Archive for 7 oktober 2020

Verplichting om buitenhuis mondmasker te dragen in heel Italië

7 oktober 2020

Er komt in heel Italië een verplichting om buitenhuis permanent een mondmasker te dragen. Het decreet dat dit oplegt, is in samenspraak met de regering opgesteld door minister van Volksgezondheid Roberto Speranza en zal in principe morgen door het parlement worden goedgekeurd. De maatregel gaat vanaf dan onmiddellijk in.

mondmasker1

Eerder al werden mondmaskers permanent verplicht in de regio’s Lazio (met Rome), Campanië (met Napels), Calabrië en Sicilië. Hoewel het aantal besmettingen in Italië nog relatief beperkt blijft, maakt de regering zich zorgen omdat het besmettingscijfer dagelijks blijft stijgen.

De mondmaskerverplichting geldt niet voor kinderen onder de 6 jaar, voor mensen die een mondkapje om medische redenen niet kunnen (ver)dragen en voor sporters. Ook wie buiten iets eet of drinkt bij een café of restaurant, mag het mondmasker even afzetten. De boete voor het niet dragen van een mondmasker kan tussen de 400 en 1.000 euro bedragen.

Minister Speranza maakte ook bekend dat de regels om voldoende fysieke afstand tot elkaar te bewaren, strikter zullen worden gehandhaafd. Samenkomsten van vrienden en kennissen vormen volgens de minister een groot gevaar voor de verspreiding van het virus.

Speranza bevestigde vandaag ook het voornemen van de regering om de bestaande noodtoestand, die op 15 oktober afloopt, te verlengen tot 31 januari 2021, precies een jaar nadat de noodtoestand voor het eerst werd ingevoerd.

Italië is erg bevreesd voor een herhaling van het horrorscenario dit voorjaar, waarbij het aantal zieken en doden zich letterlijk opstapelden in de gangen van ziekenhuizen en in mortuaria.

Volgens de minister houdt Italië momenteel vrij goed stand, terwijl het virus in verschillende Europese landen opnieuw zwaar oprukt. We moeten ons echter geen illusies maken, want ook bij ons is het aantal ziekenhuisopnames weer aan het stijgen, aldus de minister.

De regering wil ook tot elke prijs een nieuwe lockdown vermijden omdat het land dat financieel en economisch niet zou overleven. Overheidsbronnen ontkennen dat er nieuwe beperkingen zullen komen die de vroegtijdige sluiting van bars en restaurants afdwingen. Dat hardnekkige gerucht doet al een paar dagen de ronde.

Een bezoek aan de Santa Bibiana

7 oktober 2020

Vlak naast het Termini-station, aan de Via Giovanni Giolitti 154, bevindt zich de Santa Bibiana. Niet iedereen weet dat deze kerk, die in zeventiende eeuw werd verbouwd, het eerste architecturale werk is van Gian Lorenzo Bernini (1598-1680).

Zijn carrière als bouwmeester begon met het pontificaat van paus Urbanus VIII (1623-1644) die hem ter gelegenheid van het Heilig Jaar 1625 de verbouwing en het nieuwe gevelontwerp van de Santa Bibiana toevertrouwde.

De 25-jarige Bernini had toen nog geen ervaring als architect en het feit dat hij een dergelijke belangrijke architecturale opdracht van de paus kreeg, was zeker een blijk van vertrouwen.

Al moet worden vermeld dat Bernini al vóór het pontificaat van Urbanus VIII (Maffeo Barberini) een goede bekende was van de familie Barberini en dat de keuze voor ‘een vriend van het huis’ misschien toch niet zo verrassend was.

De kunstenaar heeft dat vertrouwen alleszins niet beschaamd, al zeker niet in zijn verdere carrière. Ook de paus was erg opgetogen over de talenten van Bernini omdat hij voortdurend de grenzen bewandelde van architectuur, beeldhouwkunst en schilderkunst.

In de oudheid bevonden zich op deze plek enkele prachtige tuinen, de Horti Linciani, die oorspronkelijk toebehoorden aan de gens Licinia. In de derde eeuw waren ze eigendom van keizer Gallienus (253-268).

In de Centrale Montemartini bevinden zich een aantal mozaïeken die ooit deel uitmaakten van een groot jachttafereel. Deze brokstukken werden in 1904 ontdekt bij de Santa Bibiana.

Volgens de overlevering werd de kerk in opdracht van een zekere Olimpina in 363 gebouwd op de plek waar het huis stond van Bibiana en waar zij, haar moeder Dafrosa en haar zus Demetria gedood zouden zijn omwille van hun christelijke geloof. Dafrosa werd onthoofd, Bibiana werd doodgegeseld.

Dat zou gebeurd zijn in de korte maar woelige periode dat keizer Julianus II (361-363) aan de macht was. Zijn verwerping van het christendom leverde deze keizer later de bijnaam Julianus Apostata of de Afvallige op. In verschillende martelaarsverhalen wordt hij beschuldigd van wrede christenvervolgingen, maar daarvoor bestaat geen enkel historisch bewijs.

Andere bronnen vertellen dat de oorspronkelijke kerk werd gebouwd tijdens het pontificaat van paus Simplicius (468-483). Het enige wat we zeker weten is dat hier in de oudheid bewoning was. Onder de kerk zijn resten gevonden van Romeinse woningen uit de vierde eeuw. Zou het huis van Bibiana er eentje van geweest zijn? We weten het niet.

De Santa Bibiana heeft door de eeuwen heen verschillende verbouwingen en restauraties ondergaan. De belangrijkste was deze die in 1220 werd uitgevoerd in opdracht van paus Honorius III (1218-1227.

Toen Bernini hier in 1625 aan de slag ging, respecteerde hij het oude karakter van de kerk en wijzigde hij niets aan de structuur. Evenmin voegde hij versieringen toe, want dat zou de eenvoudige harmonie in de kerk verstoord hebben.

Wel bouwde hij twee kleine kapellen aan het einde van de zijbeuken, maakte hij de ramen in het centrale schip dicht en verbouwde hij de apsis tot een hoofdkapel. De twee kapellen in het midden van de zijbeuken zijn groter en rijker versierd en werden in een latere periode gebouwd.

Tijdens de werkzaamheden ontdekte Bernini diep onder het altaar een oude grote albasten kom, rustend op leeuwenpoten en versierd met een luipaardkop en twee handvatten. Het kleine bassin dateert uit de Constantijnse periode en is vermoedelijk afkomstig uit een privé-badhuis, dat wellicht deel uitmaakte van de Horti Linciani.

De kom zou vanaf toen als urne worden gebruikt voor de resten van de drie martelaressen. Ze bevindt zich nu onder het hoogaltaar. De overblijfselen van Bibiana, haar moeder Dafrosa en haar zus Demetria werden al eerder onder het altaar ontdekt in een derde-eeuwse sarcofaag.

De kandelaars van het hoofdaltaar zijn van brons en dateren uit de tijd van paus Urbanus VIII. Ze zijn ontworpen door Bernini. Op de basis dragen ze de afbeelding van de heilige Bibiana, het wapen van de paus en een inscriptie ter herdenking van Mgr. Alessandro Valtrini, een weldoener van de kerk.

Boven het altaar staat een verrassing voor de argeloze bezoeker. In dit kerkje, dat heel wat toeristen links laten liggen, bevindt zich immers ook een beeld van Bernini.

santabibianabernini (1)

Het prachtige kunstwerk toont de heilige Bibiana met het palmblad van de martelaren in de hand, staande naast de zuil waaraan ze zou vastgebonden geweest zijn om gegeseld te worden. Het was het eerste beeld van een volledig geklede persoon dat Bernini beitelde. Zijn talent was toen al onmiskenbaar.

santabibianabernini (2)

Let op de golvende kleding, de krullen in het haar, de sierlijke handen en vooral ook op de gelaatsuitdrukking van Bibiana die zich met haar nakende dood heeft verzoend en in de verte reeds de hemel ontwaart.

santabibianabernini (3)

Zowel in het Louvre in Parijs als in de Hermitage in Sint-Petersburg, bevindt zich een terracotta versie van dit beeld. Bernini maakte ze vooraleer hij zich met succes aan het marmeren exemplaar waagde.

Tijdens het pontificaat van paus Pius X (1903-1914) werden nieuwe renovatiewerken uitgevoerd, die echter beperkt bleven tot het herstel van de vloer en een deel van het plafond.

In 1961, tijdens een volgende restauratie, ditmaal in opdracht van de Sovrintendenza alle Belle Arti, kwamen sommige delen van de oorspronkelijke primitieve kerk aan het licht. Enkele jaren later werden ook de fresco’s in de kerk gerestaureerd.

Door de voortdurende trillingen van de vele treinen die hier vlakbij rijden, kwam in mei 1982 een deel van het pleisterwerk aan het plafond naar beneden. Daarna werd de kerk drie jaar gesloten voor het publiek. 

De daaropvolgende consolidatiewerken van het dak, met de vernieuwing van de spanten en de reconstructie van het plafond, begonnen in 1983 en duurden tot augustus 1987.

In de periode van 1997 tot 1999 kregen de fresco’s een nieuwe restauratiebeurt en werden onder meer ook de zuilen, de marmeren voorwerpen en de toegangsdeuren van de kerk grondig gereinigd.

De mooie zuilen van het schip zijn afkomstig van verschillende gebouwen uit de oudheid. De bakstenen muren zijn middeleeuws. De schelpvormige wijwaterbekkens zijn gemaakt van Afrikaans marmer en dateren uit 1600.

De fresco’s vertellen de geschiedenis van Bibiana. Links zien we werk van Pietro da Cortona (1596-1669, rechts van de Florentijn Agostino Ciampelli (1565-1630). 

Op het einde van de rechterbeuk bevindt zich de afbeelding van heilige Dafrosa, eveneens een werk van da Cortona, op het einde van de linkerbeuk zien we de heilige Demetria van de hand van Ciampelli.

Bij het binnenkomen van de kerk ziet de bezoeker twee marmeren grafplaten. De plaat aan de rechterzijde is van abdis Lucia (gestorven in 1341), het exemplaar links is de grafplaat van abdis Maria (overleden in 1424), beide met inscripties in gotische letters.

In de kapel van Santa Gertrudis Magna bevindt zich een schilderij van deze heilige. Het werk wordt toegeschreven aan de schilder Jacopo da Verona ((1355-1443). Tegen de rechtermuur staat het grafmonument van Vincenzo Paciotti, die deze kapel liet bouwen.

Hij was apostolisch protonotaris en prior van de Cappella Paolina, de kapel van paus Paulus V, in de Santa Maria Maggiore-basiliek. Het kleine monument is vervaardigd uit marmer in de vorm van een sarcofaag en rust op planken waartussen zich een gevleugelde schedel bevindt. Bovenaan bevindt zich het wapen van de overledene.

Dicht bij de uitgang, rechts, bevindt zich een zuil. Hieraan zou Bibiana vastgebonden geweest zijn tijdens haar geseling. De zuil wordt beschermd door een verguld bronzen rooster, dat eveneens ontworpen is door Bernini.

Santa Bibiana
Via Giovanni Giolitti 154, Rome