Archive for 8 juni 2020

Het Mausoleo Ossario Garibaldino

8 juni 2020

Enkele dagen geleden vertoefden we op de Gianicolo (Janiculum), een heuveltop die je een prachtig uitzicht over Rome biedt. Zoals je in dat verhaal kon lezen, werd in deze omgeving ook een bloedige strijd geleverd tussen de rebellen van Giuseppe Garibaldi en de pauselijke troepen. Het einde van de gevechten leidde uiteindelijk tot de eenwording van Italië.

Hier vlakbij bevindt zich een opmerkelijk gebouw ter herinnering van de slachtoffers van deze strijd. Onderaan dit artikel kan je de bondige achtergrond lezen van deze gevechten.

Het Mausoleo Ossario Garibaldino bevindt zich aan de Via Garibaldi 29 op de Gianicolo-heuvel, op de plaats waar tussen 30 april en begin juli 1849, de laatste felle verdediging van de kortstondige Romeinse Republiek (uitgeroepen op 9 februari van datzelfde jaar) plaatsvond onder aanvoering van Giuseppe Garibaldi (1807-1882).

Het monument is opgericht ter herdenking van de vele Garibaldi-vrijwilligers die zijn gesneuveld tijdens de rellen en veldslagen van het Risorgimento. Het ontstond in de jaren zeventig van de negentiende eeuw, toen de eerste ossuaria die deze veldslagen herdenken, in het hele land werden gepromoot.

Het waren Giuseppe Garibaldi en zijn zoon Menotti die een wetsvoorstel indienden om de overblijfselen van de gesneuvelde patriotten op de heuvel te verzamelen. Het identificeren van de lijken van de gevallen Garibaldi-soldaten was echter niet eenvoudig.

Sommigen waren begraven in Campo Verano, maar velen lagen op begraafplaatsen in de buurt van slagvelden bij de muren. Daarom werd hier aanvankelijk slechts een kleine begraafplaats gebouwd.

Wegens de moeilijkheden om de gesneuvelden op te sporen werd de oprichting van een groot ossuarium uitgesteld. Het idee werd in de jaren dertig van de twintigste eeuw opnieuw opgepakt door Ezio Garibaldi (1894-1969), de kleinzoon van Giuseppe Garibaldi en destijds voorzitter van de vereniging van de oorlogsveteranen.

De regering keurde het voorstel van Ezio Garibaldi goed om het mausoleum te bouwen in het Gianicolo-gebied dat bekend staat als Colle del Pino, waar het belangrijkste deel van de strijd had plaatsgevonden.

Na een akkoord over de kosten, vertrouwde de commissie voor monumenten de bouw toe aan architect Giovanni Jacobucci (1895-1970). Na werkzaamheden die twee jaar duurden, kon het op 3 november 1941 plechtig ingehuldigd worden.

Het Mausoleo Ossario Garibaldino bevindt zich vlakbij de kerk San Pietro in Montorio (onmiddellijk aan de linkerkant wanneer je van de Piazza di San Pietro in Montorio naar rechts de Via Garibaldi inslaat) en mag niet verward worden met het bekende ruiterstandbeeld van Garibaldi bovenaan de heuvel.

In het midden van een omheind gebied omsluit een sobere travertijnen vierzijdige portiek, bestaande uit drie ronde bogen aan elke kant, op een verhoogd podium de centrale kern van het monument.

Dat is een altaar verkregen uit een enkel blok rode graniet uit Baveno (Piemonte), verrijkt met allegorische figuren geïnspireerd op de Romeinse oudheid, waaronder de wolvin, de keizerlijke arend, schilden en zwaarden.

Op de hoeken van de vierzijdige portiek ondersteunen vier voetstukken in travertijn evenveel bronzen vuurpotten versierd met wolfskoppen, die vandaag nog steeds worden aangestoken tijdens officiële vieringen. Dat gebeurt onder meer op 9 februari (de dag dat de Republiek werd uitgeroepen) en op 6 juli (de sterfdag van Goffredo Mameli, zie verder).

De belangrijkste veldslagen voor de bevrijding van Rome worden herinnerd op de sokkels: Vascello, San Pancrazio, Palestrina, Velletri, Monti Parioli en Villa Spada (1849), Aspromonte (1862), Monterotondo, Mentana, Villa Glori en Casa Ajani (1867) en Porta Pia en San Pancrazio (1870).

Aan de achterkant van de quadriportico daalt een dubbele trap af naar het ‘heiligdom’, dat is afgesloten door een imposante bronzen deur. Dit sanctuarium is verdeeld in twee compartimenten.

Dat zijn een vestibule met kleine laterale apsissen en een vierkanten compartiment met een grote ronde pilaar in het midden die versierd is met palmbomen en albasten votiefkruisen. Het plafond is bedekt met gouden mozaïektegels.

Op de muren tonen 36 door grafstenen afgesloten nissen de namen van meer dan 1.600 gesneuvelde helden. In deze nissen bevinden zich slechts enkele resten (ca. 200) – meestal anoniem – die werden gevonden tijdens de verschillende opsporingscampagnes.

Tegen de achterwand staat de porfieren sarcofaag met de overblijfselen van de jonge Genuese dichter en schrijver Goffredo Mameli (1827-1849). Deze Italiaanse patriot schreef de tekst van het nationale Italiaanse volkslied. De muziek is van Michele Novaro.

Gedurende het beleg van Rome (1849) streed Mameli aan de zijde van Garibaldi bij de verdediging van de Gianicolo-heuvel. Hij werd toen door een Franse kogel gewond aan zijn linkerbeen, maar volgens een andere versie werd zijn been per ongeluk geraakt door een bajonet van een medesoldaat.

Omdat zich gangreen ontwikkelde werd besloten Mameli’s been te amputeren. Desondanks verergerde de infectie en dit leidde tot de dood door bloedvergiftiging op 6 juli 1849. Goffredo was toen slechts 21 jaar.

Hij werd eerst begraven in de Campo Verano, maar in 1941 werden zijn stoffelijke resten overgebracht naar het Mausoleo Ossario Garibaldino op de Gianicolo-heuvel, waar ze in deze fraaie porfieren sarcofaag zijn bijgezet.

Mausoleo Ossario Garibaldino
Via Garibaldi 29, Rome (Trastevere)

Officiële website

Praktische informatie

Dit artikel is een bijdrage van
clublid JOHAN VANHECKE

ACHTERGROND

De Romeinse Republiek (van 9 februari tot 3 juli 1849)
De val van Rome (20 september 1870)

Sinds de Franse Revolutie en de daaropvolgende bezetting van de Italiaanse gebieden door Frankrijk groeide het verlangen binnen Italië voor een eenwording van het land, vrij van buitenlandse inmenging en met meer macht aan de bevolking dan aan de clerus. Verschillende geheime, revolutionaire groeperingen werden gevormd om dat ideaal van een zelfstandige republiek te verwezenlijken zonder enige inmenging van de geestelijkheid.

Op 15 november 1848 brak er een opstand uit in Rome, de bevolking eiste meer democratie en godsdienstvrijheid. Vanwege de precaire situatie besliste paus Pius IX (Giovanni Mastai-Ferretti) om Rome te ontvluchten. Verkleed als gewone priester kon hij op 24 november 1848 ontsnappen naar Gaeta in het Koninkrijk der Beide Siciliën. Pius IX is, na de eerste ‘paus’ Petrus, houder van het langste pontificaat in de geschiedenis. Hij was paus van 1846 tot 1878. Het is ook de eerste paus van wie foto’s bestaan.

Na deze revolte tegen het kerkelijke bewind en de vlucht van paus Pius IX, werd de pauselijke regering afgeschaft en op 9 februari 1849 de Romeinse Republiek uitgeroepen. Als regering werd een triumviraat aangesteld onder leiding van Giuseppe Mazzini.

Maar de katholieke landen – Spanje, Frankrijk, Oostenrijk en het Koninkrijk der Beide Beide Siciliën – trachtten met geweld een einde te maken aan deze situatie. De Fransen vielen Rome een eerste keer aan op 30 april 1849, maar hadden de situatie onderschat en trokken zich terug in Civitavecchia toen ze door troepen onder leiding van Giuseppe Garibaldi verdreven werden. Er werden door Mazzini onderhandelingen geopend met de Franse afgevaardigde Ferdinand de Lesseps die aanvankelijk succesvol leken.

Binnenlandse druk in Frankrijk deed de nieuwe president Louis Bonaparte (vanaf 1852 keizer Napoleon III) echter besluiten om de schande van 30 april 1849 weg te vegen, en hij zond opnieuw een Frans leger naar Rome. De overeenkomst tussen De Lesseps en Mazzini verviel en vanaf 4 juni waren de twee partijen weer in staat van oorlog.

De Franse generaal Nicolas Charles Oudinot viel al in de ochtend van 3 juni 1849 de Romeinse stadsmuren aan in de buurt van de Porta San Pancrazio op de Gianicolo-heuvel. Hier wist Garibaldi met zijn troepen (met onder andere Goffredo Mameli) heldhaftig weerstand te bieden tegen de Franse overmacht en de Romeinse Republiek nog even te laten voortduren.

Maar na een belegering van bijna een maand moesten de troepen van Garibaldi op 30 juni het onderspit delven, waarna de stad verloren was. Garibaldi ging met veel publiciteit in ballingschap en kocht in 1857 dankzij een erfenis de helft van het kleine eilandje Caprera boven Sardinië, waar hij zijn laatste 26 levensjaren zal slijten.

Op 12 april 1850 keerde paus Pius IX met steun van de Franse troepen terug naar Rome en kon hij terug zijn intrek nemen in het Apostolisch Paleis in het Vaticaan. De republiek werd ontbonden, de Kerkelijke Staat die daarvoor had bestaan werd weer hersteld en zou daarna nog twintig jaar blijven bestaan, dit onder de bescherming van een Frans legioen dat in de stad gelegerd was.

Toen keizer Napoleon III genoodzaakt was in 1870 de Franse soldaten uit Rome terug te roepen wegens een dreigende oorlog tussen Frankrijk en Pruisen, viel het Italiaanse leger onder leiding van generaal Raffaele Cadorna de stad opnieuw aan.

Op 20 september 1870, na drie uur schieten, maakten de Italiaanse kanonnen een bres in de Aureliaanse Muur (Breccia di Porta Pia) vlak bij de Porta Pia en het Italiaanse leger kon Rome binnentrekken. De pauselijke Zouaven moesten uiteindelijk het onderspit delven tegen de overmacht van de Italiaanse nationalisten. Terwijl de bersaglieri de stad binnenstroomden liet Pius IX op de Sint-Pietersbasiliek de witte vlag hijsen.

Ter gelegenheid van de 150ste verjaardag van de Eenmaking van Italië werd in de Porta San Pancrazio een museum ingericht gewijd aan de geschiedenis van het Risorgimento en aan het heroïsch verzet van Garibaldi en zijn mannen: het Museo della Repubblica Romana e della Memoria Garibaldina. (Tekst: Johan Vanhecke)