Archive for 13 mei 2020

Restauratie triomfboog Septimius Severus start in september

13 mei 2020

In september begint in Rome in opdracht van het Parco archeologico del Colosseo de restauratie van de Boog van Septimius Severus. Het ongeveer 23 meter hoge monument, dat je kan terugvinden aan de voet van de Capitolijnse heuvel in de noordwestelijke hoek van het Forum Romanum, bevindt zich als gevolg van fysische, biologische en chemische verontreiniging in steeds slechtere staat en is dringend aan herstel en onderhoud toe.

Rome wil ingrijpen vooraleer de schade onomkeerbaar is. Het is ongeveer dertig jaar geleden dat nog eens herstellings- of onderhoudswerken werden uitgevoerd aan de Arco di Settimio Severo. De werkzaamheden in september beginnen aan de zijde die uitkijkt op het Capitool.

Het majestueuze stuk Romeinse architectuur bestaat uit drie bogen – één grote, centrale boog geflankeerd door twee kleinere doorgangen – en werd in 203 na Christus gebouwd door keizer Lucius Septimius Severus (193-211) om zijn zegevierende militaire campagnes tegen de Parthen van 194/195 en 197–199 te vieren.

Het imposante monument, dat de naam van de keizer kreeg, is het laatste van de zes erebogen die ooit op het Forum Romanum werden opgericht. Alleen deze en de Boog van Titus bleven behouden.

Bij de vorige restauratiebeurt in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw, ontstonden lange discussies tussen allerlei specialisten. Sommigen wilden de boog helemaal afspuiten tot zijn oorspronkelijke witte glans, anderen lieten het monument liever onder het zwarte roet staan, als symbool voor de toenemende milieuvervuiling.

Bovendien was niet iedereen ervan overtuigd dat de zwarte roetlaag, veroorzaakt door de jarenlange luchtvervuiling van de stad en het autoverkeer, en die vermoedelijk diep was doorgedrongen in het gesteente, wel op een veilige manier te verwijderen was.

Uiteindelijk werd in 1988 beslist bij wijze van test enkel de linkerhelft (kijkend in de richting van het Capitool) grondig te reinigen. Dat lukte uiteindelijk, maar het zou daarna nog eens tien jaar duren vooraleer men uiteindelijk besloot de ganse boog proper te maken.

In de tussenliggende periode kregen bezoekers van het Forum in die tijd dus een witte propere zijde en een zwarte vuile zijde te zien. Maar de schoonmaakoperatie lukte uiteindelijk dus wel, al is dat ondertussen alweer zo lang geleden dat de Boog van Septimius Severus vandaag weer flink onder het vuil zit, zij het aanzienlijk minder erg dan destijds.

De driedubbele triomfboog is één van de best bewaarde monumenten van het Forum en is vervaardigd uit baksteen en travertijn en bekleed met marmer. De boog is 23,88 m hoog en in totaal 24,27 m breed. Er zijn drie doorgangen, waarvan de middelste 11,85 m hoog is en 7 m breed. De twee zijbogen zijn elk 7,8 m hoog en 3 m breed.

De boog werd in 203 in opdracht van de Senaat van Rome opgericht naar aanleiding van het tienjarige keizerschap van Lucius Septimius Severus en om de overwinningen te herdenken die de keizer en zijn beide zonen Caracalla en Geta behaalden op de Parthen.

De Parthen waren een ruitervolk (grofweg te situeren op het grondgebied van het huidige Iran en een stukje Irak) dat vanaf 250 v. Chr. zijn macht uitbreidde. De Romeinen voerden regelmatig militaire campagnes om hen onder controle te krijgen maar de opeenvolgende pogingen mislukten.

Het leger van Crassus, de overwinnaar van Spartacus, werd vernietigd, een latere poging van Marcus Antonius mislukte, enkel keizer Trajanus kende enkele successen. In die dagen was het Parthische rijk de enige onafhankellijke staat van betekenis aan de grenzen van het Romeinse rijk. Tot ongenoegen van de Romeinen beheerste die bovendien de karavaanhandel met China en Indië.

De boog van Septimius Severus was niet bedoeld om enig verkeer door te laten, aangezien hij met trappen diende te worden benaderd. De Via Sacra of heilige weg, die in vele bronnen als Sacra Via wordt geschreven, liep dus niet onder de boog door.

In dat verband maakten de regisseurs van de triomftocht van keizer Karel V dertien eeuwen later een historische vergissing, toen zij de optocht in een – volgens hen nauwkeurige – reconstructie van de route die Septimius Severus destijds had gevolgd, onder de boog leidden.

De plaatsing van de boog, dwars over de Via Sacra, had ook als gevolg dat het loopoppervlak in de omgeving moest verhoogd worden. Er werd een nieuw plaveisel aangebracht voor de Curia Iulia en op het westelijke en oostelijke gedeelte van het plein, waarbinnen de inscriptie uit de tijd van Augustus bewaard bleef.

Bij die gelegenheid moest het sacellum of kleine heiligdom van de Doliola het veld ruimen. Het sacellum Ditis/Umbilicus urbis Romae werd, omdat de omheining uit de tijd van Augustus verwoest was, herbouwd tegen de rostra om plaats te maken voor de boog.

Gelijktijdig werden enkele erezuilen opgericht op de rostra Augusti, die een achtergrond met een groot scenografisch effect creëerden voor de adlocutiones van de keizer. Achteraan verhief zich de tempel van Vespasianus, gerestaureerd in 200-205.

De keizer liet ook een eigen kolosaal bronzen ruiterstandbeeld oprichten op het centrum van het Forum, waarschijnlijk op de plaats van het ruiterstandbeeld van Domitianus, ter vervanging van het monument voor de alimenta van Trajanus.

Onder de regering van Decius (249-251) werd de plek ten noorden van de rostra Augusti, waar de beelden van de drie schikgodinnen stonden (tria fata) op een droevige manier beroemd, omdat ze gelijkstond met het punt dat men ofwel kon voorbijsteken, aan de goden offeren en het Capitool opgaan, ofwel dit weigeren en naar de gevangenis geleid worden om er het martelaarschap te ondergaan: offeren aan de goden was inderdaad een verplichte praktijk geworden.

De plek werd vanaf deze periode Tria fata genoemd. Bij de dood van keizer Claudius Gothicus (268-270) zouden aan de keizer ongebruikelijke eerbetuigingen zijn gebracht, waaronder een van palmbladeren voorziene zuil (columna palmata) op de rostra, met erboven een standbeeld, een gouden schild in de Curia en een gouden standbeeld voor de tempel van Iuppiter Optimus Maximus, dat in latere tijden nog te zien was.

In 274 na Chr. vierde keizer Aurelianus (270-275) de triomf om het rijk opnieuw te hebben verenigd, nadat hij het koninkrijk Palmyra in het Oosten en het rijk van de Galliërs in het Westen had heroverd. Vermoedelijk wijdde de keizer gedurende deze ceremonie op de rostra een gouden standbeeld in gewijd aan de Genius populi Romani.

Het beeld zou zich kunnen bevonden hebben op de rechthoekige basis, opzij van de rostra. Bij de dood van Aurelianus, liet zijn opvolger Marcus Claudius Tacitus (275-276) twee gouden standbeelden voor hem vervaardigen, één in de Curia en een tweede op het Forum van Trajanus.

Andere kolossale beelden en ruiterstandbeelden voor de vergoddelijkte keizers kregen vanaf Severus Alexander (222-235) een plaats op het Forum van Nerva, samen met bronzen zuilen.

Het originele plaveisel werd tussen 1899 en 1900 aan het licht gebracht door de bekende Italiaanse archeoloog Giacomo Boni (1859-1925). Het werd echter afgevoerd omdat men het als middeleeuws aanzag.

De Lapis Niger, die ter plaatse bleef op een lager niveau, werd met een lijst omgeven, een tussenkomst die volgens archeoloog Luca Guiliani ook noodzakelijk was voor de lacus Curtius, om die aan te passen aan de nieuwe plaveisellaag van het Forum.

De opwerping van de bekende specialist Filippo Coarelli dat het loopoppervlak van de straat, die onder de middelste doorgang van de boog passeerde, de tegenwoordig bewaarde plaveisellaag bedekte, is niet bepalend.

Het zou immers kunnen gaan om een latere toevoeging binnen dezelfde plaveiselwerken, waarbij eerst het plein werd bedekt en pas nadien de straat werd heraangelegd, om het niveauverschil dat was ontstaan door de triomfboog weg te werken.

Uit de periode van na Augustus dateert ook de oostelijke plaveisellaag, zoals wordt bewezen door de aanwezigheid eronder van een monument dat door de bouwtechniek uit de Keizertijd moet dateren. Terminus ante quem zijn deze rostra en de erezuilen, die ook uit de periode van Diocletianus dateren, aangezien voor hun oprichting het huidige plaveisel diende te worden opengekapt.

Tijdens de middeleeuwen werd de Boog van Septimius Severus uitgebreid tot een kleine burcht. Veel later bood de middelste boog, toen half verscholen onder aarde en puin, onderdak aan een barbierszaak.

Nog later zou het monument model staan voor de Arc de Triomphe du Carrousel in Parijs. Ook de ingang van het keizerlijke paleis in Berlijn was een replica van deze boog.

De boog van Septimius Severus is bedekt met marmer, de kern zelf is van baksteen en travertijn. Bovenop de ereboog bevond zich een imposante door zes paarden getrokken triomfwagen met daarin de keizer en zijn twee zonen. Een trap binnenin leidt naar de attiek waar zich vier kamers bevinden.

Het monument is van groot architectonisch belang omdat er bouwkundige vernieuwingen op werden toegepast die afweken van oudere triomf- en erebogen. De opvallendste wijziging was de toepassing van vrijstaande zuilen op een hoog voetstuk en geen halfzuilen zoals gebruikelijk was.

Ook waren er grote panelen met reliëfs aangebracht, met beeldverhalen in verschillende lagen, in plaats van de gebruikelijke panelen gewijd aan één onderwerp.

De panelen aan de voorkant zijn verdeeld in registers met dikke randen ertussen en een overvloed aan te kleine figuurtjes, waardoor ze wat log aandoen en schril afsteken bij andere versierde monumenten, zoals de zuilen van de keizers Trajanus (98-117) en Marcus Aurelius (161-180).

Eén jaar na de dood van Septimius Severus, dus acht jaar na de oprichting van de boog, werd in de lange tekst bovenaan, de vierde regel gewijzigd. De naam van Geta, de oudste zoon van Severus, werd verwijderd nadat hij in 212 door zijn broer Caracalla voor de ogen van hun moeder Julia Domna werd gedood. De gaten waar de oude letters stonden zijn nog zichtbaar.

Onze specialist dr. Michiel Verweij, die je via deze nieuwsbrief regelmatig deelgenoot maakt van zijn avonturen met Latijnse opschriften, wijdde recent nog een uitgebreide bijdrage aan de Boog van Septimius Severus. Het volledige verhaal van de opschriften en wat er precies staat vermeld, kan je dus nog eens nalezen in deze bijdrage.

De vier grote reliëfs boven de zijpoorten zijn ernstig beschadigd omdat dit deel van het bouwwerk nooit onder het puin bedolven is geweest. Ze tonen scènes uit de vermelde oorlogen. Op de kleine friezen eronder zijn de huldebetuigingen van de oosterse volkeren of de triomftocht uitgebeeld. Op de basissen zien we de krijgsgevangen barbaren.

De bogen hebben een geprononceerde sluitsteen, elk tongewelf over de doorgangen heeft cassetten die zijn versierd met bloemen omgeven door acanthusbladeren en eierlijsten.

In opdracht van het Parco archeologico del Colosseo werd een erg mooi en interessant filmpje gemaakt, met veel uitleg en details over de komende restauratie en het monument zelf. Je kan het hier bekijken.

Met dank aan clublid Frans Veevaete
voor de extra documentatie aangaande
de bouw van deze triomfboog en de
situering ervan op het Forum Romanum.