Archive for 21 mei 2020

Ministers overleggen hoe toerisme in Europa weer op gang kan worden gebracht

21 mei 2020

De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Luigi Di Maio zegt dat zijn land klaar en voorbereid is om vanaf 3 juni opnieuw Europese toeristen te verwelkomen. Di Maio verklaarde dat na een vergadering met zijn collega’s uit Oostenrijk, Kroatië, Cyprus, Duitsland, Griekenland, Portugal, Slovenië en Spanje.

Tijdens dat overleg werd nagegaan hoe de organisatie van de toeristenstromen in de Europese Unie de komende maanden zal worden aangepakt en wat er kan gebeuren om de economisch zeer zwaar getroffen toeristische sector te reanimeren.

Italië maakte vorig weekend eerder onverwacht bekend dat het de Europese grenzen op 3 juni wil openstellen. Verschillende landen voelden zich daarmee in snelheid gepakt, vandaar het spoedoverleg tussen de verschillende ministers.

europa

Luigi Di Maio zei ook dat het onaanvaardbaar was dat er zwarte lijsten tussen Europese landen zouden komen. “Als we niet van richting veranderen, zullen er ernstige economische gevolgen zijn voor de toeristische sectoren van alle Europese landen, niet alleen voor Italië”, waarschuwde hij.

De ministers van Buitenlandse Zaken gaan er ook mee akkoord dat er geen ‘bilaterale overeenkomsten’ of ‘toerismepacten’ tussen EU-landen mogen zijn, een voorstel waarop de Italiaanse premier Giuseppe Conte eerder ook al felle kritiek gaf.

Volgens de premier leiden dergelijke afspraken uiteindelijk tot de vernietiging van de interne markt. Hij wil niet meewerken aan de creatie van bevoorrechte toeristenkanalen. Als Italië de grenzen opent is iedereen welkom zodra het veilig kan, zei Giuseppe Conte vorige week.

Sommige landen wilden hun grenzen met verschillende snelheden heropenen, afhankelijk van de nationale omstandigheden. Daarbij werd overwogen om de eigen inwoners vrij te laten reizen naar slechts een beperkt en vooraf bepaald aantal EU-landen.

Een dergelijk akkoord kan er toe leiden dat bijvoorbeeld Duitsers naar Griekenland op vakantie kunnen, maar andere Europeanen niet. Italië weigert dergelijke akkoorden over toerisme in de Europese Unie. De Europese ministers volgen nu dat standpunt.

dimaiofb

Luigi De Maio wil wekelijks in verschillende talen een soort statusrapport met de epidemiologische trends publiceren. Dat wordt per regio opgesteld en moet toeristen informeren over de actuele toestand op de plek waar ze naartoe willen.

De minister gaf nog mee dat Italië er alles moet aan doen om het land opnieuw op te starten zonder de veiligheid in het gedrang te brengen. Het is volgens hem essentieel dat Italië in de zomer ook toeristen uit andere EU-landen kan verwelkomen.

Onbekende schilderingen van Rafaël ontdekt in de Kamer van Constantijn

21 mei 2020

Tijdens restauratiewerken in de Kamer van Constantijn (Sala di Costantino) in de Vaticaanse Musea is onbekend schilderwerk van Rafaël of Raffaello (Sanzio) ontdekt. De allegorieën van Gerechtigheid en Vriendschap vertegenwoordigen waarschijnlijk het laatste werk van de schilder, vlak vóór zijn dood in 1520. De twee figuren zijn in olieverf geschilderd naast de fresco’s in de Sala di Costantino.

Het was de bedoeling om de schilderingen, die reeds in 2017 werden ontdekt, op 20 april te onthullen tijdens een internationale conferentie naar aanleiding van de 500ste verjaardag van de dood van Rafaël (1483-1520), maar daar stak het virus een stokje voor. Het publiek zal nu moeten wachten tot 1 juni, de dag waarop de Vaticaanse Musea worden heropend, om de kunstwerken te kunnen bekijken.

De ontdekking is opmerkelijk omdat de bewuste kamer, die deel uitmaakt van de vier befaamde Stanze di Raffaello, voor zover bekend tussen 1517-1524 vrijwel volledig door medewerkers uit het atelier van Rafaël werd gedecoreerd en afgewerkt. Nu blijkt dat Rafaël er zelf ook nog even actief was.

De kamers die nu bekend staan als deze van Rafaël, bestonden al in de tijd van paus Nicolaas V (1447-1455) en waren toen versierd met fresco’s van onder andere Piero della Francesca. De Sala di Costantino hoort bij de dertiende-eeuwse vleugel van het pauselijke paleis.

Toen paus Julius II (1503-1513) na zijn verkiezing de pauselijke vertrekken op de eerste verdieping van het Appartemento Borgia betrok, kon hij weinig waardering opbrengen voor de wandschilderingen van Pinturicchio. Hij kwam immers overal de afbeelding van zijn gehate voorganger paus Alexander VI (1492-1503) tegen.

De paus besloot daarom in 1507 te verhuizen naar de tweede verdieping en de vertrekken opnieuw in te richten. Hij gaf een groep kunstenaars, onder wie Giovanni Antonio Bazzi (Il Sodoma) en Perugino, opdracht voor de huidige versiering.

In 1508 ontving Julius II op advies van Donato Bramante een jonge schilder die net als hij afkomstig was uit Urbino. De jongeman heette Rafaël. De paus was ingenomen met de jonge kerel, die enkel een paar schetsen op zak had en vertrouwde hem de decoratie van de pauselijke vertrekken toe. Dat zouden later de beroemde kamers van Rafaël worden.

Het moet zijn dat Julius II een vooruitziende blik had, want het was een grote gok van de paus om een 26-jarige zonder veel referenties en die in zijn korte leven nog maar één fresco had geschilderd, deze belangrijke opdracht te geven.

In de periode tussen de herfst van 1518 en de lente van 1519, op het hoogtepunt van zijn twaalfjarige verblijf in Rome, kreeg Rafaël van paus Leo X (1513-1521) de opdracht om ook de Aula Pontificum Superior te decoreren. Dat was toen de zaal bestemd voor banketten met prominenten en recepties voor ambassadeurs en politieke autoriteiten. Het was de vierde en grootste ruimte van het appartement op de tweede verdieping van het Apostolisch Paleis.

Het idee was om elk van de vier muren te versieren met opvallende gebeurtenissen uit het leven van keizer Constantijn. De paus wilde daarmee het idee van de overdracht van de auctoritas van het klassieke Rome tot het christelijke Rome, op een artistieke manier uitdrukken.

Rafaël en zijn leerlingen begonnen eraan nadat Michelangelo een paar maanden eerder aan de vlakbij gelegen Sixtijnse kapel was beginnen schilderen. De Stanze en de Sixtijnse kapel werden dus voor een stuk gelijktijdig uitgevoerd. Regelmatig ontmoetten de kunstenaars elkaar en Michelangelo, die er de voorkeur aan gaf alleen te werken, moet zich naar verluidt schamper hebben uitgelaten over het feit dat Rafaël helpers nodig had.

Opeenvolgend schilderde Rafaël de Stanza della Segnatura, dan de Stanza di Eliodoro, de Stanza dell’Incendio di Borgo en tenslotte de Stanza di Costantino die werd gedecoreerd en afgewerkt door leerlingen van de schilder omdat hijzelf toen al overleden was.

De decoratie van de Sala di Costantino werd voltooid onder Clemens VII (1523-1534) onder leiding van Giulio Romano (1499-1546), Giovan Francesco Penni (1488-1528) en Raffaellino del Colle (1490–1566). Dit was het begin van het maniërisme.

De werkzaamheden werden een hele tijd onderbroken tijdens het pontificaat van de op soberheid gestelde paus Adriaan VI uit Utrecht (1522-1523). Die dreigde er op een bepaald moment zelfs mee om zowel het werk van Rafaël als de schilderingen van Michelangelo in de Sixtijnse kapel te doen verdwijnen door de muren opnieuw wit te kalken. De paus stierf echter vooraleer hij zijn plannen kon uitvoeren.

Rafaël, die in 1520 stierf, heeft in het ontwerp of de uitvoering van de Sala di Costantino nauwelijks een aandeel gehad, zijn bijdrage is beperkt gebleven tot enkele schetsen voor details van de Slag bij de Milvische brug (op de hoofdwand tegenover de ramen) en voor de allegorische figuren. Al het overige is het werk van Giulio Romano en zijn medewerkers.

Dat nu toch nog origineel schilderwerk van de meester zelf opduikt, is dus volkomen onverwacht. De ontdekking is een gevolg van een grote restauratiebeurt die al verschillende jaren in de kamers van Rafaël aan de gang is. De werkzaamheden in de Sala di Costantino begonnen reeds in maart 2015 en maken deel uit van de laatste fase van een grootschalig restauratieproject.

De overige drie kamers, de Stanza di Eliodoro, de Stanza della Segnatura en de Stanza dell’Incendio di Borgo werden al eerder opgefrist. De volledige restauratie van de Sala di Costantino zal in totaal acht jaar duren en kost vijf miljoen euro. Zeven restaurateurs werken permanent aan het project.

De restauratie wordt vanaf deze zomer voortgezet met de vierde en laatste muur met de Donatio Constantini (de Schenking van Constantijn), waarbij de keizer het wereldlijke oppergezag overdraagt aan paus Sylvester I.

De pleister- en verflagen worden op een duurzame manier hersteld, voor het schoonmaken wordt een speciaal lasersysteem ingezet. Het restauratieteam gebruikte de voorbije jaren de nieuwste methodes om de fresco’s te reinigen en de buitengewone kleuren en Rafaëls onmiskenbare chromatische toon te herstellen en duidelijker naar voor te laten komen.

De conserverings- en schoonmaakwerkzaamheden die de voorbije vijf jaar op drie muren van de grote zaal zijn uitgevoerd, hebben ook een aantal nieuwe details op de schilderingen aan het licht gebracht.

Wie het resultaat ziet van de kunstwerken die al onder handen zijn genomen en werden bevrijd van de donkere patina die er de voorbije eeuwen aan bleef kleven, begrijpt pas goed welke meesterwerken Rafaël (1483-1520) hier realiseerde. Wat in deze kamers wordt getoond is een uiterst zeldzaam piekmoment in de geschiedenis van de schilderkunst.

Daarbij komt ook nog eens dat de kunstwerken die hier te zien zijn allemaal verbonden zijn met de geschiedenis van Rome, zoals de Slag bij de Milvische brug en de doop van keizer Constantijn. Het zijn slechts twee gebeurtenissen die in deze kamer worden vereeuwigd. Verplicht te zien bij een bezoek aan Rome.

In de Sala di Costantino werden tot dusver reeds restauratiewerken uitgevoerd aan drie muren van de grote kamer, die 18 bij 12 m meet, met een hoogte van ongeveer 13 m. De Kamer van Constantijn was bestemd voor paus Leo X (Medici) voor officiële ontmoetingen, recepties en banketten met vertegenwoordigers en diplomaten.

De twee vrouwelijke figuren, Iustitia en Comitas, in de Kamer van Constantijn zijn na gedegen onderzoek door specialisten zonder twijfel van de hand van Rafaël. De stijl en de techniek zijn onmiskenbaar . Ze moeten gemaakt zijn vlak vóór de plotselinge dood van de schilder.

Opmerkelijk is ook de techniek die Rafaël gebruikte voor wat nu kan worden omschreven als zijn laatste kunstwerk: olieverf op een kale muur. Het zijn bovendien de enige in olieverf geschilderde vrouwelijke figuren tussen de fresco’s van de Salone di Costantino.

Onder het oppervlak van de muur werden talrijke spijkers ontdekt die een laag hars of Griekse pek aan de muur verankerde. De kunstenaar spreidde het materiaal op de muur uit terwijl het warm was en bedekte het vervolgens met een dunne laag witte pleister om zich voor te bereiden op het aanbrengen van de verf.

Het plan van Rafaël om alle versieringen van de Sala di Costantino met dezelfde techniek uit te voeren, werd na zijn dood al snel opgegeven door zijn leerlingen. Die zagen de gewaagde schildersexperimenten van hun overleden meester niet zitten. Ze hadden, met de paus die hen op de vingers keek, ook geen zin om het werk te verknoeien.

Daarom besloten ze de muur volledig schoon te maken en een nieuwe pleister te plaatsen. Alleen Iustitia en Comitas overleefden die ingreep. De overige schilderingen voltooiden de leerlingen met de veilige fresco-techniek waarmee ze vertrouwd waren.

Zo raakte de bijdrage van Rafaël in de vergetelheid, al maakt de schilder-architect Giorgio Vasari (1511-1574), ook bekend van zijn biografieën van Italiaanse kunstenaars, in zijn de Vite melding van het bestaan van de twee vrouwelijke figuren.

De taferelen zijn in grootse stijl en op grote schaal uitgevoerd en zonder meer bijzonder fraai, maar de betovering die Rafaël altijd kon creëren, ontbreekt toch wel in de Sala di Costantino. Op een bizarre manier is dit vertrek een gedenkteken voor de vervlogen geest. Wanneer je deze kamer vergelijkt met de overige, begin je te beseffen welke ontreddering de vroegtijdige dood van Rafaël bij zijn tijdgenoten moet hebben teweeggebracht.

De Kamer van Constantijn is gewijd aan de oudste geschiedenis van de Kerk. Daar waar de overige Stanze door Rafaël beschilderd werden rond deuren en vensters, wordt hier het systeem van de Farnesina gebruikt, namelijk het fictief gebruik van tapijten. Ertussen bevinden zich sokkels die fictieve beelden dragen, rondom loopt een uitgewerkte sokkelrand beschilderd met scènes in grisaille of grauwschildering.

Dit idee kan echter ook van de Sixtijnse kapel komen, waar de muurdecoraties fictieve tapijten zijn, en waar het gewelf de illusie geeft van fictieve architectuur, bezet met figuren en bronzen medaillons en beelden in de vorm van putti. Om grote muren te bedekken heeft dit concept het voordeel dat het geheel kan onderverdeeld worden. Deze oplossing kende later grote navolging.

De scènes tonen de gekende mix van heroïsche figuren en een bonte mengeling volk in mooie poses. Twee taferelen hebben een uitgewerkte architectuur, eentje is een gewijzigd zicht van de Sint-Jan van Lateranen en de andere is een geïdealiseerd zicht van de oude Sint-Pieter, al kunnen de confessio en de apsis echter wel correct zijn omdat die nog bestonden in 1524.

Visioen van het Kruis
Slag bij de Milvische brug

Het moment waarop volgens de legende een kruis aan de hemel verscheen toen Constantijn oog in oog kwam te staan met zijn rivaal Maxentius en de veldslag aan de Milvische brug tussen de legers van Constantijn en Maxentius op 28 oktober 312. Beide fresco’s zijn het werk van Giulio Romano.

Het tafereel van de veldslag is nogal overdadig. De vechtende massa van mensen en dieren in het midden zou de weerslag kunnen zijn van een prototype komende van Rafaël en vervolledigd door Penni, die na de dood van Rafaël voor Romano werkte.

Giulio Romano aanvaardde in 1524 echter het aanbod van de Gonzaga’s om in Mantua aan de slag te gaan en liet deze kamer onvoltooid achter. Net als na de dood van Rafaêl moesten zijn assistenten en leerlingen de werkzaamheden afronden.

De schenking en de doop van Constantijn

Aan dit tafereel werkten zowel Giulio Romano als Francesco Penni. Het is gesitueerd in de oude Sint-Pieter en stelt keizer Constantijn (306-337) voor toen hij Rome en daarmee de wereldlijke macht aan de paus schonk.

In zijn La Divina Commedia (De Goddelijke Komedie) protesteerde Dante hevig tegen deze schenking: ‘Ah, Constantijn, wat een kwaad is er veroorzaakt, niet door je bekering, maar door het geschenk dat de eerste rijke paus van jou ontving’.

Het gewelf is aan het einde van de zestiende eeuw in de plaats gekomen van een balkenzoldering. De doop van Constantijn toont de bekering van de keizer tot het christendom.

Website Stanze di Raffaello

Kort filmpje over de restauratie in de Sala di Costantini

Promotiefilmpje over de Kamers van Rafaël

Alleen clubleden van S.P.Q.R. kregen via hun dagelijkse nieuwsbrief de foto’s te zien die bij dit artikel horen.

Lees hier hoe je lid kan worden van S.P.Q.R.

Aanmelden als clublid kan je via deze link