Archive for 15 augustus 2020

Cornelius Nepos – Macht en moraal

15 augustus 2020

De Romein Cornelius Nepos (ca. 110-24 v. Chr.) was de auteur van een omvangrijk oeuvre van biografische en historische werken, brieven en gedichten. Hij was een geziene en veelgeciteerde schrijver uit de tijd van vooraanstaande Romeinen zoals Cato, Cicero en Catullus, met wie hij ook omging. Zijn complete werk wordt nu voor het eerst geheel aan de Nederlandstalige lezer gepresenteerd.

machtenmoraal

Deze portretten, de oudste biografieën in het Latijn, getuigen van een psychologische diepgang die je in de Romeinse geschiedschrijving zelden vindt, in een kraakhelder en stilistisch fraai Latijn.

Van Nepos’ omvangrijke werk is een klein deel bewaard gebleven: fraaie en tot de verbeelding sprekende biografieën van beroemde buitenlandse generaals, zoals de Grieken Themistocles en Alcibiades, en de illustere Carthager Hannibal.

Gedurende het grootste deel van zijn leven verbleef Cornelius Nepos in Rome, waar hij bevriend raakte met Catullus en Atticus. Ook was hij bekend met Marcus Tullius Cicero, zonder dat het blijkbaar tot een hechte vriendschapsband tussen beiden is gekomen. Nepos vermeed doorgaans het openbare leven en ging volledig op in zijn literaire arbeid.

Als historicus was hij de auteur van de Chronica, een chronologisch opgevatte wereldgeschiedenis waarover Catullus zich lovend heeft uitgelaten. De Chronica ging echter verloren.

Zijn bekendste werk is De viris illustribus, een omvangrijke verzameling biografieën van beroemde mannen (vorsten en politici, legeraanvoerders, dichters, enz.) uit de Romeinse en niet-Romeinse (vooral Griekse) geschiedenis.

Van het werk is enkel het deel over niet-Romeinse bevelhebbers bewaard gebleven, evenals de biografie van zijn vriend Atticus en van Cato de Oude.

Nepos was geen geleerde en evenmin een creatief historicus. Er slopen weleens onjuistheden en vergissingen in zijn werk. Zijn enige bedoeling was een grote lezerskring een aangename vorm van lectuur te bezorgen.

Zijn pretentieloze biografieën zijn, afgezien van die van Atticus, misschien van iets minder historische waarde, maar niettemin behoorden zij lange tijd tot de meest gebruikte schoollectuur.

Clublid Frans Veevaete heeft het in zijn vertaalde Brieven van Cicero eveneens over Cornelius Nepos. We geven zijn tekst hierna volledigheidshalve ook even mee.

Cornelius Nepos was afkomstig uit Cisalpijns Gallië en daardoor bevriend met zijn streekgenoot Catullus, die hem zijn dichtbundel opdroeg. Hij was eveneens bevriend met Atticus, Cicero en Varro. Van Cicero bestonden twee boeken brieven Ad Cornelium Nepotem, die echter verloren gingen. Aan politiek deed Nepos niet mee, hij wijdde zich volledig aan de geschiedschrijving en de biografie.

In zijn jeugd had Nepos nog erotische gedichten geschreven, maar was nadien tot het ernstige genre overgegaan. Voor het jaar 54 v. Chr. zou hij reeds drie boeken Chronica hebben samengesteld; als eerste Romein legde hij daarom de feiten uit de geschiedenis chronologisch vast.

Als voorbeeld gebruikte hij de Cronika van de Griekse grammaticus Apollodorus van Athene: hij begon in de mythische tijd en plaatste de stichting van Rome in 751/50, dus twee jaar later dan Varro; met welk jaar zijn werk eindigde is onzeker, want dit ook door Cicero gebruikte werk ging verloren.

Uit zijn retorische schoolpraktijk ontstonden na 43 nog eens vijf verloren boeken Exempla, een materiaalverzameling van merkwaardigheden en wonderen uit de natuur en de geschiedenis. Van dit werk hebben Plinius Maior, Valerius Maximus, Suetonius en Aulus Gellius dankbaar gebruik gemaakt.

Op aanraden van Pomponius Atticus schreef hij een monografie over Cato Maior en Cicero, zodat hij vanaf nu de biografische toer opging. Zijn hoofdwerk in 16 boeken was De Viris Illustribus, waarin Romeinen en niet-Romeinen volgens beroepsgroep naast elkaar werden geplaatst, een werk in de zin van de Parallelle Levens van Plutarchus: koningen, veldheren, redenaars, dichters, historici, grammatici.

Uit deze verzameling zijn 23 biografieën van niet-Romeinse veldheren tot ons gekomen, verder groepen uit de Romeinse geschiedenis, een biografie van Cato (als uittreksel uit de vroegere monografie) en een biografie van Pomponius Atticus, met als aanhangsel de brief van Cornelia.

Het boek verscheen in 35 en na de dood van Atticus verscheen in 29 een tweede uitgave. Omvangrijk bronnenwerk lijkt Nepos niet gedaan te hebben: materiaal over beroemde mannen was in de litteratuur zowel als in de schoollectuur gemakkelijk te vinden en het vergelijken van Grieken met Romeinen was een gevolg van de politieke ontwikkeling.

Nepos richtte zich dan ook tot en breed lezerspubliek en het was hem meer om het onderhoudende dan om de kennis te doen. Vandaar dat zijn teksten op talrijke plaatsen met anekdotes doorspekt zijn. Ook moraliseert hij graag. Zijn stijl is glad, niet altijd correct, maar toch was hij vroegere lange tijd de eerste schoolauteur van het middelbaar onderwijs.

Quintilianus’ commentaar is dan ook niet mals. Hoe omvangrijk zijn oeuvre oorspronkelijk ook was, het laat toch maar een man van middelmatige begaafdheid vermoeden. Doordat hij gemakkelijk Latijn schreef, werd hij daarom ook veel gelezen, en zelfs nog tot in de late Oudheid en in de Latijn-Griekse humaniora vorige eeuw.

Zijn Chronica golden als een onmisbaar naslagwerk. Hoe deze ‘intellectuele pygmee’, zoals Horsfall hem noemt, intellectuele reuzen als Cicero en Varro te vriend kon hebben, is een raadsel. Het minst van al had zijn Chronica moeten verloren gaan; het is alleen een deel van de minderwaardige rommel dat de tijden heeft overleefd.

Macht en moraal – Nagelaten werk
Auteur: Cornelius Nepos
Taal: Nederlands
Vertalers: Diederik Burgersdijk, Peter Burgersdijk, Richard Haasen
Eerste druk: april 2020
Uitgeverij: Athenaeum
ISBN: 9789025310738
Prijs: 34,99 euro

www.thelatinlibrary.com/nepos