijke situatie, ook inzake dienstregelingen.

In de bussen komen in ieder geval ook dispensers met gel voor handdesinfectie en reizigers zullen ook mondkapjes moeten dragen in zowel de trein- als metrostations als bij bushaltes. Toch voelt het tram- en buspersoneel voelt zich nu al onveilig en vreest dat de zaken alleen maar erger zullen worden zodra opnieuw meer reizigers zullen gebruikmaken van het openbaar vervoer. Het nonchalante gedrag waar de ATAC-managers nu mee wegkomen, kan dan niet meer getolereerd worden, vinden de chauffeurs die inmiddels hun vakbondsleiders hebben opgeroepen om waakzaam te zijn.

ATAC heeft momenteel een kleine duizend bussen in gebruik, ongeveer vierhonderd staan stil in een depot. Die zullen daar nog even blijven, want bij de zowat vierduizend arbeiders die nu tijdelijk werkloos zijn, horen ook vele onderhoudsmedewerkers. Die zijn nochtans onmisbaar bij de vervoersmaatschappij.

Talrijke voertuigen van de verouderde vloot van ATAC kampen immers zeer regelmatig met technische problemen, waardoor vrijwel permanent reparaties nodig zijn. Bussen vallen regelmatig stil of vliegen zelfs zonder aanwijsbare reden in brand. Vorig jaar gingen liefst 29 voertuigen in vlammen op na technisch falen.

Nu en dan bestelt Rome een nieuwe reeks bussen, maar die procedure verloopt zeer langzaam en het aantal nieuwe voertuigen dat uiteindelijk in het straatbeeld kan worden ingezet is ruim onvoldoende om de talrijke falende bussen tijdig te vervangen.

Daarom circuleerde in Rome recent een plan om schoolbussen en toeristenbussen tijdelijk op te vorderen vanuit de privésector. Die voertuigen zouden dan mee ingezet worden om het openbaar transport te verzekeren. Zeker nu het einde van de lockdown er stilaan aankomt, zouden extra bussen welkom zijn om de ATAC-vloot tijdelijk aan te vullen.

De redenering is dat alle privébussen momenteel toch maar nutteloos in hun stelplaats of garage staan te verkommeren. De scholen zijn immers nog altijd dicht en toeristen zijn er niet. Als het plan zou worden uitgevoerd kan die maatregel ATAC gedurende enige tijd ongeveer 800 extra voertuigen opleveren.

Italië denkt aan versoepeling quarantaine vanaf 4 mei

24 april 2020

De Italiaanse premier Giuseppe Conte wil vanaf 4 mei de zeer strenge lockdown-maatregelen in zijn land geleidelijk versoepelen. Wat deze versoepeling precies zal inhouden en hoe de details er zullen uitzien is nog niet duidelijk, dat wordt eind deze week bekendgemaakt. Alles zal in ieder geval zeer geleidelijk gebeuren en er zullen vermoedelijk ook verschillen tussen de regio’s zijn.

De Italiaanse premier is zich ervan bewust dat talrijke mensen de strenge maatregelen beu zijn en dat bedrijven hun commerciële activiteiten willen heropstarten. Maar alles onmiddellijk heropenen is geen optie en zou volgens de premier ook volkomen onverantwoord zijn.

“Het zou de besmettingscurve van de infecties weer doen stijgen en alle inspanningen die tot nog toe werden geleverd weer helemaal verloren laten gaan. Dat wil niemand. In dit stadium kunnen we het ons niet veroorloven om te improviseren. We moeten uiterst voorzichtig blijven”, redeneert Giuseppe Conte.

”De versoepeling van de maatregelen zal gebeuren op basis van een goed gestructureerd plan en een serieus, wetenschappelijk programma. Het plan moet een nationale voetafdruk hebben, met aandacht voor regionale bijzonderheden”, verklaarde de premier.

Ook reizen zit er zeker niet meteen in. Meer zelfs, de Italianen zullen vermoedelijk een speciale toelating nodig hebben op zich tussen de verschillende regio’s te mogen verplaatsen. De traditionele zomervakanties, waarbij de Italianen zich vermaken op de overvolle Italiaanse stranden, zullen er dit jaar helemaal anders uitzien.

Maar ook het internationale toerisme zal zeker niet vóór de zomer weer op gang komen. Een reisje naar Italië boeken voor juli of augustus heeft momenteel weinig zin omdat niemand kan inschatten hoe de toestand er binnen een drietal maanden zal uitzien. Er geldt trouwens nog altijd een negatief reisadvies en alle niet-essentiële verplaatsingen zullen ongetwijfeld nog een hele tijd verboden blijven.

Volgens Conte zullen beslissingen over de Italiaanse exitstrategie genomen worden “in het exclusieve belang van het hele land” en “in het belang van de burgers van het noorden, het centrum, het zuiden en de eilanden”. Hij wil geen versnipperingen creëren en zal tijdens het geleidelijk versoepelen van de quarantaine proberen in te spelen op de gemeenschapsgeest en de nationale trots van de Italianen.

De situatie is nog lang niet onder controle, want hoewel de besmettingsgrafieken enigszins afvlakken, duiken nog altijd nieuwe infecties op en ook het aantal sterfgevallen blijft oplopen. De officiële teller overschreed gisteren de trieste kaap van 25.000 bevestigde dodelijke virusslachtoffers.

Toch lijkt de toestand zich op sommige plaatsen wat te stabiliseren en is sommige regio’s is zelfs een lichte daling merkbaar. Maar zelfs wanneer het virus volledig is uitgewoed, zal het nog lange tijd duren vooraleer het dagelijkse leven in Italië weer min of meer normaal zal verlopen.

Italië was het eerste Europese land waar het virus hard toesloeg en waar al vanaf 9 maart speciale maatregelen werden ingevoerd. Vooral in de noordelijke regio’s Lombardije en Piemonte vielen op korte tijd zeer veel slachtoffers te betreuren. Op 22 maart volgde een complete lockdown. Enkel supermarkten, apotheken, banken en postkantoren bleven open. Mensen moesten verplicht thuisblijven.

Zelfs een rondje gaan joggen of een frisse neus halen op straat of in het groen mocht uiteindelijk niet meer: alle parken werden gesloten. Het is geen lachertje om een buitenvolkje zoals de Romeinen (en bij uitbreiding natuurlijk alle Italianen) zo lang in strikte quarantaine te houden, zeker nu het mooie lenteweer hen hartstochtelijk doet verlangen naar een picknick op het platteland of een uitstapje naar zee.

De strenge quarantaine zorgde vooral tijdens het paasweekend voor zelden geziene massale controles om te beletten dat de Romeinen tochtjes gingen maken. Dat leidde soms tot bizarre vaststellingen.

Pas deze week werd de strakke quarantaine-schroef een heel klein beetje losser gemaakt. Zo mochten boekenwinkels en winkels die kinderkleding verkopen opnieuw de deuren openen, al waren er ook hier verschillende regels afhankelijk van de regio. De bedoeling van de overheid was de winkels van een aantal ‘essentiële sectoren’ te openen om op die manier heel geleidelijk meer volk in de winkelstraten te krijgen. In de praktijk blijkt het plan nog niet echt te werken, ook al omdat het geen prettige winkelervaring is.

In de Romeinse boekwinkels mag je niet zomaar rondlopen en tussen de boeken snuisteren, terwijl dat toch het prettigste is wat je daar kan doen. Je moet zeggen welk boek je wil, zodat men het voor je kan halen. Bezoekers moeten verplicht anderhalve tot twee meter afstand bewaren tot andere klanten en tijdens het winkelbezoek is het dragen van mondkapjes en handschoenen verplicht.

Met dit soort semi-vrijheden, waarbij ons gewone doen en laten toch nog aan banden worden gelegd, gaan we in de nabije toekomst ongetwijfeld nog veel te maken krijgen. De dag dat we in Rome opnieuw onbezorgd zomaar ergens een winkel kunnen binnenstappen is nog ver weg. Het ‘nieuwe normaal’ zal er snel zijn, maar dat zal er helemaal anders uitzien dan de situatie zoals we die vóór het uitbreken van het virus kenden.

De uitbaters en eigenaars van de zowat 800.000 winkels en 400.000 restaurants en koffiebars in Italië stelden zich de voorbije maanden allemaal dezelfde vraag: hoe verdienen we geld in een wereld waar niemand het nog uitgeeft?

Zo werden in maart 82 procent minder auto’s verkocht, werd 68 procent minder eten besteld bij restaurants en werden zelfs 100 procent minder kleding en schoenen gekocht, gewoon omdat de meeste Italiaanse kledingwinkels in principe niets thuisbezorgen.

Flinke klap voor Romeinse maffiaclan

23 april 2020

De Guardia di Finanza, de Italiaanse politiedienst die onder het gezag staat van de minister van Economie en Financiën,  heeft gisteren meer dan 18 miljoen euro aan activa van de beruchte Romeinse maffiafamilie Spada in beslag genomen. Het nieuws werd via Twitter bekendgemaakt door Virginia Raggi, de burgemeester van Rome.

raggitweet

De maffiaclan die heerst over de kustwijk Ostia in Rome, krijgt hierdoor een zware klap. De familie Spada houdt zich vooral bezig met illegale handel, afpersingen, woekerleningen en drugsmokkel en is betrokken bij heel wat corruptiezaken waarbij ook lokale politici in beeld komen.

Tijdens de gerechtelijke actie werd onder meer beslag gelegd op bakkerijen, bars, sportscholen, benzinestations en heel wat voertuigen. Eén van de geviseerde zaken, een boksschool, was drie jaar geleden nog het toneel voor een aanval op Daniele Piervincenzi, een journalist van de Italiaanse openbare omroep RAI. Die moest toen samen met zijn cameraman rennen voor zijn leven nadat hij het had aangedurfd om de maffiabaas enkele lastige vragen te stellen.

De journalist kwam er uiteindelijk vanaf met een gebroken neus, maar na dit incident schoot het gerecht wakker en kreeg de maffiafamilie het geruime tijd hard te verduren. Er volgde uiteindelijk een golf van arrestaties en in september vorig jaar werden  maffiabaas Roberto Spada en twee van zijn familieleden veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.

Het kustgebied Ostia, dat een deelgemeente is van de hoofdstad Rome, wordt al langer geassocieerd met de georganiseerde misdaad. De lokale overheid werd in de periode van 2015 tot 2017 zelfs geschorst omdat ze te zeer geïnfiltreerd zou zijn door de maffia.

De populaire televisieserie Suburra zou gedeeltelijk gebaseerd zijn op de activiteiten van de Romeinse misdaadfamilie. Als dat klopt heeft de werkelijkheid de fictie in Rome andermaal ingehaald. Of is het andersom…?

Sluiting Vaticaanse Musea is flinke financiële tegenvaller

23 april 2020

De actuele viruscrisis hakt er bij het Vaticaan financieel diep in.  Het minilandje staat de komende maanden voor grote uitdagingen. Volgens de Italiaanse krant Il Fatto Quotidiano circuleert in Vaticaanstad een intern document over besparingen om de financiële gevolgen van de pandemie op te vangen en een faillissement te vermijden.

Vooral de sluiting van instellingen zoals de Vaticaanse Musea sinds 9 maart, één van de belangrijkste bronnen van inkomsten, betekenen een ernstige financiële tegenvaller voor het Vaticaan.

vaticancity (1)

Reeds op 12 maart, kort na de sluiting van deze toeristische trekpleister, werden een reeks maatregelen ingevoerd om de bedrijfskosten van Vaticaanstad zoveel mogelijk te beperken. Sindsdien worden alle uitgaven nauwkeurig bekeken. Waar het mogelijk is wordt er bespaard.

Het document is geschreven door kardinaal Giuseppe Bertello, het hoofd van het gouvernement van Vaticaanstad. Het geeft economische richtlijnen aan de Vaticaanse ambtenaren die de instandhouding van de werkgelegenheid en de uitbetaling van de lonen moeten garanderen.

Meteen na de publicatie gebeurden al een pak bezuinigingen. Zo wordt voortaan bespaard op de kosten voor extern advies, worden contracten voor onbepaalde tijd opgeschort, komt er een aanwervingsstop en zullen overuren tijdelijk niet meer worden uitbetaald, tenzij die om institutionele redenen essentieel zijn.

Bovendien wordt het personeel aangemoedigd om hun resterende vakantiedagen, de compensatie voor hun overuren en de verlofdagen van het lopende jaar in arbeidsluwe periodes op te nemen.

Daarnaast worden in 2020 alle evenementen zoals conferenties, congressen, tentoonstellingen, enz. geannuleerd. Maar ook alle zakenreizen en aankopen van onroerend goed die dit jaar reeds door het Vaticaan waren gepland, worden geschrapt.

Oprichter van kunstpalazzo Merulana overleden

22 april 2020

Claudio Cerasi, de oprichter en bezieler van het bijna twee jaar geleden geopende Palazzo Merulana in Rome, is zopas op 87-jarige leeftijd overleden. Cerasi was een bekende bouwondernemer (bouwbedrijf CCC – Costruzioni Civili Cerasi) die tevens bekend stond als een grote kunstliefhebber en -verzamelaar.

Twee jaar geleden bracht hij zijn enorme kunstcollectie onder in een nieuw privémuseum. Daarvoor restaureerde hij een verwaarloosd gebouw uit 1929 aan de Via Merulana 121. Vroeger waren hier de kantoren van de dienst Gezondheid van de stad Rome gevestigd.

Na decennia van leegstand en verval (sommige delen van het gebouw werden al meer dan zestig jaar niet gebruikt) knapte Cerasi het pand helemaal op. Het volledige gebouw met vier verdiepingen werd aangepakt. Cerasi investeerde 5,5 miljoen euro in de restauratie van het grote pand.

Met een oppervlakte van 1.800 m² en vier verdiepingen creëerde Claudio Cerasi met Palazzo Merulana een nieuwe nieuwe ruimte voor kunst en cultuur in Rome. Het museumgedeelte huisvest nu de kunstverzameling van de Cerasi-stichting, die de ondernemer samen met zijn vrouw Elena oprichtte.

Het gaat om een belangrijke collectie Italiaanse kunst uit de vroege twintigste eeuw, goed voor ongeveer negentig werken. De meeste kunstwerken werden vervaardigd in de periode tussen de twee Wereldoorlogen.

Het grootste deel van de verzameling in Palazzo Merulana bevindt zich op de eerste verdieping waar de prachtige centrale salon gevuld is met werken van kunstenaars zoals Balla, Cambellotti, de Chirico, Donghi, Cambellotti, Mafai, Schifano, Capagrossi, Casorati, Pirandello en Severini.

De tweede verdieping biedt ruimte voor tentoonstellingen en bevat werken van Boetti, Mafai, Raphaël en Schifano, terwijl de bovenste verdieping gereserveerd is voor culturele evenementen.

Het gelijkvloers van het palazzo kan gratis worden bezocht. Je vindt er ook een kunstboekhandel en een buitenterras. Palazzo Merulana fungeert tevens als ruimte voor boekpresentaties, ontmoetingen met auteurs en schrijvers, grote namen uit de hedendaagse kunst en zelfs opleidingen in de ambachtelijke en artistieke sfeer.

Het management van het museum werd toevertrouwd aan Coopculture, de grootste coöperatie van Italië inzake erfgoed- en culturele activiteiten en die ook instaat voor de ticketverkoop.

Palazzo Merulana
Via Merulana 21, Rome
Praktisch

Rome viert vandaag zijn 2773ste verjaardag

21 april 2020

De legendarische stichters van de stad

De stad Rome viert vandaag, 21 april, zijn officiële 2773ste verjaardag. Op deze feestdag, de Natale di Roma, trekken in normale omstandigheden optochten met zowat 1.500 gekostumeerde deelnemers door de straten van Rome, zijn er historische re-enactments, gladiatorengevechten en theateropvoeringen en worden oude rituelen en offerandes nagespeeld. De activiteiten zijn verspreid doorheen het hele historische centrum.

Deze evenementen, die de verjaardag van Rome elk jaar tot groot plezier van zowel inwoners als toeristen een extra dimensie geven, worden georganiseerd door de Gruppo Storico Romano. Door de actuele virusperikelen valt er dit jaar echter weinig te vieren en valt de verjaardag van Rome grotendeels in het water.

Er is geen enkel evenement in openlucht gepland. De lockdown blijft onverminderd van kracht, ook als het gaat om de herdenking van de legendarische stichting van Rome in 753 v. Christus. Kunnen we vandaag 21 april, de symbolische maar officiële feestdag van onze lievelingsstad, een beter verhaal brengen dan dit van het mythologische duo Romulus en Remus?

Vermoedelijk niet, ook al omdat de vertelling na verloop van tijd door sommigen al weleens vergeten wordt. En ook al hebben de legendarische broers hoogstwaarschijnlijk nooit bestaan, het blijft een mooi verhaal dat bovendien al vele eeuwen meegaat.

Volgens de Romeinse legende waren Romulus en Remulus de tweelingzoons van de god Mars en van Rhea Silvia. Ze werden door Amulius, een broer van hun grootvader Numitor, in een mandje in de Tiber geworpen.

De mand bleef echter in de modder steken aan de voet van de Palatijnse heuvel nabij een grot gewijd aan Faunus. De kinderen, aldus gered, werden door een wolvin gezoogd in de schaduw van een vijgenboom, waar later de herder Faustulus hen vond en die hen door zijn vrouw liet grootbrengen.

Volwassen geworden, doodden Romulus en Remus de snode Amulius en stichtten een nederzetting op de Palatijnse heuvel. Er ontstond echter ruzie tussen de broers, waarop Romulus zijn broer doodde en zelf heerste over het jonge Rome. Om de bevolking uit te breiden, bouwde Romulus de plaats om tot asiel of wijkplaats voor ballingen en vluchtelingen.

Het tekort aan vrouwen werd opgelost door de Sabijnse maagdenroof, waarna de vestiging samensmolt met de Sabijnse nederzetting op de Quirinalis en Romulus met de Sabijnse koning Titus Tatius de regering deelde.

Na de dood van Titus Tatius was Romulus alleenheerser. Op het einde van zijn regering werd hij door de god Mars ten hemel gevoerd en genoot hij, vereenzelvigd met de Sabijnse god Quirinus, goddelijke eer.

Sommige oude teksten vermelden dat Romulus op het Forum werd begraven (Livius, Ab urbe condita, I, 4; Vergilius, Aeneïs, I, 275; VI, 778, 781; VIII, 342; Ovidius, Metamorphoses, XIV, 772 vv.) maar daar is nooit enig bewijs van gevonden.

Eerder dit jaar ontstond enige opwinding toen een sensationeel bericht de wereld werd ingestuurd dat het graf van de legendarische Romulus op het Forum Romanum zou gevonden zijn. Maar die ontdekking bleek niet te zijn wat sommigen ervan hadden verwacht, het zou ook te mooi geweest zijn.

Toen Rome gaandeweg machtiger werd, ontstonden nieuwe sagen omtrent de stichting en oorsprong van de stad en haar rijk. De officiële versie werd dat Aeneas, zoon van Venus (die later vereenzelvigd werd met Aphrodite) uit Troje naar Latium kwam. Zijn zoon Ascanius stichtte Alba Longa. Ten slotte stichtten Romulus en Remus, zoals verteld de tweelingzonen van Mars en Rhea Silvia, de dochter van de koning van Alba Longa, de stad Rome.

Als officiële stichtingsdatum van Rome werd later gekozen voor 21 april 753 v. Chr. Het staat echter al lang vast dat het gebied dat later Rome zou heten, al veel eerder werd bewoond. Er zijn in Rome en omgeving archeologische sporen van bewoning teruggevonden uit de tiende en zelfs uit de elfde eeuw v. Chr.

De legendarische stichting van Rome gebeurde volgens de overlevering met de aflijning van de eerste omwalde ‘stad’, het Roma Quadrata, waarover zo meteen meer. In 1988 werden de overblijfselen van deze allereerste ommuring teruggevonden.

De onwaarschijnlijk exacte stichtingsdatum van Rome wordt pas voor het eerst vermeld tijdens de tweede eeuw v. Chr. in de geschriften van Quintus Fabius Pictor en van Polybius, al kan er natuurlijk een mondelinge overlevering geweest zijn.

Het stichtingsverhaal van Rome levert al eeuwenlang inspiratie voor talrijke schrijvers, schilders, beeldhouwers en andere kunstenaars. Complete boeken zijn ermee gevuld en wereldwijd kom je de wolvin met de zogende tweeling altijd wel ergens tegen, soms in een weinig fraaie versie. Al hangt dat natuurlijk af van de kunstenaar van dienst.

Er bestaan verschillende lichtjes afwijkende varianten van het verhaal, maar ze draaien allemaal om eerzucht, oudermoord, broedermoord, verraad en blinde ambitie. Geen stad is dieper in wreedheid ondergedompeld geweest dan Rome, en dit al vanaf het prille begin.

Maar in alle verhalen is de Palatijn steeds de bakermat van Rome, want in deze omgeving bevond zich volgens de overlevering immers ook het hol van de wolvin die Romulus en Remus voedde. Aldus de legende.

De legendarische Romulus ‘stichtte’ de naar hem genoemde stad door een strook land te markeren die de stadsgrenzen bepaalde, het pomerium. Binnen deze lijn behoorde men tot de stadsbevolking, daar lag het ‘templum’, de heilige plek ingewijd volgens de rites der auguren.

Het eerste pomerium was nauwkeurig afgebakend door de vore die Romulus met een ploeg trok op die magische 21 april in 753 v. Chr., gehoorzamend aan de voorschriften van het Etruskische ritueel, bespannen met een stier en een zuiver wit paard.

De ploegschaar had hij opgetild op de plaatsen waar eens de stadspoorten zouden staan, de latere ‘portas’ als afgeleide van ‘portare’ dat in het Latijn optillen betekent. Het ritueel vereiste dat de kleine geul, de fossa, als symbolische fortificatie naast de rand van de door de ploegschaar opgeworpen aarde zou liggen. Deze rand werd de ‘agger’ genoemd, de aarden wal. De stadsmuur werd achter deze symbolische grens gebouwd en de ruimte tussen de muur en de fossa mocht niet bebouwd of beplant worden.

De sacrosancte omtrek van de stad, de heilige kring (orbis) getrokken voor de muren en verschansingen die nog moesten komen, gaf een profetisch beeld van de toekomstige stad en werd daarom ‘pomerium’ genoemd, afgeleid van ‘pone muros’. Met het pomerium, de gewijde omtrek van de pas gestichte stad, triomfeerde het gesloten Rome over het open Rome zonder grenzen of muren dat de ongelukkige Remus voor ogen stond.

Voortaan werd de jaartelling gerekend vanaf de stichting van de stad ‘ab urbe condita’. De teleurgestelde Remus maakte de lage muur rondom de nieuwe nederzetting belachelijk door er over te springen. Romulus werd boos en in de daaropvolgende twist werd Remus gedood.

Bij Ovidius (Fasti IV, 831) luiden de slotverzen uit het gebed van Romulus bij de stichting van Rome ‘Longa sit huic aetas dominaeque potentia terrae, sitque sub hac oriens occiduusque dies’ – ‘moge deze stad een lang leven kennen, macht en heerschappij over de wereld, en moge aan haar zijn onderworpen de opkomende en de ondergaande zon’.

De drie poorten die Romulus had aangeduid waren, de Porta Mugonia, verwijzend naar ‘muggare’ het loeien van de koeien, gelegen aan de noordoostelijke zijde van de Palatijn, bij de acht eeuwen later gebouwde boog van Titus niet ver van het Colosseum en de Via Sacra.

Vervolgens de Porta Romana of Romanula, verwijzend naar Rome, want langs die weg bereikten de Sabijnen de latere stad. Ze was gelegen aan de noordwestelijke kant van de heuvel, aan de zijde van Via Nova en uiteindelijk de Porte della Scala di Caco gelegen aan de kant van het Circus Maximus.

Het gebied binnen het pomerium heette ‘Roma Quadrata’, het vierkante Rome, wellicht wegens de vorm van de eerste stad die oorspronkelijk het Capitool niet omvatte. Regelmatig werd het pomerium in zijn volle lengte door een groepje priesters afgestapt, een processie omwille van de vruchtbaarheid van de Romeinse kudden en vrouwen.

Deze priesters vormden samen de ‘luperci’. Later werd het pomerium herhaalde malen verplaatst, naargelang de uitbreiding van de stad dat nodig maakte. Een eerste keer gebeurde dat door Lucius Sulla (138-78 v. Chr.). Tijdens de keizertijd had het pomerium opgehouden de grens van de Urbs te vormen.

Wel bleef de symbolische betekenis gehandhaafd en groeide de grens mee met de ontwikkeling van de stad, ze betekende bepaalde politieke vrijheden voor de burgers, verboden terrein voor de legioenen…, de praktische functie van stadsbeveiliging was sinds lang overgenomen door de muur die op bevel van de senaat tussen 378 en 352 v. Chr. werd gebouwd.

Het hiervoor beschreven Etruskische ritueel werd ook toegepast bij de door de Romeinen gestichte steden in de veroverde gebieden, ook in Gallië en in onze streken. Op het uitgekozen terrein bakenden de stedenbouwers een ‘templum’ of vierkante zone af die perfect beantwoordde aan de gep1ande omvang.

Daarna gingen de soldaten en slaven aan de slag. Ze verwijderden alle hinderlijke obstakels zoals stenen, bomen en struiken en egaliseerden het terrein. Daarna kwam een priester met een bronzen ploeg een voor in de grond trekken en met de nodige rituelen het terrein afbakenen.

Achter de ploegvoor bouwde men de stadsmuur. In Tongeren gebeurde dat omstreeks 110 na Chr. Dit ritueel gaf de limieten aan van het stedelijke gebied en verzekerde het van de bescherming der goden.

In 2007 werd onder de resten van het huis van Augustus op de Palatijn, aan de kant van de heuvel die aan het Circus Maximus grenst, met behulp van een sonde een versierde en gedeeltelijk kunstmatige grot ontdekt.

Het was een ronde gewelfde ruimte die zich 16 m onder de grond bevindt, ongeveer 9 m hoog is en een diameter van gemiddeld 7,5 m heeft. Het gewelf bleek versierd met geometrische non-figuratieve patronen met mozaïeksteentjes van gekleurd marmer en rijen witte schelpen. In het midden bevindt zich een witte adelaar, het symbool van keizer Augustus.

Archeologen zijn er vrijwel zeker van dat het om de Lupercal of of Lupercale gaat, de plek waar volgens de legende Romulus en Remus werden gezoogd door de wolvin. Later vierden de priesters van Lupercus hier het Lupercalia-feest.

Op een bepaald moment is de grot waarschijnlijk als een heiligdom ingericht. De restauratie ervan door Augustus wordt vermeld in de Res Gestae divi Augusti (De Daden van de Goddelijke Augustus).

In de Griekse vertaling daarvan uit de oudheid wordt de Lupercal aangeduid als de ‘tempel van Pan’. Bronnen uit de vierde eeuw na Chr. maken melding van een eeuwenoud heiligdom nabij een grot die men toen vereenzelvigde met het Lupercal; jaarlijks werd er een groot feest gehouden ter ere van de natuurgod Faunus, de beschermer van vee en weidegrond.

Dat de grot gevonden werd onder het door Augustus gebouwde huis zou geen toeval zijn. Het lijkt logisch dat Augustus zijn ‘paleis’ precies hier heeft neergezet om zo de mythische plek waar de tweeling gezoogd werd te integreren in zijn persoonlijke woning. Misschien is de beroemdste tweeling ter wereld toch minder legendarisch dan algemeen wordt gedacht.

ACHTERGROND

De geschiedenis van Rome kan men laten beginnen met de vereniging tot één gemeenschap van de Palatinus en de Quirinalis, de twee oudst bewoonde heuvels. De hieruit ontstane stad kwam al spoedig onder Etruskische heerschappij. Van een Romeins Rijk onder deze koningen kan men nog niet spreken.

Nadat de verdreven koning Tarquinius Superbus in 496 v. Chr. definitief was verslagen, sloten de Romeinen en Latijnen een verbond, terwijl tevens strijd werd gevoerd met de Volsci, de Sabijnen en de Aequi. De verovering van Veji na een beleg van tien jaar (405-396 v. Chr.) door Camillus is een vaststaand gegeven.

Hierna breidde Rome zijn macht voortdurend uit over de omliggende streken en steden. De expansie stagneerde tijdelijk in 387 v. Chr., toen invallende Galliërs Rome, met uitzondering van het Capitool, bezetten en de Romeinen een weinig eervolle vrede oplegden, zodat de buurvolken (waaronder de Etrusken en de Volsci) in opstand kwamen. Door dezelfde noodtoestand werd echter de bestaande standenstrijd tot een einde gebracht en de opgestane volken konden worden onderworpen.

In 358 v. Chr. moesten de Latini en Hernici capituleren; met de Etrusken werd een verdrag gesloten, terwijl de Latini bij Sinuessa werden verslagen (in 338 v. Chr.). In de Tweede Samnitische Oorlog (326-304 v. Chr.) leden de Romeinen de nederlaag in de pas van Caudium (321).

Toch zagen zij precies in deze oorlog de kans om de overhand te krijgen in Midden- en Zuid-Italië. De Samnitische guerrilla bestreden zij met een netwerk van kolonies van boeren/soldaten en uitstekende wegen (zoals bv. de Via Appia, 312 v. Chr.). Zo werden arme boeren bovendien aan land geholpen, wat de interne spanningen verminderde.

De Derde Samnitische Oorlog (298-290 v. Chr.) gaf de beslissing in Romeins voordeel, maar zonder moeite ging het niet. De Romeinen moesten niet alleen tegen de Samnieten, maar ook tegen de Etrusken, de Galliërs en de Umbriërs strijden. De Slag bij Sentinum (295 v. Chr.) werd echter door hen gewonnen.

Door hun machtsuitbreiding in Campanië en Samnium raakten de Romeinen in conflict met Tarente, dat de hulp inriep van koning Pyrrhus uit Epirus, die wel enige overwinningen behaalde (Heraclea in 280 v. Chr., Ausculum in 279 v. Chr.), maar de situatie niet uitbuitte en in 275 v. Chr. bij Beneventum werd verslagen.

De vrede bracht met zich mee dat voortaan geheel Zuid- en Midden-Italië onder Romeinse hegemonie stonden. Door een systeem van wegen en koloniën handhaafden de Romeinen hun gezag; de onderworpen volken werden Latijnse of Italische socii (bondgenoten). Aan enkele Latijnse steden werd het burgerrecht verleend. De bondgenoten behielden een grote mate van zelfbestuur, maar moesten soldaten leveren.

Door de veroveringen in Zuid-Italië kwam Rome in contact met Sicilië en de Carthagers. In drie Punische oorlogen werd Carthago bestreden. Na de Eerste Punische Oorlog (264-241 v. Chr.) verkregen de Romeinen Sicilië, dat de eerste Romeinse provincie werd; in 238 v. Chr. annexeerden ze, gebruik makend van Carthago’s interne moeilijkheden, Sardinië en Corsica. Door de gunstige afloop van de Tweede Punische Oorlog (218-201 v. Chr.) werd ook Spanje Romeins gebied.

De bondgenoot van de Carthagers in deze oorlog, Philippus V van Macedonië, werd in de Slag bij Cynoscephalae in 197 v. Chr. verslagen. Het gebied van het Macedonische rijk bleef beperkt tot Macedonië zelf.

Antiochus III de Grote van Syrië, die Macedonië hulp geboden had, werd verslagen bij Magnesia ad Sipylum in 190 v. Chr. en moest de Vrede van Apamea sluiten, waarbij zijn macht werd beknot (188 v. Chr.). Carthago werd verwoest in 146 v. Chr. tijdens de Derde Punische Oorlog); het gebied werd een provincie.

Perseus van Macedonië werd in 168 v. Chr. bij Pydna verslagen, zijn rijk werd in vieren verdeeld en in 146 v. Chr. met Griekenland als één provincie ingelijfd. Korinthe, de handelsconcurrent, werd in datzelfde jaar verwoest.

Pergamum, of westelijk Klein-Azië, viel de Romeinen in 133 v. Chr. bij testament toe: dit werd de provincie Asia. Het verzet in Spanje, onder leiding van Viriathus (147-139 v. Chr.), eindigde pas na diens dood.

Bij Numantia duurde het tien jaar voordat Scipio Africanus de stad kon nemen (in 133 v. Chr.). De grootste van deze oorlogen was de Tweede Punische. Jarenlang stonden bijna 100.000 Romeinse burgers in het veld, op verschillende fronten. Rome had daarna de grootste geoefende reserve van alle staten in dat gebied.

Door de veroveringen onderging het rijk ook wijzigingen in zijn sociale structuur. De belastingpachters, publicani, werden in de provincies spoedig rijk. Zij vormden een nieuwe klasse, die hun geld belegde in landerijen, vooral in Italië.

De boerenbevolking, die toch al te lijden had gehad van de tochten van Hannibal (in de Tweede Punische Oorlog de grote Carthaagse generaal, die de Romeinen bestreed in hun eigen Italië), trok naar Rome en vormde daar een proletariaat dat in leven moest worden gehouden.

De hervormingspogingen van de gebroeders Gracchus mislukten (133, 121 v. Chr.) en de Senaat bleek al spoedig geen overwicht meer te hebben.

De onderlinge verdeeldheid van de heersende klasse bleek vooral in de oorlog tegen Jugurtha (111-105 v. Chr.). Marius, die tot de populares behoorde, wist Jugurtha ten slotte te vernietigen, terwijl hij korte tijd later de Cimbren en Teutonen bij Aquae Sextiae en Vercellae versloeg (102, 101 v. Chr.). Dit was slechts mogelijk door een ingrijpende legerhervorming, waarbij proletariërs als vrijwilligers in het leger werden opgenomen.

Het gevaar was niet denkbeeldig dat de soldaten die veldheer zouden volgen die hun de meeste buit beloofde. De komende burgeroorlogen bewezen dit. In deze burgeroorlogen (90-30 v. Chr.) kwamen de belangengroepen (Italiërs, publicani, proletariërs, soldaten en in de Senaat optimates en populares) telkens in wisselende coalities tegenover elkaar te staan. Twisten tussen generaals/politici waren steeds de aanleiding.

De Bondgenotenoorlog (91-89 v. Chr.) bezorgde de Italische bondgenoten het burgerrecht. In de daaropvolgende Eerste Burgeroorlog (88-81 v. Chr.) tussen Marius en de Senaatsgezinde Sulla, ontstaan door de kwestie van het opperbevel in de strijd tegen koning Mithridates van Pontus, verdreef Sulla eerst Marius.

Toen Sulla tegen Mithridates met succes streed (Eerste Mithridatische Oorlog, 88-84 v. Chr.), kregen de aanhangers van Marius weer de macht. Marius zelf stierf in 86 v. Chr., maar zijn partijgenoten, onder leiding van Cinna, bleven Rome beheersen tot de terugkeer van Sulla, die hen in 82 v. Chr. onder de muren van de stad versloeg. Sulla herstelde de macht van de Senaat en legde daarna zijn dictatorschap neer.

Na zijn dood in 79 ontstond verzet tegen Sulla’s maatregelen en probeerden verschillende Romeinen de macht te verwerven. Dezen zochten steun bij de volksmassa. De eersten die zo naar voren kwamen, waren Pompejus en Crassus.

Deze laatste bedwong de slavenopstand onder leiding van Spartacus (73-71 v. Chr.). Pompejus wist de zeerovers in de Middellandse Zee te bedwingen (in 67 v. Chr.), overwon Mithridates en regelde de toestanden in het oosten. De Eufraat en de Syrische woestijn werden de grens.

Toen hij in 63 v. Chr. naar Rome kwam, was daar juist de samenzwering van Catilina onderdrukt, waardoor de Senaat meende Pompejus hooghartig te kunnen behandelen. Het gevolg was het Eerste Driemanschap tussen Crassus, Pompejus en Julius Caesar (in 60 v. Chr.). Zij wisten de Senaat naar hun hand te zetten. Crassus sneuvelde echter al spoedig in de strijd tegen de Parthen (in 53 v. Chr.).

Julius Caesar was in 58 v. Chr. naar Gallië vertrokken, een gebied dat hij in acht jaar tijd wist te onderwerpen en waar hij zijn leger aan zich wist te binden. Pompejus ging langzamerhand meer naar de Senaat overhellen (in 52 v. Chr. was hij consul sine collega, of bijna dictator). Een botsing tussen beide mannen was onvermijdelijk: in de nasleep van de zogenaamde Tweede Burgeroorlog (49-45 v. Chr.) werd Pompejus verslagen en uiteindelijk gedood.

Caesar was nu alleenheerser. Hij werd dictator perpetuus en begon met de reconstructie van de Romeinse staat, waardoor hij de basis voor het keizerrijk legde. Na de moord op hem in 44 v. Chr. door republikeinse senatoren (o.a. Cassius en Brutus) brak een tijd van verwarring aan, die eindigde met de oprichting van het Tweede Driemanschap.

Dat werd in 43 v. Chr. gesloten tussen Octavianus (de postuum aangenomen zoon van Caesar en de latere keizer Augustus), Lepidus en Marcus Antonius. Brutus en Cassius werden het jaar daarop bij Philippi verslagen en hierop verdeelden de Driemannen het rijk, waarbij Lepidus algauw opzij werd geschoven.

Octavianus bestuurde het westen, terwijl Antonius het oosten toegewezen kreeg. Hij raakte echter onder invloed van de Egyptische koningin Cleopatra VII. In de daarop volgende Derde Burgeroorlog (in 31 v. Chr.) werden Antonius en Cleopatra verslagen bij Kaap Actium.

Egypte werd een speciaal domein van Octavianus in het Romeinse Rijk. Deze overwinning verzekerde Rome en Italië voor enkele eeuwen het politieke overwicht, ook in de oostelijke (hellenistische en Griekssprekende) helft van het Romeinse Rijk.

Hoewel de Republiek in feite ten einde was, ontzag Octavianus de republikeinse gevoelens. Hij liet zich princeps, ‘eerste’, noemen en zijn opvolgers namen deze naam over, zodat men de periode tussen 31 v. Chr. en 284 na Chr.) de naam ‘principaat’ geeft. Het verschil met de Republiek was echter dat Octavianus verschillende republikeinse sleutelposten in zijn persoon verenigde.

In 27 v. Chr. legde hij zijn volmachten neer, maar hij liet zich door de Senaat de essentiële ambten weer opdragen, waarbij hij de eretitel Augustus kreeg. Hij herstelde de orde, bevorderde de welvaart en voerde slechts die oorlogen die voor de afronding van het rijk tot natuurlijke grenzen (de Atlantische Oceaan, de Rijn en de Donau, de Eufraat en de Sahara) noodzakelijk waren. Een poging de Elbe tot rijksgrens te maken mislukte door de beruchte nederlaag van Varus in het Teutoburgerwoud (in 9 na Chr.).

Het rijk was inzake omvang verzadigd en het zou duren tot keizer Trajanus vooraleer weer een actieve veroveringspolitiek zou worden gevoerd. Augustus’ aangenomen stiefzoon, Tiberius (14-37), volgde hem op. De goede kwaliteiten van zijn regering werden overschaduwd door hoogverraadprocessen tegen al te onafhankelijke senatoren. De gardeprefecten, onder wie de beruchte Sejanus, hadden een funeste invloed op hem.

Het bewind van zijn opvolger, Caligula (37-41), werd door wanbeheer gekenmerkt, terwijl Claudius (41-54), mede met de hulp van bekwame vrijgelatenen zoals Narcissus, een goede administratie voerde. Zijn beide echtgenoten, eerst Messalina, later Agrippina, kregen een slechte naam; de laatste liet volgens de overlevering haar man vergiftigen om haar zoon Nero op de troon te krijgen (54-68).

Deze, aanvankelijk onder invloed van Seneca en Burrus, begon zijn bewind onder gunstige auspiciën, maar ging zich spoedig te buiten aan allerlei excessen. Nero liet onder meer zijn eigen moeder en Seneca ombrengen en laadde (ten onrechte) de verdenking van de brand van Rome op zich. Er brak een opstand uit en Nero liet zich door een slaaf doden. Met hem eindigde de Julisch-Claudische dynastie.

Het Driekeizerjaar (68-69) bracht achtereenvolgens Galba, Otho en Vitellius aan de macht. De laatstgenoemde werd ten val gebracht door Vespasianus, de bevelhebber van de legioenen in het oosten (69-79).

Deze voerde een zuinig beheer, dat niet overal waardering vond, en bestreed met succes de opstanden in het oosten en westen. In Palestina nam zijn zoon Titus Jeruzalem in en bracht zo de opstand van de joden tot een eind.

In het westen onderdrukte Cerialis de opstand van de Bataven onder Civilis. Titus (79-81) regeerde kort, maar verwierf zich de genegenheid van de Romeinen door zijn medeleven bij de vulkaanramp van Pompeï en Herculaneum in 79. Domitianus, zijn jongere broer (81-96), was een harde, maar capabele regent, maar werd toch vermoord.

Vervolgens koos de Senaat uit zijn midden Nerva (96-98) tot keizer en met hem begint de reeks van de zogenaamde adoptiefkeizers (noodgedwongen, bij gebrek aan mannelijke nakomelingen). Was Vespasianus als eerste niet uit Rome afkomstig, Trajanus (afkomstig uit Spanje) was de eerste niet in Italië geboren keizer.

Hij brak met de tot dusver gevoerde politiek en ging weer tot veroveringen over. Zo voegde hij Dacia, waar hij koning Decebalus versloeg, bij het rijk. Het land werd zó grondig geromaniseerd, dat het zijn naam hieraan ontleende: Roemenië. Ook Mesopotamië werd door de Romeinen bezet, maar deze verovering was niet blijvend.

Het rijk had nu zijn grootste uitbreiding gekregen, maar de inspanning ging de krachten te boven. Publius Aelius Hadrianus (117-138) gaf de veroveringen in het oosten weer op en legde langs alle grenzen (zoals bv. in Brittannië met Hadrian’s wall) grensversterkingen aan en bereisde grote delen van het rijk. Zijn bestuursmaatregelen waren gericht op een gelijkstelling van de rijksdelen met Italië. De twee Antonini sloten de rij van keizers-bij-adoptie.

Tijdens de regering van Antoninus Pius (138-161) was het rustig in het rijk; maar onder zijn opvolger, Marcus Aurelius (161-180), traden tot dusver latent gebleven spanningen, zowel in het binnenland als langs de grenzen, aan de oppervlakte.

Deze keizer-filosoof moest vele moeilijke oorlogen voeren tegen de Marcomannen en de Quaden aan de Donau, terwijl epidemieën grote gebieden ontvolkten. Zijn zoon Commodus (180-192), die vrede met de Marcomannen sloot, werd vermoord, evenals zijn opvolger Pertinax.

Het Driekeizerjaar leek teruggekeerd; de soldaten verkochten de troon aan de senator Didius Julianus, maar een drietal tegenkeizers roerde zich, van wie Septimius Severus, een Afrikaan, ten slotte de heerschappij wist te bemachtigen (193-211). Hij beperkte de invloed van de Senaat en brak de macht van de pretorianen. Een veldtocht tegen de Parthen leverde Rome een nieuwe provincie op: Noord-Mesopotamië.

Caracalla (211-217) verleende, uit fiscale motieven overigens, aan alle inwoners van het rijk het burgerrecht (de Constitutio Antoniniana). Hij en zijn opvolger, Macrinus (217-218), werden vermoord.

De laatste van de ‘Severisch-Syrische dynastie’, Alexander Severus (222-235), nam goede sociale maatregelen, maar verloor prestige door de overheersing van zijn grootmoeder, Julia Maesa, en zijn moeder, Julia Mamaea. De Senaat, waarin onder meer de beroemde jurist Ulpianus zitting had, kreeg meer invloed.

Een veldtocht tegen het Nieuw-Perzische Rijk der Sassaniden verliep ongunstig en ook tegen de Germanen behaalde hij geen successen. Een veldheer, Maximinus Thrax, kwam in opstand en Severus werd gedood. Maximinus onderging echter na een paar jaar hetzelfde lot (in 238) en vervolgens werd Gordianus III keizer (238-244). Ondanks successen tegen de Sassaniden werd hij ten val gebracht door Philippus Arabs (244-249). Zijn opvolger, Decius (249-251), bestreed het christendom fel.

Onder al deze soldatenkeizers daalde het aanzien van het rijk steeds meer. De crisis verergerde door de ellendige financiële toestand (met als gevolg een verpletterende belastingdruk), de tuchteloosheid van het verwende en kostbare leger, het feit dat de Germanen meer in grote verbanden optraden en daarom des te gevaarlijker waren, het verscherpte contrast tussen rijk en arm, de apathie van de bevolking tegenover toenemende bureaucratie en despotisme, en de verstoring van de handel: men keerde door de overal heersende onveiligheid terug tot een regionale gesloten economie.

Na 250 ontstond een volslagen chaos. De Goten werden gevaarlijk, op een bepaald moment waren er dertig tegenkeizers en grote delen van het rijk werden door de Franken, Alamannen en andere volken bezet en geplunderd. Eén keizer, Valerianus, stierf als gevangene van de Sassanidenkoning.

Ten slotte werd de orde enigszins door Gallienus (253-268Onder zijn opvolger werden de Goten verslagen, die reeds tot Niš in Servië waren doorgedrongen (in 269), en keizer Aurelianus (270-275) legde de grondslag voor een gedeeltelijke reconstructie. Hij moest Dacia opgeven, maar verjoeg de Vandalen en Alamannen. Het in het oosten gestichte rijk van Palmyra, met koningin Zenobia, werd vernietigd.

Hoe veranderd de tijden echter waren, bewijst het feit dat Aurelianus een muur liet bouwen rond Rome. Ook Aurelianus werd vermoord en weer volgde een tijd van elkaar bestrijdende keizers (Tacitus, Probus, Carus, Carinus en Numerianus), maar ten slotte werd Diocletianus door de soldaten tot keizer uitgeroepen.

Met hem begon een nieuwe periode in de Romeinse geschiedenis en deed het onverhulde absolutisme zijn intrede. Diocletianus liet zich reeds tijdens zijn leven vergoddelijken: dominus et deus ( ‘heer en god’) was zijn titel. Anderzijds verdeelde hij het oppergezag onder twee Augusti (waarvan hijzelf er een was), die ieder weer twee Caesares onder zich hadden; men spreekt daarom van de ‘tetrarchie’.

Aan de bijzondere positie van Italië kwam volledig een einde, het was de afsluiting van een proces dat sedert Hadrianus aan de gang was. De verdeling van het rijk was nu als volgt: het oosten met als hoofdstad Nicomedia (Diocletianus); Italië en Afrika (Milaan; Maximianus); Gallië, Spanje en Brittannië (Trier; Constantius Chlorus); Illyricum en Griekenland (Sirmium; Galerius).

De Romeinse Senaat werd gedegradeerd tot een soort gemeenteraad voor Rome, dat zelfs geen hoofdstad meer van een rijksdeel bleef en deze functie aan Milaan moest afstaan. De senatoren bleven echter een geduchte economische factor: zij waren (samen met de keizer) de grootste grondbezitters.

De boeren werden aan de grond gebonden verklaard, terwijl een prijzenedict orde trachtte te scheppen in de chaos van de steeds verder gaande muntontwaarding (edictum de pretiis venalium rerum, in 301). Het bestuur werd gebureaucratiseerd, versterkt en gemilitariseerd. Door deze starre tucht slaagden de Romeinen erin de Perzen op een afstand te houden en de eenheid in het rijk te handhaven.

Toen in 305 Diocletianus en met hem Maximianus aftraden, brak opnieuw een periode van burgeroorlogen en verwarring aan. Op een bepaald ogenblik waren er zes Augusti. Maximianus werd gedood in 310, zijn zoon Maxentius sneuvelde in 312 bij de Pons Milvius (de Milvische brug) in de strijd tegen de zoon van Constantius, Constantijn. Diens laatste tegenstander, Licinius, werd verslagen en gedood in 324, zodat pas toen een periode van eenhoofdig bestuur aanbrak.

Constantijn de Grote heerste van 324 tot 337 en deed dat alleen. In tegenstelling tot Diocletianus begunstigde Constantijn het christendom. Er was de keizers veel aan gelegen zowel in de oude heidense als in de nieuwe christelijke godsdienst een steunpunt te hebben voor hun politiek van rijkseenheid. De kerk moest een instrument zijn voor een krachtig staatsgezag. De hoofdstad werd Constantinopel, gelegen aan een snijpunt van wegen van noord naar zuid en van oost naar west, en tevens dichter bij de bedreigde Donau- en Eufraatgrenzen.

Na Constantijns dood streden zijn zoons om de macht; ten slotte bleef Constantius II over als alleenheerser van 353 tot 361. Hij werd opgevolgd door Julianus, die door het leger tot keizer was uitgeroepen als enige in leven zijnde familielid van Constantijn. Julianus is de laatste niet-christelijke keizer (361-363); Apostata wordt hij genoemd: de Afvallige. Hij was een vurige aanhanger van de oude religie en het neoplatonisme. Hij stierf na een korte regering op een veldtocht tegen Sapor, de koning van het Nieuw-Perzische Rijk.

Jovianus, zijn opvolger, regeerde slechts één jaar. Daarop volgde Valentinianus I (364-375), die verschillende familieleden tot mederegenten benoemde. De christenen waren onderling verdeeld en de Germaanse Volksverhuizing betekende een ernstig gevaar van buitenaf. Valens, de mederegent voor het oosten, sneuvelde in 378 tegen de Visigoten bij Adrianopel.

Opnieuw volgde een tijd van verwarring en burgeroorlog, totdat Theodosius I keizer werd. Hij regeerde slechts kort als alleenheerser, moest optreden tegen de aanspraken van de bisschop van Rome (die ook over de oostelijke rijkshelft zeggenschap wilde hebben), maar bevorderde de verbreiding van de leer van Athanasius over de Oriënt

Hij verdeelde het rijk in 395 onder zijn beide zoons (de bedoeling was slechts tot een administratieve scheiding te komen; in de praktijk werd het een scheiding in twee afzonderlijke staten). Arcadius, de oudste, kreeg het oosten, onder regentschap van Rufinus.

Honorius werd keizer over het westen, onder regentschap van Stilicho. Het westelijk rijksdeel, dat in de vijfde eeuw na tal van oorlogen te gronde ging, en het oostelijk (het latere Byzantijnse Rijk) groeiden steeds meer uit elkaar. De dreiging van de Visigoten onder Alarik in Italië leidde tot het terugroepen van de legioenen uit het westen. Hierdoor kwam de weg vrij voor vele Germaanse volken (zie Volksverhuizing).

Na de moord op Stilicho wisten de Goten inderdaad Italië binnen te dringen en zelfs Rome te plunderen (410). De residentie was inmiddels verlegd naar Ravenna, onneembaar door de omliggende moerassen. Alarik stierf in Italië; onder zijn opvolger, Athaulf, werd in Zuid-Frankrijk en Spanje het Visigotenrijk gesticht (415), met Toulouse als hoofdstad. Er bleef wel een band met het rijk bestaan. Honorius stierf in 423.

Onder Valentinianus III, zoon van Honorius’ zuster Galla Placidia, ging Afrika, onmisbaar voor de graanvoorziening, voor het Romeinse Rijk verloren. De generaals, als Aëtius en Bonifatius, verzwakten het Rijk nog meer door hun onderlinge naijver. Eerstgenoemde wist in 451 weliswaar Attila tegen te houden op de Catalaunische Velden, maar deze ‘laatste Romein’ kon de Hunneninval in Italië het daaropvolgende jaar niet voorkomen.

Attila trok zich echter terug zonder tot Rome te zijn doorgedrongen. Aëtius werd door de keizer zelf vermoord; een Germaanse soldaat nam wraak voor zijn veldheer en doodde de keizer. Hiermee eindigde de laatste keizerdynastie in het westen, de Theodosiaanse.

In 455 landden de Vandalen in Italië en namen Rome in, waar ze beestachtig huishielden. Na 456 was het Ricimer, de bevelhebber van de (Germaanse) troepen, die ongeveer twintig jaar lang keizers aanstelde en afzette.

Na Ricimers dood stelde de Germaan Orestes zijn zoontje Romulus als keizer aan, spottend ‘Romulus Augustulus’ genoemd. Na een jaar zette de Germaan Odoaker de knaap af, zond de keizerlijke insignia naar Constantinopel en noemde zich ‘koning der Germanen in Italië’ (in 476).

Dit betekende het einde van het Romeinse keizerschap en het Romeinse Rijk in het westen. In het oosten kwam het (Oost-)Romeinse Rijk opnieuw tot bloei. Het ging pas in 1453 ten onder.

Europa biedt Italië excuses aan

20 april 2020

De Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen heeft Italië excuses aangeboden omdat Europa te laat reageerde toen het land in februari als eerste lidstaat geconfronteerd werd met de verspreiding van het coronavirus.

“Het klopt dat niemand hier echt op voorbereid was. Het is ook waar dat velen te laat waren toen Italië helemaal in het begin een helpende hand nodig had. En ja, het is maar terecht dat Europa als geheel hiervoor zijn oprechte verontschuldigingen aanbiedt”, verklaarde von der Leyen tijdens een bijzondere zitting in het Europees Parlement.

De excuses van de voorzitster zijn goed onthaald in Italië. “Deze woorden zijn een belangrijke daad. Dit is goed voor Europa en onze gemeenschap”, reageerde minister van Buitenlandse Zaken Luigi Di Maio, die meteen de gelegenheid aangreep om te pleiten voor meer Europese solidariteit, ook op financieel vlak.

“Eén van de belangrijkste onderhandelingen uit onze geschiedenis is begonnen. Door Italië te verdedigen, verdedigen wij ook de EU”, verwees Di Maio naar het debat over de gemeenschappelijke uitgifte van schuldpapier op Europees niveau, de zogenaamde eurobonds.

Ook de Italiaanse premier Giuseppe Conte lanceerde zopas nog eens opnieuw een oproep voor solidariteit binnen de Europese Unie. Hij vraagt al enige tijd dat eurobonds of Europese obligaties worden vrijgegeven om de economische crisis tegen te gaan. Eurobonds zijn een goedkoper alternatief voor staatsleningen die landen anders zouden moeten aangaan.

De invoering van deze speciale obligaties werd voorgesteld in het kader van de Europese staatsschuldencrisis en hebben als voornaamste kenmerk dat ze zouden worden uitgegeven voor de gezamenlijke rekening van de landen van de eurozone. De rentelasten zouden dan worden gedeeld door alle landen van de eurozone.

Ze bestaan echter nog niet omdat er binnen de eurogroep geen eensgezindheid is om ze te lanceren. Tot nog toe vinden Nederland en Duitsland eurobonds niet de juiste manier om andere (armere) landen te helpen. Over het wel of niet introduceren van deze Europese obligaties zijn de voorbije weken tussen de verschillende lidstaten al heel wat bitsige discussies gevoerd.

“Het uitgeven van deze eurobonds heeft echter niets te maken met oude of nieuwe Italiaanse schulden, maar met het helpen van de Europese economie”, redeneert premier Conte, die erop wijst dat alle landen momenteel te maken hebben met economische en financiële problemen. Hij hoopt dat Nederland en Duitsland van mening veranderen en toestemming geven voor deze vorm van steun aan zwaar getroffen landen, zoals Italië en Spanje. Ook Frankrijk rekent op hulp.

Ostia Antica krijgt Europees Erfgoedlabel

20 april 2020

De Europese Commissie heeft het Europese Erfgoedlabel (European Heritage Label of de Marchio del Patrimonio Europeo) toegekend aan de archeologische site van Ostia Antica. Deze erkenning, uitgereikt op initiatief van de Europese commissaris voor Innovatie, Onderzoek en Cultuur, is een bevestiging van de belangrijke rol die de oude havenstad van Rome heeft gespeeld in de Europese geschiedenis en cultuur. De voorbije jaren werd fors geïnvesteerd in het archeologische park.

ostiaantica(11)

Ostia Antica staat op de eerste plaats in de ranglijst van de tien historische sites die de Europese erfgoedtitel dit jaar hebben gekregen. Het label is in 2013 ingesteld en werd tot dusver aan 48 Europese sites gegeven.

In tegenstelling tot de Unesco-werelderfgoedlocaties worden de sites die met het erfgoedlabel worden bekroond, vooral belangrijk geacht voor de Europese geschiedenis en cultuur, niet alleen vanuit esthetisch oogpunt.

Ostia Antica werd samen met negen andere locaties gekozen na een selectieprocedure waarbij onafhankelijke deskundigen uit het hele continent oordeelden over de talrijke aanvragen uit de verschillende Europese lidstaten.

Een project dat zeker mee de doorslag heeft gegeven om het erfgoedlabel toe te kennen aan de archeologische site Ostia Antica, is de geslaagde restauratie van de befaamde decumanus die eind 2017 werd afgerond.

Er werd vier jaar lang gewerkt aan deze oorspronkelijk ruim 2 km lange straat die de hele stad vanaf de Porta Romana doorkruiste en kan beschouwd worden als het kloppende hart van het toenmalige handelscentrum.

ostiaantica(9)

Hier speelde zich immers het dagelijkse leven af en de straat was dan ook bezaaid met winkels, bedrijfjes, tavernes, enz. De voorbije jaren werden niet minder dan 187 van deze voormalige panden gerestaureerd. Dat restauratieproject heeft 1,8 miljoen euro gekost.

De restauratiewerkzaamheden zorgden ervoor dat de decumanus en de onmiddellijke omgeving na lange tijd opnieuw toegankelijk werden voor het publiek. Langs de route van zowat 670 m werden ook nog verschillende andere belangrijke monumenten gerestaureerd.

Al even fraai zijn de fresco’s die terug te vinden zijn in 31 voormalige gebouwen. Ze zijn voortaan beschermd tegen weersinvloeden en geven samen met de beroemde mozaïeken van Ostia Antica een indrukwekkend beeld van deze havenstad uit de Romeinse oudheid.

De restauratie van dit gedeelte van de archeologische site was dringend nodig omdat de ingroeiende vegetatie de omgeving en de oude ruïnes ernstig begon te verstoren en te beschadigen. Het was dan ook een enorm werk om alleen al alle biologische en plantaardige afzettingen op alle oppervlakken te verwijderen. Dat karwei moest zorgvuldig worden uitgevoerd en gebeurde met de hand.

ostiaantica(12)

Vervolgens werd in talrijke stenen de geërodeerde mortel vernieuwd en werden ontbrekende stukken opnieuw samengesteld of geïntegreerd. Dat gebeurde telkens met originele materialen en met dezelfde methodes zoals die in de tweede eeuw werden gebruikt.

Het stadje Ostia ligt ten zuidwesten van Rome, telt zo’n 4.000 inwoners en maakt samen met de strandbadplaats Lido di Ostia (ongeveer 40.000 inwoners) deel uit van de agglomeratie en de stad Rome. De naam komt van het Latijnse ostium, wat ingang betekent.

Aansluitend bij het huidige stadje (dat een burcht gebouwd door paus Julius II en een vijftiende-eeuwse kerk bezit) liggen dus ook de beroemde resten van de uit de Romeinse oudheid daterende havenstad van Rome, vandaag Ostia Antica geheten, aan de monding van de Tiber.

ostiaantica(8)

Door verzanding is de oude haven vandaag ruim 3 km van zee verwijderd. Door regelmatige opgravingen sinds 1870 en vooral vanaf 1909, is een aanzienlijk gedeelte van de oude stad blootgelegd en gedeeltelijk gerestaureerd.

Een selectie van de talrijke kunst- en gebruiksvoorwerpen die in de loop der jaren op de site werden ontdekt zijn ter plaatse in het museum te bewonderen. Lange tijd dachten archeologen dat ze ongeveer twee derde van de stad hadden opgegraven en in kaart gebracht, maar zes jaar geleden moesten ze die denkpiste helemaal omgooien.

Nieuwe opgravingen maakten toen duidelijk dat Ostia destijds tot wel twee keer groter was dan tot dan werd aangenomen. De stad bevond zich in de eerste eeuw v. Chr. immers niet alleen aan de vandaag gekende zijde, maar strekte zich ook aan de andere zijde van de Tiber minstens zover uit.

De sensationele ontdekking van talrijke gebouwen, waaronder torens, enorme opslagplaatsen, muren en een uitstekend wegennet, toonden aan dat het hier ging om een tot dusver volkomen onbekend stadsdeel, dat doorloopt tot een paar kilometer van de huidige luchthaven Leonardo da Vinci in Fiumicino.

ostiaantica(7)

De havenbedrijvigheid in dit gebied moet in de Romeinse tijd nog veel enormer geweest zijn dan de archeologen altijd hadden vermoed. Dat maakt Ostia tot een stad die in grootte zelfs Pompei minstens overschrijdt.

De ontdekking gebeurde in het verlengde van een opgravingscampagne die in 2007 werd gestart door Angelo Pellegrino en Paolo Germoni (soprintendenza speciale per i beni archeologici di Roma ), samen met de professsoren Simon Keay (Universiteit van Southhampton – British School in Rome) en Martin Millet van de Universiteit van Cambridge. Zij gaven leiding aan een team van archeologen en geofysici die het gebied onderzochten dat zich uitstrekt tussen de oude havens van Portus en Ostia.

Het is niet de bedoeling dat de nieuw ontdekte site helemaal wordt blootgelegd. Dat kan Rome zich financieel ook niet veroorloven, maar er gebeuren wel gerichte opgravingen op basis van de resultaten van het geofysische onderzoek. Er zijn dus in de toekomst waarschijnlijk nog heel wat mooie vondsten te verwachten.

ostiaantica(6)

Voor bezoekers van Ostia Antica is er echter ook vandaag reeds meer dan genoeg te bewonderen. Het kosmopolitische karakter van de haven met haar kantoren van handelscorporaties uit het gehele Middellandse-Zeegebied, blijkt uit de talrijke aanwezigheid van allerlei uitheemse heiligdommen (onder andere van de goden Isis en Mithras), fora en marktpleinen, theater, horrea (graanpakhuizen), tabernae (winkels) en thermopolia (kroegen).

Opmerkelijk zijn de grote woonblokken, flatgebouwen eigenlijk, soms met een gemeenschappelijke tuin in het midden, die in baksteen waren opgetrokken (insulae). Mozaïeken en wandschilderingen verlevendigden de interieurs. Op het grootste marktplein hadden mozaïekvloeren een met de latere uithangborden vergelijkbare functie voor de verschillende groepen kooplui uit het gehele Romeinse Rijk.

ostiaantica(5)

Toen Ostia op het hoogtepunt van haar bloei was (begin tweede eeuw na Chr.) woonden er naar schatting 50.000 mensen, van wie er naar schatting 17.000 slaaf waren. Een nieuwe, maar korte periode van opbloei kende de stad in het begin van de vierde eeuw. Daarvan getuigen luxueuze, grootscheeps aangelegde villa’s met nymphaea (fonteinen), mozaïeken, enz. en een vroeg-christelijke, door keizer Constantijn gebouwde basilica.

Ostia heeft de regelmatige stadsaanleg (met loodrecht elkaar kruisende hoofdstraten (cardo en decumanus) in het midden) steeds behouden. De eerste uitbreiding vond plaats in het eerste kwart van de eerste eeuw voor Christus. Uit beide periodes zijn gedeelten van de stadsmuur en de poorten bewaard gebleven.

ostiaantica(4)

Volgens de overlevering was de vierde koning van Rome, Ancus Marcius (ca. 630 v. Christus), de stichter van Ostia, maar andere bronnen dateren het ontstaan omstreeks 338 v. Chr. Ook archeologische gegevens wijzen op een nederzetting uit de vierde eeuw v. Chr., die de oude Latijnse havenstad Antium (in 338 v. Chr. door Rome onderworpen) gedeeltelijk moest vervangen.

Behalve door de grote zoutwerken (salinae) en als oorlogshaven (vooral in de Tweede Punische Oorlog (218 v. Chr. – 201 v. Chr.) kwam Ostia al vroeg tot bloei als overslagplaats voor de graanvoorziening van Rome. Nadat de stad tijdens de burgeroorlog door Marius was verwoest, werd zij door Sulla herbouwd en gemoderniseerd, met onder andere nieuwe en ruime stadsmuren.

ostiaantica(3)

Een hoogtepunt beleefde Ostia in de tweede eeuw na Christus toen er onder de keizers Trajanus, Hadrianus en Antoninus Pius veel nieuwbouw gebeurde. Daarbij werd over oudere gebouwen heen gebouwd, waardoor we weinig weten over de oude bebouwing van Ostia. Al sinds het einde van de eerste eeuw, in de tijd van Domitianus, werd het grondniveau daarbij een meter verhoogd, mogelijk in verband met overstromingen.

Haar grootste uitbreiding en vernieuwing kreeg Ostia nadat keizer Claudius de haven zo’n 4 km verplaatste. Deze nieuwe haveninstallaties (Portus Augusti of Portus Romanus), waaraan in 42 n. Chr. werd begonnen, werden door keizer Nero in 54 n. Chr. opengesteld en door keizer Trajanus in 106 met een zeshoekig bassin vergroot.

Trajanus gaf, wegens de verzanding van de oude Tibermonding, de rivier een nieuwe uitweg naar zee door een kanaal (fossa Traiana) te graven, waardoor een kunstmatig eiland in de Tiberdelta ontstond (het insula sacra) dat als begraafplaats werd gebruikt).

ostiaantica(2)

Aan het einde van de tweede eeuw liet keizer Commodus het theater uitbreiden. Deze bloeitijd duurde tot in het begin van de derde eeuw en lange tijd werd aangenomen dat Ostia door de opkomst van Portus gaandeweg zijn belang verloor.

De resultaten van een opgravingscampagne door een team van de Humboldt universiteit in Berlijn, onder leiding van Axel Gering die in 2011 en 2012 plaatsvond, tonen echter aan dat Ostia ook tussen de vierde en de vijfde eeuw nog volop in bedrijf was.

De activiteiten waren in de vierde eeuw weliswaar wat afgenomen, maar in die periode gebeurden er onder meer aan het Forum zelfs nog een ingrijpende reeks restauraties. Tot dan werd aangenomen dat er na de tweede eeuw op bouwkundig vlak nog amper iets structureel gebeurde in Ostia.

Archeologen ontdekten in de overblijfselen van het Forum hergebruikte stenen die van de alleroudste monumenten in Ostia afkomstig zijn. De vondst van een aantal munten hebben ook geholpen bij het dateren van de restauraties die in het verleden werden uitgevoerd op het Forum van Ostia.

Uit dat alles blijkt dat het openbare leven in Ostia tot zeker in de vijfde eeuw na Chr. volop bloeide. In dezelfde periode werden ook nog nieuwe fonteinen en openbare voorzieningen gebouwd. Thermen- en wellnessvoorzieningen kregen een grondige opknapbeurt. Het is dus zeker niet zo dat de stad in die periode al in verval was. De bevindingen van het Duitse onderzoeksteam komen overeen met de resultaten van een andere campagne, uitgevoerd door een ploeg van de universiteit van Bologna.

ostiaantica(1)

“Deze stad aan de zee vertoonde in de vierde en de vijfde eeuw nog een grote vitaliteit en was veel actiever dan tot dusver werd aangenomen”, verklaarde Angelo Pellegrino die het project Ostia Marina leidde, enkele jaren geleden tijdens de voorstelling van de resultaten van zijn campagne.

Mede door de toenemende verzanding (ook van de nieuwe Tibermonding) was het verval van Ostia echter niet tegen te houden. Na de vijfde eeuw werd de stad herhaaldelijk geplunderd en geleidelijk verlaten.

Het antieke Ostia werd nog wel gebruikt als vindplaats voor kant-en-klaar bouwmateriaal: marmeren platen, beeldhouwwerken en zuilen. In de negende eeuw stichtte paus Gregorius IV (827-844) het naar hem genoemde Gregoriopolis op ongeveer één kilometer ten oosten van het oude Ostia.

ostiaantica(10)

In de vijftiende eeuw werd hier een vestingtoren gebouwd, en onder paus Sixtus IV liet diens neef Giuliano della Rovere (de latere paus Julius II) door Baccio Pontelli het fort bouwen (1483-1486) dat nu nog te bezoeken is. Paus Pius VII, die veel belangstelling had voor kunst en wetenschap, begon na 1814 met opgravingen in Ostia Antica.

Omvangrijkere opgravingen en de eerste restauraties vonden plaats vanaf 1855 onder paus Pius IX. Deze liet ook in 1865 het museum oprichten in een veertiende-eeuws gebouwtje dat eerder als zoutopslagplaats was gebruikt.

Verdere restauraties en wetenschappelijke opgravingen begonnen in 1909 onder leiding van Dante Vaglieri. In de twintigste eeuw en vooral vanaf 1938 onder Mussolini, vonden grootschaliger opgravingen plaats.

De archeologische site Ostia Antica is vlot bereikbaar. Je neemt vanuit het centrum van Rome de bus of de metro naar halte Piramide (lijn B). Bij Piramide kan je overstappen op de regionale trein Roma-Ostia (Lijn RL Cristoforo Colombo), waarna je na 27 minuten uitstapt bij de zevende halte, Ostia Antica. De ingang van de site bevindt zich op een vijftal minuutjes wandelen. Je bus- of metroticket is ook geldig op de regionale trein.

Een promotiefilmpje van de archeologische site
Ostia Antica kan je hier bekijken

www.ostia-antica.org