Archive for 20 mei 2020

Scuderie del Quirinale verlengt Raffaello-tentoonstelling tot 30 augustus

20 mei 2020

Toen enkele weken geleden een filmpje werd voorgesteld over de tentoonstelling Raffaello in de Scuderie del Quirinale, die omwille van de viruscrisis drie dagen na de opening en na zesduizend bezoekers al moest sluiten, werd er al op gezinspeeld.

Nu is het ook officieel: de curatoren van Raffaello zijn erin geslaagd om deze tentoonstelling te verlengen. Tickets zijn nog niet verkrijgbaar, de te volgen procedure en de veiligheidsmaatregelen die zullen gelden bij het bezoek, worden binnenkort gecommuniceerd via de website van de organisator.

Je kan de tentoonstelling Raffaello bezoeken vanaf 2 juni (de oorspronkelijke sluitingsdatum) tot 30 augustus 2020. Dit op voorwaarde dat het virus tegen begin juni nog altijd enigszins onder controle is. En ook blijft. Want het nog steeds stijgende aantal dodelijke slachtoffers (32.330 op het moment dat we dit publiceren) maakt duidelijk dat het virus nog lang niet weg is.

raffascud

In principe moesten de vele bruiklenen uit andere musea na 2 juni terug naar hun land of stad van herkomst. Maar de smeekbedes en het lobbywerk van de curatoren hebben blijkbaar geholpen, want de meeste internationale musea en instellingen tonen begrip voor de actuele situatie en stonden een uitzonderlijke verlenging van de bruikleenperiode met nog eens drie maanden toe.

Dat is vooral goed nieuws voor de Scuderie del Quirinale die voor Raffaello in voorverkoop al meer dan 70.000 tickets had verkocht. De operatie om de reeds verkochte tickets om te ruilen voor een voucher waarmee je binnen het jaar een andere tentoonstelling of evenement kan bezoeken is volop aan de gang en loopt erg vlot.

Wie zijn of haar voucher al gekregen heeft, zal dit vanaf 2 juni opnieuw kunnen gebruiken om Raffaello te bezoeken, maar het is dus evengoed bruikbaar voor een andere tentoonstelling of evenement.

Festival Rock in Roma en dubbelconcert Vasco Rossi in Circus Maximus afgelast

20 mei 2020

Rock in Roma, het jaarlijkse rockfestival dat elke zomer in Rome wordt gehouden, wordt dit jaar afgelast. Dat hebben de organisatoren zopas bekendgemaakt. Ze vinden het een spijtige beslissing, maar stippen aan dat de veiligheid van hun publiek, de crew, artiesten en iedereen die betrokken is bij Rock in Roma prioritair is.

rockromalogo

Updates over wat er gebeurt met de reeds verkochte tickets zullen de komende weken worden aangekondigd via de Rock in Roma-website. Vorig jaar waren op het muziekfestival in totaal 33 concerten mee te maken. Er waren meer dan 200.000 bezoekers.

Ook aan het programma voor volgend jaar wordt mogelijk gesleuteld. De geannuleerde line-up voor 2020 omvatte onder meer The Lumineers, Paul Weller en The Chemical Brothers, Rock in Roma vindt plaats op het circuit van Capannelle in de buitenwijk Ciampino.

Ander rocknieuws: de twee concerten van de Italiaanse rockster Vasco Rossi die op 19 en 20 juni werden gepland in het Circus Maximus werden eveneens afgelast.

Ook het Roma Summer Fest, het jaarlijkse programma met liveconcerten in het Auditorium Parco della Musica, is geannuleerd. Het festivalprogramma wordt verplaatst naar 2021. Op de affiche stonden onder meer The Pixies en Paul Weller.

Deze zomer geen operavoorstellingen in de Thermen van Caracalla

20 mei 2020

Het is niet zo dat sinds de heropening van musea, archeologische sites, winkels en restaurants, alles normaal verloopt in Rome. Er zijn en worden nog steeds een heleboel evenementen afgelast of verplaatst. De komende zomer zal er helemaal anders uitzien dan we gewoon zijn.

Zo besliste de Fondazione Teatro dell’Opera di Roma zopas na lang beraad om de populaire zomerse operavoorstellingen in de Thermen van Caracalla dit jaar niet te laten plaatsvinden. De locatie is volgens experts niet geschikt omdat de verplichte fysieke afstand tussen de toeschouwers er moeilijk te garanderen is.

Alle voorstellingen die voor dit zomerseizoen zijn gepland, worden verplaatst naar het seizoen 2021. Wie al kaartjes voor dit jaar had gekocht, kan die het volgende zomerseizoen ook gebruiken. Wie een ticket heeft voor evenementen die dit jaar zijn geannuleerd kan zich in 2021 rechtstreeks melden aan de kassa met het oude ticket, zonder andere formaliteiten.

Wie dat niet wil kan ook een voucher aanvragen  door een e-mail te sturen naar ufficio.biglietteria@operaroma.it. Na de heropening van het Operagebouw zal je aan de kassa een tegoedbon kunnen bekomen voor hetzelfde bedrag als het ticket. Die bon kan binnen de 18 maanden na uitgifte worden gebruikt voor alle geplande shows.

Degenen die online tickets hebben gekocht op TicketOne kunnen een terugbetaling aanvragen volgens de procedures die op hun website zijn aangegeven. Tickets kunnen worden doorverkocht via het Fansale-platform van TicketOne: www.fansale.it/fansale.

teatrooperalogo

De opnieuw geplande voorstellingen omvatten concerten van Claudio Baglioni en Andrea Bocelli en ballet van Roberto Bolle and Friends. Een update over de Cat Stevens- show wordt binnenkort verwacht. Op het programma stonden dit jaar ook opvoeringen van de Barbier van Servilla (Gioachino Rossini) en Aïda (Giuseppe Verdi). Het is nog niet duidelijk of die volgende zomer terugkeren.

De annulatie van de zomervoorstellingen in de Thermen van Caracalla, die al sinds de jaren ’30 van de vorige eeuw plaatsvinden, komt kort nadat Carlo Fuortes, de directeur van de Romeinse opera, een evenement aankondigde op een andere openluchtlocatie in het centrum van Rome.

Het operahuis is van plan om een ​​openluchtproductie van Verdi’s Rigoletto te organiseren op Piazza di Siena, een locatie in het park die vooral bekend is vanwege het organiseren van de jaarlijkse internationale paardenshow, met springwedstrijden.

Rekening houdend met de nieuwe fysieke afstandsverordeningen die Italië momenteel oplegt, zouden maximaal duizend mensen Rigoletto kunnen bijwonen. Het publiek krijgt in ieder geval zitplaatsen, niemand zal moeten rechtstaan, aldus nog Carlo Fuortes, wiens ambtstermijn als hoofd van het Teatro dell’Opera di Roma vorige maand met vijf jaar werd verlengd.

De operavoorstellingen in openlucht kennen iedere zomer enorm veel succes en zijn ook bij toeristen erg geliefd. Ze behoren tot één van de populairste zomerevenementen in Rome. Het is dan ook niet alledaags om een dergelijk spektakel te kunnen meemaken in een omgeving zoals de Thermen van Caracalla, die doordrongen is van de oudheid en archeologie. Alleen al het majestueuze kader, waar tijdens het begin van de opvoeringen het zonlicht langzaam plaats maakt voor de avond en de nacht, zorgt voor een erg apart en uniek spektakel.

Manuscript Mysteries I – Caesar in Brussel

20 mei 2020

Zonder de middeleeuwse handschriften zouden we maar bitter weinig van de klassieke Romeinse schrijvers weten. In de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) wordt een schat aan minder bekende handschriften bewaard. En ieder handschrift vertelt een eigen verhaal, een verhaal dat soms tot Rome reikt. Vandaag de eerste aflevering van een nieuwe reeks, Manuscript Mysteries: Het Caesarhandschrift in Brussel.

Ook deze nieuwe reeks, waarvan je nu en dan een aflevering te lezen zal krijgen, wordt verzorgd door dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit is de eerste bijdrage in deze reeks waarin Rome nooit ver weg is.

* * * * *

‘Veni’ dacht de Grote Speurder en hij liep tussen de goed gevulde rekken van het magazijn van het Handschriftenkabinet in de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel. ‘Vidi’ dacht hij, maar dat was een deel van het probleem: hij had het wel gezien, maar waar? Hij zocht en zocht en sprak toen het bevrijdende woord: ‘Vici!’

Er is in heel België maar één enkel handschrift met het werk van de bekendste Romein te vinden: ms. 17937 van de Koninklijke Bibliotheek bevat de Commentarii de bello Gallico.

caesarbrussel(2)

Het is geen handschrift dat ooit een tentoonstelling zal halen, want er staan geen miniaturen in, en het wordt nooit gebruikt voor een teksteditie, want het is daar niet belangrijk genoeg voor. En toch is het een interessant stuk, want alle handschriften zijn gelijk voor de wet.

Wie het openslaat, ziet een fraai geschreven volume voor zich, met een duidelijke letter, nog gotisch, maar misschien al met een inslag van de humanistische minuskel, met de tekst op lange regels die één kolom vormen. De letters aan het begin van een zin zijn meestal opgehoogd met geel en de initialen aan het begin van elk boek hebben fraaie versiering in penwerk.

Op het eerste blad staat in de benedenmarge een wapenschild dat nog niet geïdentificeerd is. Geen namen van oude bezitters. In alles oogt dit als een handschrift uit de tweede helft van de vijftiende eeuw uit onze streken, op één ding na: normaal hebben handschriften hier de tekst op twee kolommen. Waar komt dit vandaan en waarom staat de tekst maar op één kolom?

Dit lijkt gevit. Wie kijkt er nu ooit naar of de tekst in een boek op één dan wel op twee kolommen gedrukt of geschreven is? En toch: handschriften (en tot op zekere hoogte ook oude drukken) zijn niet alleen dragers van een tekst, zij zijn eerst en vooral concrete en unieke materiële historische objecten en moeten dan ook als zodanig worden geïnterpreteerd.

En dat begint bij de materiële kenmerken. Zodra het duidelijk is, dat een handschrift uit Noordwest-Europa in de late middeleeuwen (dertiende-vijftiende eeuw) normaal op twee kolommen geschreven is, wordt het feit dat er eentje de tekst op één kolom heeft, ineens van belang.

Er zijn namelijk drie uitzonderingen op de twee-kolommen-regel: kleine handschriften, vijftiende-eeuwse ridderromans in de volkstaal (zeker in het Frans) in proza, handschriften uit het Italiaanse Quattrocento.

caesarbrussel(5)

Ms. 17937 heeft het gewone standaardformaat van ruim 30 x 20 cm en is dus niet klein. Caesar is wel spannend, maar geen ridderroman in proza in het Frans. Blijft alleen de derde reden over. Komt dit handschrift dan inderdaad uit Italië ondanks het feit dat de decoratie helemaal uit onze streken lijkt te komen?

Helaas: nee. Het handschrift is overwegend op papier en dat heeft een watermerk (eigenlijk een fabrieksmerk). En het watermerk in ms. 17937 wijst overduidelijk naar Noordwest-Europa.

Daarmee zitten we vast. Het wordt tijd om de zaak aan de Grote Speurder over te laten…Deze wist meteen dat hij iets gezien had dat hier op leek. Ms. 11485 en ms. II 1416 lijken wat bladspiegel betreft op ms. 17937, maar zijn net in een andere hand geschreven. Erger nog: het watermerk van deze twee wijst op Italië, meer bepaald op Rome als plaats van productie.

Het gaat om twee werken van de Italiaanse humanist Flavio Biondo, wiens grafsteen pal voor het middenportaal van de Santa Maria in Aracoeli in Rome ligt (aan de buitenkant, bovenaan de steile trap met 122 treden). Beide handschriften zijn afkomstig uit de abdij van Park in Heverlee (Leuven).

En dat brengt ons nogmaals naar Rome. Want de abt van Park van 1462 tot 1494, dus het grootste deel van de tweede helft van de vijftiende eeuw, was niemand minder dan Diederik van Thulden.

caesarbrussel(3)

Geboren in het Noord-Brabantse Hilvarenbeek (en alstublieft: spreek dit uit als Hílvarenbéék en niet als Hilvárenbeek), niet zo heel ver van waar de Grote Speurder zelf vandaan kwam, had deze man het gebracht tot procurator van de Norbertijnenorde in Rome zelf, om daar de belangen van zijn orde op het hoogste niveau te behartigen en te vertegenwoordigen.

En daar had hij de eerste grote bloei van het Humanisme meegemaakt, van de stroming die het correcte klassieke Latijn als taal in ere wilde herstellen. Daartoe hadden de humanisten half Europa afgezocht naar handschriften met teksten van klassieke auteurs die zij dan weer kopieerden en bestudeerden.

Daardoor kwam de oudheid ineens weer tot leven. Onze Diederik kende zo persoonlijk de (latere) pausen Nicolaas V en Sixtus IV. En toen werd hij ineens abt van Park.

Wat hij daar zelf van dacht weten we niet. Wel weten we dat hij in de jaren 1470 opnieuw in Rome is geweest en daar wellicht paus Sixtus IV opnieuw heeft ontmoet. Uit die periode dateren ook de twee volumes van Flavio Biondo die dus in Rome gekopieerd lijken.

Komt onze Caesar dan uit Park? En hoe moeten we dan begrijpen dat het in onze streken gekopieerd is en niet in Italië?

Complicatie: alle handschriften van de Parkabdij hebben dezelfde achttiende-eeuwse boekband. Maar ons Caesarhandschrift heeft die band niet.

Op de eerste bladen bevinden zich in de marge enkele namen uit de tekst. En in sommige andere handschriften uit Park vinden we aantekeningen in dezelfde hand. Zo ook in een van de handschriften van Flavio Biondo.

Die hand is die van Diederik van Thulden. Hoe we dat weten? Inspiratie, glazen bol, zoiets, soms weet je iets zonder dat je dat 100% kunt uitleggen of bewijzen, maar het kan niet anders, het is te toevallig als het anders zou zijn. Toeval bestaat niet. Zeker niet in de Handschriftenwereld. De Grote Speurder heeft een talent voor dit soort weten. En hij had gelijk.

caesarbrussel(1)

Want verder speuren in de rijke magazijnen van de Koninklijke Bibliotheek bracht nog een handschrift aan het licht: ms. II 2219. Dit handschrift met het handboek voor het onderwijs in de welsprekendheid van Quintilianus (einde eerste eeuw) is a) afkomstig uit de Parkabdij, b) op één kolom en heeft c) aantekeningen in dezelfde hand van Diederik van Thulden, d) dezelfde lay-out als ms. 17937 (met ook ophoging van letters in geel) en e) hetzelfde watermerk als ms. 17937. Kortom: bingo! (om het academisch uit te drukken).

Hoe zit het dan met onze Caesar? Grote heren reizen zelden alleen. En de abt van Park was een grote seigneur. Toen Diederik in de jaren 1470 opnieuw naar Rome trok, voor zaken voor de abdij, werd hij ongetwijfeld vergezeld door enkele personen. Eén van hen heeft in Rome de teksten van Flavio Biondo gekopieerd, op lokaal papier.

Die handschriften imiteerden de vorm van de Italiaanse handschriften van het Quattrocento met hun tekst op één kolom (dus feitelijk gewoon het model dat voor de kopiist op tafel lag). Maar omdat het een Brabantse kopiist was, paste hij de rest aan de Brabantse gewoonten aan, vandaar het niet-Italiaanse schrift en de evenmin Italiaanse decoratie van de initiaal.

Na terugkeer van het gezelschap in het hoge Noorden laat de humanistisch-gezinde abt Diederik op dezelfde manier nog handschriften maken van Quintilianus en Caesar. Het eerste blijft in Park, het tweede verlaat om onbekende redenen de abdij in de zestiende (of misschien de zeventiende) eeuw.

Hoe hij aan zijn modellen kwam is niet uitgemaakt. Zelfs de Grote Speurder heeft zijn beperkingen! Voor Quintilianus is er wel een vermoeden, omdat er juist in die tijd in onze gewesten een ander handschrift van Quintilianus wordt gekopieerd en wel in Luik (ms. 9767) voor Anthoine Estournel, kanunnik aldaar.

caesarbrussel(4)

Deze werd in 1463 heel jaloers toen hij een collega-kanunnik in Luik zag pronken met een handschrift van Quintilianus dat deze zelf in Rome had gekopieerd (l’histoire se répète…).

Estournel, nog zo’n voorloper van het Humanisme in onze contreien, wist de tekst van zijn collega te laten kopiëren. Hoe het precies in elkaar zit, is niet duidelijk, maar er waren in ieder geval nog twee andere handschriften met deze tekst in de buurt. Mogelijk heeft Diederik zijn exemplaar daarnaar laten afschrijven. Estournel zou zich trouwens in 1483 aan de jonge Leuvense universiteit laten inschrijven, maar overleed nog hetzelfde jaar.

De Grote Speurder knikte tevreden. Die Diederik toch. Zo maar een Bekenaar uit de Kempen die procurator in Rome was. En abt van Park. En handschriften in Brussel. De wereld is klein, dacht hij. We hebben meer te maken met Rome dan we eigenlijk weten…

*  Voor wie er nu nog niet genoeg van heeft:
Op deze pagina kunt u alles lezen over ms. 17937, nog veel meer dan u lief is…


Met dank voor deze bijdrage aan

Dr. Michiel Verweij
Oude en kostbare drukken
Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel